Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk in verband met de wijziging van de Werkloosheidswet met ingang van 1 juli 2015, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W04.17.0175/I
- Datum advies
- 12 juli 2017
- Vindplaats
- Staatscourant 2017, nr. 53880
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk in verband met de wijziging van de Werkloosheidswet met ingang van 1 juli 2015, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 21 juni 2017, no.2017001031, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk in verband met de wijziging van de Werkloosheidswet met ingang van 1 juli 2015, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit past het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk (BwWW Rijk) aan in verband met wijzigingen van de Werkloosheidswet (WW) per 1 juli 2015.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht een nadere toelichting of aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen waar het gaat om de afwijkende regeling in het ontwerpbesluit ten opzichte van de inkomstenverrekening in de WW.
De Afdeling constateert dat het voorliggende ontwerpbesluit een weerslag vormt van de afspraken die zijn gemaakt in het Sectoroverleg Rijkspersoneel. Zij heeft geen opmerkingen over de wijze waarop die afspraken in het voorgestelde besluit zijn verwerkt. Wel vraagt zij aandacht voor de aanpassing van de inkomstenverrekening. Per 1 juli 2015 kent de WW niet langer een systeem van urenverrekening, maar van inkomstenverrekening. Doel van deze wijziging was om het aantrekkelijker te maken voor mensen met een WW-uitkering om werk te hervatten tegen een loon dat lager is dan de hoogte van de uitkering. Door het systeem van inkomstenverrekening wordt bereikt dat werkhervatting vanuit de WW altijd lonend is. (zie noot 1)
De toelichting bij het ontwerpbesluit wijst op deze aanpassing van de WW en stelt dat het BwWW Rijk hierop moet worden aangepast om te voorkomen dat een te hoge dan wel een te lage uitkering ontstaat. Doel en strekking van de aanpassingen is blijkens de toelichting om te bereiken dat per saldo eenzelfde uitkering wordt verstrekt als vóór 1 juli 2015 het geval was. (zie noot 2) Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat een persoon die op grond van het BwWW Rijk een WW-uitkering ontvangt en arbeid aanvaardt tegen een loon dat lager is dan de hoogte van de uitkering niet in alle gevallen kan profiteren van het gunstige effect dat het systeem van inkomstenverrekening zou moeten hebben. Indien dit het geval zou zijn, is de stimulerende werking die uit zou moeten gaan van de wijziging van de WW mogelijk niet van toepassing op werklozen in de sector Rijk.
De toelichting gaat niet in op de vraag waarom het beoogde gunstige effect van de wijziging van de uitkeringssystematiek in de WW niet volledig zou moeten gelden voor personen die vallen onder het BwWW Rijk. De Afdeling heeft er eerder op gewezen dat het voor de hand ligt dat de overheid ook in haar hoedanigheid van werkgever het doel dat de regering nastreeft met het door haar in de WW vastgelegde arbeidsmarktbeleid laat meewegen bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden en de daaraan voorafgaande onderhandelingen met de vakorganisaties. (zie noot 3) Dat zou ervoor pleiten dat de gewijzigde systematiek in de WW in zijn geheel wordt doorgevoerd in het BwWW Rijk, zodat de gunstige effecten die zouden moeten worden bereikt met de wijziging van de WW ook voor werklozen in de sector Rijk van toepassing zijn.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 september 2017
De Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) adviseert het besluit vast te stellen, maar acht een nadere toelichting of aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen waar het gaat om de afwijkende regeling in het ontwerpbesluit ten opzichte van de inkomstenverrekening in de Werkloosheidswet (hierna: WW).
De Afdeling is, kort samengevat, van mening dat de overheid ook in haar hoedanigheid van werkgever het doel van de regering (als wetgever en beleidsmaker) met het door haar in de WW vastgelegde arbeidsmarktbeleid zou moeten nastreven. Dat zou er volgens de Afdeling voor pleiten dat de gewijzigde systematiek in de WW (in het bijzonder die van de inkomstenverrekening) in zijn geheel zou moeten worden doorgevoerd in het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk (hierna: BwWW Rijk), zodat de gunstige effecten van de inkomstenverrekening in de WW ook voor werklozen in de sector Rijk van toepassing zijn.
Voor zover de Afdeling met haar opmerking veronderstelt dat de gunstige effecten van de inkomstenverrekening in de WW door dit besluit gedeeltelijk ongedaan (kunnen) worden gemaakt of beperkt (kunnen) worden voor werklozen in de sector Rijk, berust dat op een misverstand. Het BwWW Rijk is naar aard en strekking een bovenwettelijke regeling die in hoogte en duur aanvult op de WW. Het door de Afdeling aangehaalde artikel 15 van het BwWW Rijk (de loonaanvullingsregeling) houdt in dat de inkomsten van een werkloze uit nieuwe arbeid en resterende WW-uitkering aangevuld worden tot het (ongemaximeerde) dagloon uit de oorspronkelijke betrekking, naar rato van het aantal hervatte arbeidsuren. In 2015 hebben de partijen in het SOR met elkaar afgesproken dat de loonaanvulling op grond van artikel 15 van het BwWW Rijk tot in beginsel dezelfde uitkomsten in totaliteit zou moeten leiden als het geval was voordat de systematiek van urenverrekening in de WW integraal werd vervangen door die van inkomstenverrekening. In het onderhavige ontwerpbesluit is dit geregeld. De nota van toelichting is ter verduidelijking op dit punt aangepast.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1) Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, blz. 58.
(2) Toelichting, algemeen deel, paragraaf 2, Inkomstenverrekening.
(3) Zie het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 6 december 2013 over het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren onder meer in verband met het aanpassen van de duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering (W03.13.0384/II), Stcrt. 2014, nr. 5214.