Wijzigingen van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Nairobi, 17 november 2006; Trb. 2007, 206 en Doha, 8 december 2012; Trb. 2013, 44), met toelichtende nota.
- Kenmerk
- W14.14.0473/IV/K
- Datum advies
- 4 februari 2015
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2014/2015, 34 223 (R2052), nr. B/2
- Infrastructuur en Waterstaat
- Verdrag
Toon inhoud
Wijzigingen van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Nairobi, 17 november 2006; Trb. 2007, 206 en Doha, 8 december 2012; Trb. 2013, 44), met toelichtende nota.
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2014, no.2014002449, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt de wijzigingen van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Nairobi, 17 november 2006; Trb. 2007, 206 en Doha, 8 december 2012; Trb. 2013, 44), met toelichtende nota.
In 1992 kwam het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering tot stand. Bij dit verdrag is in 1997 tot stand gebracht het Protocol van Kyoto (hierna: het Protocol). Het Raamverdrag en het Protocol zijn goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk en zijn voor het Europese deel van Nederland in werking getreden. Het Protocol is ontwikkeld om de doelstelling van het Raamverdrag te realiseren inzake stabilisatie van concentraties broeikasgassen. In het Protocol zijn partijen afspraken aangegaan over emissiereductie en voor zes broeikasgassen zijn emissiedoelstellingen vastgesteld.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk adviseert het voorstel aan de parlementen van de verschillende landen van het Koninkrijk te zenden, maar in de toelichting tevens te motiveren waarom uitbreiding van het Raamverdrag en het Protocol niet wordt voorzien voor het Caribisch deel van Nederland.
De protocolwijzigingen zullen na goedkeuring van de Staten-Generaal gelden voor het gehele Koninkrijk. In afwachting van uitvoeringswetgeving worden het Raamverdrag en het Protocol nog niet toegepast op Aruba, Curaçao en Sint Maarten, maar als door een land aangegeven wordt dat zijn wetgeving gereed is, dan zullen bedoelde verdragen ook daar worden aanvaard. (zie noot 1) Er is evenwel niet voorzien in uitbreiding van de toepassing tot het Caribisch deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba), aldus de toelichting. (zie noot 2) Dit kan leiden tot een situatie waarbij het Raamverdrag en het Protocol wel werken voor het Europees deel van Nederland en voor de andere landen van het Koninkrijk, maar niet voor het Caribisch deel van Nederland. Een motivering daarvoor ontbreekt.
De Afdeling adviseert in het licht van het bovenstaande te motiveren waarom niet wordt voorzien in toepassing van het Raamverdrag en het Kyoto Protocol tot het Caribisch deel van Nederland.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van Aruba, aan die van Curaçao en aan die van Sint Maarten, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 21 mei 2015
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering is paragraaf B van de toelichtende nota uitgebreid met enkele passages over het Carabische deel van Nederland.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het overzicht met het aantal partijen dat de wijzigingen van Doha heeft aanvaard te actualiseren.
Ik moge U, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen de wijzigingen vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, en tevens over te leggen aan de Staten van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten.
De Minister van Buitenlandse Zaken
(1) Toelichtende nota, blz. 8.
(2) Toelichtende nota, blz. 3.