Gaswinning in Groningen


De NAM wint sinds 1963 gas uit het Groningenveld. De laatste jaren wordt de omvang van de gaswinning teruggebracht.

Zowel de Afdeling bestuursrechtspraak als de Afdeling advisering hebben zich de afgelopen jaren, ieder vanuit hun eigen taak, een aantal keer gebogen over de gaswinning in Groningen.

Meedhuizen

Gaswinning 2019-2020, uitspraak uiterlijk eind juli 2020

Op 10 september 2019 nam de minister van Economische Zaken en Klimaat een nieuw besluit over de gaswinning in Groningen. In dit besluit is de gaswinning vastgesteld op 11,8 miljard Nm3 gas per jaar in een qua temperatuur gemiddeld jaar. Tegen het nieuwe gaswinningsbesluit zijn twaalf beroepschriften ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak (zaaknummer 201907399/1). Van de twaalf beroepschriften zijn er tien afkomstig van particulieren. De overige twee beroepschriften zijn van de Onveiligheidsregio en de Groninger Bodem Beweging. De zaak is op dinsdag 2 juni op een zitting behandeld. Uiterlijk eind juli volgt er een uitspraak.

Bestuursrechtspraak

Het is niet de eerste keer dat de Afdeling bestuursrechtspraak zich over de gaswinning in Groningen buigt.

Uitspraak 3 juli 2019

Op 3 juli 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het gaswinningsbesluit voor het gasjaar 2018-2019 vernietigd. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak moet de minister van Economische Zaken en Klimaat beter motiveren waarom de gaswinning het gasjaar 2018-2019 niet sneller kan worden afgebouwd naar nul. Omdat de minister het gaswinningsniveau voor het gasjaar 2018-2019 wel juist had vastgesteld, mag de gaswinning voor dit gasjaar volgens planning doorgaan.

Uitspraak 15 november 2017

In november 2015 vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak een eerder besluit van de minister van Economische Zaken. Dat besluit maakt het mogelijk om maximaal 21,6 miljard Nm3 Gronings gas te winnen tot september 2021. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak had de minister het risico voor de mensen in het aardbevingsgebied niet genoeg betrokken in zijn motivering.

Uitspraak 18 november 2015

Dit was de eerste grote uitspraak over de gaswinning in Groningen. De Afdeling vernietigde een besluit van de minister van Economische Zaken waarin hij de gaswinning had vastgesteld op 33 miljard Nm3 per jaar. In afwachting van een nieuw besluit, stelde de Afdeling bestuursrechtspraak de gaswinning toen voorlopig vast op 27 miljard Nm3 per jaar.

Advisering

De Afdeling advisering bracht de afgelopen jaren enkele adviezen uit over wetsvoorstellen die betrekking hebben op de gaswinning in Groningen.

Advies over versterking gebouwen in Groningen

De Afdeling advisering adviseerde op 20 mei 2020 over een wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen. Het advies is nog niet openbaar gemaakt door de minister van EZK.

Advies beperking gasvraag grote afnemers

De Afdeling advisering adviseerde over een wijziging van de Gaswet die moet bijdragen aan de stopzetting van de Groningse gaswinning, onder meer door negen grote afnemers te verbieden nog laagcalorisch gas te gebruiken. Het wetsvoorstel is op 19 mei 2020 door de Eerste Kamer aangenomen. Het is nog niet bekend wanneer de wet in werking treedt.

Advies Instituut Mijnbouwschade Groningen

De Afdeling advisering adviseerde over een wijziging van de Mijnbouwwet die de afhandeling van schades door de Groningse gaswinning opdraagt aan het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Burgers kunnen volgens dit wetsvoorstel alleen procederen bij de bestuursrechter en niet meer bij de civiele rechter. Deze wet is inmiddels onder een andere naam (Tijdelijke wet Groningen) in werking getreden.

Advies stopzetting Groningse gaswinning

De Afdeling advisering adviseerde over een wetsvoorstel van de minister van Economische Zaken over het zo snel mogelijk stopzetten van de Groningse gaswinning. Deze wet is inmiddels in werking getreden.

Advies bewijsvermoeden gaswinning Groningen

De Afdeling advisering adviseerde over het wetsvoorstel bewijsvermoeden gaswinning Groningen. Dit regelt dat eisers bij schade aan gebouwen die het gevolg zou kunnen zijn van aardbevingen, niet meer hoeven te bewijzen dat die het gevolg is van aardbevingen. De wet is in werking getreden.