Ontwerpbesluit tot wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer in verband met verordening (EU) nr. 165/2014, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W14.15.0035/IV
- Datum advies
- 10 april 2015
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 21694
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer in verband met verordening (EU) nr. 165/2014, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 20 februari 2015, no.2015000291, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer in verband met verordening (EU) nr. 165/2014, met nota van toelichting.
De in het ontwerpbesluit opgenomen wijzigingen van het Arbeidstijdenbesluit vervoer vloeien voort uit de nieuwe Verordening die ziet op tachografen in het wegvervoer (verordening (EU) nr. 165/2014, hierna: de verordening). Deze wijzigingen bevatten zowel nieuwe bepalingen als bepalingen die reeds waren opgenomen in een eerdere verordening (EEG 3821/85).
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het ontwerpbesluit vast te stellen, maar acht het aangewezen dat de toelichting wordt aangevuld ten aanzien van de uitbreiding van de toepassing van delen van de verordening tot alle voertuigen die zijn voorzien van een tachograaf.
1. Reikwijdte ontwerpbesluit
Enkele bepalingen over de tachograaf worden ingevolge het ontwerpbesluit van toepassing verklaard op alle voertuigen die zijn voorzien van een tachograaf, waaronder ook op voertuigen die niet onder de werking van verordening (EG) nr. 561/2006 vallen. (zie noot 1) De verordening geeft de lidstaten op dit punt een keuze; deze artikelen uit de verordening kunnen ook van toepassing worden verklaard op andere voertuigen. (zie noot 2) Er is daarmee beleidsvrijheid voor de lidstaten. Bij de invulling van een dergelijke beleidsvrijheid dient erop gelet te worden of dit een belemmering kan vormen voor het vrij verkeer. (zie noot 3) Uit de toelichting noch uit de transponeringstabel bij het ontwerpbesluit blijkt dat gebruik wordt gemaakt van deze beleidsvrijheid. (zie noot 4) Daarnaast ontbreekt in de toelichting een motivering voor de keuze om de bepalingen over de tachograaf ook van toepassing te verklaren op andere voertuigen dan die waartoe de verordening verplicht. Gelet op het feit dat de betreffende artikelen zien op het tegengaan van fraude met bestuurderskaarten ligt van toepassing verklaring in de rede, (zie noot 5) maar omdat het een facultatieve bevoegdheid uit de verordening betreft, zou uit de toelichting moeten blijken waarom hiertoe wordt overgegaan.
De Afdeling adviseert de toelichting en de transponeringstabel op grond van het bovenstaande aan te vullen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W14.15.0035/IV
- Artikel I, onderdeel K schrappen. De hierin voorgestelde wijziging van ‘beboetbaar feit’ door overtreding is al opgenomen in het Besluit van 8 december 2014 tot wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer in verband met vereenvoudiging regels taxivervoer (artikel I, onderdeel I), Stb. 2014, 586 en per 1 januari 2015 inwerking getreden.
Nader rapport (rectie op het advies) van 9 juni 2015
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het ontwerpbesluit vast te stellen, maar acht aanvulling van de nota van toelichting op een enkel punt aangewezen. Tevens maakt de Afdeling advisering een redactionele opmerking.
Omtrent het advies voor zover het betreft aanvulling van de nota van toelichting merk ik het volgende op.
1. In het beoogde artikel 2.4:8 van het besluit wordt bepaald dat indien in een voertuig een tachograaf is geïnstalleerd, ook als dat voertuig niet onder de verordening valt, de bestuurder deze conform de verordening dient te gebruiken.
De Afdeling advisering leest in deze bepaling kennelijk een verplichting tot installatie van een tachograaf in voertuigen die niet onder de verordening vallen. Zij verwijst in dit verband naar artikel 3, vijfde lid, van de verordening, dat de lidstaten de bevoegdheid geeft om met betrekking tot binnenlands vervoer de installatie en het gebruik van tachografen in overeenstemming met deze verordening verplicht te stellen in alle voertuigen waarvoor installatie en gebruik daarvan niet op grond van de rijtijdenverordening verplicht is.
Artikel 2.4:8 beoogt echter geen verplichting tot installatie van een tachograaf in te voeren. Het artikel dient te worden gelezen in samenhang met artikel 2.4:3, tweede lid, dat bij besluit van 26 april 2007 (Stb. 169) werd ingevoerd en dat bepaalt dat onverplicht gebruik van een tachograaf vrijstelling van het voor openbaar vervoer verplichte dienstrooster oplevert.
Met deze vrijstelling werd beoogd het vrijwillig gebruik van de tachograaf, die als controlemiddel deugdelijker is dan het dienstrooster, maar waarvan verplicht gebruik door het bedrijfsleven als te administratief belastend wordt ervaren, te stimuleren.
In artikel 2.4:8 werd tot nu toe ten onrechte gesproken van voertuigen waarin een tachograaf moet zijn geïnstalleerd. Het gaat in dit verband immers niet alleen om voertuigen die onder de tachograafverplichting vallen, maar ook om vrijwillig gebruik. In het onderhavige ontwerpbesluit is dit thans verduidelijkt.
Gebruik conform de verordening is uiteraard wel voorwaarde om vrijgesteld te zijn van het dienstrooster. Wordt de tachograaf in het openbaar vervoer niet conform de verordening gebruikt, dan zal niet overtreding van de tachograafvoorschriften, maar overtreding van de dienstroosterverplichting ten laste gelegd worden.
In de nota van toelichting is thans benadrukt dat artikel 2.4:8 geen verplichting tot installatie en gebruik van de tachograaf inhoudt als de verordening niet van toepassing is, en dat het vrijwillig gebruik zich beperkt tot openbaar vervoer in relatie tot het dienstrooster.
2. De redactionele opmerking van de Afdeling advisering is overgenomen. In het ontwerpbesluit zijn nog enkele redactionele correcties aangebracht.
Ik moge U hierbij, mede namens mijn ambtgenoot van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU
(1) Voorgesteld artikel 2:4:8; dit artikel ziet op bijvoorbeeld openbaarvervoerbussen, die zijn voorzien van een tachograaf. Het betreft de artikelen 27 en 29, vijfde lid van de verordening.
(2) Artikel 3, vijfde lid, van de verordening.
(3) Een concessiehouder van openbaarvervoerbussen kan gevestigd zijn in een andere lidstaat.
(4) Zie aanwijzing 338 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(5) Zie overweging 17 bij de verordening en aanbeveling 2010/19/EU van de Commissie van 13 januari 2010 betreffende de veilige uitwisseling van elektronische gegevens tussen lidstaten om de uniciteit van de door hen afgegeven bestuurderskaarten te controleren (PB L 9 van 14.1.2010) waarnaar in overweging 17 wordt verwezen.