Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.991
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300391/4/A2

Bij uitspraak van 21 juni 2023, in zaak nr. 202300391/3/A2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het verzoek van [opposante] om het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht te veroordelen in de proceskosten als kennelijk ongegrond afgewezen. In de uitspraak waartegen [opposante] in verzet is gegaan heeft de Afdeling geoordeeld dat [opposante] met haar brief van 10 september 2022, gelet op de strekking ervan en de mededelingen die zij daar zelf over heeft gedaan, geen administratief beroep heeft ingesteld. Dat het college zich bereid heeft verklaard om de brief van 10 september 2022 alsnog in behandeling te nemen, betekende volgens de Afdeling niet dat het college met de beslissing van 27 februari 2023 aan [opposante] tegemoet is gekomen. Daarom heeft de Afdeling het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4184
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Verzet
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300391/4/A2

202300646/1/A2

Bij besluit van 20 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft op 19 april 2020 een urgentieverklaring aangevraagd voor zichzelf en haar op dat moment twee minderjarige dochters, omdat zij na een echtscheiding dakloos was geworden. Verder heeft [appellante] last van psychische en lichamelijke klachten, waaronder een posttraumatische stressstoornis en adenomyose. In februari 2022 heeft [appellante], tijdens de hogerberoepsprocedure bij de Afdeling, een woning geaccepteerd aan de [locatie] in Almere. [appellante] stelt dat zij de woning heeft geaccepteerd uit nood, maar dat de woning niet voldoet. Dit vanwege haar medische toestand en omdat zij haar twee dochters daar niet behoorlijk kan huisvesten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4259
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300646/1/A2

202301456/1/V3

Bij besluiten van 30 januari 2023 en 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De staatssecretaris heeft de vreemdeling in bewaring gesteld krachtens artikel 59b, eerste lid, van de Vw 2000. Op 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris de op 30 januari 2023 opgelegde maatregel van bewaring opgeheven en de vreemdeling diezelfde dag krachtens artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vw 2000 in bewaring gesteld. Deze zaak gaat over de vraag of de staatssecretaris bij het in bewaring stellen van de vreemdeling heeft voldaan aan zijn informatieplicht uit artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan de eisen genoemd in artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. Volgens de rechtbank blijkt uit niets dat de vreemdeling bij de uitreiking van de maatregel, in een taal die hij verstaat, op de hoogte is gebracht van de redenen van de bewaring en aan hem is uitgelegd dat hij tegen de maatregel van bewaring beroep kan instellen en recht heeft op gratis rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4180
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301456/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202301456/1/V3

202302172/1/A2

Bij beslissing van 17 juni 2022 heeft de examencommissie Electrical Engineering van de Technische Universiteit Eindhoven het verzoek van Van [appellant] om het tentamen Electromagnetics II (5EPBO) in het studiejaar 2021/2022 af te mogen leggen zonder voorafgaand deelgenomen te hebben aan Student-Led Tutorials, ingewilligd. [appellant] heeft de examencommissie op 5 april 2022 verzocht om het tentamen voor het vak Electromagnetics II (5EPBO) in verband met zijn functiebeperking af te mogen leggen zonder dat hij gedurende het semester deel heeft genomen aan de SLT’s. De examencommissie heeft dit verzoek ingewilligd voor het tentamen en het hertentamen in het studiejaar 2021/2022. Aan de beslissing van 8 maart 2023 heeft het college ten grondslag gelegd dat de examencommissie volledig aan het verzoek tegemoet is gekomen en [appellant] niet concreet heeft gemaakt waarom de examencommissie niet of onvoldoende tegemoet gekomen is aan zijn verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4250
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202302172/1/A2

202302174/1/A2

Bij beslissing van 21 februari 2023 heeft het college, gevolg gevend aan de uitspraak van het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs van 11 mei 2022 (CBHO 2022/027), het door [appellant] tegen de beslissing van de examencommissie van 11 november 2021 ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van 21 februari 2023. Hij moet hiervoor griffierecht betalen. Hij is bij aangetekende brief van 14 juni 2023 hierop gewezen. Bij brief van 10 juli 2023 is hij hier nogmaals aan herinnerd. In beide brieven is ook vermeld dat, als het te betalen griffierecht niet op de vermelde datum is ontvangen, [appellant] ervan moet uitgaan dat alleen al om die reden niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat zijn zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld. [appellant] heeft het griffierecht niet betaald. [appellant] betoogt dat de vier besluiten waartegen hij beroep heeft ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4249
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202302174/1/A2

202302899/1/V3

Bij besluit van 5 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De staatssecretaris heeft de vreemdeling in bewaring gesteld krachtens artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000. Deze zaak gaat over de vraag of de staatssecretaris bij het in bewaring stellen van de vreemdeling heeft voldaan aan zijn informatieplicht van artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan de eisen genoemd in artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft overwogen dat in de maatregel van bewaring niet is vermeld dat een afschrift in een taal die de vreemdeling beheerst, is uitgereikt of dat de uitreiking heeft plaatsgevonden met behulp van een tolk. Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat de maatregel niet rechtsgeldig is uitgereikt en de oplegging van de maatregel niet rechtmatig is geschied, omdat de staatssecretaris bij de uitreiking van de maatregel niet heeft voldaan aan de informatieplicht. De rechtbank heeft daarom de opheffing van de maatregel bevolen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4181
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302899/1/V3

202302918/1/A2

Bij beslissing van 22 februari 2022 heeft de examencommissie Electrical Engineering van de Technische Universiteit Eindhoven het verzoek van [appellant] om uitstel te krijgen voor alle examineringen van de professionele vaardigheden van het Bachelor Eindproject, niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van 21 februari 2023. Hij moet hiervoor griffierecht betalen. Hij is bij aangetekende brief van 14 juni 2023 hierop gewezen. Bij brief van 10 juli 2023 is hij hier nogmaals aan herinnerd. In beide brieven is ook vermeld dat, als het te betalen griffierecht niet op de vermelde datum is ontvangen, [appellant] ervan moet uitgaan dat alleen al om die reden niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat zijn zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld. [appellant] heeft het griffierecht niet betaald. [appellant] betoogt dat de vier besluiten waartegen hij beroep heeft ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4247
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202302918/1/A2

202303537/1/A2

Bij beslissing van 11 juli 2022 heeft de examencommissie van de Faculteit Health, Medicine and Life Sciences vastgesteld dat [appellante] plagiaat heeft gepleegd bij haar onderzoeksvoorstel voor het vak BGZ3025 ‘Mens en Gezondheid: Biologisch Onderzocht’. In de beslissing heeft de examencommissie aan [appellante] de mogelijkheid geboden om nog in het studiejaar 2021-2022 af te afstuderen onder de voorwaarde dat zij uiterlijk op 15 augustus 2023 om 16:00 uur drie verschillende opdrachten zou inleveren. [appellante] is een student in het derde studiejaar van de bachelor Gezondheidswetenschappen. Voor het vak heeft zij een onderzoeksvoorstel ingediend. Nadat de examencommissie een melding had ontvangen dat [appellante] mogelijk plagiaat in het onderzoeksvoorstel had gepleegd, heeft de commissie op 30 juni 2022 een gesprek met haar hierover gehad.In de beslissing van 11 juli 2022 heeft de examencommissie zich naar aanleiding van het gesprek op het standpunt gesteld dat [appellante] plagiaat heeft gepleegd. Daaraan heeft de examencommissie ten grondslag gelegd dat [appellante] in het gesprek op 30 juni 2022 heeft bevestigd dat zij in het door haar ingediende onderzoeksvoorstel plagiaat heeft gepleegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4263
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202303537/1/A2

202303700/1/A2

Het college van bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven heeft op 21 december 2022 een brief aan [appellant] gezonden. De Afdeling heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ter behandeling doorgezonden aan het college. Bij beslissing van 1 juni 2023 heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van 1 juni 2023. Hij moet hiervoor griffierecht betalen. Hij is bij aangetekende brief van 14 juni 2023 hierop gewezen. Bij brief van 10 juli 2023 is hij hier nogmaals aan herinnerd. In beide brieven is ook vermeld dat, als het te betalen griffierecht niet op de vermelde datum is ontvangen, [appellant] ervan moet uitgaan dat alleen al om die reden niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat zijn zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld. [appellant] heeft het griffierecht niet betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4160
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202303700/1/A2

202304361/1/V3

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De staatssecretaris heeft de vreemdeling in bewaring gesteld krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Deze zaak gaat over de vraag of de staatssecretaris bij het in bewaring stellen van de vreemdeling heeft voldaan aan zijn informatieplicht van artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan de eisen genoemd in artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat de schending van de informatieplicht niet is aan te merken als een licht gebrek en dat de belangenafweging in dit geval in het nadeel van de staatssecretaris moet uitvallen. De rechtbank heeft daarom de opheffing van de maatregel bevolen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4182
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202304361/1/V3
vorige pagina1...1.6121.6131.614...12.700volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon