Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.312
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202502685/1/A2

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam een aanvraag van De Zeebries om een exploitatievergunning en een alcoholwetvergunning (tezamen: de exploitatievergunning) voor een horeca-inrichting op het strandperceel Zeekant 111 in Hoek van Holland, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3661
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202502685/1/A2

202503346/1/A2

Bij aparte besluiten van 14 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen een aanvraag van [appellante] om compensatie over de jaren 2011 tot en met 2014 afgewezen. Aan de besluiten van 14 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen ten grondslag gelegd dat uit de herbeoordeling is gebleken dat bij de beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2011 tot en met 2014 geen fouten zijn gemaakt. Volgens de Dienst Toeslagen is bij de besluitvorming over de kinderopvangtoeslag over die jaren in dit geval geen sprake geweest van institutionele vooringenomenheid en ook niet van hardheid bij de toepassing van het toenmalige wettelijke systeem. In het besluit van 9 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen daaraan toegevoegd dat de omstandigheid dat het toetsingsinkomen van [appellante] na haar telefoongesprek van 28 juli 2011 met de Dienst Toeslagen per abuis is vastgesteld op € 2.357,00 geen blijk geeft van institutioneel vooringenomen handelen en/of hardheid in de toepassing van het stelsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3654
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503346/1/A2

202503409/1/R4

Eerste uitspraak over BOPA en strijd met instructieregel. De zaak gaat over over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen om een omgevingsvergunning te verlenen voor het vergroten van een paardenkraamhotel in Wilnis. Het bouwplan is in strijd is met instructieregels uit de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het college de vergunningaanvraag voor deze buitenplanse omgevingsactiviteit terecht heeft geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3406
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503409/1/R4

202503768/1/A3

Bij besluit van 12 maart 2024 heeft de burgemeester van Raalte een machtiging afgegeven voor het binnentreden van het pand van [appellanten] aan de [locatie] in Raalte (de machtiging). Bij besluit van 29 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte [appellanten] meegedeeld dat op 12 maart 2024 spoedeisende bestuursdwang is toegepast zonder eerst een last op te leggen (het bestuursdwangbesluit). [appellanten] is eigenaar van de bedrijfshal aan de [locatie] in Raalte (het pand), waarin schoonmaakbedrijf [appellanten] is gevestigd. De gemeente Raalte heeft drie meldingen ontvangen, waaruit volgt dat in het pand illegaal arbeidsmigranten worden gehuisvest en dat zich daar ook brandgevaarlijke situaties voordoen. De toezichthouder van de gemeente heeft zijn bevindingen op 28 maart 2024 vastgelegd in een controlerapport. In het controlerapport staat dat er ruimtes in het pand zijn ingericht om in te slapen en dat daarvan gebruik wordt gemaakt. Volgens de toezichthouder is dat in strijd met het geldende omgevingsplan. Ook staat in het controlerapport dat er een direct gevaar was voor de gezondheid en veiligheid van degenen die gebruik maakten van de slaapruimtes in het pand. Er is namelijk geen ventilatie met de buitenlucht, er zijn geen rookmelders en veel elektrische verwarmingen zijn werkend aangetroffen waarvan een aantal erg brandgevaarlijk stonden opgesteld, terwijl er een schoonmaakbedrijf is gevestigd. De toezichthouder heeft op 12 maart 2024 vijf kamers in het pand afgesloten en verzegeld. Met het besluit van 29 maart 2024 heeft het college dit onmiddellijk toepassen van bestuursdwang aan [appellanten] meegedeeld. Met het besluit van 3 juli 2024 hebben de burgemeester en het college het hiertegen gemaakte bezwaar van [appellanten] niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellanten] volgens hen geen procesbelang heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3680
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503768/1/A3

202504161/1/R3

Eerste uitspraak over de BOPA. De zaak gaat over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht om een omgevingsvergunning te verlenen voor een B&B. Het bouwplan is in strijd met het omgevingsplan van de gemeente. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college de vergunning voor deze buitenplanse omgevingsactiviteit terecht heeft geweigerd. In overweging 7 van de uitspraak staat dat het college over de bevoegdheid beschikt (...) "om op grondslag van een aanvraag een omgevingsvergunning te verlenen voor een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan en die niet met toepassing van de beoordelingsregels van het omgevingsplan kan worden verleend. Het college kan de omgevingsvergunning, gelet op artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl, alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij de beoordeling van de aanvraag weegt het college de betrokken belangen af. De Afdeling oordeelt niet zelf of met het besluit over de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of dat besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan, binnen het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3652
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202504161/1/R3

202504211/1/A2

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellante] om private schulden over te nemen afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Het geschil beperkt zich tot haar verzoek aan de minister om overname van een schuld van 51.000,00 Antilliaanse gulden (ANG) aan [guesthouse] (de schuld). De schuld bestaat uit achterstallige huur over de periode van januari 2017 tot en met juli 2019 van in totaal 42.729,47 ANG en een contractuele boete van in totaal 8.270,53 ANG. De minister heeft geweigerd de schuld over te nemen, onder meer omdat op basis van de door [appellante] ingediende stukken niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een rechtsgeldige schuld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3660
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504211/1/A2

202504365/1/A2

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming aan [appellante] een boete van in totaal € 10.500,00 opgelegd wegens drie overtredingen van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheidhet door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 19 december 2023 herroepen en aan [appellante] een boete opgelegd van € 2.000,00 vanwege het viermaal overtreden van artikel 9, eerste lid, van de Wpbr. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister terecht aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 2.000,00 heeft opgelegd, omdat vier beveiligers op de kermis in Laren tijdens het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden geen goedgekeurd uniform hebben gedragen. Op 7 juli 2023 heeft het Team Korpscheftaken Midden-Nederland een controle uitgevoerd op de kermis en daar geconstateerd dat de vier beveiligers van [beveiligingsorganisatie] die beveiligingswerkzaamheden uitvoerden, geen goedgekeurd uniform droegen. De aanwezige beveiligers droegen een zwarte broek en een zwart T-shirt met aan de voorkant een V-teken en op de achterkant stond "Security". De naam van de beveiligingsorganisatie ontbrak op het uniform.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3678
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202504365/1/A2

202504432/1/A2

Bij besluit van 3 december 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] voor mijnbouwschade aan zijn woning een vergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. [appellant] is sinds 2009 eigenaar van de vrijstaande woning aan de [locatie] in Winschoten. Op 14 mei 2020 heeft [appellant] een vergoeding voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning aangevraagd. Na het in opdracht van het Instituut uitgebrachte (herziene) advies van 3 november 2021, opgesteld door deskundige K. Borger van NIVRE Calamiteiten & Projecten (NIVRE), heeft het Instituut bij besluit van 3 december 2021 een schadevergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. Het Instituut heeft op 4 januari 2023 het bezwaar onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 28 september 2022 ongegrond verklaard. [appellant] betoogt onder verwijzing naar het tegenadvies van Vergnes Expertise BV van 11 februari 2025 dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het Instituut het bewijsvermoeden voor de schades 18 tot en met 30 en 32 tot en met 36 heeft weerlegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3684
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504432/1/A2

202504743/1/R4

Bij besluit van 9 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem zijn beslissing om op 22 januari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Kaag en Braassem aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee huisvuilzakken met PMD-afval die op woensdag 22 januari 2025, een dag na de inzameldag, zijn aangetroffen bij een lantaarnpaal ter hoogte van de [locatie 1] in Roelofarendsveen. Een van de huisvuilzakken hing aan de kroonring van de lantaarnpaal. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzakken verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin twee plastic verpakkingen met daarop een adreslabel met haar naam en adres zijn aangetroffen. [appellante] betoogt dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid. Zij voert aan dat in het besluit van 27 mei 2025 staat dat de huisvuilzakken zijn aangetroffen bij de [locatie 2] in Nieuw Wetering op 23 januari 2025, terwijl uit het rapport van de toezichthouder blijkt dat het afval is aangetroffen op de [locatie 1] in Roelofarendsveen op 22 januari 2025. Hierdoor is het volgens [appellante] onduidelijk over welk feitelijk voorval door het college wordt geoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3676
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504743/1/R4

202504779/1/A2

De Nederlandsche Bank (DNB) mocht een verzoek afwijzen om beschadigde eurobankbiljetten te vergoeden. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak had DNB voldoende redenen om te vermoeden dat de bankbiljetten moedwillig zijn beschadigd. De man heeft er bewust voor gekozen om deze bankbiljetten aan te schaffen, terwijl hij wist dat deze zwaar beschadigd waren, en dat hij deze biljetten heeft gekocht voor 70% van de nominale waarde, omdat hij dacht daar geld mee te kunnen verdienen. Hierin heeft DNB volgens de Afdeling bestuursrechtspraak terecht aanleiding gezien om aan te nemen dat de man niet te goeder trouw is. DNB heeft daarom de waarde van de beschadigde bankbiljetten niet hoeven te vergoeden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3650
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504779/1/A2
vorige pagina1...252627...12.532volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon