Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit stimulering duurzame energieproductie in verband met bepalingen over de subsidiëring van innovatieve windenergie op zee, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W15.17.0154/IV
- Datum advies
- 12 juli 2017
- Vindplaats
- Staatscourant 2017, nr. 60259
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit stimulering duurzame energieproductie in verband met bepalingen over de subsidiëring van innovatieve windenergie op zee, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 31 mei 2017, no.2017000918, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit stimulering duurzame energieproductie in verband met bepalingen over de subsidiëring van innovatieve windenergie op zee, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit stimulering duurzame energieproductie (Besluit SDE) en beoogt in aansluiting op de kavelsystematiek van de Wet windenergie op zee een kader te bieden voor subsidiëring van innovatieve windenergie op innovatiekavels.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar adviseert in de toelichting in te gaan op de wenselijkheid van een adviescommissie voor de beoordeling van subsidieaanvragen en zo nodig in het ontwerpbesluit daarvoor een voorziening op te nemen.
1.Adviescommissie beoordeling kwalitatieve rangschikkingscriteria
De toelichting beschrijft dat besluitvorming over aanvragen om subsidie voor een innovatiekavel - net als bij de reguliere exploitatiesubsidie - zal plaatsvinden met een tender. (zie noot 1) Anders dan in de reguliere tenders waarbij het laagste bod wint, wint bij de innovatiesubsidie de aanvraag die het meest bijdraagt aan de doelstellingen van het innovatiekavel. Bij ministeriële regeling zal volgens de toelichting een aantal voornamelijk kwalitatieve rangschikkingscriteria geformuleerd worden op basis waarvan de Minister van Economische Zaken beslist. (zie noot 2)
Beoordeling aan de hand van kwalitatieve rangschikkingscriteria komt ook voor in de Regeling nationale EZ-subsidies. (zie noot 3) Voor een aantal subsidievormen met dergelijke rangschikkingscriteria is geregeld dat er een adviescommissie is. (zie noot 4) Uit het ontwerpbesluit of de toelichting blijkt niet dat dat voor deze subsidie ook wordt voorzien. De beoogde rangschikkingscriteria voor deze subsidie hebben eveneens een kwalitatief karakter. Onafhankelijke deskundige beoordeling kan dan in belangrijke mate bijdragen aan de kwaliteit van de besluitvorming.
De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de wenselijkheid van een adviescommissie en zo nodig in het ontwerpbesluit een voorziening op te nemen. (zie noot 5)
2.Financiële aspecten
In de toelichting ontbreekt informatie over de financiële gevolgen van het ontwerpbesluit voor het Rijk. Ook is niet toegelicht of voorzien wordt de kosten voor deze subsidie te dekken uit de opbrengst van de heffing op grond van de Wet opslag duurzame energie en of er effect zal zijn op het budget voor de reguliere subsidie voor windenergie op zee. (zie noot 6)
De Afdeling adviseert een financiële paragraaf in de toelichting op te nemen waarin op deze aspecten wordt ingegaan. (zie noot 7)
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 4 oktober 2017
1. Naar aanleiding van het advies is paragraaf 1 van de nota van toelichting aangevuld, zodat daarin wordt ingegaan op de wenselijkheid van een adviescommissie.
2. Er is een nieuwe paragraaf 4 opgenomen in de nota van toelichting waarin de financiële aspecten van het besluit toegelicht worden.
3. Van de gelegenheid is gebruikt gemaakt om artikel 24b van het ontwerpbesluit en het desbetreffende gedeelte van de nota van toelichting aan te vullen. Daarmee wordt voorzien in de mogelijkheid om nadere regels te stellen die afwijken van artikel 6, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie. Hierdoor wordt het mogelijk om voor projecten op innovatiekavels bij ministeriële regeling te bepalen dat het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt voor verschillende gedeelten van de beschikking tot subsidieverlening kan verschillen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Economische Zaken
(1) Toelichting, paragraaf 1.
(2) Voorgesteld artikel 24c. Uit het concept van de Regeling innovatieve windenergie op zee blijkt dat de minister zal werken met een puntensysteem.
(3) Onder meer voor subsidies voor MKB innovatiestimulering (artikel 3.4.25), voor innovatieclusters (artikel 3.6.9), voor internationale innovatieprojecten (artikel 3.8.10), voor startersfondsen (artikel 3.10.8) en voor bepaalde vormen van energie-innovatieprojecten (artikel 4.2.14).
(4) Het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies kent een grondslag om bij ministeriële regeling een adviescommissie in te stellen (artikel 18). In de Regeling nationale EZ-subsidies is daarvan gebruik gemaakt voor de subsidies voor internationale innovatieprojecten (artikel 3.8.7; Adviescommissie Internationaal Innoveren) en voor bepaalde startersfondsen (artikel 3.10.6; Adviescommissie seed capital technostarters).
(5) Het Kaderbesluit EZ-subsidies is niet van toepassing op subsidies die worden verstrekt krachtens het Besluit SDE. In het Besluit SDE kan een vergelijkbare voorziening worden getroffen.
(6) In de toelichting bij het Besluit van 27 januari 2015, houdende wijziging van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (Staatsblad 2015, nr. 47) - dat voorziet in uitbreiding van de mogelijkheden tot subsidiëring van de productie van windenergie op zee - is vermeld dat rekening houdend met de overeengekomen kostprijsdaling in het Energieakkoord voor 3.450 MW wind op zee een verplichtingenbudget in de SDE+ zal moeten worden opengesteld van in totaal circa € 18 miljard (inclusief netkosten).
(7) Aanwijzing 215, zesde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving bepaalt dat indien een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling leidt tot financiële gevolgen voor het Rijk daaraan zo nodig in de nota van toelichting, onderscheidenlijk in de toelichting aandacht wordt geschonken.