Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W04.17.0033/I

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 teneinde daarin een aantal technische wijzigingen en een aantal wijzigingen met beperkte beleidsmatige gevolgen aan te brengen.

Kenmerk
W04.17.0033/I
Datum advies
3 mei 2017
Vindplaats
Staatscourant
  • Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 teneinde daarin een aantal technische wijzigingen en een aantal wijzigingen met beperkte beleidsmatige gevolgen aan te brengen.

Bij Kabinetsmissive van 17 februari 2017, no.2017000265, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 teneinde daarin een aantal technische wijzigingen en een aantal wijzigingen met beperkte beleidsmatige gevolgen aan te brengen, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit strekt tot uitwerking van de voorstellen die zijn gedaan in de Veegwet wonen.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht wijziging van het ontwerpbesluit aangewezen wat betreft de ruimte die woningcorporaties krijgen om leningen aan elkaar te verstrekken.

1. Collegiale leningen
Volgens de toelichting konden toegelaten instellingen (hierna: woningcorporaties) voor 1 juli 2015 leningen verstrekken aan andere woningcorporaties. Op grond van de huidige regelgeving is dat niet langer mogelijk. Het geheel uitsluiten van deze mogelijkheid is echter nooit beoogd. Met de wijziging van artikel 42 van de Woningwet in de Veegwet wonen is deze omissie hersteld. In het ontwerpbesluit worden collegiale leningen aangemerkt als beleggingen, zodat het reglement dat woningcorporaties moeten vaststellen nadere bepalingen moet bevatten over collegiale leningen, aldus de toelichting. (zie noot 1)

a. De afbakening tussen publieke en private tak
De Afdeling merkt op dat collegiale leningen kunnen worden toegestaan als de lening wordt verstrekt vanuit de publieke tak van een corporatie (de tak die diensten van algemeen economisch belang, daeb, verleent) aan de publieke tak van een andere corporatie. Dat geldt ook voor leningen vanuit de private tak van een corporatie aan de private tak van een andere corporatie. Het is echter onwenselijk om het kruiselings te doen. Daardoor wordt immers de scheiding die binnen corporaties moet bestaan tussen de daeb-tak en de niet-daeb-tak doorkruist. (zie noot 2)

De Afdeling adviseert op het voorgaande in de toelichting in te gaan en in het ontwerpbesluit geen ruimte te geven voor het kruiselings verlenen van collegiale leningen.

b. Duidelijkheid van de wettekst
Het ontwerpbesluit geeft nadere uitwerking aan een wijziging van de Woningwet (waarbij overigens collegiale leningen niet worden aangemerkt als beleggingen, maar juist van dat begrip worden uitgezonderd). (zie noot 3) Artikel 42 van de Woningwet is gewijzigd met de bedoeling om de ruimte voor collegiale leningen opnieuw te bieden. (zie noot 4) Die bedoeling komt in dat artikel niet goed tot uiting. (zie noot 5)

De Afdeling adviseert bij gelegenheid artikel 42 van de Woningwet te verduidelijken.

2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W04.17.0033/I

- Het geldende artikel 53 vernummeren tot 52a en de nieuwe artikelen 53a tot en met 53g invoegen als 52b tot en met 52h, zodat de artikelen 53a tot en met 53f niet hoeven te worden vernummerd (aanwijzing 238, eerste lid, Ar).
- Bepalen dat in artikel 122 "raden van toezicht" telkens wordt vervangen door: raden van commissarissen.


Nader rapport (reactie op het advies) van 24 mei 2017

1. Collegiale leningen
De Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) merkt terecht op dat het onwenselijk zou zijn indien collegiale leningen verstrekt worden tussen de daeb-tak van de ene toegelaten instelling en de niet-daeb-tak van de andere toegelaten instelling, of vice versa. Daardoor zou inderdaad het genoemde uitgangspunt, inhoudende dat toegelaten instellingen die takken van elkaar gescheiden hebben, worden doorkruist. Ik ben dan ook met de Afdeling van oordeel dat de mogelijkheid om collegiale leningen ‘kruiselings’ te verstrekken moet worden uitgesloten. Gelet op de systematiek van het toepasselijke juridische kader leent deze voorwaarde zich er echter beter voor om in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (hierna: Rtiv) te worden verankerd. Zo geldt reeds dat in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (hierna: Btiv) slechts algemene voorwaarden aan het financieel reglement worden gesteld, die gelden ten aanzien van o.a. zowel financiële derivaten als beleggingsactiviteiten. Als gevolg van de voorgenomen wijziging van artikel 105 van het Btiv, gaan die voorwaarden steeds ook gelden ten aanzien van collegiale leningen. In de Rtiv staan specifieke aanvullende voorwaarden, die slechts gelden ten aanzien van beleggingen. Met de voorgenomen wijziging van artikel 104, derde lid, van het Btiv, wordt een grondslag gecreëerd om in de Rtiv eveneens specifieke aanvullende voorwaarden te stellen, die slechts gelden ten aanzien van collegiale leningen. De voorwaarde dat het financieel reglement bepaalt dat deze niet kruiselings verstrekt mogen worden, zal op die grond in de Rtiv worden opgenomen. De betreffende wijziging van de Rtiv wordt reeds voorbereid en zal op hetzelfde tijdstip in werking treden als onderhavig ontwerpbesluit. Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling, is hier in de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit op ingegaan.

Voorts wijst de Afdeling erop dat in artikel 42, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat komt te luiden na inwerkingtreding van de Veegwet wonen (Stb. 2017, 25), de bedoeling om opnieuw ruimte te bieden voor het aangaan van collegiale leningen onvoldoende tot uitdrukking komt. Een nadere bestudering van het bedoelde artikel en de toelichting daarop, heeft tot de conclusie geleid dat de bedoeling om collegiale leningen opnieuw toe te staan voldoende adequaat tot uitdrukking komt. De onduidelijkheid ligt er mogelijk in besloten dat met de wijziging van artikel 42, eerste lid, van de Woningwet, zowel geregeld wordt dat het aangaan van collegiale leningen is toegestaan (eerste en tweede volzin), als dat bij algemene maatregel van bestuur gevallen kunnen worden bepaald waarin wordt opgedragen om middels collegiale leningen of anderszins middelen aan een andere toegelaten instelling ter beschikking te stellen (derde volzin). Bij een volgende gelegenheid zal derhalve worden bezien of de bedoeling verder kan worden verduidelijkt.

2. De redactionele kanttekeningen van de Afdeling zijn verwerkt.

3. Overige wijzigingen
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om een nadere wijziging in het besluit op te nemen, teneinde de werkwijze rondom het aanvragen van saneringssubsidie, zoals opgenomen in artikel 111 van het Btiv, beter uitvoerbaar te maken. Thans kent artikel 111 slechts een algemene procedure die gevolgd moet worden door alle toegelaten instellingen die saneringssubsidie aanvragen. In de praktijk bleek behoefte te bestaan aan een specifieke procedure voor de gevallen waarin (ook) (een of meerdere) andere toegelaten instellingen dan de noodlijdende een saneringssubsidie aanvragen (waar behoefte aan zal bestaan wanneer zij op grond van het saneringsplan bepaalde werkzaamheden van de noodlijdende toegelaten instelling overnemen). Met de wijziging van artikel 111 wordt beoogd dat rondom een sanering steeds duidelijk is welke toegelaten instelling, op welk moment, welke stukken dient te overleggen. Tevens zijn nog enkele technische wijzigingen van ondergeschikte aard aangebracht.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties


(1) Toelichting op artikel I, onderdelen A, V, onder 2, W, onder 1, en X.
(2) Kamerstukken II 2015/16, 34 468, nr. 7, blz. 10; idem nr. 8, blz. 3.
(3) Artikel I, onderdeel A, onder 1, van het ontwerpbesluit. In het vervolg van het ontwerpbesluit wordt het begrip "collegiale leningen" dan ook telkens apart genoemd naast "beleggingen" (artikelen 104, 105 en 106 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015).
(4) Tweede nota van wijziging bij de Veegwet wonen, Kamerstukken II 2015/16, 34 468, nr. 9. De wijziging van artikel 42 is terug te vinden in onderdeel F van de nota van wijziging.
(5) In artikel 42, tweede lid, wordt de zinsnede ",waartoe, in bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen, behoort het inzetten van middelen ten behoeve van het door andere toegelaten instellingen toepassing geven aan die volzin. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de indicatie van de middelen welke de toegelaten instelling ter uitvoering van de eerste volzin ter beschikking staan." vervangen door: "Daartoe behoort tevens het inzetten van middelen ten behoeve van het door andere toegelaten instellingen toepassing geven aan het eerste lid, eerste volzin. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen worden bepaald waarin de toegelaten instelling toepassing geeft aan de tweede volzin."


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 346 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon