Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.17.0251/III

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 en enkele andere wetten (Wet afschaffing van de btw-Iandbouwregeling).

Kenmerk
W06.17.0251/III
Datum advies
11 september 2017
Vindplaats
Kamerstukken II 2017/18, 34 787, nr. 4
  • Financiën
  • Wet

Toon inhoud

  • Samenvatting
  • Volledige tekst
Samenvatting

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft adviezen uitgebracht over vier wetsvoorstellen die samen het zogenoemde pakket Belastingplan 2018 vormen. De wetsvoorstellen zijn op Prinsjesdag, dinsdag 19 september 2017, bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee zijn ook de adviezen van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Het pakket bestaat uit de volgende vier wetsvoorstellen:

1. Wetsvoorstel Belastingplan 2018

2. Overige fiscale maatregelen 2018

3. Wet inhoudingsplicht houdstercoöperatie en uitbreiding inhoudingsvrijstelling

4. Wet afschaffing van de btw-landbouwregeling

1. Wetsvoorstel Belastingplan 2018

In dit wetsvoorstel zijn maatregelen opgenomen die per 1 januari 2018 budgettair effect hebben, zoals een tijdelijke verhoging van de tarieven van de energiebelasting en een aanscherping van de definitie van geneesmiddelen voor de btw.

Koopkrachtpakket

Aangezien de augustusbesluitvorming over de koopkrachtmaatregelen dit jaar later heeft plaatsgevonden dan in andere jaren, zijn deze koopkrachtmaatregelen (maatregelen in de sfeer van de ouderenkorting en de algemene heffingskorting) nog niet opgenomen in het wetsvoorstel zoals dat aan de Afdeling advisering is voorgelegd. De Afdeling advisering acht het aangewezen deze koopkrachtmaatregelen nog wel op te nemen in het wetsvoorstel dat aan de Tweede Kamer wordt gezonden.

Definitie geneesmiddelen voor de btw

Het wetsvoorstel wil de voorwaarden voor toepassing van het verlaagde btw-tarief voor geneesmiddelen aanscherpen. Kort gezegd gaat het verlaagde btw-tarief alleen gelden voor geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet waarvoor een handelsvergunning is verleend. Als een dergelijke vergunning ontbreekt, geldt het algemene btw-tarief.

De toelichting bij het wetsvoorstel maakt duidelijk dat alle organisaties die hebben gereageerd op de openbare internetconsultatie over het ontwerpvoorstel (die van 17 juli 2017 tot en met 14 augustus 2017 heeft plaatsgevonden) bezwaren hebben tegen de afbakening van het begrip geneesmiddel. In de toelichting wordt niet inhoudelijk op die reacties ingegaan, maar wordt volstaan met de mededeling dat deze bezwaren serieus in overweging zijn genomen en zijn betrokken bij het wetsvoorstel. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het verslag van de consultatie dat nog op het internet zal worden geplaatst.

Daarmee wordt de motivering voor het voorstel vooruit geschoven naar een nog op internet te plaatsen verslag. Dat kan de Afdeling advisering niet volgen. Te meer niet omdat een eerder wetsvoorstel tot aanscherping van de definitie van geneesmiddelen ook aansluiting zocht bij de handelsvergunning, maar vervolgens (op 20 oktober 2015) is ingetrokken in afwachting van nader onderzoek, juist naar de afbakening van het begrip geneesmiddel. De toelichting bij het wetsvoorstel gaat niet in op dit eerdere wetsvoorstel en op het aangekondigde onderzoek. Ook op andere punten schiet de toelichting tekort. De Afdeling advisering adviseert daarom om dit onderdeel van het Belastingplan 2018 van een dragende motivering te voorzien, voordat het aan de Tweede Kamer wordt gezonden.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.

2. Overige fiscale maatregelen 2018

Dit wetsvoorstel gaat vooral over noodzakelijk onderhoud van het fiscale stelsel. Naast veel (reparatie)maatregelen van meer technische aard, gaat het onder andere om het afschaffen van de inkeerregeling, een aanpassing van de liquidatieverliesregeling in de vennootschapsbelasting en een vereenvoudiging van het derdenbeslag bij de invordering van belastingen.

De Belastingdienst heeft nu al de bevoegdheid om op vereenvoudigde wijze beslag bij derden leggen. Deze bevoegdheid is ingevoerd uit efficiencyoverwegingen voor in de praktijk vaak voorkomende gevallen. De wet clausuleert dit door limitatief vorderingen van een belastingschuldige te noemen (zoals loon, pensioen, lijfrente, en tegoeden op een betaalrekening) waarop de ontvanger beslag kan leggen. Het wetsvoorstel breidt de reikwijdte van het vereenvoudigde derdenbeslag uit door de limitatieve opsomming met ingang van 1 januari 2018 te laten vervallen. Daarmee kan de uitbreiding iedereen treffen op wie een belastingschuldige een vordering heeft.

De Afdeling advisering merkt op dat de toelichting bij het wetsvoorstel slechts één geval noemt waar de uitbreiding op ziet, namelijk de opdrachtgevers van belastingschuldigen die een onderneming drijven. De toelichting maakt echter niet duidelijk om hoeveel gevallen het daarbij gaat. Evenmin maakt de toelichting duidelijk om welke gevallen (en welke aantallen) het nog meer zal gaan. Daarmee vindt de Afdeling advisering de ongeclausuleerde uitbreiding onvoldoende gemotiveerd en adviseert zij de uitbreiding van de reikwijdte van het vereenvoudigde derdenbeslag te beperken tot concreet omschreven gevallen die in de praktijk vaak voorkomen.

Daarnaast adviseert de Afdeling advisering om de haalbaarheid van de invoering van het voorstel op 1 januari 2018 te motiveren in het licht van de uitvoeringstoets van de Belastingdienst. Die toets gaat namelijk uit van inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2019, omdat diverse systeemaanpassingen noodzakelijk zijn om het wetsvoorstel te kunnen uitvoeren.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.

3. Wet inhoudingsplicht houdstercoöperatie en uitbreiding inhoudingsvrijstelling

Dit wetsvoorstel heeft als doel om zogenoemde houdstercoöperaties inhoudingsplichtig te maken voor de dividendbelasting. Daarnaast heeft het wetsvoorstel als doel om de vrijstelling voor inhouding van dividendbelasting uit te breiden naar derde landen (onder voorwaarden en met een aanscherping van de huidige nationale antimisbruikbepalingen). Dit gaat gepaard met een meldplicht. Het wetsvoorstel gaat uit van inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2018.

Het wetsvoorstel is door de Belastingdienst beoordeeld met een uitvoeringstoets. Daaruit komt naar voren dat de noodzakelijke aanpassingen misschien nog niet per 1 januari 2018 gereed zijn (bij deze aanpassingen gaat het in ieder geval om het maken van een formulier voor de meldplicht en om een aanpassing van de aangiftemiddelen). Daarnaast geeft de Belastingdienst aan dat digitalisering van de dividendbelasting (noodzakelijk voor de inrichting van toezicht en administratie) op korte termijn niet haalbaar is. Hierdoor wordt het toezicht op de juiste toepassing van de vrijstelling de eerste jaren bemoeilijkt.

Deze opmerkingen van de Belastingdienst stroken volgens de Afdeling advisering niet met de toelichting bij het wetsvoorstel. Daarin wordt namelijk aangegeven dat de Belastingdienst het wetsvoorstel uitvoerbaar en handhaafbaar acht met ingang van 1 januari 2018. De Afdeling advisering adviseert dan ook om de haalbaarheid van de invoering van het voorstel op 1 januari 2018 te motiveren in het licht van de uitvoeringstoets van de Belastingdienst, en het wetsvoorstel zo nodig op een later tijdstip in werking te laten treden.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.

4. Wet afschaffing van de btw-landbouwregeling

Op grond van de btw-landbouwregeling kunnen landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers buiten de btw blijven en hoeven zij geen btw-administratie bij te houden. Om cumulatie van btw in de bedrijfskolom te voorkomen, kan de afnemer van de landbouwer vervolgens een vast percentage in aftrek brengen (het zogenoemde landbouwforfait). Dit forfaitaire percentage bedraagt 5,4% van de verkoopprijs van de prestaties die de landbouwer verricht en komt overeen met de gemiddelde btw-voordruk van landbouwers.

Het wetsvoorstel heeft als doel om deze btw-landbouwregeling met ingang van 1 januari 2018 af te schaffen, waardoor landbouwers, net als andere ondernemers, in de btw-heffing worden betrokken.

De Afdeling advisering heeft geen inhoudelijke opmerkingen bij dit wetsvoorstel, maar heeft alleen opmerkingen van redactionele aard.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.

Volledige tekst

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 en enkele andere wetten (Wet afschaffing van de btw-Iandbouwregeling).

Van dit advies is een samenvatting gemaakt.

Bij Kabinetsmissive van 28 augustus 2017, no.2017001328, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 en enkele andere wetten (Wet afschaffing van de btw-Iandbouwregeling), met memorie van toelichting.

Het voorstel van wet geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W06.17.0251/III

- In artikel V, eerste en tweede lid, en in artikel V, vierde lid, de woorden "en diensten" respectievelijk "of de dienst" schrappen, omdat genoemd eerste lid (in de onderdelen a en b) uitsluitend ziet op goederen (en niet op diensten), en omdat de in genoemd tweede en vierde lid opgenomen herzieningsregeling pas voor "diensten" van betekenis kan zijn indien de regeling voor zogenoemde kostbare diensten (die van 18 mei 2017 tot en met 15 juni 2017 in internetconsultatie is geweest) daadwerkelijk wordt geïntroduceerd in de nationale btw-regelgeving.
- In artikel V, tweede lid, de woorden "aannemelijk is gemaakt dat" schrappen, in overeenstemming met de systematiek van artikel 15, vierde lid, eerste volzin, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
- In de toelichting op artikel V ook voorbeelden opnemen van de toepassing van artikel V, derde en vierde lid.
- De passages over de Europeesrechtelijke aspecten van het voorstel, zoals die in de toelichting zijn opgenomen in de inleidende paragraaf (de laatste volzin van het vierde tekstblok) en in de artikelsgewijze toelichting (op twee plaatsen bij de toelichting op het overgangsrecht van artikel V) opnemen in het algemeen deel van de toelichting, in een zelfstandige paragraaf met Europeesrechtelijke aspecten.


Nader rapport (reactie op het advies) van 19 september 2017

Het kabinet is de Afdeling erkentelijk voor de voortvarendheid waarmee het advies over het bovenvermelde voorstel is uitgebracht. Het voorstel geeft de Afdeling geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

De redactionele opmerkingen van de Afdeling zijn verwerkt, met uitzondering van de opmerking die betrekking heeft op het in artikel V, eerste en tweede lid, en in artikel V, vierde lid, schrappen van de woorden “en diensten” respectievelijk “of de dienst” omdat ook het eerste lid (in de onderdelen a en b) uitsluitend ziet op goederen, aldus de Afdeling. Echter artikel V, eerste lid, onderdeel a, verwijst voor de toepassing van artikel V, met uitzondering van het derde lid, ook naar “rechten’’.

Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om in het voorstel van wet en de memorie van toelichting een aantal redactionele en technische verbeteringen aan te brengen.

Ik moge U, mede namens de Minister van Economische Zaken, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Financiën


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon