Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.15.0052/II

Ontwerpbesluit houdende regels over de voorlopige selectiemiddelen en de bewijsmiddelen die ter vaststelling van het gebruik van alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer kunnen worden ingezet en aanwijzing van grenswaarden voor drugsgebruik en gecombineerd drugs- en alcoholgebruik (Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer), met nota van toelichting.

Kenmerk
W03.15.0052/II
Datum advies
3 april 2015
Vindplaats
Staatscourant 2017, nr. 3278
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende regels over de voorlopige selectiemiddelen en de bewijsmiddelen die ter vaststelling van het gebruik van alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer kunnen worden ingezet en aanwijzing van grenswaarden voor drugsgebruik en gecombineerd drugs- en alcoholgebruik (Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 2 maart 2015, no.2015000326, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels over de voorlopige selectiemiddelen en de bewijsmiddelen die ter vaststelling van het gebruik van alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer kunnen worden ingezet en aanwijzing van grenswaarden voor drugsgebruik en gecombineerd drugs- en alcoholgebruik (Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer), met nota van toelichting.

Het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (hierna: ontwerpbesluit) bevat nadere regels ter uitwerking van de Wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) in verband met het verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs. (zie noot 1) Het ontwerpbesluit bouwt voort op het bestaande Besluit alcoholonderzoeken (zie noot 2) en bevat, met het oog op de vaststelling van het rijden onder invloed van drugs, regels ten aanzien van onder meer de grenswaarden voor bepaalde soorten drugs, het (voorlopig) ademonderzoek en het (aanvullend) bloedonderzoek.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het ontwerpbesluit vast te stellen, maar beveelt aan de regeling van het aanvullend bloedonderzoek van nadere waarborgen te voorzien.

1. Aanvullend bloedonderzoek
Het ontwerpbesluit onderscheidt twee typen bloedonderzoek: het standaard bloedonderzoek, dat betrekking heeft op het gebruik van de in artikel 2 van het ontwerpbesluit aangewezen drugs (zie noot 3), en het aanvullend onderzoek, dat gericht is op het gebruik van stoffen die niet in artikel 2 van het ontwerpbesluit zijn aangewezen. (zie noot 4) Het aanvullend bloedonderzoek is nieuw ten opzichte van de bestaande regeling in het Besluit alcoholonderzoeken.
Bij het standaard bloedonderzoek heeft betrokkene recht op tegenonderzoek (voorgesteld artikel 11, tweede lid). Het bloed dat bij het standaard onderzoek wordt afgenomen dient tevens voor het uitvoeren van het aanvullend onderzoek.
De Afdeling merkt op dat wat betreft het aanvullend onderzoek niet is geregeld dat de verdachte bij de bloedafname wordt medegedeeld dat met het afgenomen bloed (op een later moment) (zie noot 5) aanvullend bloedonderzoek kan worden verricht en dat hij dan ook recht heeft op tegenonderzoek. (zie noot 6) Temeer daar volgens de toelichting aan het aanvullend onderzoek zwaardere eisen worden gesteld dan aan het standaard onderzoek (zie noot 7), acht de Afdeling het wenselijk dat in het ontwerpbesluit alsnog in genoemde waarborgen wordt voorzien. De Afdeling adviseert daartoe.

2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.15.0052/II

- In artikel 1, onderdeel c, in de definitie van "bloedonderzoek" mede verwijzen naar artikel 8, vijfde lid, van de WVW 1994.


Nader rapport (reactie op het advies) van 7 december 2016

1. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is in artikel 18, tweede lid, (dat was artikel 16, tweede lid) het tweede lid van artikel 13 (dat was voorheen artikel 11) van overeenkomstige toepassing verklaard en is aan dat artikellid een onderdeel c toegevoegd. Als gevolg van deze wijzigingen dient de opsporingsambtenaar de verdachte erop te wijzen dat met het bloed dat van hem is afgenomen, (op een later moment) een aanvullend bloedonderzoek kan worden verricht en dat hij bij een positieve uitslag van het aanvullend bloedonderzoek, net zoals bij het standaard bloedonderzoek het geval is, recht op tegenonderzoek heeft. In de toelichting op artikel 18 is dit aangepaste tweede lid uitgelegd.

2. De redactionele kanttekening van de Afdeling advisering heb ik overgenomen en is in artikel 1, onder b, (dat was artikel 1, onder c) in de definitie van “bloedonderzoek” verwerkt.

3. Tot slot is van de gelegenheid gebruikgemaakt om nog een aantal technische en taalkundige wijzigingen in het ontwerpbesluit en de nota van toelichting aan te brengen. Een voorbeeld van een technische wijziging is de invoeging van het nieuwe artikel 2 waarin de stoffen, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 expliciet zijn aangewezen en niet meer impliciet zoals in het oude artikel 2 dat tot artikel 3 vernummerd is, het geval was. Een ander voorbeeld is het laten vervallen van de regel in artikel 12, vierde lid, (dat was artikel 10, vierde lid) dat de hoogte van de vergoeding van de arts of de verpleegkundige voor de bloedafname bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. De reden daarvoor is dat de hoogte van die vergoeding onderdeel is van het aanbestedingstraject van de politie over de beschikbaarheid en bereikbaarheid van artsen en verpleegkundigen voor het afnemen van bloed van verdachten en het daarom overbodig is om daarover ook bij ministeriële regeling regels te stellen. Nog een voorbeeld is de wijziging in artikel 14, tweede lid, (dat was artikel 12, tweede lid) op grond waarvan Nederlandse laboratoria evenals buitenlandse laboratoria volgens een vergelijkbare norm als de NEN-EN ISO/IEC 17025 geaccrediteerd mogen zijn, bijvoorbeeld volgens de ISO 15189 die geldt voor de accreditatie van medische laboratoria. De laatste wijziging die ik hier noem, is dat in het besluit niet langer de verplichting is opgenomen om de eisen die aan een ademtester, speekseltester en een ademanalyseapparaat worden gesteld, bij ministeriële regeling vast te leggen. Zoals in de toelichting op artikel 10 (dat was artikel 8) is beschreven, is de reden daarvoor dat deze eisen sinds de vorming van de nationale politie onderdeel uitmaken van de aanbestedingsprocedure die tot de aanschaf van deze apparaten moet leiden die de Minister van Veiligheid en Justitie uiteindelijk bij ministeriële regeling zal aanwijzen. Tegen die achtergrond is het overbodig om die eisen ook nog eens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te leggen. Dit laat onverlet dat het bijvoorbeeld voor de bestuurders die ervan worden verdacht met een te hoog alcoholpromillage aan het verkeer te hebben deelgenomen, duidelijk moet zijn welke eisen aan het betreffende apparaat gesteld zijn en dat die eisen voor hen raadpleegbaar dienen te zijn. Daarom zullen die eisen met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit op de websites van de nationale politie en het openbaar ministerie worden geplaatst.

De Minister van Veiligheid en Justitie


(1) Wet van 26 september 2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs (Stb. 2014, 353). De wijzigingswet bevat onder meer de strafbaarstelling van het rijden onder invloed van drugs, indien uit bloedonderzoek blijkt dat de concentratie ervan (al dan niet in combinatie met andere stoffen) een bepaalde grenswaarde te boven gaat (artikel 8, vijfde lid, WVW).
(2) Het Besluit alcoholonderzoeken wordt met dit ontwerpbesluit ingetrokken (voorgesteld artikel 20).
(3) Al dan niet in combinatie met andere drugs of alcohol.
(4) Voorgestelde artikelen 1, onderdeel d en 16 van het ontwerpbesluit.
(5) Het aanvullend onderzoek kan direct bij aanvang van het bloedonderzoek naar het gebruik van alcohol of de in artikel 2 aangewezen drugs plaatsvinden alsook op een later moment. Nota van toelichting, Artikelsgewijze toelichting op artikelen 1 en 12.
(6) Wel is het zo dat artikel 15 van het ontwerpbesluit - dat op grond van artikel 16, tweede lid, van toepassing is op het aanvullend onderzoek - bepaalt dat de verdachte bij het aanvullend onderzoek schriftelijk in kennis wordt gesteld van het resultaat van het bloedonderzoek en het recht op tegenonderzoek. Echter, het moment waarop verdachte op het recht van tegenonderzoek wordt geattendeerd ingevolge artikel 15 is pas bij het in kennis stellen van het resultaat van het bloedonderzoek en dus niet bij de bloedafname.
(7) Nota van toelichting, Artikelsgewijze toelichting op artikel 1. Geregeld is dat de opdracht tot aanvullend onderzoek door een hoger geplaatste autoriteit wordt gegeven (de hulpofficier van justitie in plaats van opsporingsambtenaar) en de termijn waarbinnen het onderzoek dient te worden verricht langer is dan het standaard bloedonderzoek (4 weken in plaats van 2 weken).


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 468 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon