Uitspraak 202504779/1/A2
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 25 juli 2024 heeft De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) een aanvraag van [appellant] om vergoeding van de waarde (€ 4.700) van beschadigde bankbiljetten afgewezen en de biljetten ingehouden. Op 7 september 2022 heeft [appellant] DNB verzocht om een vergoeding voor 43 beschadigde eurobankbiljetten met een waarde van € 100 en twee beschadigde eurobankbiljetten met een waarde van € 200 (in totaal € 4.700). DNB had deze bankbiljetten eind 2020 ontvangen van de politie. [appellant] heeft bij het verzoek vermeld dat de eurobankbiljetten uit een zakelijke transactie afkomstig zijn. Daarbij zou de verkoper niet hebben toegelicht hoe de bankbiljetten beschadigd zijn geraakt, maar hem wel hebben verzekerd dat de herkomst niet crimineel is. DNB heeft daarop verzocht om een factuur van de zakelijke transactie. [appellant] heeft geen factuur overgelegd. Wel heeft hij verklaard de bankbiljetten te hebben gekocht voor 70% van de nominale waarde van [persoon] met de gedachte om hier geld mee te verdienen. Het Nationaal Analyse Centrum (NAC) van DNB heeft onderzoek gedaan naar de beschadigde bankbiljetten. Uit het onderzoek is gebleken dat de biljetten afkomstig zijn uit een grote partij bankbiljetten die zijn ontvreemd uit een kluis van een vestiging van de Centrale Bank van Libië in Benghazi.
- Hoger beroep
- Geld
Toon inhoud
Afwijzing van DNB van verzoek om beschadigde eurobankbiljetten te vergoeden
Uitspraak over de afwijzing van De Nederlandsche Bank van een verzoek om beschadigde eurobankbiljetten te vergoeden. Een man heeft DNB verzocht om een vergoeding voor 43 beschadigde eurobankbiljetten met een waarde van € 100 en twee beschadigde eurobankbiljetten met een waarde van € 200 (in totaal € 4.700). De man gaf aan dat de eurobankbiljetten uit een zakelijke transactie afkomstig waren. De verkoper zou hem wel hebben gegarandeerd dat ze niet van criminele afkomst waren. Het Nationaal Analyse Centrum (NAC) van DNB heeft onderzoek gedaan naar de beschadigde bankbiljetten en geconstateerd dat de biljetten afkomstig zijn uit een grote partij bankbiljetten die zijn ontvreemd uit een kluis van een vestiging van de Centrale Bank van Libië in Benghazi. DNB is bekend met het feit dat deze biljetten zijn bevuild met rioolwater en dat daarna is geprobeerd deze chemisch te reinigen. De biljetten die de man voor vergoeding heeft aangeboden, hebben identieke beschadigingen als de beschadigde bankbiljetten uit de Centrale Bank van Libië en zijn ook aan de serienummers te herkennen, aldus DNB. Omdat de herkomst van de biljetten niet bekend is en de biljetten al in zeer beschadigde vorm bewust zijn aangekocht, vindt DNB dat de man niet te goeder trouw heeft gehandeld. DNB heeft daarom zijn verzoek om vervanging van de waarde van de bankbiljetten afgewezen en de ingeleverde eurobankbiljetten ingehouden. De man is het daar niet mee eens. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 9 juni 2026 op zitting behandeld.