Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.14.0279/III

Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de uitvoering van hoofdstuk IIB van de Bankwet 1998 (Uitvoeringsbesluit Bankwet 1998), met nota van toelichting.

Kenmerk
W06.14.0279/III
Datum advies
10 oktober 2014
Vindplaats
Staatscourant
  • Financiën
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de uitvoering van hoofdstuk IIB van de Bankwet 1998 (Uitvoeringsbesluit Bankwet 1998), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 18 juli 2014, no.2014001431, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de uitvoering van hoofdstuk IIB van de Bankwet 1998 (Uitvoeringsbesluit Bankwet 1998), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit bevat nadere regels ter uitvoering het nieuwe hoofdstuk IIB van de Bankwet 1998 dat met de Wijzigingswet financiële markten 2015 (hierna: Wfm 2015) in die wet zal worden opgenomen. (zie noot 1) Het ontwerpbesluit wijst categorieën (semi)overheidsorganen en ondernemingen aan die informatie aan de Nederlandsche Bank (hierna: DNB) moeten verstrekken. Voorts wijst het ontwerpbesluit de internationale organisaties aan waaraan DNB informatie mag verstrekken. Deze financieel-economische informatie wordt gebruikt voor statistische doeleinden en economisch analyses en is van belang om de stabiliteit van het financiële stelsel te bewaken. Het ontwerpbesluit bevat eveneens nadere regels over de bestuurlijke boete die kan worden opgelegd bij het niet voldoen aan de informatieplicht.
Beoogd is het ontwerpbesluit tegelijk met de Wfm 2015 in werking te laten treden.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt onder andere opmerkingen over de afwijking van de geheimhoudingsplicht, de reikwijdte van informatieverzoeken door DNB, het onderscheid in het vergoeden van de kosten van gegevensverstrekking, en de definitie van het begrip ‘schaduwbanken’. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Afwijking van de geheimhoudingsplicht

a. DNB mag de gegevens die zij op grond van het in de Wfm 2015 voorgestelde artikel 9d Bankwet 1998 ontvangt slechts gebruiken voor statistische doeleinden en economische analyses. Dit is bepaald in het in de Wfm 2015 voorgestelde artikel 9e Bankwet 1998. Verder is in artikel 9e, derde lid, Bankwet 1998 geregeld dat publicatie van de bij DNB berustende gegevens slechts mogelijk is wanneer daaraan geen herkenbare gegevens van, kort gezegd, afzonderlijke respondenten kunnen worden ontleend.

In afwijking van artikel 9e, derde lid, Bankwet 1998, kan DNB de gegevens die zij op grond van artikel 9d Bankwet heeft ontvangen aan internationale organisaties verstrekken, zo blijkt uit artikel 9f Bankwet 1998. Uit datzelfde artikel blijkt dat daarbij het geheimhoudingsregime dat ingevolge bindende EU-rechtshandelingen op de desbetreffende gegevens van toepassing is, in acht dient te worden genomen.
Uit de toelichting bij het ontwerpbesluit blijkt dat de gegevens die aan internationale organisaties worden verstrekt, in voorkomende gevallen wel herleidbaar kunnen zijn tot een afzonderlijke onderneming, vrije beroepsbeoefenaar, instelling of rechtspersoon. Volgens de toelichting worden die gegevens echter slechts verstrekt onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de desbetreffende internationale organisaties die informatie slechts intern mogen gebruiken en geheim moeten houden. (zie noot 2) De Afdeling merkt over de verstrekking van gegevens aan internationale organisaties het volgende op.

i. Op grond van artikel 9d Bankwet 1998 kan DNB gegevens bij verschillende ondernemingen en instellingen opvragen ten behoeve van zijn taak om de stabiliteit van het financiële stelsel te bevorderen en ten behoeve van zijn taak om statistische informatie te verzamelen en voorts ter voldoening aan informatieverzoeken van de aangewezen internationale organisaties. Voor zover de informatieverstrekking aan internationale organisaties ook betrekking heeft op gegevens die zijn vergaard in het kader van de uitoefening van de toezichtstaak door DNB (hierna: toezichtgegevens) kleeft daaraan het geheimhoudingsregime ingevolge bindende EU rechtshandelingen, zoals uitgewerkt in onder andere de Wft (hierna: geheimhoudingsregime). Dit vloeit voort uit de systematiek van de Wft.
Artikel 9f Bankwet 1998 gaat door de bewoordingen "met het geheimhoudingsregime dat (…) op de desbetreffende gegevens van toepassing is" hier ook van uit. Dat regime lijkt in de weg te staan aan verdere verstrekking van deze toezichtgegevens aan internationale organisaties.
Uit de toelichting wordt niet duidelijk dat DNB gegevens van deze aard niet zal verstrekken aan internationale organisaties.

De Afdeling adviseert naar aanleiding van het voorgaande in de toelichting in te gaan op de bevoegdheid van DNB om gegevens die zijn vergaard in het kader van de uitoefening van haar toezichtstaak, te verstrekken aan de in het ontwerpbesluit aangewezen internationale organisaties.

ii. Voor zover DNB op verzoek ook gegevens aan de internationale organisaties zal verstrekken die niet zijn vergaard in het kader van de uitoefening van haar toezichtstaak dient ook deze verstrekking plaats te vinden "met inachtneming van het geheimhoudingsregime dat ingevolge bindende EU-rechtshandelingen op de desbetreffende gegevens van toepassing is" (artikel 9f).
Uit de toelichting wordt niet duidelijk of en zo ja welk geheimhoudingsregime op de verstrekking van deze gegevens van toepassing is, mede omdat de bindende EU rechtshandelingen die van toepassing kunnen zijn niet nader worden aangeduid. Daarmee bestaat onduidelijkheid over de vraag of de verstrekking van deze gegevens aan internationale organisaties mag plaatsvinden. Dit nog los van het feit dat de toelichting vermeldt dat DNB de gegevens verstrekt onder de voorwaarde van geheimhouding, voor zover deze herleidbaar zijn tot individuele respondenten.

De Afdeling adviseert in de toelichting op het voorgaande in te gaan en de bindende EU rechtshandelingen waarop in dit verband wordt gedoeld te specificeren.

Onverminderd het voorgaande merkt de Afdeling het volgende op.

b. De in de toelichting opgenomen voorwaarde dat de desbetreffende internationale organisatie de door DNB verstrekte informatie die herleidbaar is tot individuele ondernemingen en instellingen slechts intern mag gebruiken en geheim moet houden, is kennelijk nodig terzake van de verstrekking van die gegevens waaraan geen of slechts een beperkt geheimhoudingsregime kleeft. De bevoegdheid tot het stellen van deze voorwaarde volgt niet uit de Wfm 2015. Deze bevoegdheid kan naar het oordeel van de Afdeling voorts niet slechts op de toelichting worden gebaseerd.

Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling de Wft bij de eerstvolgende gelegenheid aan te passen en te voorzien in deze bevoegdheid.

2. Afbakening internationale organisaties
Het ontwerpbesluit wijst, ter uitvoering van artikel 9d, eerste lid, Bankwet 1998 internationale organisaties aan waaraan DNB informatie mag verstrekken. Deze organisaties zijn, zo blijkt uit de toelichting op het ontwerpbesluit en uit de memorie van toelichting bij Wfm 2015, "[i]nternationale financiële organisaties waarbij Nederland is aangesloten." (zie noot 3) In het ontwerpbesluit wordt onder andere de Financial Stability Board (hierna: FSB) aangewezen als internationale organisatie waaraan DNB informatie mag verstrekken. De Afdeling wijst erop dat de FSB niet is opgericht bij verdrag en leidt hieruit af dat de regering niet heeft bedoeld op grond van artikel 9f Bankwet 1998 uitsluitend volkenrechtelijke organisaties als bedoeld in artikel 92 van de Grondwet aan te wijzen. In artikel 92 van de Grondwet gaat het immers uitsluitend om organisaties waaraan bij of krachtens verdrag bevoegdheden tot wetgeving, bestuur en rechtspraak zijn opgedragen.
De Afdeling merkt op dat uit het ontwerpbesluit en de toelichting niet blijkt welke afbakening de regering gebruikt bij het aanwijzen van internationale organisaties waaraan DNB informatie kan verstrekken.

De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op het voorgaande en duidelijk te maken welke criteria worden gebruikt bij het aanwijzen van een internationale organisatie als organisatie waaraan door DNB informatie kan worden verstrekt.

3. Reikwijdte verzoeken om gegevens en proportionaliteit
In het ontwerpbesluit worden private organisaties aangewezen die op grond van artikel 9d, tweede en derde lid, van de Bankwet 1998 gegevens dienen te verstrekken aan DNB. Daarbij wordt ook bepaald welke gegevens die organisaties dienen te verstrekken. (zie noot 4) De uitvraag van gegevens bij die private organisaties heeft een subsidiair karakter; uit artikel 9d, tweede lid, van de Bankwet 1998 volgt dat DNB slechts informatie opvraagt bij private partijen, wanneer de desbetreffende informatie niet voorhanden is bij (semi)publieke instellingen.

Het subsidiaire karakter van de uitvraag van informatie bij private organisaties laat onverlet dat de in artikel 1, derde lid, van het ontwerpbesluit genoemde categorieën van gegevens zeer algemeen zijn geformuleerd. Zo kunnen van de Stichting Bureau Kredietregistratie gegevens worden opgevraagd die zijn geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem. Daarbij is niet gespecificeerd welke gegevens dit betreft. In het ontwerpbesluit wordt niet duidelijk van welke gegevens overlegging verlangd kan worden van de in dit ontwerpbesluit aangewezen organisaties en welke informatie DNB niet mag opvragen.

In de toelichting wordt hierover opgemerkt dat DNB alleen informatie mag opvragen als dat nodig is voor de in artikel 9d genoemde doelen. (zie noot 5) Zoals aangegeven in punt 1 betreft het hier informatie voor de stabiliteit van het financiële stelsel, voor statistische gegevens en informatieverzoeken ten behoeve van internationale organisaties. Deze doelen zijn zeer ruim geformuleerd waardoor hieronder veel informatie kan vallen. Daarbij wijst de Afdeling er in het bijzonder op dat wanneer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen internationale organisaties een informatieverzoek doen, DNB, ongeacht de inhoud van dat informatieverzoek, bevoegd is om die informatie op te vragen bij de in artikel 1, tweede en derde lid, van het ontwerpbesluit aangewezen organisaties.

De Afdeling adviseert in het ontwerpbesluit nader te bepalen welke gegevens van de in artikel 1, derde lid, van het ontwerpbesluit aangewezen organisaties kunnen worden opgevraagd door DNB.

4. Niet doorberekenen kosten gegevensverstrekking
Het in Wfm 2015 voorgestelde artikel 9d, vierde lid, van de Bankwet 1998 houdt in dat de in dat artikel bedoelde gegevensverstrekking kosteloos geschiedt, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders wordt bepaald. Thans wordt voorgesteld dat de kosten die de Kamer van Koophandel, de Dienst voor het kadaster en de openbare registers en de Stichting Bureau Kredietregistratie maken om te voldoen aan een dataverzoek van DNB worden vergoed. De categorieën private partijen die worden aangewezen in artikel 1, derde lid, onder b en c, komen niet in aanmerking voor de vergoeding van de kosten. De toelichting noemt als motivering voor dit onderscheid dat de genoemde private partijen deel uitmaken van het financiële stelsel en het vanuit dat oogpunt te rechtvaardigen is dat zij de kosten van de gegevensuitvraag - die de bevordering van de stabiliteit van het financiële stelsel tot doel heeft - zelf dragen. (zie noot 6)

Uit de toelichting bij het ontwerpbesluit blijkt dat de gegevens die kunnen worden opgevraagd meer zicht moeten geven op de risico’s binnen het financiële stelsel als geheel. De Afdeling merkt op dat met het doen van een dataverzoek om de stabiliteit van het financiële stelsel te bevorderen in het bijzonder het algemeen belang wordt gediend. In dat licht is het de Afdeling niet duidelijk dat rechtspersonen die een wettelijke taak verrichten wel de kosten van de gegevensuitvraag krijgen vergoed en financiële ondernemingen en ondernemingen die buiten het reguliere bankwezen actief zijn in het kredietintermediairproces niet.

Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling het onderscheid in het vergoeden van de kosten van de gegevensverstrekking nader te motiveren en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.

5. Definitie schaduwbanken
Op grond van het ontwerpbesluit kan DNB ook gegevens opvragen van ondernemingen die buiten het reguliere bankwezen actief zijn in het kredietintermediairproces. (zie noot 7) De toelichting noemt deze ondernemingen "schaduwbanken". De toelichting wekt de indruk dat hiermee ondernemingen bedoeld worden die geheel buiten het reguliere banksysteem staan.
Volgens de toelichting sluit deze definitie aan bij een rapport van de FSB uit 2011 over het fenomeen schaduwbankieren. (zie noot 8) De Afdeling wijst er op dat dit rapport een brede definitie van schaduwbankieren hanteert waarbij ook activiteiten die gedeeltelijk buiten het reguliere bankssysteem onder de definitie vallen: "the system of credit intermediation that involves entities and activities outside the regular banking system." (zie noot 9) Het rapport van de FSB wijst er met betrekking tot het toezicht op het schaduwbankieren expliciet op dat: ‘while the focus is on identifying activities which are not covered by regular bank regulation, it is also important to examine connections between non-bank and bank activities’. (zie noot 10)

De Afdeling wijst erop dat ook de Europese Commissie in een recent voorstel voor een verordening betreffende rapportage en transparantie van effectenfinancieringstransacties verwijst naar de door de FSB gehanteerde brede definitie van schaduwbankieren. (zie noot 11) Voorts hanteert ook de Nederlandse Vereniging van Banken een brede definitie en wijst er op dat hier bijvoorbeeld ook holdingmaatschappijen, concernfinancieringsmaatschappijen of securisatie-SPV’s onder kunnen vallen. Deze instellingen maken vaak deel uit van een financiële groep en lijken derhalve deel uit te maken van het reguliere banksysteem. (zie noot 12)

Deze brede definitie van het begrip schaduwbankieren omvat dan ook niet alleen activiteiten die door ondernemingen die geen reguliere banken of financiële ondernemingen zijn buiten het banksysteem worden ondernomen, maar ook activiteiten die door reguliere banken en financiële ondernemingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft buiten het reguliere banksysteem worden ondernomen. De tekst en de toelichting van het ontwerpbesluit sluiten daarmee niet op elkaar aan.

De Afdeling adviseert naar aanleiding van het voorgaande de toelichting in overeenstemming te brengen met de tekst van het voorgestelde artikel 1, derde lid, onder c.

6. Termijn voor gegevensverstrekking
In de toelichting bij het ontwerpbesluit wordt gesteld dat de termijn waarbinnen aan een informatieverzoek van DNB moet worden voldaan is gewijzigd van drie weken in een door DNB te stellen redelijke termijn en dat daartoe artikel 9d, derde lid, Bankwet 1998 is aangepast. (zie noot 13) De Afdeling wijst erop dat artikel 9d, derde lid, van de Bankwet 1998, zoals voorgesteld in Wfm 2015, een imperatieve delegatiegrondslag voor het bepalen van de termijn waarbinnen aan een informatieverzoek van DNB moet worden voldaan bevat. (zie noot 14)

De Afdeling adviseert in het ontwerpbesluit concreet te bepalen binnen welke termijn aan een informatieverzoek van DNB moet worden voldaan en overigens de toelichting op dit punt aan te passen.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 10 juli 2015

Afdeling advisering van de Raad van State maakt naar aanleiding van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting een aantal opmerkingen. Hierna zal bij de bespreking van het advies de volgorde van de opmerkingen zoals de Afdeling hanteert, worden aangehouden.

1.Afwijking van de geheimhoudingsplicht

i. De Afdeling adviseert ten aanzien van de verstrekking van gegevens aan internationale organisaties om in de toelichting in te gaan op de bevoegdheid van De Nederlandsche Bank (DNB) om gegevens die zijn vergaard in het kader van de uitoefening van haar toezichtstaak te verstrekken aan de in het ontwerpbesluit aangewezen internationale organisaties.

Naar aanleiding hiervan wordt opgemerkt dat, indien er een informatiebehoefte bestaat bij DNB zij eerst nagaat of de bedoelde gegevens binnen de eigen organisatie of binnen het Europees Stelsel van Centrale Banken beschikbaar zijn. Zo kan zij bijvoorbeeld gebruik maken van gegevens die in het kader van de uitoefening van haar toezichttaak zijn verstrekt. Op die manier wordt een stijging van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven tot een minimum beperkt. Voor zover het hierbij gaat om vertrouwelijke gegevens of inlichtingen in de zin van artikel 1:89 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) geldt dat DNB deze gegevens alleen geaggregeerd, dat wil zeggen niet herleidbaar tot personen, mag verstrekken. Deze werkwijze is naar aanleiding van het advies in de toelichting bij het besluit verduidelijkt.

ii. Daarnaast adviseert de Afdeling om in de toelichting te specificeren op welke bindende EU-rechtshandelingen wordt gedoeld in artikel 9e, derde lid, van de Bankwet 1998. In reactie hierop wordt opgemerkt dat artikel 9e, derde lid, van de Bankwet 1998 bepaalt dat gegevens die DNS in het kader van haar nieuwe bevoegdheid ontvangt slechts openbaar worden gemaakt voor zover deze niet herleidbaar zijn tot afzonderlijke ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaars, instellingen of rechtspersonen. Echter, voor de verstrekking van informatie door DNB aan internationale organisaties geldt dat het soms noodzakelijk kan dat de verstrekte informatie herleidbaar Is tot individuele instellingen. Voor zover het daarbij gaat om vertrouwelijke gegevens, dat wil zeggen gegevens die van invloed kunnen zijn op de concurrentiepositie van de betreffende onderneming of een disproportionele inbreuk kunnen maken op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene, zal DNB deze slechts niet herleidbaar tot afzonderlijke personen mogen verstrekken (indien het gaat om vertrouwelijke gegevens of inlichtingen in de zin van artikel 1:89 van de Wft) dan wel verstrekken onder de voorwaarde dat de informatie door de betreffende internationale organisatie niet openbaar wordt gemaakt. In het laatste geval zal DNB de informatie slechts mogen verstrekken onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de betreffende internationale organisatie die informatie alleen intern gebruikt en geheim houdt. Wel kan deze informatie door de betreffende internationale organisatie op geaggregeerd niveau openbaar worden gemaakt (zie in die zin ook: Kamerstukken II 2013/14, 33 918, nr. 8). De tekst van artikel 9f van de Bankwet 1998 roept in dit verband mogelijk vragen op en bij de eerstvolgende gelegenheid zal bezien worden op welke wijze de strekking van dit artikel kan worden verduidelijkt.

2.Afbakening internationale organisaties
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling om in de toelichting te verduidelijken welke criteria worden gebruikt bij het aanwijzen van internationale organisaties waaraan DNB informatie kan verstrekken, wordt opgemerkt dat het gaat om informatieverzoeken van internationale organisaties. Deze verzoeken zullen in de regel betrekking hebben op ontwikkelingen die de stabiliteit van het financiële stelsel kunnen beïnvloeden en die systeemrisico’s met zich mee kunnen brengen. Veel risico’s kennen een grensoverschrijdend karakter en vereisen in toenemende mate internationale samenwerking en informatie-uitwisseling. Met het oog daarop is er dan ook een toenemende behoefte om deze risico’s ook op meer mondiaal niveau in kaart te brengen. De internationale organisaties die zijn aangewezen in het besluit hebben het voortouw genomen om hiaten in deze informatievoorziening te verminderen. Dit is ook toegelicht in de memorie van toelichting bij de wijziging van de Bankwet 1998 in verband met de verwerving en het gebruik van gegevens door DNB. In de nota van toelichting bij het besluit is ten aanzien van dit punt een verduidelijking opgenomen.

3.Reikwijdte verzoeken om gegevens en proportionaliteit
In verband hiermee wordt opgemerkt dat in artikel 9d, eerste lid, aanhef, van de Bankwet 1998 specifiek is bepaald voor welke doelen DNB informatie mag opvragen. In artikel 9e, eerste lid, van de Bankwet 1998 is vervolgens bepaald dat de door DNB ontvangen gegevens uitsluitend mogen worden gebruikt voor statistische doeleinden en economische analyses en voor het voldoen aan informatieverzoeken van internationale organisaties. Hiermee is gebruik voor fiscale, administratieve, controle en gerechtelijke doeleinden uitgesloten. In het ontwerpbesluit is in artikel 1, derde lid, concreet voorgeschreven welke informatie van financiële ondernemingen en van ondernemingen dïe buiten het reguliere bankwezen actief zijn in het kredietintermediatieproces kan worden opgevraagd. Het betreft hier informatie over balansposten en financiële transacties met andere partijen. Daarnaast wordt de reikwijdte van de informatieverzoeken ook beperkt doordat in het besluit uitdrukkelijk is bepaald ten behoeve van welke taken DNB de informatie mag opvragen dan wel ten behoeve van welke internationale organisaties deze uitvraag mag plaatsvinden. Hiermee is naar het oordeel van de regering voldoende bepaald welke informatie kan worden opgevraagd bij financiële ondernemingen en ondernemingen die buiten het reguliere bankwezen actief zijn in het kredietintermediatieproces. Ten aanzien van de informatie die bij de Stichting Bureau Kredietregistratie kan worden opgevraagd en die is geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem wordt opgemerkt dat naar aanleiding van het advies van de Afdeling in de toelichting bij het ontwerpbesluit is verduidelijkt aan wat voor soort gegevens hierbij moet worden gedacht.

4.Niet doorberekenen kosten gegevensverstrekking
In reactie op het advies van de Afdeling om het onderscheid in het vergoeden van kosten van de gegevensverstrekking zoals dat wordt gehanteerd in het besluit op grond van artikel 3 nader te motiveren wordt opgemerkt dat met het doen van een dataverzoek wordt beoogd de stabiliteit van het financiële stelsel te bevorderen. Een stabiel financieel stelsel is van belang voor het vertrouwen in de kwaliteit van producten en dienstverlening van de financiële sector en is daarmee in het belang van de financiële ondernemingen die binnen dat stelsel actief zijn. Daarnaast is het ook niet gebruikelijk dat ondernemingen een vergoeding krijgen van overheidswege voor het voldoen aan een wettelijke verplichting. De regering acht het daarom passend dat financiële ondernemingen en ondernemingen die ook buiten het reguliere bankwezen actief zijn in het kredietintermediatieproces geen vergoeding ontvangen voor het aanleveren van gegevens aan DNB.
Om de administratieve lasten die hiermee gepaard gaan zo laag mogelijk te houden zijn diverse maatregelen genomen. Dit wordt gerealiseerd doordat DNB eerst nagaat of de gegevens al binnen, onder andere, de eigen organisatie of het Europees Stelsel van Centrale Banken aanwezig zijn. Pas in laatste instantie zal zij private partijen vragen om gegevens. Hiermee wordt gewaarborgd dat de administratieve lasten voor het bedrijfsleven zo laag mogelijk zijn doordat DNB naar verwachting eerder en vaker bij de Kamer van Koophandel, het Kadaster en het Bureau Kredietregistratie gegevens zal uitvragen dan bij financiële ondernemingen en bij ondernemingen die ook actief zijn als schaduwbank. Zie hierover ook de memorie van toelichting bij de wijziging van de Bankwet 1998 in verband met de verwerving en het gebruik van gegevens door DNB (Kamerstukken II 2013/14, 33 918, nr. 3).

5.Definitie schaduwbanken
Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling over de definitie van schaduwbanken is de toelichting bij het besluit in overeenstemming gebracht met de tekst van artikel 1, derde lid, onderdeel c.

6.Termijn voor gegevensverstrekking
Het advies om in het ontwerpbesluit concreet te bepalen binnen welke termijn aan een informatieverzoek van DNB te voldoen, is opgevolgd door invoeging van een nieuw artikel 2 waarin is bepaald dat de termijn waarbinnen aan een informatieverzoek van DNB moet worden voldaan in beginsel drie weken bedraagt.
Indien deze termijn naar het oordeel van DNB te kort is om te voldoen aan een informatieverzoek dan kan DNB een langere termijn stellen. Mocht het gezien de spoedeisendheid van de informatie-uitvraag noodzakelijk zijn dat de gevraagde gegevens eerder dan binnen een termijn van drie weken worden aangeleverd, dan kan DNB ook een kortere termijn stellen die zij vergezeld zal laten gaan van een nadere motivering van de spoedeisendheid.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Financiën


(1) Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten op het terrein van de financiële markten, Kamerstukken II 2013/14, 33 918, nr. 2.
(2) Zie Kamerstukken II 2013/14, 33 918, nr. 8, blz. 17-18.
(3) Nota van toelichting, paragraaf 2 en Kamerstukken II 2013/14, 33 918, nr. 3, blz. 8..
(4) Artikel 1, derde lid, van het ontwerpbesluit.
(5) Nota van toelichting, paragraaf 4, onder II. Voorwaarden van het dataverzoek.
(6) Nota van toelichting, paragraaf 4, onder IV. Vergoeding van de kosten die worden gemaakt om te voldoen aan het dataverzoek.
(7) Artikel 1, derde lid, onderdeel c.
(8) Nota van toelichting, paragraaf 3.
(9) FSB "Shadow Banking: scoping the issues" 2011, blz. 3.
(10) FSB "Shadow Banking: scoping the issues" 2011, blz. 3.
(11) Voorstel van de Europese Commissie voor een verordening betreffende de rapportage en de transparantie van financieringstransactie effecten, (COM(2014) 40 final 2014, blz. 1.
(12) Consultatiereactie NVB op het Uitvoeringsbesluit Bankwet 1998, blz. 3, onder "voorwaarden bij dataverzoeken door DNB" (www.internetconsultatie.nl).
(13) Nota van toelichting, paragraaf 4, onder III.
(14) Kamerstukken II 2013/14, 33 918, A, blz. 24.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 199 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon