Ontwerpbesluit houdende wijziging van diverse uitvoeringsbesluiten voor het voortgezet onderwijs in verband met onder meer deeleindexamens vmbo.
- Kenmerk
- W05.17.0084/I
- Datum advies
- 21 juli 2017
- Vindplaats
- Staatscourant
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van diverse uitvoeringsbesluiten voor het voortgezet onderwijs in verband met onder meer deeleindexamens vmbo.
Bij Kabinetsmissive van 21 maart 2017, no.2017000841, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van diverse uitvoeringsbesluiten voor het voortgezet onderwijs in verband met onder meer deeleindexamens vmbo, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit voorziet in een aantal inhoudelijke en technische wijzigingen van uiteenlopende aard in het Eindexamenbesluit VO en een aantal andere besluiten. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar heeft opmerkingen over de motivering van (een deel van) het ontwerpbesluit.
1. Afwijkende wijze van examineren: uitbreiding groep deskundigen
Voor leerlingen met een niet-objectief waarneembare lichamelijke handicap is het mogelijk om op aangepaste wijze eindexamen te doen. Dit betreft leerlingen die wel de begaafdheid hebben om het examen met goed gevolg af te leggen, maar door een beperking of stoornis hinder ondervinden bij het afleggen van het examen onder normale condities. Om in aanmerking te komen voor een afwijkende wijze van examineren moet de leerling thans een verklaring overleggen van een ter zake kundige psycholoog of orthopedagoog. In het ontwerpbesluit wordt dit uitgebreid met de neuroloog en psychiater. Deze wijziging wordt niet inhoudelijk toegelicht; er wordt slechts gesteld dat het uitsluiten van neurologen en psychiaters niet terecht is. (zie noot 1)
Bij de handicaps waar het hier om gaat moet voornamelijk worden gedacht aan leerlingen met woordblindheid of ernstige problemen met rekenen. Op dit moment wordt in de onderwijswetgeving geen taak toebedeeld aan de neuroloog en de psychiater. Zo wordt in het passend onderwijs het samenwerkingsverband primair geadviseerd door een orthopedagoog of een psycholoog, en, afhankelijk van de leeftijd van het kind, voorts door een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, of een kinderpsychiater.
Gelet hierop adviseert de Afdeling in de toelichting nader uiteen te zetten op welke gronden uitbreiding van de groep deskundigen met specifiek de neuroloog en de psychiater nodig is en voorts aandacht te besteden aan de vraag of van beide specialismen kan worden verwacht dat zij zich voldoende rekenschap kunnen geven van de mogelijkheden en verantwoordelijkheden in het Nederlandse onderwijs- en examensysteem.
2. Vak op hoger niveau
Iedere school in het voortgezet onderwijs mag leerlingen op een hoger niveau vakken laten volgen. In 2015 deden 1.856 leerlingen voor een vak eindexamen op een hoger niveau. Dit is maar een klein deel van in totaal bijna 200.000 leerlingen. Met het ontwerpbesluit wil de regering meer leerlingen stimuleren om vakken op een hoger niveau te volgen. Daarom wordt erin voorzien dat de leerling die in een vak op een hoger niveau eindexamen heeft afgelegd en wil herkansen, dit niet hoeft te doen op dat hogere niveau, maar alsnog eindexamen in dat vak kan afleggen op het oorspronkelijke niveau.
Uit de toelichting kan niet worden afgeleid of het feit dat slechts weinig leerlingen eindexamen op een hoger niveau doen verband houdt met de verplichting om te herkansen op hetzelfde, hogere niveau, of dat daaraan ook andere oorzaken ten grondslag liggen. Voorts wijst de Afdeling erop dat scholen niet verplicht zijn om leerlingen op een hoger niveau vakken te laten volgen. Het is daarom niet duidelijk waarop de veronderstelling berust dat de wijziging zal leiden tot een toename van het aantal eindexamens op een hoger niveau, of dat daarvoor andere maatregelen noodzakelijk zijn.
De Afdeling adviseert in de toelichting nader op het bovenstaande in te gaan.
3. Cijferbeoordeling culturele en kunstzinnige vorming
Artikel III, onderdeel V (wijziging artikel 35 Eindexamenbesluit VO) regelt dat het vak culturele en kunstzinnige vorming voortaan met een cijfer wordt beoordeeld in plaats van met het oordeel "voldoende" of "goed". De noodzaak hiervan wordt toegelicht aan de hand van een citaat uit de toelichting bij de wijziging van de Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs van 16 juni 2016. Dit citaat heeft echter een louter beschrijvend karakter.
De Afdeling adviseert ook de inhoudelijke argumenten voor de wijziging te benoemen. Hiervoor kan worden geput uit de brief van de staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschap van 12 juni 2015. (zie noot 2)
4. Flexibele examinering
Artikel III, onderdeel Y, sub 1 (artikel 37a, tweede lid, Eindexamenbesluit VO) biedt ruimte voor flexibele examinering door te bepalen dat het schoolexamen wordt afgesloten voordat het centraal examen van dat leerjaar aanvangt. Volgens de toelichting wordt echter als aangrijpingspunt gekozen het moment waarop het centraal examen in een vak (of in vakken) in het eerste tijdvak is afgesloten, en niet het moment dat het centraal examen van een bepaald leerjaar aanvangt.
De Afdeling adviseert tekst en toelichting met elkaar in overeenstemming te brengen.
5. Consultatie BES
In de artikelen 207 en 208 van de Wet openbare lichamen BES is een plicht van de regering tot consultatie van de bestuurscolleges van de BES opgenomen. Indien een wetsvoorstel de onderwijswetgeving van de eilandsbesturen niet direct raakt en de verantwoordelijkheid van het openbaar lichaam ten opzichte van de scholen niet wijzigt, worden onderwijswetsvoorstellen door de regering in de praktijk ter consultatie naar de schoolbesturen gestuurd. Dit is met dit besluit het geval. Uit de toelichting kan echter niet worden afgeleid of deze consultatie van de schoolbesturen tot reacties heeft geleid.
De Afdeling adviseert hierop alsnog in te gaan.
6. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W05.17.0084/I
- Artikel III, onderdeel B, onder 6 (artikel 2, zesde lid, van het Eindexamenbesluit VO) als volgt formuleren: Met ingang van het examenjaar 2023 kan het in het vijfde lid, onderdeel e, genoemde bedrag bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft. (Voorts artikel V, onderdeel B (artikel 2 Staatsexamenbesluit VO), onder 2b op overeenkomstige wijze aanpassen).
- In artikel III, onderdeel BB, onder 3 (artikel 41, vierde lid, van het Eindexamenbesluit VO) "en de verklaring betreffende de verrichtte correctie" laten vervallen, omdat dit geen handeling is als bedoeld in het eerste en tweede lid. (Voorts Artikel IV, onderdeel Z, onder 4 (artikel 29, vierde lid, van het Eindexamenbesluit VO BES) op overeenkomstige wijze aanpassen.
- In artikel III, onderdeel BB, onder 4 (artikel 41, vijfde lid, van het Eindexamenbesluit VO) "In het vierde lid (nieuw)" vervangen door: In het vijfde lid (nieuw).
Nader rapport (reactie op het advies) van 9 juni 2017
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar heeft inhoudelijke opmerkingen over de motivering van (een deel van) het ontwerpbesluit. De Afdeling geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen nadat aan haar opmerkingen aandacht zal zijn geschonken.
Naar aanleiding van deze opmerkingen brengt de regering het volgende naar voren:
1. Afwijkende wijze van examineren: uitbreiding groep deskundigen
In de nota van toelichting is, conform het advies van de Afdeling, alsnog nader gemotiveerd op welke gronden uitbreiding van de groep deskundigen met specifiek de neuroloog en de psychiater nodig is en wordt alsnog aandacht besteed aan de vraag of van beide specialismen kan worden verwacht dat zij zich voldoende rekenschap kunnen geven van de mogelijkheden en verantwoordelijkheden in het Nederlandse onderwijs- en examensysteem.
2. Vak op hoger niveau
In de nota van toelichting wordt, overeenkomstig het advies van de Afdeling, alsnog uiteengezet waarop de veronderstelling berust dat de wijziging van het besluit op dit punt zal leiden tot een toename van het aantal eindexamens op hoger niveau.
3. Cijferbeoordeling culturele en kunstzinnige vorming
Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling zijn in de nota van toelichting alsnog de inhoudelijke argumenten voor deze wijziging opgenomen.
4. Flexibele examinering
De tekst en de toelichting zijn alsnog met elkaar in overeenstemming gebracht, zoals de Afdeling bepleit.
5. Consultatie BES
In de toelichting is alsnog aangegeven waartoe deze consultatie uiteindelijk heeft geleid.
6. Redactionele opmerkingen
De redactionele opmerkingen van de Afdeling zijn overgenomen.
7. Overige
In het besluit en de toelichting zijn verder nog actualiseringen opgenomen, juridisch-technische en redactionele verbeteringen aangebracht en enkele inconsistenties verholpen. Voor een tweetal onderwerpen is alsnog overgangsrecht toegevoegd. Met terugwerkende kracht wordt verder een in een eerder wijzigingsbesluit gemaakte fout hersteld. De aanvankelijk in het besluit opgenomen regels over de voorlopige cijferlijst zijn vervangen door regels die verduidelijken wanneer die lijst wordt verstrekt, welke cijfers daar op staan en wanneer aan de lijst geen rechten meer kunnen worden ontleend.
Ik moge U hierbij, in overeenstemming met mijn ambtgenoot van Economische Zaken, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(1) Toelichting, paragraaf 4.
(2) Kamerstukken II 2014/15, 31 289, nr. 243 .