Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.844
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202205347/1/A2

Bij besluit van 13 april 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor door [appellant] verleende rechtsbijstand voor de toevoeging met het kenmerk 4NK5480 vastgesteld op € 0,00. [appellant] is advocaat en nam deel aan het High Trust-programma van de raad. [appellant] heeft rechtsbijstand verleend aan twee minderjarige dochters en hun moeder. De vader van de minderjarigen, die ook de voormalige partner van de moeder was, is vermoord. De raad heeft voor de rechtsbijstand aan de minderjarigen één toevoeging verleend, met het kenmerk 4NK5480 en zaakcode O013. Deze zogenoemde paraplutoevoeging is volgens de werkinstructie "O013 gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel" bedoeld voor het slachtoffer of diens nabestaande(n) in een strafzaak of het vorderen van (aanvullende) schadevergoeding in een civiele procedure bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven met een bekende verdachte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:261
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205347/1/A2

202205348/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand een voor de toevoeging met kenmerk 4MY8363 aan [appellant] vastgestelde vergoeding ter hoogte van € 981,33 ingetrokken. [appellant] is advocaat en nam deel aan het High Trust-programma van de raad. [persoon A] en [persoon B] zijn partners. De ouders van [persoon B] zijn na een roofoverval in hun woning om het leven gebracht. De raad heeft voor de rechtsbijstand aan [persoon A] en [persoon B] verschillende toevoegingen verstrekt met zaakcode O013 (gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel). Deze zogenoemde paraplutoevoeging is volgens de werkinstructie "O013 gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel" bedoeld voor het slachtoffer of diens nabestaande(n) in een strafzaak of het vorderen van (aanvullende) schadevergoeding in een civiele procedure bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven met een bekende verdachte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:262
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205348/1/A2

202205389/1/A2

Bij zes afzonderlijke besluiten van 18 maart 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor door [wederpartij A] en [wederpartij B] verleende rechtsbijstand herzien en in samenhang vastgesteld op € 661,86 voor toevoeging 4MY8359, op € 661,86 voor toevoeging 4MZ0776, op € 661,86 voor toevoeging 4MY8365, op € 661,86 voor toevoeging 4MZ0750, op € 684,78 voor toevoeging 4MZ9025, en op € 661,86 voor toevoeging 4MZ9029. [wederpartij A] en [wederpartij B] zijn advocaat en namen deel aan het High Trust-programma van de raad. [wederpartij A] en [wederpartij B] hebben rechtsbijstand verleend aan [persoon C], [persoon D] en [persoon E]. De raad heeft hiervoor toevoegingen verstrekt met zaakcode O013, een zogenoemde paraplutoevoeging die volgens de werkinstructie "O013 gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel" bedoeld is voor het slachtoffer of diens nabestaande(n) in een strafzaak of het vorderen van (aanvullende) schadevergoeding in een civiele procedure bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven met een bekende verdachte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:263
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205389/1/A2

202205391/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 7 april 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor door [wederpartij] verleende rechtsbijstand herzien en in samenhang vastgesteld op € 1936,11 voor toevoeging 4NJ6477, op € 746,10 voor toevoeging 4NQ7274, en op € 746,10 voor toevoeging 4NQ8830. [wederpartij] is advocaat en nam deel aan het High Trust-programma van de raad. [wederpartij] heeft rechtsbijstand verleend aan [persoon A], [persoon B] en [persoon C]. De raad heeft voor de rechtsbijstand aan [persoon B] en [persoon C] toevoegingen verstrekt met zaakcode O013, een zogenoemde paraplutoevoeging die volgens de werkinstructie "O013 gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel" bedoeld is voor het slachtoffer of diens nabestaande(n) in een strafzaak of het vorderen van (aanvullende) schadevergoeding in een civiele procedure bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven met een bekende verdachte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:264
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205391/1/A2

202205395/1/R1

Bij besluit van 26 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal besloten over te gaan tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen van € 40.000,00. Bij besluit van 5 september 2018 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 per week met een maximum van € 40.000,00 gelast om de op het perceel aan de [locatie] te Rilland in afwijking van de bij besluit van 17 februari 2010 verleende vergunning met kenmerk R2007/105 gebouwde bouwwerken te verwijderen en verwijderd te houden dan wel om conform deze vergunning een goedgekeurde bluswatervoorziening aan te brengen en de constructie van loodsen 3 en 4 aan te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:253
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205395/1/R1

202205723/1/R3

Bij besluit van 30 september 2021 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van de woningen gelegen aan de [locatie 1] en [locatie 2] te Den Haag door het maken van een dakopbouw met een dakterras aan de achterzijde. [vergunninghouder] heeft bij besluit van 30 september 2021 een omgevingsvergunning gekregen voor het vergroten van de woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] te Den Haag door het maken van een dakopbouw met een dakterras aan de achterzijde. [appellant] en [partij] wonen achter het pand van [vergunninghouder], aan de [locatie 3] respectievelijk de [locatie 4]. Zij hebben beiden bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 september 2021, omdat zij, samengevat, menen dat de te realiseren dakopbouw onaanvaardbare gevolgen heeft voor de bezonning van hun woningen. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat er een evidente tekenfout zit in de verbeelding bij het bestemmingsplan. De begrenzing van de aanduiding tot waar een dakopbouw mag worden gebouwd op het perceel van [vergunninghouder] is namelijk niet juist op de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:247
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205723/1/R3

202205799/1/R1

Bij besluiten van 30 juli 2019, 3 december 2019 en 22 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere lasten onder dwangsom opgelegd ter zake van het recreatief verhuren van de hoofdwoning en het bijgebouw aan de [locatie] in Westkapelle. [appellante] heeft op 10 januari 2024 enkele nadere stukken per e-mail aan de Afdeling gezonden. De Afdeling ziet geen reden de te late indiening te passeren en zal die stukken daarom niet betrekken in haar beschouwingen. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college de commissie bezwaarschriften en de rechtbank wezenlijke informatie heeft onthouden, waardoor die niet in staat zijn geweest te beoordelen of het college in strijd heeft gehandeld met de bij hem levende opvattingen over de Huisvestigingsverordening. Die opvattingen waren voor [appellante] niet eerder kenbaar. Daardoor was het voor de commissie en de rechtbank ook niet mogelijk om te beoordelen of het college heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:255
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205799/1/R1

202206221/1/R1

Bij besluit van 16 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan The Butcher een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van het pand aan de Albert Cuypstraat 129H te Amsterdam ten behoeve van horeca van categorie 3, als bedoeld in het bestemmingsplan De Pijp 2018, te staken. Vanaf 2011 exploiteert The Butcher in een pand aan de Albert Cuypstraat 129H te Amsterdam een hamburgerrestaurant. Op het perceel rust volgens het aldaar geldende bestemmingsplan "De Pijp 2018" de bestemming "Gemengd - 2" met de aanduiding "horeca van categorie 4". Op 8 augustus 2020 en 26 september 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam controles uitgevoerd. Geconstateerd is dat in een deel van het pand van The Butcher activiteiten plaatsvinden zonder dat daarvoor de vereiste omgevingsvergunning is verleend. Deze activiteiten vallen onder horeca van categorie 3 als bedoeld in het bestemmingsplan. Volgens het college is daarom sprake van handelen in strijd met artikel 6.1, aanhef en onder i, van de planregels in samenhang bezien met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:244
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206221/1/R1

202206328/1/A2

Bij besluit van 14 oktober 2020 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Op 7 augustus 2020 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. [appellant] stelt dat hij op 26 maart 2020 slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf naar aanleiding van een conflict over de verkoop van een auto. Door dit misdrijf heeft hij lichamelijk letsel en psychische klachten opgelopen. Hij heeft tot en met 1 april 2020 in het ziekenhuis gelegen. Hij stelt dat hij langer medische verzorging in het ziekenhuis nodig had, maar dat dat door de coronacrisis niet kon. In het ziekenhuis is hij ook besmet geraakt met het coronavirus. Op 12 juni 2020 heeft [appellant] aangifte gedaan. Deze aangifte is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Volgens de CSG is er onvoldoende objectieve informatie om aannemelijk te achten dat [appellant] slachtoffer is geworden van een opzettelijke gepleegd misdrijf als bedoeld in de Wet schadefondsgeweldsmisdrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:234
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206328/1/A2

202206515/1/R1

Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van een paal op de erfgrens tussen de percelen van [appellante] en [partij], afgewezen. [appellante] woont op een woonboot aan de [locatie 1]. Naast haar woont [partij] op een woonboot op [locatie 2]. [appellante] heeft ter bescherming van haar woonboot tegen aanvaringen een paal laten slaan op de erfgrens tussen de woonboten. [partij] ervaart hierdoor hinder met het in- en uitvaren van zijn plezierboot. [partij] heeft op 18 juli 2019 een verzoek tot handhaving gedaan bij het college omdat de paal volgens hem illegaal aanwezig is. Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college dit verzoek afgewezen. Het college heeft bij besluit van 22 september 2022, in afwijking van het advies van de vaste commissie van advies voor bezwaarschriften (hierna: de commissie), het bezwaar van [partij] tegen het besluit van 19 december 2019 ongegrond verklaard. De commissie adviseerde om het bezwaar gegrond te verklaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:246
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206515/1/R1

202206726/1/A2

Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 20.500,- voor het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de [locatie] in Amsterdam aan de woningvoorraad. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Hij heeft tot 2 april 2019 op dit adres ingeschreven gestaan in de basisregistratie personen. Op 16 juli 2019 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht. Uit het daarvan opgemaakte rapport van bevindingen blijkt dat in de woning drie prostituees aanwezig waren. Zij hebben verklaard dat zij geen huurcontract hadden en dat zij aan het eind van de maand € 1.500,- contant moeten betalen aan een voor hun onbekende man die de huur komt halen. Verder hebben zij verklaard dat zij niet op het adres wonen, maar er gemiddeld drie à vier dagen in de week werken. Voor hen zaten er Roemeense dames in de woning. De sleutel hebben zij gekregen van een kennis, aldus de vrouwen. Volgens het college is de woning in strijd met artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 aan de bestemming tot bewoning onttrokken of onttrokken gehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:268
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206726/1/A2

202206863/1/A2

Bij twee afzonderlijke besluiten van 27 januari 2021 heeft de raad voor rechtsbijstand vergoedingen op twee aan [wederpartij] toegekende vergoedingen voor het verlenen van rechtsbijstand in samenhang vastgesteld op € 3948,16. [wederpartij] is advocaat en heeft rechtsbijstand verleend aan [persoon A] en [persoon B]. De raad heeft voor deze rechtsbijstand toevoegingen verstrekt met zaakcode O013, een zogenoemde paraplutoevoeging die volgens de werkinstructie "O013 gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel" bedoeld is voor het slachtoffer of diens nabestaande(n) in een strafzaak of het vorderen van (aanvullende) schadevergoeding in een civiele procedure bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven met een bekende verdachte. De rechtbank heeft geoordeeld dat geen sprake is van samenhangende procedures zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Bvr. De procedures van [persoon B] en [persoon A] zijn wel gelijktijdig op een zitting behandeld, maar deze zijn niet naar hun aard verknocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:258
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206863/1/A2

202207391/1/A2

Bij besluit van 19 juni 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van WSR om een tegemoetkoming in schade afgewezen. Bij besluit van provinciale staten van Limburg van 29 juni 2012 is het provinciale inpassingsplan Buitenring Parkstad Limburg 2012 vastgesteld. Het inpassingsplan is op 11 maart 2015 in werking is getreden en is de planologische grondslag voor het realiseren van de zogenoemde Buitenring Parkstad Limburg, een ringweg rondom de stadsregio Parkstad Limburg. Het inpassingsplan voorziet, direct aan de noordelijke grens van het bedrijventerrein, in een nieuwe aansluiting van de buitenring op de A76 in de vorm van een grote rotonde. Deze nieuwe aansluiting heeft geleid tot aanpassingen in het onderliggend wegennet. Eén van deze aanpassingen is dat afrit 5 (Nuth), die voorheen aansloot op de zuidelijke kant van het bedrijventerrein, is verplaatst. Voorheen kon het verkeer over de A76 van noord (Schinnen) naar zuid (Nuth) afslaan bij afrit 5 (Nuth). Die afrit kwam via de Daelderweg direct uit op het bedrijventerrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:229
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202207391/1/A2

202300310/1/A2

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een opbouw op de aanbouw van de woning aan het [locatie A] in Zaandam. [appellant] is eigenaar van de woning aan het [locatie A] in Zaandam. Bij besluit van 14 oktober 2020 is, nadat [appellant] tijdens de bezwaarprocedure een aangepast bouwplan had ingediend, een vergunning voor het plaatsen van de opbouw verleend. [belanghebbende] was de achterbuurman van [appellant]. De voorzieningenrechter heeft op 3 juni 2021 het beroep van [belanghebbende] tegen de verlening van de omgevingsvergunning gegrond verklaard en het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Volgens de rechtbank is het besluit van 14 oktober 2020 onzorgvuldig voorbereid en gemotiveerd, omdat er geen rekening is gehouden met de belangen van [belanghebbende]. [appellant] heeft geen hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. Bij besluit van 20 september 2021 heeft het college alsnog geweigerd de door [appellant] gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. [appellant] is hiertegen in beroep gegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:216
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300310/1/A2

202300367/1/A2

Bij uitspraak van 9 december 2022 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van [appellant]. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het bestuur van de raad voor rechtsbijstand heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellant] stelt recht te hebben op een schadevergoeding van de raad. Volgens hem heeft de raad zijn aanvraag om gefinancierde rechtsbijstand in een grensoverschrijdend geschil niet op juiste wijze vertaald in het Duits, waardoor hij schade heeft geleden. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het verzoek om de raad te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding. [appellant] is eigenaar van onroerend goed in Eckartsberga (Duitsland). De raad heeft op 26 mei 2020 een aanvraag van [appellant] om grensoverschrijdende rechtsbijstand voor een geschil over het onroerende goed ingediend bij het Ambtsgericht. 5. Op 5 november 2020 heeft het Amtsgericht de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] teveel vermogen heeft om in aanmerking te komen voor gefinancierde rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:239
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300367/1/A2

202300474/1/A2

Bij besluit van 23 augustus 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg afgewezen. Op 18 februari 2021 heeft [appellante] een aanvraag om een tegemoetkoming ingediend op basis van de Tijdelijke regeling. Zij stelt dat zij in de periode 1950-1955 in een kindertehuis aan de Oranje Nassaulaan in Amsterdam en in een pleeggezin verbleef waar zij slachtoffer is geworden van fysiek en psychisch geweld. De CSG heeft bij besluit van 23 augustus 2021 de aanvraag van [appellante] afgewezen. Volgens de CSG is er geen objectieve informatie, zoals een voogdijregisterkaart, waaruit blijkt dat de instelling waar [appellante] verbleef een instelling is in de zin van de Tijdelijke regeling. Ook is bij de CSG niet gebleken dat [appellante] onder de verantwoordelijkheid van de overheid bij een pleeggezin is geplaatst. De rechtbank is van oordeel dat de CSG voldoende onderzoek heeft gedaan en terecht heeft besloten dat onvoldoende aannemelijk is dat [appellante] onder verantwoordelijkheid van de overheid in een instelling of een pleeggezin is geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:235
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300474/1/A2

202300498/1/A3

[appellant] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het door hem gedane verzoek om inzage van persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming door het CAK. Bij mondelinge uitspraak van 1 december 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, het CAK veroordeeld tot betaling aan [appellant] van een dwangsom van € 1.442,00 en het CAK veroordeeld tot betaling van een proceskostenvergoeding van € 379,50. [appellant] komt in hoger beroep uitsluitend op tegen de hoogte van de door de rechtbank uitgesproken proceskostenveroordeling. Hij voert aan dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding heeft toegekend voor de brieven van 24 februari 2022 en 24 november 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:233
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202300498/1/A3

202300510/1/A2

Bij besluit van 2 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen het verzoek om nadeelcompensatie van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft het college op 10 mei 2019 verzocht om nadeelcompensatie op grond van de Algemene Nadeelcompensatieverordening gemeente Groningen (hierna: de verordening). Hij stelt schade te hebben geleden doordat hij de vier panden als gevolg van het besluit van 17 augustus 2010 niet meer mocht verhuren voor raamprostitutie. Hij begroot de schade vanaf 1 januari 2016 op € 139.640,- per jaar. [appellant] is sinds 30 juli 1999 eigenaar van de panden [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] en sinds 31 augustus 1990 (mede)eigenaar van het pand [locatie 4] in het A-kwartier in Groningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:227
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300510/1/A2

202300816/1/A2

Bij besluit van 10 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 18.000,- wegens het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte op het adres [locatie] in Amsterdam in onzelfstandige woonruimten. [appellant] is sinds 29 april 2016 eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning wordt verhuurd. [appellant] heeft een beheerovereenkomst gesloten met [bedrijf]. [bedrijf] beheert op basis van die overeenkomst enkele panden van [appellant], waaronder de woning. De woning bestaat uit twee bouwlagen. De eerste bouwlaag bestaat uit een woonkamer, een keuken, een badkamer, een toilet, een washok en een slaapkamer. De tweede bouwlaag bestaat uit vier slaapkamers, een badkamer en een toilet. Het college heeft aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd, omdat uit het bezoek van de toezichthouders is gebleken dat de woonruimte aan de [locatie] in Amsterdam in strijd met artikel 21, aanhef en onder sub c, van de Huisvestingswet 2014 van zelfstandige in onzelfstandige woonruimten is omgezet of omgezet is gehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:267
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300816/1/A2

202301343/1/A2

Bij besluit van 12 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 3.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag tot aan de dag van betaling van de tegemoetkoming. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] te Hardenberg met bijbehorend perceel, kadastraal bekend gemeente Hardenberg, sectie O, nr. 2885. Hij is tevens eigenaar van het belendend perceel, kadastraal bekend gemeente Hardenberg, sectie O, nr. 3833. Op basis van de conclusies van de planologische vergelijking heeft een taxatie van de waarde van de onroerende zaken plaatsgevonden. Volgens de taxatie is de waarde van de onroerende zaken als gevolg van de planologische verslechtering op de peildatum van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan op 26 mei 2016 (hierna: de peildatum) gedaald van € 375.000,00 naar € 360.000,00 en heeft [appellant] een schade van € 15.000,00 geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:225
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301343/1/A2

202301344/1/A2

Bij besluit van 16 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.500,00 wegens het zonder vergunning aan de woonvoorraad onttrekken van de woning aan de [locatie A] in Amsterdam. [appellant] is eigenaar van de woning aan [locatie A] in Amsterdam. Hij verhuurde de woning aan een broer en zus. De woning heeft vier etages. Op 10 juli 2019 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht naar aanleiding van een leegstandsmelding. Uit het daarvan opgemaakte rapport van bevindingen volgt dat in de woning in totaal vier toeristen zijn aangetroffen, verdeeld over twee groepen, die de gehele woning tot hun beschikking hadden. De eerste groep toeristen had voor de periode 9 juli 2019 - 12 juli 2019 via AirBnB geboekt. Het college stelt zich op het standpunt dat de woning is onttrokken aan de woonvoorraad ten behoeve van toeristische verhuur, terwijl daarvoor geen vergunning is verleend, en dat aan de voorwaarden die de toeristische verhuur van een woning vergunningvrij mogelijk maken niet is voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:266
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301344/1/A2

202305404/1/A2

Op 9 maart 2023 hebben de docenten wetenschappelijke vorming van de master Geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam aan [appellante] meegedeeld dat de opdracht van het vak Evidence Based Medicine, inhoudende een revisie van de eigen casus, met een onvoldoende is beoordeeld. [appellante] volgt de master Geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Twee van de onderdelen die zij voor de master nog moet behalen zijn EBM en Ethiek. Beide vallen onder het lijnonderwijs Academische Vorming, waar de EUR 3 EC aan toerekent. Het onderdeel EBM bestaat uit vijf opdrachten en één eindwerk. Van de vijf opdrachten mag maximaal één opdracht met een onvoldoende worden afgerond. Bij een onvoldoende kan er een herstelopdracht worden gemaakt. Is de herstelopdracht voldoende, dan kan daarmee een onvoldoende worden weggenomen. In de studiejaren 2018-2020 heeft [appellante] deelgenomen aan het lijnonderwijs AV. In mei 2020 heeft [appellante] te horen gekregen dat zij de lijn AV opnieuw moet volgen. Zij heeft daarom het EBM-onderwijs voor een tweede keer gevolgd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:168
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305404/1/A2

202305444/1/A2

Bij beslissing van 28 maart 2023 heeft het College van Bestuur van Tilburg University ter uitvoering van de uitspraak van het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs van 28 december 2022 (CBHO 2022/112) opnieuw beslist op het bezwaar van [appellante] tegen de beslissing van 9 september 2021, het bezwaar gegrond verklaard, en de melding als referent van 16 september 2021 aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de IND) wegens onvoldoende studievoortgang van [appellante] ingetrokken. [appellante] heeft in het studiejaar 2020-2021 ingeschreven gestaan aan de Tilburg University voor de premasteropleiding Business Economics. Zij heeft voor het collegejaar 2021/2022 op 5 juli 2021 een verzoek ingediend om inschrijving voor de Masteropleiding Economics. Op 20 juli 2021 heeft zij naar aanleiding hiervan van de examencommissie een toelatingsbesluit ontvangen. Op 28 augustus 2021 heeft zij haar aanmelding voor de Masteropleiding Economics ingetrokken. Bij de beslissing van 9 september 2021 heeft het college besloten de verblijfsvergunning van [appellante] af te melden bij de Immigratie en Naturalisatiedienst omdat zij geen punten had gehaald voor de premasteropleiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:252
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305444/1/A2

202305559/1/A2

Op 24 april 2023 heeft de examencommissie van de Erasmus School of Medicine de beslissing genomen om [appellante] geen derde kans toe te kennen voor het lijnonderwijs Academische Vorming van de master Geneeskunde. [appellante] volgt de master Geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (hierna: de EUR). Twee van de onderdelen die zij voor de master nog moet behalen zijn Evidence Based Medicine en Ethiek. Beide vallen onder het lijnonderwijs AV, waar de EUR 3 EC aan toerekent. Het onderdeel EBM bestaat uit vijf (deel)opdrachten en één eindwerk. Van de vijf opdrachten mag maximaal één opdracht met een onvoldoende worden afgerond. Bij een onvoldoende voor een opdracht kan er een herstelopdracht worden gemaakt. Is de herstelopdracht voldoende, dan kan daarmee een onvoldoende worden weggenomen. In de studiejaren 2018-2020 heeft [appellante] deelgenomen aan het lijnonderwijs AV. In mei 2020 heeft [appellante] te horen gekregen dat zij de lijn AV opnieuw moet volgen. Zij heeft daarom het EBM-onderwijs voor een tweede keer gevolgd. Vervolgens heeft [appellante] drie van de vijf opdrachten ingeleverd en slechts één opdracht met een voldoende afgerond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:169
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305559/1/A2

202305885/1/A2

Bij beslissing van 19 mei 2022 heeft de examencommissie van de Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI) van de Technische Universiteit Delft een zonder naam en studentnummer aangetroffen tentamenformulier van het tentamen Control System Design (EE4C04) dat plaatsvond op 21 januari 2022 toegeschreven aan [appellant], waardoor hij voor dit vak het eindcijfer 4 heeft behaald. In maart 2022 heeft hij contact opgenomen met de vakdocent, omdat hij nog geen resultaat had ontvangen. Bij onderzoek is geen tentamen met naam en collegekaartnummer van [appellant] aangetroffen maar wel één antwoordblad zonder naam en collegekaartnummer. Het CBE stelt zich op het standpunt dat dit antwoordblad aan [appellant] moet toebehoren en heeft hem na beoordeling van de op het blad vermelde antwoorden het cijfer 4 toegekend. [appellant] is het niet eens met het door het CBE in standgelaten besluit hem het cijfer 4 toe te kennen. Hij heeft deelgenomen aan het tentamen en zijn antwoordenblad ingeleverd bij de studentassistent.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:250
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305885/1/A2

202306029/1/A2

Bij e-mailbericht van 22 maart 2023 heeft [appellant] verzocht hem toe te staan gebruik te maken van een laptop bij tentamens of, indien dit niet mogelijk zou zijn, hem bij het maken van tentamens extra tijd toe te kennen. [appellant] heeft verzocht om bij tentamens gebruik te mogen maken van een laptop en, indien dat niet mogelijk is, toekenning van meer tijd voor de tentamens. Naar hij zelf in die verzoeken stelt heeft [appellant] geen medische beperking, maar een zeer onduidelijk handschrift. Hij heeft dit ook bij toetsen te horen gekregen. Pogingen om netter te schrijven leveren extra stress op en hij komt erdoor in tijdnood. Ook heeft hij het idee dat hij minder punten krijgt toegekend omdat onderdelen van zijn antwoord onleesbaar zijn. [appellant] heeft er verder op gewezen dat de studentendecaan zijn verzoek ondersteunt. Het CBE heeft het administratief beroep tegen de afwijzing van het verzoek met betrekking tot het gebruik van de laptop ongegrond verklaard. Op het verzoek om toekenning van extra tijd bij tentamens heeft het niet beslist omdat [appellant] dit verzoek volgens het CBE pas in de administratief beroepsfase heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:251
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306029/1/A2

202306206/1/R3

Bij brief van 29 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland het verzoek van [appellant] tot vaststelling van een wijzigingsplan voor het perceel [locatie] te Maasland afgewezen. De zaak gaat over het gebruik van de woning op het perceel [locatie] te Maasland door [appellant] en zijn gezin. Ter plaatse wordt door [partij] een glastuinbouwbedrijf geëxploiteerd, waarvoor [appellant] voorheen heeft gewerkt. Omdat [appellant] niet langer werkzaam is voor [partij], en ter plaatse alleen het gebruik van de woning als bedrijfswoning is toegestaan, handelt [appellant] in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Glastuinbouwgebieden". Dit is in rechte komen vast te staan in de uitspraak van de Afdeling van 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2457. [appellant] probeert met zijn verzoek om vaststelling van een wijzigingsplan de status van de bedrijfswoning te veranderen naar plattelandswoning, zodat het gebruik van de woning kan worden gelegaliseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:226
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202306206/1/R3

202306361/1/A2

Bij beslissing van 10 juli 2023 heeft de examencommissie van Saxion Hogeschool het verzoek van [appellante] om in aanmerking te komen voor een derde toetskans voor twee opdrachten -het individuele Personal Development Plan en de individuele Justification of research approach (hierna: Jora)- van het Smart Solutions Semester afgewezen. Op 19 juni 2023 heeft [appellante] verzocht om een extra herkansing voor de vakken PDP en Jora. Zonder deze herkansing zou zij het hele Smart Solutions Semester over moeten doen, wat zou leiden tot een studievertraging van een half jaar. Door het niet halen van PDP en Jora mist zij nog slechts 3 van de 25 studiepunten die met het Smart Solution Semester behaald kunnen worden. Bij beslissing van 10 juli 2023 heeft de examencommissie het verzoek afgewezen omdat het resultaat voor de herkansing op 20 september 2022 bekend is gemaakt en het verzoek om een extra herkansing niet, zoals vereist, binnen een week daarna is ingediend. Het CBE heeft het hier tegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard omdat de termijn voor indiening van een verzoek om een extra toetskans is overschreden en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:248
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306361/1/A2

202306783/1/A2

Bij beslissing van 1 juni 2023 heeft de examencommissie Academie Bestuur, Recht en Ruimte van Saxion Hogeschool het verzoek van [appellante] om een extra toetskans voor de modulen ‘Strafrecht’ en ‘Nederland binnen Europa en de wereld’, afgewezen. Naar aanleiding van het ingediende beroep bij het CBE heeft de examencommissie op 3 juli 2023 en op 5 juli 2023 gesprekken met [appellante] gevoerd. Hieruit is een schikking gekomen waarvan de uitkomst bij beslissing van 5 juli 2023 op papier is gezet. Bij deze beslissing heeft de examencommissie [appellante] voorwaardelijk in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan een extra toetskans voor de modulen ‘Strafrecht’ en ‘Nederland binnen Europa en de wereld’. Op 13 juli 2023 heeft [appellante] het administratief beroep ingetrokken, waarbij zij heeft aangegeven dat het verzoek om toekenning van de proceskostenvergoeding ongewijzigd in stand blijft. Bij de beslissing van 10 oktober 2023 heeft het CBE hierop beslist en dat verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:237
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306783/1/A2

202306886/1/A2

Bij beslissing van 1 augustus 2023 is het verzoek van [appellante] tot verlaging van het verschuldigde instellingscollegegeld voor de bachelor Mathematics tot de hoogte van het wettelijk collegegeld over het studiejaar 2023-2024 afgewezen. Bij beslissing van 26 september 2023 heeft het College van Bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft zich voor studiejaar 2023-2024 ingeschreven voor de bacheloropleiding Mathematics aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij heeft de VU gevraagd om instellingscollegegeld ter hoogte van het wettelijk collegegeld te mogen betalen over studiejaar 2023-2024. De VU heeft het verzoek van [appellante] tot verlaging van het verschuldigde instellingscollegegeld voor de bachelor Mathematics over studiejaar 2023-2024 bij beslissing van 1 augustus 2023 afgewezen. De VU heeft erop gewezen dat [appellante] een nationaliteit van buiten de Europese Economische Ruimte heeft en daarom instellingscollegegeld moet betalen. [appellante] heeft op 3 augustus 2023 bezwaar gemaakt tegen de beslissing van 1 augustus 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:240
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306886/1/A2

202102287/1/V2

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:198
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102287/1/V2

202107468/1/V2.

Bij besluit van 30 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:199
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107468/1/V2.

202304565/1/V3

Bij besluiten van 6 mei 2022 en 26 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:196
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304565/1/V3

202305525/1/V3

Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:197
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305525/1/V3

202307550/1/V3

Bij besluit van 20 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:200
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307550/1/V3

202307650/1/V3

Bij besluit van 23 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:201
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307650/1/V3

202307925/2/V2

Bij besluit van 8 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:202
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307925/2/V2

202307975/1/V3

Bij besluiten van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:203
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307975/1/V3

202307978/1/V3.

Bij besluiten van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:204
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307978/1/V3.

202307980/1/V3

Bij besluiten van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:206
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307980/1/V3

202307981/1/V3

Bij besluiten van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:205
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307981/1/V3

202400272/2/V2

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:207
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400272/2/V2

202400487/2/V1

Bij besluit van 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:293
Datum uitspraak
23 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400487/2/V1

202107616/1/V2

Bij besluit van 29 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:186
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107616/1/V2

202206072/1/V3

Bij besluit van 17 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 27 september 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:182
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206072/1/V3

202302048/1/V2

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 24 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:181
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302048/1/V2

202305464/1/V3

Bij besluit van 21 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:189
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305464/1/V3

202307261/1/V3

Bij besluit van 8 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 24 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:190
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307261/1/V3

202307452/1/R1 en 202307452/2/R1

Bij besluit van 24 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas [verzoeker] lasten onder dwangsom opgelegd ter hoogte van € 50.000,00 en € 20.000,00 ineens om het op het perceel aan de [locatie] in Lottum met het bestemmingsplan strijdige gebruik voor buitenopslag van materialen te beëindigen en de aangebrachte oppervlakteverharding te verwijderen en beëindigd/verwijderd te houden. [verzoeker] is sinds 2016 eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Lottum. Voor het perceel gelden op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Horst aan de Maas" van 19 december 2017 de bestemmingen "Wonen" en "Agrarisch met waarden". Hij heeft op dit perceel een bedrijf voor kassenbouw en -onderhoud. Tijdens een controle op 3 november 2022 is geconstateerd dat op het perceel sprake is van een buitenopslag van materialen en een oppervlakte is verhard (in de vorm van korrelmix). Bij uitspraak van 7 november 2023 heeft de rechtbank - kort gezegd - geoordeeld dat sprake is van overtredingen, omdat het perceel wordt gebruikt voor buitenopslag buiten het bouwvlak en de verharding is aangebracht zonder de benodigde vergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:183
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307452/1/R1 en 202307452/2/R1

202307595/1/V3 en 202307595/2/V3

Bij besluit van 18 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:281
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307595/1/V3 en 202307595/2/V3

202307730/1/V2

Bij besluiten van 24 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:192
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307730/1/V2

202307748/1/V3 en 202307748/2/V3

Bij besluit van 15 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:195
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307748/1/V3 en 202307748/2/V3

202307802/1/V3

Bij besluit van 18 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 18 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:194
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307802/1/V3

202307872/1/V3

Bij besluit van 5 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 20 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:193
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307872/1/V3

202307903/3/V1

Bij besluit van 12 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:188
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307903/3/V1

202400024/2/V3

Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:187
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400024/2/V3

202400419/1/V2 en 202400419/2/V2

Bij besluiten van 6 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5289
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400419/1/V2 en 202400419/2/V2

BRS.23.000023

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:167
Datum uitspraak
22 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.23.000023

202103008/1/V1

Bij besluit van 18 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:171
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103008/1/V1

202106580/1/V3

Bij besluit van 6 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 17 september 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:173
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106580/1/V3

202107700/1/V2

Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:164
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107700/1/V2

202204780/1/V2

Bij besluit van 22 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:174
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204780/1/V2

202205855/1/V2

Bij besluit van 21 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:175
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205855/1/V2

202306744/2/R4

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Eck en Wiel, [locatie 1], [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4]" vastgesteld. Aan de zuidelijke oever van de Neder-Rijn bij het dorp Eck en Wiel in de gemeente Buren bevindt zich de [camping]. Voorheen was op dit terrein een steenfabriek gevestigd. De camping beschikt over vrije standplaatsen en zogenoemde "lodges". Op het terrein zijn verder een zwembad, kleine aanleghaven en een parkeerterrein voor campingbezoekers aanwezig. De centrale voorzieningen zijn gevestigd in het gebouw van de voormalige steenfabriek. [partij] is de exploitant van de camping en wil deze herinrichten. Het plan maakt dit mogelijk door onder meer te voorzien in maximaal 106 recreatiewoningen. Het plan voorziet in het noordelijke deel, direct aan de rivier, in een kampeerterrein waar maximaal 28 zogenoemde "glampingtenten" zijn toegelaten uitsluitend in de periode tussen 1 april en 31 oktober. Voor de centrale voorzieningen van de camping wordt nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt. De voormalige steenfabriek wordt gesloopt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:170
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202306744/2/R4

202307874/1/V3

Bij besluit van 16 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden. Bij uitspraak van 18 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:176
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307874/1/V3

202307877/1/V3 en 202307877/2/V3

Bij besluiten van 7 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 20 december 2023 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:177
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307877/1/V3 en 202307877/2/V3

202307970/1/V3 en 202307970/2/V3

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:180
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307970/1/V3 en 202307970/2/V3

202400075/2/V2

Bij besluit van 26 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:179
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400075/2/V2

202400187/1/V2 en 202400187/2/V2

Bij besluit van 9 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 15 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:178
Datum uitspraak
19 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400187/1/V2 en 202400187/2/V2

202300708/1/V2

Bij besluit van 26 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:158
Datum uitspraak
18 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300708/1/V2

202301392/1/V3 en 202301397/1/V3

Bij besluiten van 6 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 28 februari 2023 heeft de rechtbank het beroep in zaak nr. NL23.3830 ongegrond verklaard, het beroep in zaak nr. NL23.3829 gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:162
Datum uitspraak
18 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301392/1/V3 en 202301397/1/V3

202303786/1/V3

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:160
Datum uitspraak
18 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303786/1/V3

202304722/2/V3

Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:172
Datum uitspraak
18 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304722/2/V3

202305469/2/R2

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Bulkstraat" vastgesteld. Het bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan "Bulkstraat", dat is vastgesteld op 24 maart 2016. De [verzoeker] en anderen wonen in het plangebied. Zij vinden dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de vaststelling van het bestemmingsplan en gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst, zolang de Afdeling nog niet op het beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:159
Datum uitspraak
18 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305469/2/R2

202307507/1/V3

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:165
Datum uitspraak
18 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307507/1/V3

202307643/2/V2

Bij besluit van 27 december 2022, aangevuld bij besluit van 10 augustus 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, ambtshalve geweigerd de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te nemen en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken te verlaten

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:166
Datum uitspraak
18 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307643/2/V2

202307657/3/V3

Bij besluit van 28 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:163
Datum uitspraak
18 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307657/3/V3

202307739/1/V3

Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:161
Datum uitspraak
18 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307739/1/V3

202400395/2/V1

Bij besluit van 3 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:185
Datum uitspraak
18 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400395/2/V1

202205933/1/V2

Bij besluiten van 20 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:108
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205933/1/V2

202305164/1/V3

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:109
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305164/1/V3

202305168/1/V3

Bij besluit van 29 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:111
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305168/1/V3

202305229/2/R2

Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het bestemmingsplan "Maastrichterweg 249-255" gewijzigd vastgesteld. Op de Maastrichterweg 249 is een hippisch sportcentrum gevestigd. Het bestemmingsplan "Maastrichterweg 249-255" maakt met name de ontwikkeling van een verblijfsaccommodatie mogelijk op de aangrenzende gronden aan de Maastrichterweg 255. De vereniging heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan en gevraagd de voorlopige voorziening te treffen. Zij vreest dat het plan significante effecten zal hebben op omliggende Natura 2000-gebieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:101
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305229/2/R2

202306458/2/R2

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Boxtel het bestemmingsplan "Achter den Eijngel 2022" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 87 woningen mogelijk. Bij besluit van 5 september 2023 heeft het college een omgevingsvergunning voor de bouw van 65 woningen verleend. Het Groene Hart maakt zich zorgen over het behoud van de aanwezige natuur en de cultuurhistorische waarde van het gebied. Daarom heeft zij beroep ingesteld tegen de vaststelling van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning en gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst, zolang de Afdeling nog niet op het beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:102
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306458/2/R2

202306576/1/V3

Bij besluit van 27 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:110
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306576/1/V3

202307347/1/V3 en 202307347/2/V3

Bij besluit van 27 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:105
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307347/1/V3 en 202307347/2/V3

202307591/1/V3

Bij besluit van 21 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:107
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307591/1/V3

202307893/2/A2

Bij beslissing van 30 augustus 2023 heeft de decaan van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen aan [verzoekster] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Civiele Techniek. Bij beslissing van 24 november 2023 heeft het college het door [verzoekster] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [verzoekster] beroep bij de Afdeling ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:294
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202307893/2/A2

202400300/2/V1

Bij besluit van 20 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:106
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400300/2/V1

201906618/1/A3

Bij besluit van 18 januari 2016 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het handhavingsverzoek van Vrijbit afgewezen. Bij besluit van 16 december 2021 heeft de AP het bezwaar van Vrijbit gegrond verklaard voor zover het gaat om de verwerking van gegevens door de minister van VWS voor de risicovereveningsbijdrage en aan de minister handhavende maatregelen opgelegd. De rechtbank vindt dat de AP opnieuw moet kijken naar de verwerking van de persoonsgegevens door de minister. Dat heeft de AP na de uitspraak van de rechtbank gedaan. Naar aanleiding daarvan heeft de AP een maatregel opgelegd aan de minister. In deze zaak gaat het om gegevens uit het zogenoemde Diagnose Informatiesysteem. Het DIS is een databank waarin de gegevens staan die zorgaanbieders verzamelen in hun zogenoemde minimale dataset. De zorgaanbieders sturen de MDS gepseudonimiseerd naar de stichting ZorgTTP. Deze stichting pseudonimiseert de gegevens nog een keer. Daarmee ontstaat een uniek nummer waarmee gegevens over zorggebruik kunnen worden gekoppeld aan één patiënt. Die gegevens levert de stichting ZorgTTP daarna aan de NZa.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:149
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201906618/1/A3

201908317/3/R1

Bij tussenuitspraak van 6 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:7, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending daarvan de gebreken in het besluit van 9 oktober 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oud Valkeveen e.o. 2019" te herstellen. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het speelpark Oud Valkeveen. Dat wordt aan de zuidzijde begrensd door de Oud Huizerweg/Meentweg en aan de noordzijde begrensd door het Gooimeer. Het speelpark ligt op korte afstand van het Natura 2000-gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever en het gebied Gooise Noordflank dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland. Het plan maakt de voortzetting en uitbreiding van het speelpark mogelijk. Het speelpark heeft onder meer een buiten- en binnenspeeltuin, een strand, horecavoorzieningen en een theater. Verspreid over het park bevinden zich een aantal gebouwen en ongeveer 40 speel- en attractietoestellen. Aan de zuid- en zuidoostzijde van het park bevindt zich een parkeerterrein met ongeveer 500 parkeerplaatsen. Vanwege parkeerproblemen is in 2018 een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van een weiland aan de westzijde van het park.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:146
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201908317/3/R1

202002087/1/A2

Bij besluit van 9 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [wederpartij] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Nijmegen in zes onzelfstandige woonruimten, te bewonen door zes personen. [wederpartij] is eigenaar van de woonruimte aan de[locatie[ in Nijmegen. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het omzetten van deze zelfstandige woonruimte in zes onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door zes personen. Het college heeft de aanvraag geweigerd omdat niet wordt voldaan aan de in artikel 3 van de Beleidsregels omzetting en onttrekking van zelfstandige woonruimte Nijmegen 2018 B neergelegde leefbaarheidstoets. Bij besluit van 10 september 2019 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en de weigering in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:115
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202002087/1/A2

202003123/2/R4

Bij uitspraak van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2077, heeft de Afdeling heeft de Staat der Nederlanden het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak omtrent de gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. [verzoeker] heeft de Afdeling in een nader stuk in zaak nr. 202003123/1/R4 verzocht om een schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:150
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202003123/2/R4

202003129/2/V2

Bij verwijzingsuitspraak van 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:505, heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de gestelde vragen over de uitleg van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Kwalificatierichtlijn. De Afdeling heeft daarbij de behandeling van de hoger beroepen geschorst tot het Hof uitspraak zal hebben gedaan en iedere verdere behandeling aangehouden. De vreemdeling komt uit Soedan en is op 21 januari 2012 in Nederland aangekomen. Zij heeft aan haar vierde asielaanvraag onder meer ten grondslag gelegd dat zij niet kan terugkeren naar Soedan, omdat zij door haar in Nederland ontplooide activiteiten bij terugkeer naar Soedan door de Soedanese autoriteiten zal worden vervolgd om haar politieke overtuiging. De vreemdeling wenst haar politieke overtuiging bij terugkeer naar Soedan te uiten. Zij verricht in Nederland activiteiten voor de Umma Partij, een Soedanese politieke partij die geïntegreerd was in de 'forces of freedom and change'-alliantie en de Soedanese revolutie in 2019 coördineerde, en voor de Darfur Vereniging Nederland (DVN), een organisatie die zich inzet voor de regio Darfur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:63
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003129/2/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202003129/2/V2

202004875/3/V2

Bij verwijzingsuitspraak van 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:505, heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de gestelde vragen over de uitleg van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Kwalificatierichtlijn. De Afdeling heeft daarbij de behandeling van het hoger beroep geschorst tot het Hof uitspraak zal hebben gedaan en iedere verdere behandeling aangehouden. De vreemdeling komt uit Soedan en is op 20 juli 2011 in Nederland aangekomen. Hij is pas na afwijzing van zijn eerste asielaanvraag politiek actief geworden in Nederland en heeft voor zijn vertrek uit Soedan geen politieke activiteiten verricht. Hij is niet wegens een politieke overtuiging uit Soedan vertrokken. Voor zover de vreemdeling aan zijn eerste asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd dat hij voor zijn vertrek uit Soedan werd verdacht van vermeende betrokkenheid bij een Soedanese oppositiepartij en daarom is gearresteerd, gedetineerd en gemarteld, heeft de rechtbank in de eerste asielprocedure geoordeeld dat de staatssecretaris dit niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:138
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202004875/3/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202004875/3/V2

202105040/4/A3

Bij tussenuitspraak van 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2533 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de minister opgedragen om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin onder overwegingen 9.1 en 10.1 omschreven gebreken in het besluit van 6 januari 2022 te herstellen. Het gaat in deze uitspraak over een verzoek van de Stichting om openbaarmaking van documenten. Voor een weergave van de relevante feiten en het relevante juridische kader verwijst de Afdeling naar de tussenuitspraak van 31 augustus 2022. Deze einduitspraak sluit aan op de tussenuitspraak. De Stichting heeft de Afdeling verzocht om terug te komen van de tussenuitspraak. Zij voert aan dat, anders dan in de tussenuitspraak is overwogen, zij wel concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die aannemelijk maken dat er documenten zijn waarin alleen voor Lelystad Airport een berekening is gemaakt van de ontwikkelingsruimte. De Stichting verwijst daartoe naar de aanvullende gronden van het hoger beroep in haar brief van 31 augustus 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:135
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105040/4/A3

202105065/1/A3

Bij besluit van 24 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft het college op 20 juli 2018 op grond van de Wob verzocht om documenten met betrekking tot een eventuele radicalisering van [appellant] openbaar te maken. Het college heeft in zijn besluit van 24 januari 2019 te kennen gegeven dat één e-mail met betrekking tot eventuele radicalisering van [appellant] is aangetroffen en dat het college de openbaarmaking van deze e-mail gelet op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob weigert. De e-mail kan volgens het college niet zodanig geanonimiseerd worden dat de daarin opgenomen gegevens niet te herleiden zouden zijn tot individuele personen. Openbaarmaking van deze e-mail zou inbreuk kunnen maken op de persoonlijke levenssfeer en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer weegt zwaarder dan het belang van de openbaarheid van overheidsinformatie. Het college heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar bij besluit van 9 juli 2019 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:143
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105065/1/A3

202200200/1/A3

Bij besluit van 20 februari 2020 heeft het college het verzoek van [appellant] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (hierna: brp) afgewezen. [appellant] staat sinds 2008 in de brp ingeschreven onder de geslachtsnaam [appellant], [voornaam A], [geboortedatum ] 1960 en geboorteplaats Dongyang in China. Hij heeft op 18 juni 2019 het college verzocht zijn voornaam te wijzigen in [voornaam B], de geboortedatum te wijzigen naar [geboortedatum] 1958, en de geboorteplaats te wijzigen naar Wenzhou in China. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen notarieel certificaat als bedoeld onder 1 van de ‘Circulaire legalisatie en verificatie buitenlandse bewijsstukken’ heeft overgelegd, omdat de aangeleverde notariële verklaring over de verwantschap met nummer 2384 geen geboorteplaats bevat. [appellant] heeft daarmee niet voldaan aan de vereisten die gelden voor een uittreksel van een geboorteakte uit China. De overgelegde gewaarmerkte kopieën van een hukou en PSB-verklaringen zijn daarvoor onvoldoende volgens de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:121
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202200200/1/A3

202200381/1/R3

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de raad van de gemeente Hengelo het bestemmingsplan "Broek, Noordrand" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van woningen mogelijk in de noordrand van de wijk Broek in Hengelo. Ter hoogte van de Waterjuffer voorziet het plan in een strook tussen de Bijenkorf en de Duizendpoot met de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied". Deze strook dient als een tweede ontsluitingsweg voor de woningen aan de Bijenkorf waar gemotoriseerd verkeer mag rijden. Het ontwerpplan voorzag niet in deze ontsluitingsweg, maar enkel in een fiets/voetpad ter plaatse van de strook. Naar aanleiding van zienswijzen van bewoners van de Bijenkorf, heeft de raad besloten om alsnog de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" aan de strook toe te kennen. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie], tegenover de aansluiting van de beoogde ontsluitingsweg. Hij is het niet eens met de wijziging van de raad naar aanleiding van de zienswijzen van de bewoners van de Bijenkorf. Hij verzet zich nadrukkelijk niet tegen het daar eerder geplande fiets-/voetpad, maar tegen de toegang van gemotoriseerd verkeer op de strook.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:144
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202200381/1/R3

202200612/1/A3

VVT heeft op 3 juli 2020 bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Op 3 juli 2020 heeft VVT bij de minister een verzoek ingediend op grond van de Wob. Het verzoek ziet, kort gezegd, op informatie over asbestsanering op hoogte. De minister heeft op 27 juli 2020 de beslistermijn verdaagd tot 31 augustus 2020. Vanwege het uitblijven van een beslissing heeft VVT op 18 september 2020 een ingebrekestelling gestuurd. In december 2020 heeft de Wob-coördinator van het ministerie aan VVT bevestigd dat een planning was gemaakt en dat naar verwachting eind januari 2021 een eerste besluit zou worden genomen. Op 25 januari 2021 heeft de minister die beslistermijn verlengd tot 8 februari 2021. Op 19 februari 2021 heeft de minister meegedeeld dat het eerste deelbesluit op dat moment in concept gereed was, maar dat nog enige input nodig was van de beleidsdirectie. Op 18 juni 2021 heeft VVT bij de rechtbank beroep ingesteld tegen de minister wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep is op 8 november 2021 op zitting behandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:136
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202200612/1/A3
vorige pagina1...121122123...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon