Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.848
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500013/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 7 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een verzoek van de Stichting om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels ingewilligd. De Stichting heeft verzocht om openbaarmaking van alle documenten over het dossier dat is gevormd naar aanleiding van de verzoeken tot handhaving van 19 oktober 2017 met betrekking tot een kaaswinkel en een aantal margarinemerken met dierlijke ingrediënten die zich presenteren als plantaardig. Met het besluit van 15 februari 2022 heeft de minister het verzoek deels ingewilligd. De minister heeft geweigerd bepaalde persoonsgegevens openbaar te maken, omdat het om medische gegevens van een persoon gaat en dit bijzondere persoonsgegevens zijn. Ook heeft de minister geweigerd om informatie openbaar te maken die herleidbaar is naar de burger en de organisatie namens wie hij de handhavingsverzoeken heeft gedaan, omdat volgens hem het belang van inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. Verder heeft de minister openbaarmaking van namen van ambtenaren die werken bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit geweigerd, omdat het belang van openbaarheid volgens hem niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Ook heeft de minister openbaarmaking geweigerd van informatie over ondernemers, zoals bedrijfsnamen, productnamen en websites waar sprake zou zijn van misleidende voedselinformatie, omdat het belang van openbaarmaking volgens hem niet opweegt tegen het belang van voorkoming van onevenredige benadeling van de ondernemingen waarover de informatie gaat. Tot slot heeft de minister openbaarmaking geweigerd van persoonlijke beleidsopvattingen in documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad.

Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid

202500968/1/R3(uitspraak wordt op woensdag 7 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

In het besluit van 27 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het handhavingsverzoek van [wederpartij] van 2 juni 2022 tegen een geplaatste zeecontainer in de nabijheid van [locatie 1] afgewezen. [wederpartij] woont aan het [locatie 2] in Den Haag. Op 2 juni 2022 heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen een zeecontainer die op het gras in de nabijheid van [locatie 1] was geplaatst. Bij een controle op 8 juli 2022 heeft het college geconstateerd dat de zeecontainer verwijderd was en er daarom geen sprake was van een overtreding. Het college heeft het verzoek van [wederpartij] daarom afgewezen. Bij besluit van 10 november 2022 heeft het college het door [wederpartij] hiertegen gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] ongegrond verklaard en het college veroordeeld in de proceskosten omdat het college volgens de rechtbank ten onrechte zelfstandig heeft beslist om [wederpartij] niet te horen. Het college heeft hoger beroep ingesteld.

Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202501083/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 7 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk de aanvraag van [appellant] voor een onttrekkingsvergunning voor de woning aan de [locatie 1] afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] in Rijswijk. Deze woning heeft hij via een constructieve doorbraak samengevoegd met de naastgelegen woning van [persoon] aan de [locatie 1]. Deze woningen maken onderdeel uit van een Vereniging van Eigenaren (VvE). [appellant] en [persoon] wonen daar nu samen met hun kinderen. Voor de legalisering daarvan heeft [appellant] een onttrekkingsvergunning aangevraagd. Maar de VvE heeft [appellant] geen toestemming gegeven voor het samenvoegen van de woningen. Ook heeft hij voor de doorbraak een omgevingsvergunning aangevraagd. Daarover gaat de zaak met nr. 202501393/1/R3. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van artikel 5:1, eerste lid, en artikel 5:2, aanhef en onder a, van de Huisvestingsverordening Rijswijk 2023 (de Huisvestingsverordening) een vergunningplicht geldt voor het onttrekken van een woning.

Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

202501422/1/R3(uitspraak wordt op woensdag 7 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

In het besluit van 23 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning aanbrengen van twee muurschilderingen op de gevels van de appartementencomplexen op de locaties [locatie 1] en [locatie 2] afgewezen. [appellant] woont aan het [locatie 3] in Den Haag. Op 9 juni 2022 en 7 oktober 2022 zijn aan de zuidkant van appartementencomplexen met de huisnummers 107-202 en 210-305 aan het [locatie 1] twee muurschilderingen aangebracht. [appellant] heeft het college op 11 november 2022 tweemaal verzocht om tegen deze muurschilderingen handhavend op te treden omdat daar geen omgevingsvergunning voor is verleend. Het college heeft besloten niet handhavend op te treden, omdat er volgens het college geen omgevingsvergunning voor de muurschilderingen vereist is.

Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202501422/1/R3

202502163/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 7 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers het verzoek van [appellant] om herstel van gegevens in de Basisregistratie Kadaster (BRK) op grond van artikel 7t van de Kadasterwet (Kw) afgewezen. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Luyksgestel (het perceel). De kadastrale aanduiding van het perceel is Lukysgestel F 309. Er heeft een meting van het perceel plaatsgevonden waarvan de resultaten zijn vastgelegd in het relaas van bevindingen F 53 (hierna: brondocument F 53), dat op 15 december 1978 in de BRK is ingeschreven. In het relaas van bevindingen F 53 is vastgelegd dat de achtergrens van het perceel 17,14 meter bedraagt. Deze gegevens zijn opgenomen in de BRK. Op 13 januari 2023 heeft er op verzoek van [appellant] een grensreconstructie plaatsgevonden, die is vastgelegd in het relaas van bevindingen F 508. Naar aanleiding van een klacht van [appellant] hierover heeft er op 17 december 2023 opnieuw een grensreconstructie plaatsgevonden. De resultaten daarvan zijn vastgelegd in het relaas van bevindingen F 517.

Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie

202502457/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 7 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] wegens fysieke schade aan zijn boerderij een vergoeding van € 18.003,46, inclusief een vergoeding van € 845,00 voor bijkomende kosten en € 448,08 aan wettelijke rente, toegekend. Deze uitspraak gaat over de vraag of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Tussen partijen staat vast dat het besluit van 30 maart 2022 op diezelfde dag aan [appellant] is verzonden. Verder is niet in geschil dat de termijn voor het maken van bezwaar op grond van de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) is geëindigd op 11 mei 2022. Uit het besluit van 2 april 2024 volgt dat het Instituut in de praktijk een ruimere termijn van twaalf weken hanteert. Het Instituut heeft het bezwaarschrift, dat is gedateerd op 22 april 2022, op 8 maart 2023 voor ontvangst ingeboekt.

Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

202503321/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 7 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv het verzoek om inzage van [appellant] gedeeltelijk afgewezen. Op 15 augustus 2023 heeft [appellant] het formulier ‘Verzoek persoonsgegevens’ bij het Uvw ingediend. Niet in geschil is dat dit een verzoek is op grond van de artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv naar aanleiding van zijn inzageverzoek en ingebrekestelling aan [appellant] meegedeeld: "[…]. Uit onderzoek is inmiddels echter gebleken dat wij niet meer beschikken over fysieke dossiers van u. Dit is in overeenstemming met de geldende bewaartermijn voor medische stukken. De niet medische stukken met betrekking tot uw Bezwaarzaak die in ons Elektronisch Archief beschikbaar waren hebben wij u tijdens uw bezoek aan ons kantoor overhandigd. Zodra een cliënt voor inzage op kantoor komt is het niet meer nodig om een brief te sturen omdat het inzage verzoek met het bezoek als afgedaan wordt beschouwd. Gezien de afwezigheid van fysieke dossiers, kunnen wij deze gegevens ook niet meer aan u doen toekomen. Op grond hiervan beschouwen wij uw inzage verzoek van 15 augustus 2023 vanaf 15 november 2023 als afgehandeld […]." In het besluit op bezwaar van 14 januari 2025 heeft het Uwv zich primair op het standpunt gesteld dat de brief van 17 juli 2024 geen besluit is, maar een mededeling van feitelijke aard. Subsidiair heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat als de brief wel is aan te merken als een besluit, [appellant] te laat bezwaar heeft gemaakt.

Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens

202503759/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 7 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de bedrijfspanden en het bijbehorende terrein aan de [locatie] in Rotterdam (het terrein), met onmiddellijke ingang gesloten voor de duur van twee weken (het noodbevel). [bedrijf A] is eigenaar van het terrein en heeft daar met [bedrijf B] een recyclingbedrijf. SHEI huurt een aantal van de panden op het terrein, waarin het speciale zware staalconstructies fabriceert voor verschillende industriële toepassingen. [wederpartij sub 1] huurt een gedeelte van een van de panden en heeft ter plaatse een scheepswerf. In de bestuurlijke rapportage van de politie van 12 oktober 2023 en de aanvullende rapportage deel 1 van 13 oktober 2023, staat dat de politie op die dagen bij het terrein een persoon heeft aangehouden die een explosief bij zich droeg met respectievelijk 1300 en 1000 gram flitspoeder. Daarbij is ter vergelijking opgemerkt dat een Cobra tussen de 25 en 30 gram flitspoeder bevat. Verder heeft de politie beide keren alle benodigdheden om het explosief tot ontploffing te brengen op het terrein aangetroffen. In de aanvullende rapportage deel 2 van 23 oktober 2023 staat dat de politie op 14 oktober 2023 opnieuw een persoon heeft aangehouden, nadat op het terrein een explosief was afgegaan. De politie meent dat de dreiging ongewijzigd is.

Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

202503765/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 7 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de bedrijfspanden en het bijbehorende terrein aan de [locatie] in Rotterdam (het terrein), met onmiddellijke ingang gesloten voor de duur van twee weken (het noodbevel). In de bestuurlijke rapportage van de politie van 12 oktober 2023 en de aanvullende rapportage deel 1 van 13 oktober 2023, staat dat de politie op die dagen bij het terrein een persoon heeft aangehouden die een explosief bij zich droeg met respectievelijk 1300 en 1000 gram flitspoeder. Daarbij is ter vergelijking opgemerkt dat een Cobra tussen de 25 en 30 gram flitspoeder bevat. Verder heeft de politie beide keren alle benodigdheden om het explosief tot ontploffing te brengen op het terrein aangetroffen. In de aanvullende rapportage deel 2 van 23 oktober 2023 staat dat de politie op 14 oktober 2023 opnieuw een persoon heeft aangehouden, nadat op het terrein een explosief was afgegaan. De politie meent dat de dreiging ongewijzigd is. In de bestuurlijke rapportage van 26 oktober 2023 staat dat de politie op 8 maart 2021 een schriftelijke mededeling van de Amerikaanse opsporingsautoriteiten heeft ontvangen die de dagelijks bestuurder van [wederpartij] mogelijk in verband brengt met handel in cocaïne.

Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202503765/1/A3

202504260/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 7 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvraag van [wederpartij] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen. [wederpartij] heeft op 30 maart 2023 bij de CSG een aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds ingediend. Hij heeft aan de aanvraag ten grondslag gelegd dat hij geboren is uit incestueus seksueel misbruik van zijn (destijds) minderjarige moeder door haar vader. Zijn biologische vader is dus ook zijn grootvader en de biologische vader van zijn moeder. Zowel [wederpartij] als zijn moeder hebben een leven vol psychische problemen hieraan overgehouden. De CSG heeft bij besluit van 7 september 2023, gehandhaafd bij besluit van 7 december 2023, de aanvraag afgewezen, omdat het seksueel misbruik van de moeder van [wederpartij] niet aangemerkt kan worden als een tegen [wederpartij] opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De Wet schadefonds geweldsmisdrijven voorziet volgens de CSG niet in recht op financiële compensatie voor een ongeboren kind. Ook kan [wederpartij] niet als waarnemer van het seksueel misbruik van zijn moeder worden aangemerkt, omdat hij niet vanuit eigen waarneming en/of herinnering kan verklaren wat zijn moeder is overkomen.

Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Schadevergoeding
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202504260/1/A2
vorige pagina1234...12.685volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon