Ontwerpbesluit kosten uitgebreide beoordeling Wbft.
- Kenmerk
- W06.15.0096/III
- Datum advies
- 6 mei 2015
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 14696
- Financiën
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende nadere regels inzake de kosten van de beoordeling, bedoeld in artikel 33, vierde lid, van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287) en tot wijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2013 (Besluit kosten uitgebreide beoordeling Wbft), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 7 april 2015, no.2015000591, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende nadere regels inzake de kosten van de beoordeling, bedoeld in artikel 33, vierde lid, van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287) en tot wijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2013 (Besluit kosten uitgebreide beoordeling Wbft), met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het ontwerpbesluit vast te stellen, maar acht het aangewezen dat het eenmalige karakter van de uitgebreide beoordeling van banken, waarvoor kosten in rekening worden gebracht, in het ontwerpbesluit tot uitdrukking wordt gebracht.
De Europese Centrale Bank (ECB) kan op grond van artikel 33, vierde lid, van verordening (EU) nr. 1024/2013 van deelnemende lidstaten eisen dat haar alle informatie wordt verstrekt die dienstig is om een uitgebreide beoordeling te kunnen verrichten. Het ontwerpbesluit stelt vast hoe de kosten die De Nederlandsche Bank heeft gemaakt ter nakoming van een dergelijke eis, worden doorberekend aan de beoordeelde banken.
De ECB heeft de uitgebreide beoordeling, waarvan de resultaten op 26 oktober 2014 zijn gepubliceerd, verricht als voorbereiding op de situatie waarin de ECB de structureel aan haar opgedragen toezichtstaken uitvoert. De ECB is op 4 november 2014 van start gegaan met het bankentoezicht. (zie noot 1) Dit betekent dat de beoordeling waarvoor thans kosten in rekening worden gebracht eenmalig is geweest. Dit eenmalige karakter blijkt niet uit het voorgestelde artikel 1 van het ontwerpbesluit, dat slechts bepaalt hoe het in rekening te brengen bedrag wordt berekend.
Het eenmalige karakter dient tot uitdrukking te worden gebracht in de tekst van het ontwerpbesluit. Hiertoe zou een vervaldatum met betrekking tot artikel 1 in het ontwerpbesluit opgenomen kunnen worden.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
(1) Zie artikel 33, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1024/2013.
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 mei 2015
Het ontwerpbesluit geeft de Afdeling aanleiding tot het maken van een opmerking die naar haar oordeel aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk maakt. Het betreft het volgende.
Artikel 1 strekt ertoe om vast te stellen hoe de kosten van de uitgebreide beoordeling die in 2014 heeft plaatsgevonden worden doorberekend aan de betrokken banken. De Afdeling acht het aangewezen dat in het besluit tot uitdrukking wordt gebracht dat dit artikel slechts ziet op de eenmalige uitgebreide beoordeling die in 2014 heeft plaatsgevonden. De afdeling stelt voor daartoe een vervalbepaling op te nemen met betrekking tot artikel 1. Aan het advies van de Afdeling is gehoor gegeven door enerzijds in artikel 1 en de toelichting op het besluit tot uitdrukking te brengen dat de uitgebreide beoordeling waarvan de kosten worden doorberekend in 2014 heeft plaatsgevonden en eenmalig was. Daarnaast is in artikel 3 tot uitdrukking gebracht dat het besluit een tijdelijke regeling betreft, door te bepalen dat het besluit vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen moment. Gekozen is voor een vervalbepaling met betrekking tot het gehele besluit, omdat het besluit naast artikel 1 slechts een wijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2013 bevat, die uitgewerkt is op het moment dat het besluit in werking treedt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Financiën