Ontwerpbesluit tot wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO, het Bekostigingsbesluit WVO en het Formatiebesluit WVO en de intrekking van het Besluit RVC's en regionaal zorgbudget in verband met de integratie van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in het systeem van passend onderwijs, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W05.15.0107/I
- Datum advies
- 7 mei 2015
- Vindplaats
- Staatscourant
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO, het Bekostigingsbesluit WVO en het Formatiebesluit WVO en de intrekking van het Besluit RVC's en regionaal zorgbudget in verband met de integratie van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in het systeem van passend onderwijs, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 13 april 2015, no.2015000634, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO, het Bekostigingsbesluit WVO en het Formatiebesluit WVO en de intrekking van het Besluit RVC's en regionaal zorgbudget in verband met de integratie van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in het systeem van passend onderwijs, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft nadere voorschriften voor het onderbrengen van leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) in het systeem van passend onderwijs. Onderdeel van het ontwerpbesluit is een overgangsbepaling op grond waarvan regionale verwijzingscommissies (RVC’s) tot uiterlijk een half jaar na hun opheffing financiële verantwoording dienen af te leggen aan de minister. In de Wet op het voortgezet onderwijs ontbreekt vanaf 1 januari 2016 evenwel een grondslag voor het voortbestaan van de RVC’s met het oog op de financiële verslaglegging door RVC’s.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht het creëren van een wettelijke grondslag ten behoeve van de in het ontwerpbesluit voorgestelde overgangsregeling voor de regionale verwijzingscommissies aangewezen.
Op 1 januari 2016 treedt de wet tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de integratie van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in het systeem van passend onderwijs (Integratie lwoo en pro in passend onderwijs) in werking. (zie noot 1) Per die datum worden de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor het toewijzen van ondersteuning aan leerlingen die een beroep doen op lwoo en pro. De RVC’s die tot die tijd de indicatie voor lwoo en pro verzorgden, zijn vanaf dat moment opgeheven. Als gevolg hiervan vervallen eveneens het Besluit RVC’s en regionaal zorgbudget (zie noot 2) en de Regeling regionaal zorgbudget en regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs (zie noot 3). Deze besluiten geven onder meer regels met betrekking tot de taak, samenstelling, werkwijze, beoordelingscriteria en subsidie van de RVC’s.
RVC’s dienen thans uiterlijk een half jaar na afloop van het subsidiejaar rekening en verantwoording af te leggen. (zie noot 4) Artikel V van het ontwerpbesluit bepaalt dat RVC’s het (laatste) financieel verslag over 2015 uiterlijk 30 juni 2016 indienen bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Op die datum zijn de RVC’s reeds opgeheven als gevolg van de wetswijziging ter integratie van het lwoo en pro in het systeem van passend onderwijs, zodat een wettelijke grondslag ontbreekt en aan de verplichting tot het opstellen en indienen van het financieel verslag niet meer kan worden voldaan.
Tegen die achtergrond adviseert de Afdeling alsnog te voorzien in een wettelijke grondslag ten behoeve van de in het ontwerpbesluit opgenomen verplichting tot het door de RVC’s opstellen en indienen van het financieel verslag over het jaar 2015.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 22 juni 2015
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht het creëren van een wettelijke grondslag ten behoeve van de in het ontwerpbesluit voorgestelde overgangsregeling voor de regionale verwijzingscommissies (hierna: RVC’s) aangewezen.
Het voorgestelde artikel V van het ontwerpbesluit bepaalde dat de RVC’s het (laatste) financieel verslag over 2015 uiterlijk 30 juni 2016 indienen bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Op die datum zijn echter de RVC’s reeds opgeheven als gevolg van de wetswijziging ter integratie van het lwoo en pro in het systeem van passend onderwijs, zodat volgens de Afdeling advisering een wettelijke grondslag ontbreekt en aan de verplichting tot het opstellen en indienen van het financieel verslag niet meer kan worden voldaan.
Ik ben van mening dat de verplichting tot het opstellen en indienen van het financieel verslag voortvloeit uit de subsidieverplichtingen van 2015. De RVC’s dienen zich immers te verantwoorden over de verkregen subsidie. De subsidie aan de RVC’s is verleend voor 2015. In de subsidiebeschikkingen wordt verwezen naar de op dat moment geldende wet- en regelgeving en die verplichtingen in die beschikking blijven bestaan, ook al vinden bepaalde activiteiten na 2015 plaats. Er is geen sprake van nieuwe verleningen of verplichtingen na 2015. Bij nader inzien is er geen overgangsbepaling in het ontwerpbesluit nodig. Over niet bestede gelden of overschotten neem ik later, bij de vaststelling van de subsidie, een besluit.
Ik heb daarom dit overgangsrecht uit het ontwerpbesluit gehaald en de nota van toelichting daarop aangepast.
Ambtshalve is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de inwerkingtredingsdatum van het besluit niet bij KB te bepalen, maar in het besluit zelf vast te leggen.
Ik moge U hierbij, mede namens mijn ambtgenoot van Economische Zaken, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(1) Stb. 2015, 149.
(2) Stb. 2003, 262.
(3) Stcrt. 2014, 16885.
(4) Artikel 5, vierde lid, van het Besluit RVC’s en regionaal zorgbudget.