Staatssecretaris heeft Gronings gaswinningsbesluit 2023-2024 niet goed gemotiveerd

Gepubliceerd op 8 mei 2024

De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft niet gemotiveerd waarom het Groningenveld in de gehele periode van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024 als reserve nodig is om bij koud weer de leveringszekerheid te waarborgen. Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het vanaf 1 mei nog zo koud kan worden dat productielocaties naar het waakvlamniveau moeten worden gebracht, zodat de productie snel kan worden opgevoerd als dat nodig is om te voorzien in de gasvraag. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld in een uitspraak van vandaag (8 mei 2024). De uitspraak betekent dat vanaf 1 mei 2024 hoe dan ook geen gas mag worden gewonnen uit het Groningenveld, maar dat levert geen nieuwe situatie op. Met ingang van 19 april 2024 is gaswinning uit het Groningenveld namelijk al wettelijk verboden.

Waakvlam bij zeer strenge kou

De gaswinning in Groningen is gestopt met ingang van 1 oktober 2023. Slechts in bijzondere situaties, zoals extreme kou, heeft de staatssecretaris in zijn besluit voor het gasjaar 2023-2024 bepaald dat de NAM tijdelijk en beperkt gas moet winnen. Het gaat dan om het tijdelijk opstarten van een of meer productielocaties en het op de waakvlam brengen als zeer strenge kou is voorspeld, het zogeheten koudeperiodescenario.

Bezwaren

De provincie Groningen, enkele Groningse gemeenten, waterschappen en de Veiligheidsregio Groningen vinden dit koudeperiodescenario onduidelijk en innerlijk tegenstrijdig en de Groninger Bodem Beweging vindt dat er onder geen enkele omstandigheid meer gas uit het Groningenveld mag worden gewonnen. De NAM vindt dat de staatssecretaris het Groningenveld vanaf 1 april 2024 had moeten sluiten, omdat het zogenoemde koudeperiodescenario zich dan niet meer voordoet en zij geen kosten hoeft te maken om productielocaties te blijven onderhouden. Zij zijn allemaal bij de Afdeling bestuursrechtspraak in beroep gekomen tegen het vaststellingsbesluit van de staatssecretaris.

Beroep van NAM gegrond, overige beroepen ongegrond

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep van de NAM gegrond. Sluiting van het Groningenveld per 1 april is te vroeg omdat het koudeperiodescenario zich in die maand nog zou kunnen voordoen, maar “redelijkerwijs kan worden aangenomen” dat dit vanaf 1 mei niet het geval is. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep van de anderen ongegrond: “Het vaststellingsbesluit is voldoende duidelijk over welke operationele strategie de NAM moet uitvoeren. Verder heeft de staatssecretaris de veiligheidsrisico’s voor omwonenden op juiste wijze beoordeeld en goed gemotiveerd waarom het Groningenveld dit gasjaar als reserve nodig is om te voorzien in de leveringszekerheid van eindafnemers, in elk geval voor een deel van het gasjaar 2023-2024.” De staatssecretaris heeft naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak voldoende rekening gehouden met de belangen van de inwoners van het aardbevingsgebied bij zo spoedig mogelijke beëindiging van de gaswinning.

Wet verbiedt gaswinning uit Groningenveld per 19 april 2024

Met deze uitspraak komt er een eind aan een reeks van uitspraken die de Afdeling bestuursrechtspraak de afgelopen jaren heeft gedaan over besluiten die de regering heeft genomen over de gaswinning in Groningen. Vorige maand stemde de Eerste Kamer in met de wijziging van de Gaswet en de Mijnbouwwet in verband met de beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld. Op grond van deze wet is gaswinning uit het Groningenveld met ingang van 19 april 2024 verboden.


Lees hier de hele uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak met zaaknummer 202306749/1.