Uitspraak 202503409/1/R4
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 31 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het vergroten van een paardenkraamhotel op [het perceel] in Wilnis (het perceel). Bij besluit van 4 november 2022 heeft het college aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een nieuwe schuur op het perceel die in gebruik wordt genomen als paardenkraamhotel. Op 31 januari 2024 is namens het college een controle uitgevoerd op het perceel. Er is toen geconstateerd dat er niet werd gebouwd volgens de bij besluit van 4 november 2022 verleende omgevingsvergunning. De lengte van de schuur bedroeg 20 m in plaats van de vergunde 16 m. [appellante] heeft vervolgens op 26 februari 2024 een omgevingsvergunning aangevraagd die betrekking heeft op het legaliseren van de uitbreiding van de schuur voor gebruik als paardenkraamhotel. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel heeft gehandeld, door in bezwaar nieuwe weigeringsgronden aan het besluit toe te voegen. Het gaat om de gronden dat sprake zou zijn van strijd met provinciale regels en dat het paardenkraamhotel geen volwaardig agrarisch bedrijf is.
- Hoger beroep
- Bouwen
Toon inhoud
Uitbreiden van paardenkraamhotel in Wilnis
Uitspraak over het besluit van het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen om geen omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van een paardenkraamhotel in Wilnis. In 2022 heeft het college van B&W aan de eigenaar een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een nieuwe schuur die in gebruik wordt genomen als paardenkraamhotel. In januari 2024 heeft de gemeente een controle uitgevoerd op het perceel en constateerde zij dat er niet werd gebouwd volgens de omgevingsvergunning. De lengte van de schuur was twintig meter in plaats van de zestien meter die volgens de vergunning was toegestaan. De eigenaar vroeg vervolgens bij de gemeente een omgevingsvergunning aan om de uitbreiding te legaliseren, maar het college van B&W weigerde de vergunning, omdat het bestemmingsplan deze uitbreiding niet toestaat. De eigenaar is het hier niet mee eens. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 3 maart 2026 op zitting behandeld.