In (hoger) beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak


Hoe kan ik in (hoger) beroep gaan?

De Afdeling bestuursrechtspraak is in sommige zaken eerste en enige rechter en in andere zaken rechter in hoger beroep. Onderaan het besluit van een bestuursorgaan (bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, het college van gedeputeerde staten van een provincie of een minister of staatssecretaris) staat vermeld óf en waar u beroep tegen dat besluit kunt instellen. Onderaan de uitspraak van de rechtbank staat vermeld óf en waar u hoger beroep tegen die uitspraak kunt instellen.

Hoe dien ik (hoger) beroep in?

U kan op verschillende manieren (hoger) beroep indienen. Dat kan via:

  • Een brief;
  • Een fax;
  • Het Digitaal loket, al is dat op dit moment alleen nog mogelijk voor burgers die beschikken over een DigiD. Advocaten, bedrijven en bestuursorganen kunnen niet via dit loket (hoger)beroep indienen.

In alle gevallen vermeldt u:

  • Uw naam, adres en uw contactgegevens zoals een e-mailadres en uw telefoonnummer.
  • De datum en de omschrijving van het besluit of de rechtbankuitspraak waar  u het niet mee eens bent.
  • Waarom u het niet eens bent met het besluit of de rechtbankuitspraak.

Als u (hoger) beroep indient via een brief of een fax ondertekent u die voordat u die verstuurt naar de Raad van State (zie Contact voor onze contactgegevens). Bijlagen (zoals de kopie van het besluit of de rechtbankuitspraak) kan u per post meesturen of in het geval van een fax via gewone post nasturen. In het Digitaal Loket kunt u bijlagen uploaden. Let op: het is niet mogelijk op per e-mail (hoger)  beroep in te dienen.

Hoeveel tijd heb ik om een (hoger)beroepschrift in te dienen?

De termijn voor het instellen van (hoger) beroep is zes weken. Deze termijn staat in de wet.

Wanneer de termijn voor beroep start, is afhankelijk van de procedure die het bestuursorgaan heeft gevolgd. Het begin van de beroepstermijn kan zijn de dag nadat het bestuursorgaan het besluit ter inzage heeft gelegd óf de dag nadat het bestuursorgaan het besluit aan u heeft verzonden. In het besluit zelf staat welke procedure het bestuursorgaan heeft gevolgd. U kunt dus zelf de termijn uitrekenen die in uw geval geldt, maar in sommige gevallen vermeldt het bestuursorgaan ook zelf tot wanneer u beroep kan indienen.

De termijn voor hoger beroep start op de dag nadat de rechtbank de uitspraak aan u heeft verzonden. Op de uitspraak staat een verzenddatum, zodat u zelf de termijn kunt uitrekenen.

De termijn van zes weken is heel belangrijk. Als u zich niet aan de termijn houdt, verspeelt u uw recht om (hoger) beroep in te stellen. U kunt ook binnen de termijn van zes weken een 'pro forma' (hoger)beroepschrift indienen en de nadere gronden (de motivering van uw beroep) later opsturen. U krijgt daarvoor een termijn. Deze termijn staat in de ontvangstbevestiging die u van de Raad van State krijgt.

Advocaat is niet verplicht

U mag zelf procederen. U bent niet verplicht een advocaat of een juridisch adviseur in te schakelen voor een procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Het mag natuurlijk wel.

Crisis- en herstelwet: informatie en procesregels

In 2010 is de Crisis- en herstelwet in werking getreden. Deze wet is van toepassing op ruimtelijke plannen die in de wet worden genoemd. De wet is ook van toepassing op besluiten die nodig zijn voor één van de specifieke plannen die in de Crisis- en herstelwet staan. Dit kunnen heel verschillende besluiten zijn, zoals besluiten over bestemmingsplannen, ontheffingen en omgevingsvergunningen voor milieu, bouwen of kappen.

Het kan zijn dat de Crisis- en herstelwet op uw zaak van toepassing is. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelt dit bij binnenkomst van een beroepschrift aan de hand van de rechtsmiddelenvoorlichting, de publicatie of de bekendmaking van het besluit. Wanneer de Crisis- en herstelwet van toepassing is, deelt de Afdeling bestuursrechtspraak dit mee aan de indiener van het beroepschrift en aan het bestuursorgaan. Dit heeft gevolgen voor de procesregels die op uw beroepsprocedure van toepassing zijn. In de Crisis- en herstelwet staan namelijk andere procesregels voor de behandeling van dergelijke beroepszaken dan gebruikelijk.

  • Alle beroepsgronden moeten binnen de beroepstermijn bekend zijn. Het is niet toegestaan buiten de termijn nog (aanvullende) beroepsgronden aan te voeren.
  • De Afdeling bestuursrechtspraak is verplicht de zaak versneld te behandelen. Verder moet zij binnen zesentwintig weken na afloop van de beroepstermijn uitspraak doen. Daarom gelden voor een aantal stappen in de procedure kortere termijnen dan gebruikelijk:

- De indiener van het beroepschrift krijgt drie weken om verzuimen bij het indienen van het beroepschrift te herstellen en om griffierecht te betalen.

- Het bestuursorgaan krijgt één week om de stukken toe te zenden die op de zaak betrekking hebben. De Afdeling bestuursrechtspraak zal direct na ontvangst van het beroepschrift het bestuursorgaan verzoeken de stukken toe te zenden.

- Het bestuursorgaan krijgt twee weken om een verweerschrift in te dienen. Direct na afloop van de beroepstermijn zal de Afdeling bestuursrechtspraak het bestuursorgaan alle ingediende beroepschriften toezenden en tegelijkertijd vragen om een verweerschrift in te dienen.

  • Deze termijnen gaan in op de dag dat de Afdeling bestuursrechtspraak schriftelijk heeft verzocht het verzuim te herstellen, griffierecht te betalen, stukken toe te zenden en een verweerschrift in te dienen.

Incidenteel hoger beroep

Sinds juli 2013 bestaat het incidenteel hoger beroep. Een andere partij die bij uw zaak is betrokken en die aanvankelijk niet van plan was om in hoger beroep te gaan, kan dit na afloop van de beroepstermijn als reactie op uw hoger beroep alsnog doen. Met deze nieuwe wettelijke mogelijkheid is het instellen van hoger beroep dus niet geheel zonder risico. Doordat u hoger beroep instelt, geeft u uw wederpartij een ‘tegenaanvalswapen’ in handen. U kunt er door het incidenteel hoger beroep van uw wederpartij uiteindelijk ook op achteruit gaan. U doet er dus verstandig aan om een zorgvuldige afweging te maken van de kansen en risico’s van een hoger beroep.