Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.011
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202501883/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 19 augustus 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden het handhavingsverzoek van [appellant] afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Schelluinen. Zijn woning grenst aan het perceel van de maatschap en de toegangsweg naar dat perceel. De maatschap exploiteert op het perceel [locatie 2] een veehouderij. [appellant] ervaart overlast van jongeren die privéfeesten houden in de ruimte boven de veestal van de maatschap (de bedrijfskantine). Hij woont op een afstand van 45 meter van deze veestal. Op 1 juli 2020 heeft hij bij het college een verzoek om handhaving ingediend, waarbij hij het college mede heeft verzocht om maatwerkvoorschriften aan de maatschap op te leggen. Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat tijdens de controles op vrijdag 7 en zaterdag 15 augustus 2020 geen overtredingen zijn geconstateerd. In het besluit van 31 augustus 2021 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft dit besluit rechtmatig geacht.

Datum uitspraak
19 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202502818/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 19 augustus 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 2 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellanten] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellanten] hebben twee kinderen, [kind A] (geboren op [geboortedatum] 2017) en [kind B] (geboren op [geboortedatum] 2020). Beide kinderen hebben een ernstige vorm van een erfelijke botziekte, hereditaire multipele exostosen/multipele osteochondromen (HME/MO). Bij deze aandoening ontstaat vaak pijn door druk van goedaardige bottumoren op spieren, pezen en zenuwen. Daardoor moeten zij regelmatig geopereerd worden. Na een operatie zijn zij voor hun revalidatie tijdelijk afhankelijk van een rolstoel. [kind A] heeft een gehandicaptenparkeerkaart, omdat hij niet meer dan 100 meter kan lopen. Daarnaast heeft [kind A] autisme en gedragsproblemen. [kind A] zit op het speciaal onderwijs. [kind B] zit op het speciaal basisonderwijs. [appellanten] wonen met hun kinderen in een tweekamerwoning van 61 m2 op de derde verdieping. [appellanten] hebben op 23 februari 2023 een urgentieverklaring aangevraagd. In de aanvraag hebben zij toegelicht dat zij in hun gezin ernstige medische en psychische problemen hebben. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellanten] schulden hebben die niet zijn geregeld. Zij hebben een schuld van in totaal € 44.000,00. Ook hebben [appellanten] volgens het college een gezin gesticht zonder hiervoor passende woonruimte te hebben. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag mocht afwijzen.

Datum uitspraak
19 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

202502853/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 19 augustus 10:15 uur gepubliceerd)

Hollands Venetië exploiteert een rondvaarboten- en verhuurbotenbedrijf in Giethoorn. Per 1 januari 2021 geldt de nieuwe Vaarverordening Steenwijkerland 2021. Deze bevat een verbod om rondvaartboten aan te drijven met een verbrandingsmotor. Op grond van de vaarverordening kon het college een ontheffing van dit verbod verlenen als deze werd aangevraagd voor 1 januari 2022 en als voldaan werd aan de andere voorwaarden in het ontheffingenbeleid elektrisch varen Steenwijkerland (het ontheffingenbeleid). Hollands Venetië heeft op 10 juli 2023 een ontheffing gevraagd voor haar twee VIP-sloepen die nog varen met een verbrandingsmotor. Deze worden, omdat ze een schipper hebben, geschaard onder de categorie rondvaartboten. Het college heeft de aanvraag afgewezen en stelt dat de aanvraag niet alleen te laat is ingediend, maar dat de vaartuigen waarvoor de ontheffing is aangevraagd, ook niet zijn vergund onder de nieuwe vaarverordening, omdat voor de VIP-sloepen geen kenteken is aangevraagd.

Datum uitspraak
19 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202502853/1/A3

202502857/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 19 augustus 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 19 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland aan Hollands Venetië een last onder dwangsom opgelegd. Uit de controlerapportages van 25 augustus 2024 en 29 augustus 2024 blijkt dat de toezichthouder tijdens een standaard controle op deze data een overtreding van de Verordening Fysieke Leefomgeving Steenwijkerland 2023 (VFL) waarnam. Hij heeft twee maal een sloep zien varen en het geluid van een explosiemotor gehoord. Hij heeft daarvan foto’s gemaakt en gerapporteerd dat hij het geluid uit de richting van de sloep hoorde komen. Hem was ambtshalve bekend dat de sloepen, met rondvaartbootkentekens R-106-A en R-107-A, bij Hollands Venetië hoorden. Op grond van artikel 22:3, eerste lid, van de VFL, is het verboden een rondvaarboot voort te bewegen binnen de gemeente met een verbrandingsmotor. Volgens het college blijkt uit de rapportages dat sprake is van een overtreding van de VFL. Hollands Venetië betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er een overtreding was. Het is aan het college om te bewijzen dat de sloepen bedrijfsmatig werden gebruikt voor rondvaarten met gasten.

Datum uitspraak
19 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen

202503663/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 19 augustus 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 16 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om rectificatie van meerdere onderdelen van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) afgewezen. [appellante] heeft op 24 januari 2023 een verzoek ingediend om meerdere onderdelen van het rapport van de RvdK van 31 oktober 2022 (het rapport) aan te passen. Met het besluit van 16 november 2023 heeft de staatssecretaris dat verzoek om rectificatie, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming afgewezen omdat de beoogde rectificatie niet ziet op correctie van persoonsgegevens, maar op indrukken en meningen die vooraf of tijdens het onderzoek bij de RvdK zijn binnengekomen. Met het besluit van 27 mei 2024 is de staatssecretaris daarbij gebleven. Daarbij heeft de staatssecretaris betrokken dat naar aanleiding van het bezwaar van [appellante] de raadsmedewerkers een oplegnota hebben opgesteld en aanpassingen zijn gemaakt in het rapport en de daarin opgenomen tijdlijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat de AVG geen grond biedt om de door [appellante] aangevoerde punten te corrigeren.

Datum uitspraak
19 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Verordeningen

202503864/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 19 augustus 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 16 november 2023 heeft de burgemeester van Almere het pand aan de Antennestraat 94 in Almere (het pand) voor de duur van twee weken gesloten. Het Witte Huis is eigenaar van het pand. Zij exploiteert het pand voor bruiloften en andere evenementen. In de nacht van 7 op 8 november 2023 is een vuurwerkbom bij het pand afgegaan. De politie heeft hierover op 9 november 2023 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester besloten om cameratoezicht in te stellen. Op 15 november 2023 heeft opnieuw een incident plaatsgevonden bij het pand, waarbij een brandend voorwerp door een raam van het pand naar binnen is gegooid. De politie heeft hierover op 15 november 2023 een bestuurlijke rapportage opgesteld. De burgemeester heeft het pand op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet voor de duur van twee weken gesloten. Volgens de burgemeester hebben de incidenten bij het pand de openbare orde ernstig geschokt en het leefklimaat in de omgeving van het pand ernstig verstoord. De rechtbank heeft het besluit van 10 april 2024 vernietigd wegens een motiveringsgebrek, omdat de burgemeester daarin ten onrechte artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet aan de tijdelijke sluiting van het pand ten grondslag heeft gelegd. Het Witte Huis is het niet eens met de beslissing van de rechtbank om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 10 april 2024 in stand te laten.

Datum uitspraak
19 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202503864/1/A2

202503999/1/V6(uitspraak wordt op woensdag 19 augustus 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 6.000,00 wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. [appellant] exploiteert in Arnhem een massagesalon. Op 23 november 2021 hebben arbeidsinspecteurs van de Inspectie SZW (nu: de Nederlandse Arbeidsinspectie) daar een controle verricht. In het op ambtsbelofte opgemaakte en ondertekende boeterapport van 28 november 2022, kenmerk 2143604/06, (het boeterapport) staat dat de arbeidsinspecteurs tijdens die controle twee vreemdelingen met de Thaise nationaliteit hebben aangetroffen (betrokkenen). De inspecteurs hebben geconstateerd dat betrokkenen arbeid hebben verricht door massages te geven aan klanten in de salon. Betrokkenen hadden geen gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid en [appellant] had voor betrokkenen geen tewerkstellingsvergunning (twv). De minister heeft [appellant] daarom een boete opgelegd. Partijen verschillen van mening over de vragen of het proces als geheel behoorlijk is geweest, of de arbeidsinspecteurs [appellant] de cautie (de mededeling dat men niet tot antwoorden verplicht is) hebben gegeven en of de arbeidsinspecteurs de kelder onder de massagesalon onrechtmatig zijn binnengetreden.

Datum uitspraak
19 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Boete

202504460/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 19 augustus 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 3 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Horst aan de Maas het bestemmingsplan "Mäöleveld te Sevenum" vastgesteld. Het plan voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk op het Voorste Hees, een appelboomgaard tussen de Molenveldweg en De Hees, aan de noordwestzijde van Sevenum. Het gebied is geschikt voor een woningbouwplan met maximaal 164 woonkavels. De ontwikkeling is opgesplitst in verschillende fasen. Voorliggend plan, fase 1, voorziet in maximaal 84 woonkavels met bijbehorende verkeersvoorzieningen, parkeervoorzieningen en openbaar groen. Daarnaast heeft het plan ook betrekking op de percelen De Hees 4, 6 en 10. [appellant A] en [appellant B] wonen aan [locatie]. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, onder meer vanwege de planologische mogelijkheden die het plan biedt voor het perceel van [partij] aan.

Datum uitspraak
19 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202504460/1/R1

202504640/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 19 augustus 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 24 juni 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het definitief plaatsingsplan "Besluit van het dagelijks stadsbestuur van Nieuw-West tot het aanwijzen, opheffen en wijzigen van afvalinzamellocaties in de buurt De Aker-Oost" vastgesteld. In het besluit heeft het college onder meer de locatie [kenmerk A], ter hoogte van de [locatie], aangewezen voor de plaatsing van drie ondergrondse afvalcontainers. Twee van de ondergrondse afvalcontainers zijn voor restafval (ORAC’s) en één is voor oud papier en karton. Op de locatie [kenmerk A] stonden voor de vaststelling van het plaatsingsplan al twee ORAC’s. Verder is bij het besluit de locatie [kenmerk B] opgeheven. Op deze locatie stonden voor de vaststelling van het plaatsingsplan twee ORAC’s. [appellant] en anderen wonen aan de [locatie] en zijn het om verschillende redenen niet eens met het plaatsingsplan. [appellant] en anderen betogen dat de locatie [kenmerk A] niet geschikt is voor ondergrondse afvalcontainers. Ten eerste omdat afvalcontainers op die locatie tot verkeersonveilige situaties zullen leiden. Ter onderbouwing hiervan voeren zij aan dat het verkeer op de Pond Sterlinglaan tijdens het legen van de afvalcontainers - gelet op de positionering van het inzamelvoertuig - geen zicht heeft op het verkeer op het Forintplantsoen ter hoogte van de kruising Pond Sterlinglaan/Forintplantsoen.

Datum uitspraak
19 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval

202505282/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 19 augustus 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 16 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het definitief plaatsingsplan "Besluit tot het opheffen van een afvalinzamellocatie in de Bloemenbuurt" vastgesteld. In het besluit heeft het college locaties aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s). Zo ook de locatie [kenmerk A], ter hoogte van de [locatie]. Verder heeft het college in het besluit onder andere de locatie [kenmerk B], schuin tegenover de aangewezen locatie, opgeheven. Op deze locatie stond voor de vaststelling van het plaatsingsplan één ORAC. De uitvoeringswerkzaamheden ten behoeve van het plaatsingsplan zijn inmiddels afgerond. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] en zijn het om verschillende redenen niet eens met het plaatsingsplan. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de locatie [kenmerk A] niet geschikt is voor het plaatsen van ORAC’s. Ten eerste omdat afvalcontainers op die locatie tot verkeersonveilige situaties zullen leiden. Ter onderbouwing hiervan wijzen zij erop dat het voorkomt dat het inzamelvoertuig tegen het eenrichtingsverkeer de Latherusstraat in rijdt. Ook komt het volgens [appellant A] en [appellant B] voor dat het inzamelvoertuig op het kruispunt Latherusstraat/Ribesstraat moet steken.

Datum uitspraak
19 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
vorige pagina1234...12.602volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon