Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.844
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202505168/1/A2

Bij beslissing van 17 maart 2025 heeft de Commissie voor de examens van de Open Universiteit, namens de examinator, aan [appellante] meegedeeld dat haar tentamen Inleiding privaatrecht (RB0204) (hierna: het tentamen) is beoordeeld met het cijfer 5,3. [appellante] is het niet eens met de beslissing van 17 maart 2025 en is van mening dat haar een hoger cijfer toekomt. Het CBE heeft in de beslissing van 23 juli 2025 vooropgesteld dat het geen inhoudelijke (her)beoordeling van de antwoorden en het antwoordmodel kan geven, omdat dit gelet op artikel 7.61, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek buiten de reikwijdte van het administratief beroep valt. Het CBE heeft verder geoordeeld dat de examinator voldoende gemotiveerd heeft toegelicht waarom het antwoordmodel juist is en waarom de door [appellante] gegeven antwoorden niet juist gerekend kunnen worden. Naar oordeel van het CBE heeft [appellante] geen concrete voorbeelden gegeven waaruit blijkt dat de vraagstelling onvoldoende informatie bevat om deze juist te kunnen beantwoorden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5979
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505168/1/A2

202505348/1/A2

Bij beslissing van 12 mei 2025 heeft de examencommissie Rotterdam Academy (hierna: de examencommissie) de herkansing van het tentamen van de cursus Constructieleer - 2 (hierna: het tentamen) van [appellant] beoordeeld. Bij beslissing van 8 september 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens van Hogeschool Rotterdam het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de opleiding Ad Maintenance & Mechanics (hierna: de opleiding). Hij heeft de herkansing van het tentamen niet gehaald. Hij haalde hiervoor het cijfer 4,9. Het gaat om een tentamen waarbij studenten de antwoorden digitaal invullen en papieren uitwerkingen bij de surveillant kunnen inleveren. Een examinator beoordeelt de digitale antwoorden en kan punten toekennen voor deelantwoorden of berekeningen die op papier zijn uitgewerkt. Op 2 juli 2025 heeft de examencommissie een schikkingsvoorstel aan [appellant] aangeboden. Op 4 juli 2025 heeft [appellant] dat voorstel afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5952
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505348/1/A2

202505445/1/A2

Bij beslissing van 20 augustus 2025 heeft de BSA-commissie, namens het Faculteitsbestuur, een bindend negatief studieadvies aan [appellante] gegeven. Bij beslissing van 15 oktober 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Vrije Universiteit Amsterdam het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 begonnen met de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bij beslissing van 20 augustus 2025 heeft [appellante] een BNSA gekregen, omdat zij 24 studiepunten van het propedeutisch jaar heeft gehaald en daarmee niet heeft voldaan aan de studievoortgangsnorm van 42 studiepunten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5951
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505445/1/A2

202505487/1/A2

Bij beslissing van 28 augustus 2025 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat het instellingscollegegeld voor [appellant] € 15.800,00 bedraagt voor het studiejaar 2025-2026. Aan de beslissing heeft het CvB ten grondslag gelegd dat [appellant] in februari 2009 een bacheloropleiding heeft afgerond, waardoor hij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 7.45a, eerste, tweede of zesde lid, gelezen in samenhang met artikel 7.46, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. [appellant] voldoet ook niet aan de voorwaarden om aanspraak te maken op het wettelijk collegegeld in verband met gelijktijdig gevolgde opleidingen. Ook is de overgangsregeling van artikel 21 van het Inschrijvingsbesluit Universiteit van Amsterdam 2025-2026 niet van toepassing, omdat [appellant] per 1 september 2025 de nominale duur van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid plus één extra jaar heeft verbruikt. [appellant] staat dan immers voor het vijfde jaar voor deze opleiding ingeschreven. Het CvB heeft [appellant] op 12 november 2025 op zijn verzoek uitgeschreven per 30 september 2025. [appellant] betoogt in beroep dat het instellingscollegegeld onevenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5914
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505487/1/A2

202206419/2/R4, 202206420/2/R4 en 202206421/2/R4

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat, naar aanleiding van een aanvraag van Vermilion, de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning koolwaterstoffen Utrecht verlengd tot en met 31 december 2025. Vermilion bestrijdt in hoger beroep het oordeel van de rechtbank dat Utrecht, Zuid-Holland en de stichting belanghebbenden zijn bij het besluit van 15 maart 2021 en daarom in het besluit op bezwaar van 3 september 2021 ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard. Vermilion bestrijdt in hoger beroep ook het naar aanleiding van de rechtbankuitspraak genomen nieuwe besluit op bezwaar van 1 december 2022. Zij is het niet eens met het standpunt in dat besluit dat de opsporingsvergunning in het besluit 15 maart 2021 ten onrechte is verlengd, omdat de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning op die datum al was verstreken en de Mijnbouwwet het niet mogelijk maakt om een verstreken opsporingsvergunning te verlengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5924
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202206419/2/R4, 202206420/2/R4 en 202206421/2/R4

202406573/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5935
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406573/1/V1

202505417/2/R1

Bij besluit van 18 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo One Solar, XAAM en [verzoeker] onder oplegging van dwangsommen gelast om de zonder omgevingsvergunning als kasdak geplaatste zonnepanelen en de op waterbassins drijvende zonnepanelen op de percelen aan de Muldersweg en Boskenweg in Velden te verwijderen en verwijderd te houden, en om het opwekken en terugleveren van energie in strijd met het Omgevingsplan gemeente Venlo te beëindigen en beëindigd te houden. Als One Solar en anderen niet tijdig aan de last over het plaatsen van de zonnepanelen voldoen, verbeuren zij een dwangsom van € 750.000,00 ineens. Als One Solar en anderen niet tijdig aan de last over het opwekken en terugleveren van energie voldoen, verbeuren zij een dwangsom van € 100.000,00 per constatering dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 1.000.000,00. One Solar en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de in bezwaar gehandhaafde last onder dwangsom wordt geschorst, totdat is beslist op hun hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5937
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505417/2/R1

BRS.25.000917

Bij besluit van 6 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5917
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000917

BRS.25.002195 en BRS.25.002196

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5948
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002195 en BRS.25.002196

202400309/2/A2

Bij brief van 19 november 2025 heeft [verzoekster] verzocht om wraking, onder vermelding van zaak nr. 202400309/1/A2. Met de behandeling van die zaak waren mr. B. Meijer, mr. C.H. Bangma en mr. H. Benek belast, respectievelijk als voorzitter en leden van de meervoudige kamer. De Afdeling laat het verzoek om wraking buiten behandeling zonder een zitting te houden, en overweegt daarover het volgende. Uit artikel 8:15 van de Awb volgt dat een verzoek om wraking moet worden ingediend voordat uitspraak is gedaan. Daarna is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. De brief van 19 november 2025 is ingediend op de dag waarop de uitspraak in de hoofdzaak openbaar is gemaakt (zie de uitspraak van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5597). Dat [verzoekster] kennis had genomen van die uitspraak toen zij het verzoek indiende, blijkt al uit het feit dat zij in haar brief naar die uitspraak verwijst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5950
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Wraking
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202400309/2/A2
vorige pagina1...183184185...12.385volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon