Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.893
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202305210/1/R3

Bij besluit van 3 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het bouwen van een woning naast [locatie] te De Westereen. [appellant] woont tegenover het perceel en is het niet eens met de procedure die heeft geleid tot het toekennen van een woonbestemming. De hoger beroepsgronden van [appellant] richten zich hoofdzakelijk tegen het bestemmingsplan ‘Herziening bestemmingsplan Bûtengebiet Dantumadiel' dat in 2014 is vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5397
Datum uitspraak
24 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305210/1/R3

202305370/1/A2

Bij besluit van 15 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] een boete opgelegd voor het in gebruik geven van een woning zonder vereiste Huisvestingsvergunning. [appellant] is eigenaar van een woning aan de [locatie] te Den Haag. Het aantal huurpunten voor de woning is 124 en de kale huur bedraagt € 750,00 per maand. Dit betekent dat huurders een huisvestingsvergunning nodig hebben om de woning te mogen huren. Op 29 september 2021 heeft de Haagse Pandbrigade vastgesteld dat [appellant] de woning verhuurde zonder die vereiste vergunning. Als eigenaar van de woning heeft zij het huurcontract getekend en de sleutel aan de huurder overhandigd. De huurders stonden sinds 1 mei 2021 op het adres van de woning ingeschreven in de Basis Registratie Personen en een aanvraag voor een vergunning is niet ingediend. [appellant] voert aan dat de overtreding in onvoldoende mate is komen vast te staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5420
Datum uitspraak
24 december 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305370/1/A2

202305504/1/A2

Bij besluit van 7 april 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag van [appellant] om toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen. Bij besluit van 5 november 2021 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers een voornemen uitgebracht tot het opleggen aan [appellant] van een vordering tot terugbetaling van een deel van de kosten van de opvang. Hiertegen heeft [appellant] een zienswijze ingediend. Op 2 december 2021 heeft hij een toevoeging aangevraagd voor rechtsbijstand voor het indienen van de zienswijze. De raad heeft deze aanvraag afgewezen, omdat voor het indienen van een zienswijze tegen een voornemen van het COa de bijstand van een advocaat in dit geval niet noodzakelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5368
Datum uitspraak
24 december 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305504/1/A2

202305562/1/V6

Bij besluit van 24 augustus 2020 heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een aanvraag van [appellante] om toelating tot de regeling in het kader van het internationale handelsverkeer, afgewezen. [appellante] is een tuin- en akkerbouwbedrijf, gespecialiseerd in vollegrondsgroenten. Zij heeft een overeenkomst met een Pools uitzendbureau, waarbij het uitzendbureau arbeidskrachten levert om diverse seizoensgebonden werkzaamheden voor [appellante] te verrichten. Bij dit Poolse uitzendbureau werken ook vreemdelingen van buiten de Europese Unie (derdelanders). [appellante] heeft op 8 juli 2020 een aanvraag ingediend om toegelaten te worden tot de regeling in het kader van het internationale handelsverkeer . De regeling stond in het toenmalige artikel 1k van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen. De regeling houdt in dat bedrijven een traject in het kader van het internationale handelsverkeer aanmelden bij het UWV. Als het UWV het traject goedkeurt, kan het bedrijf buitenlandse arbeidskrachten tijdelijk naar Nederland laten komen om binnen dit traject werkzaamheden te verrichten. Voor deze werkzaamheden zijn dan geen tewerkstellingsvergunningen nodig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5389
Datum uitspraak
24 december 2024
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202305562/1/V6

202305586/1/V6

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde het persoonlijk plan inburgering en participatie van [appellante] vastgesteld en bepaald dat zij de B1-leerroute gaat volgen. Bij besluit van 23 mei 2022 heeft het college het PIP opnieuw vastgesteld en bepaald dat [appellante] de zelfredzaamheidsroute gaat volgen. Deze zaak gaat over de Wet inburgering 2021. Uit deze wet volgt dat het college de taak heeft een inburgeringsplichtige op te roepen voor afname van een brede intake. Op basis van die brede intake stelt het college vast welke leerroute de inburgeringsplichtige moet volgen. Er zijn drie mogelijke leerroutes: de B1-route, de onderwijsroute en de Z-route. De B1-route heeft als doel dat de inburgeringsplichtige binnen drie jaar de Nederlandse taal beheerst op B1-niveau. De onderwijsroute heeft als doel dat een inburgeringsplichtige die tijdens de brede intake te kennen geeft een opleiding in het beroeps- of hoger onderwijs te willen volgen, een taalschakeltraject volgt als het college meent dat er een grote kans bestaat dat die persoon na het volgen van dat traject in staat is in dat onderwijs een diploma te behalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5413
Datum uitspraak
24 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305586/1/V6

202305673/1/A2

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand aanvragen van [appellant A] om vergoeding voor aan [appellant B] verleende rechtsbijstand, afgewezen. [appellant A] heeft als advocaat twee aanvragen ingediend voor vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt voor aan [appellant B] verleende rechtsbijstand in twee zaken met toevoegingen onder nrs. 2FG1149 en 2FG1150. De raad heeft deze aanvragen gelet op artikel 12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de rechtsbijstand en artikel 3, aanhef en onder b, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria afgewezen, omdat uit de aanvragen niet blijkt van voldoende reden voor rechtsbijstand. Bij besluit van 1 mei 2016 heeft de raad aan [appellant A] een toevoeging onder nummer 2FG1149 verleend voor rechtsbijstand aan [appellant B] voor de behandeling van een beroepsprocedure asiel. Vervolgens heeft de raad bij een tweede besluit van 1 mei 2016 aan [appellant A] een toevoeging onder nummer 2FG1150 verleend voor rechtsbijstand voor de behandeling van een samenhangende voorlopige voorziening voor dezelfde cliënt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5377
Datum uitspraak
24 december 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305673/1/A2

202305708/1/A2

Bij besluiten van 22 februari 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvragen van [appellant] om toevoeging voor rechtsbijstand voor het indienen van beroep en voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, afgewezen. De gemachtigde van [appellant] heeft namens hem twee aanvragen ingediend voor vergoeding van te verlenen rechtsbijstand voor het indienen van beroep en voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening in het kader van het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag van [appellant]. De raad heeft beide aanvragen afgewezen, omdat de gemachtigde in de aanvragen heeft vermeld dat [appellant] met onbekende bestemming is vertrokken. Gelet op artikel 12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de rechtsbijstand, gelezen in samenhang met artikel 3, aanhef en onder b, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria blijkt uit de aanvragen daarom niet dat er voldoende reden is voor rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5372
Datum uitspraak
24 december 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305708/1/A2

202306101/1/A2

Bij besluit van 22 maart 2023 heeft het Participatiefonds het verlagingsverzoek voor de eigen bijdrage van ASKO Scholen in de werkloosheidsuitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [medewerker] afgewezen. [medewerker] is op 11 april 2022 in dienst gekomen bij de Amsterdamse Stichting voor Katholiek, Protestants-christelijk en Interconfessioneel Onderwijs met een tijdelijke aanstelling in de functie van onderwijsassistent. Na één maand en één dag heeft hij zich ziekgemeld vanwege pijn in zijn rug. De Arboarts heeft hem vervolgens afgekeurd voor zijn werkzaamheden. ASKO Scholen heeft [medewerker] per brief van 12 juli 2022 meegedeeld dat zijn tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet. In deze brief heeft ASKO Scholen [medewerker] daarbij een budget ter hoogte van € 625,00 aangeboden waarmee hij een van werk-naar-werk traject kan volgen. [medewerker] heeft geen gebruik gemaakt van dit aanbod. Volgens ASKO Scholen heeft [medewerker] mede hierom niets gedaan om een nieuwe functie in de organisatie te vinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5436
Datum uitspraak
24 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202306101/1/A2

202306383/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van De Besognekamer om het adres [locatie1] te Den Haag voor een periode van 10 jaar aan de bestemming tot (permanente) bewoning te onttrekken afgewezen. De Besognekamer is eigenaar van de panden aan het Buitenhof [locatie 3], [locatie1] en [locatie 2] in Den Haag, die zich bevinden in hetzelfde gebouw. De Besognekamer is in het verleden opgericht als herensociëteit. Tegenwoordig is De Besognekamer een bridgesociëteit, met ook een bibliotheek, een bar en een biljart. De sociëteitsruimte is gevestigd op de eerste verdieping van het gebouw, en heeft het adres Buitenhof 21. [locatie1] betreft een ruimte op de tweede verdieping en de zolderverdieping van het gebouw. [locatie 2] bevindt zich ook op de tweede verdieping van het gebouw; deze ruimte wordt op dit moment verhuurd aan een bouwbedrijf. Buitenhof [locatie 3] en [locatie1] zijn toegankelijk via dezelfde ingang. [locatie 2] heeft een eigen ingang, aan de Hofweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5402
Datum uitspraak
24 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306383/1/A2

202306605/1/A2

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn de aanvraag van [appellanten] voor het plaatsen van een elektrische laadpaal nabij hun woning afgewezen. [appellanten] heeft op 12 augustus 2022 verzocht om een laadpaal te plaatsen op de locatie [locatie 1], tegenover zijn woning aan de [locatie 2]. De locatie [locatie 1] is in het "Verkeersbesluit tot aanwijzing van parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen in Risdam Noord" van 29 november 2021 (het aanwijzingsbesluit) aangewezen als potentiële locatie voor een laadpaalparkeerplaats. Het college heeft het verzoek evenwel afgewezen omdat er op de Klokketuin al een laadpaal aanwezig is en die locatie is gelegen binnen een straal van 250 meter van de woning van [appellanten]. Het college heeft er daarbij op gewezen dat de oplaadcapaciteit van de laadpaal aan de Klokketuin in september 2022 voor 16% werd benut. Pas als het gebruik van deze laadpaal boven de 50% is gestegen zal het college gelet op het gevoerde beleid overgaan tot het plaatsen van een extra laadpaal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5401
Datum uitspraak
24 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306605/1/A2
vorige pagina1...1.0251.0261.027...12.690volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon