Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw.
- Kenmerk
- W12.15.0128/III
- Datum advies
- 27 mei 2015
- Vindplaats
- Website Ministerie van SZW
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Wet
Toon inhoud
Voorstel van wet houdende wijziging van de Participatiewet in verband met de bescherming van lijfrenteopbouw en de vrijlating van inkomsten uit arbeid en wijziging van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met de bevordering van vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw (Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw).
Bij Kabinetsmissive van 22 april 2015, no.2015000735, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Participatiewet in verband met de bescherming van lijfrenteopbouw en de vrijlating van inkomsten uit arbeid en wijziging van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met de bevordering van vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw (Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw), met memorie van toelichting.
Het voorstel van wet geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Afdeling geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 5 juni 2015
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel I, onderdeel B, van het voorstel van wet een wijziging door te voeren in artikel 15, zesde lid, van de Participatiewet. In het zesde lid werd bepaald dat artikel 15, vijfde en zesde lid, vervalt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Dit koninklijk besluit is reeds op 10 december 2014 getroffen (Stb. 2014, 519) en dat tijdstip is vastgesteld op 1 oktober 2016. Besloten is om die datum in artikel 15, zesde lid, zelf op te nemen.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid