Samenvatting advies wetsvoorstel geleidelijke afbouw 'Hillen-regeling'

Datum publicatie: maandag 6 november 2017 - Datum advies: woensdag 1 november 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel dat de Wet inkomstenbelasting 2001 aanpast om de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (de zogenoemde Hillen-regeling) geleidelijk af te bouwen. Het wetsvoorstel is op 6 november 2017 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Systematiek Hillen-regeling

De eigen woning wordt in de inkomstenbelasting als een bron van inkomen aangemerkt. Dit betekent dat de inkomsten (het eigenwoningforfait: een percentage van de WOZ-waarde) worden belast en dat de uitgaven (vooral hypotheekrente) aftrekbaar zijn. Zolang het eigenwoningforfait lager is dan de hypotheekrente is sprake van een aftrekpost. Zodra het eigenwoningforfait hoger is dan de hypotheekrente (bij een bijna of volledig afgeloste hypotheek) is sprake van een bijtelling.
 
In 2005 is een aftrekpost geïntroduceerd ("aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld": de zogenoemde Hillen-regeling) ter grootte van deze bijtelling. Deze Hillen-regeling reduceert de bijtelling tot nul. Doelstelling van deze belastinguitgave was met name om een lastenverlichting te bewerkstelligen voor eigenaar-bewoners met geen of een lage hypotheekschuld. Daarnaast had de aftrek als doel om aflossen te stimuleren.

Inhoud wetsvoorstel

Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan een van de fiscale maatregelen uit het regeerakkoord 2017-2021, "Vertrouwen in de toekomst". Voorgesteld wordt de Hillen-regeling met ingang van 1 januari 2019 geleidelijk (in 30 jaar met jaarlijks gelijke stappen van 3 1/3%) af te bouwen. Dit betekent dat in 2019 nog 96 2/3% van een bijtelling in aftrek kan worden gebracht, in 2020 nog 93 1/3%, enzovoort. Bij een WOZ-waarde van € 300 000 en een volledig afgeloste hypotheek, gaat het om een bijtelling in 2019 van € 70. Vervolgens gaat het 30 jaar lang ieder jaar om een € 70 hogere bijtelling (in 2020 dus € 140). De hoogte van de inkomstenbelasting die over de bijtelling moet worden betaald, is afhankelijk van het marginale tarief van een belastingplichtige. Pas met ingang van 1 januari 2048 is sprake van een volledige afbouw van de Hillen-regeling. Anders gezegd, pas dan is sprake van een volledige bijtelling, zoals dat vóór 2005 ook het geval was.

Advies Afdeling advisering

De Afdeling advisering begrijpt het afbouwen van de Hillen-regeling. Zoals de Raad van State in een eerder advies over de Hillen-regeling heeft opgemerkt, vindt de Afdeling advisering de Hillen-regeling in strijd met het systeem van de inkomstenbelasting waarin de eigen woning als bron van inkomen wordt aangemerkt. Het op nul stellen van inkomsten op het moment dat er geen of weinig kosten meer zijn, past daar niet bij. Ook bij andere inkomsten is dat niet aan de orde.

De effectiviteit van de Hillen-regeling (als het gaat om het stimuleren van aflossing) is bovendien zeer twijfelachtig, omdat de aftrek pas effect heeft wanneer de hypothecaire schuld al ver of tot nul is gedaald. Voor schuldaflossing tót dat lage niveau heeft de Hillen-regeling geen effect. Een verdere beperking van de hypotheekrenteaftrek - zoals door de regering is voorgenomen - is effectiever om aflossing te stimuleren.

De Afdeling advisering adviseert om in de toelichting op het wetsvoorstel nog aan twee aspecten aandacht te besteden.

De aanschaf van een eigen woning is voor belastingplichtigen een belangrijke stap omdat omvangrijke financiële verplichtingen voor meestal 30 jaar worden aangegaan. Het is voor het maatschappelijk draagvlak dan ook van groot belang dat de eigenwoningregels in de inkomstenbelasting voorspelbaar en zo eenvoudig mogelijk zijn. De huidige eigenwoningregeling, waaronder de hypotheekrenteaftrek, is echter zodanig gecompliceerd geworden dat in veel voorkomende situaties (bijvoorbeeld verhuizing, verblijf in het buitenland of verbreking van relaties) een deskundige moet worden ingeschakeld. Dit roept de vraag op of het niet noodzakelijk is om de eigenwoningregeling aanzienlijk te vereenvoudigen. Direct daarmee verband houdt de vraag welk einddoel voor ogen staat als het gaat om de fiscale behandeling van de eigen woning. Een helder standpunt over dit einddoel maakt tussentijdse veranderingen die het stelsel compliceren acceptabeler, aldus de Afdeling advisering.

Daarnaast is de Afdeling advisering van oordeel dat het evenwichtig is om in de toelichting op het wetsvoorstel ook aandacht te besteden aan de inkomensgevolgen bij afbouw van de Hillen-regeling, gelet op het oorspronkelijke doel van lastenverlichting. Het zullen voornamelijk oudere belastingplichtigen met een koopwoning zijn die te maken krijgen met de afbouw van de Hillen-regeling (jongeren zullen veelal niet beschikken over (bijna) afgeloste woningen). De Afdeling advisering geeft aan dat er een grote groep ouderen is voor wie de afbouw van de Hillen-regeling nauwelijks inkomensgevolgen heeft omdat een bijtelling teniet wordt gedaan door heffingskortingen die zij op dit moment niet kunnen verzilveren.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.