Ontwerpbesluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwhuisdieren.
- Kenmerk
- W14.15.0152/IV
- Datum advies
- 17 juni 2015
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 24147
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels ter beperking van de emissie uit huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren (Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwhuisdieren), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 8 mei 2015, no.2015000818, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels ter beperking van de emissie uit huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren (Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwhuisdieren), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit heeft tot doel de emissie van ammoniak en fijn stof uit dierenverblijven zoveel mogelijk te beperken. Daartoe worden voorschriften gesteld die de emissie vanuit dierenverblijven aan een maximum binden (maximale emissiewaarden). Het ontwerpbesluit vervangt het thans geldende Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwhuisdieren.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht een dragende motivering of aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen waar het gaat om het overgangsrecht voor lopende procedures.
1. Overgangsrecht lopende procedures
In het ontwerpbesluit is een overgangsregeling opgenomen voor situaties waarin na de inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit een dierenverblijf wordt opgericht, waarvoor reeds voor de inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag om een omgevingsvergunning is gedaan, (zie noot 1) dan wel voor de inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit een omgevingsvergunning voor een dierenverblijf is verleend, maar het dierenverblijf op het moment van inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit nog niet is opgericht. (zie noot 2)
Uit de desbetreffende bepalingen volgt dat de nieuwe in het ontwerpbesluit voorziene emissie-eisen niet gelden indien het vergunde dierenverblijf binnen een jaar dan wel 15 maanden (zie noot 3) na verlening van de omgevingsvergunning is opgericht. Gelet op de mogelijkheden om rechtsmiddelen aan te wenden tegen dergelijke vergunningen, zijn deze termijnen kort te noemen. Voor ondernemers kan dan het dilemma zich voordoen dat zij dergelijke procedures willen afwachten, alvorens tot oprichting van de vergunde dierenverblijven over te gaan. (zie noot 4) Echter, indien zij de oprichting uitstellen totdat de omgevingsvergunning onherroepelijk is, kan mogelijk de voorziene termijn worden overschreden, waardoor de nieuwe in het ontwerpbesluit voorziene emissie-eisen van toepassing worden. Uit de toelichting wordt niet duidelijk waarom als uitgangspunt voor het overgangsrecht is gekozen voor het moment van verlenen van de omgevingsvergunning en niet van het onherroepelijk worden daarvan.
De Afdeling adviseert naar aanleiding van het voorgaande de toelichting aan te vullen en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W14.15.0152/IV
- In artikel 1 de definitie van "emissie van zwevende deeltjes" en de definitie van "zwevende deeltjes" samenvoegen.
- In artikel 11 na "huisvesting" toevoegen: landbouwhuisdieren.
- In de toelichting bij de definitie van het begrip "oprichting" in artikel 1 ingaan op de vraag of het hierbij gaat om legale oprichting of feitelijke oprichting.
Nader rapport (reactie op het advies) van 23 juni 2015
1. Naar aanleiding van het advies is het overgangsrecht voor reeds vergunde of aangevraagde stallen gekoppeld aan het moment van onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning in plaats van het moment van verlenen van de omgevingsvergunning. De artikelen 3, 5 en 7 van het besluit zijn gewijzigd en de toelichting is daarmee in overeenstemming gebracht.
2. Voor wat betreft de redactionele opmerkingen is de nota van toelichting verduidelijkt op het punt van de definitie van het begrip "oprichting" in artikel 1. De andere redactionele opmerkingen zijn niet overgenomen. De definities van "zwevende deeltjes" en "emissie van zwevende deeltjes" zijn niet samengevoegd omdat het deze voor een goed begrip beter gescheiden gedefinieerd kunnen blijven. De verzochte wijziging in artikel 11 (citeertitel) is op andere wijze opgelost door de citeertitel in het opschrift te wijzigen.
3. Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt om het besluit op kleine punten te corrigeren en vanwege nadere inzichten aan te vullen.
Ten eerste is artikel 10 over de inwerkingtreding en bijbehorende artikelsgewijze toelichting aangepast. Omdat het besluit op grond van artikel 21.6, vijfde lid, Wet milieubeheer moet worden nagehangen, moet de inwerkingtreding bij koninklijk besluit worden geregeld. Ook is overeenkomstig aanwijzing 174 van de Aanwijzingen van de regelgeving toegelicht waarom het besluit niet ten minste twee maanden later na bekendmaking in werking treedt. Het besluit treedt eerder in werking met verwijzing naar de reden van spoedregelgeving in verband met de start van het Programma programmatische aanpak (PAS) stikstof op 1 juli. Dit besluit is een belangrijk onderdeel van de PAS.
Voorts is in artikel 3, eerste lid, onder a, een ten vierde onderdeel ingevoegd. Dit artikel is per abuis weggevallen in het ontwerpbesluit dat aan de Raad is voorgelegd.
Het voorlopige hoofdstuk 11 over notificatie aan de Europese Commissie is vervallen. Het besluit bevat geen technische voorschriften als bedoeld in artikel 1, negende lid, van Richtlijn 98/34/EG betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG.
Tot slot is de nota van toelichting geactualiseerd in verband een recente wijzigingen van de Regeling ammoniak en veehouderij. De in deze regeling beschreven stalsystemen moeten namelijk overeen komen met de verwijzing daarnaar in de toelichting van het besluit.
Ik moge U hierbij in overeenstemming met mijn ambtgenoot van EZ, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU
(1) Artikel 3, derde lid, artikel 5, vierde lid en artikel 7, derde lid.
(2) Artikel 3, tweede lid, artikel 5, derde lid en artikel 7, tweede lid.
(3) Een dierenverblijf waarvoor uiterlijk op 30 juni 2015 een omgevingsvergunning is verleend en is opgericht voor 1 oktober 2016.
(4) Weliswaar kan hangende een procedure in beginsel gebruik worden gemaakt van de vergunning, dit is volgens vaste jurisprudentie echter voor eigen rekening en risico van de ondernemer.