Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W12.15.0020/III

Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder kosten in mindering gebracht mogen worden op de transitievergoeding (Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding), met nota van toelichting.

Kenmerk
W12.15.0020/III
Datum advies
12 maart 2015
Vindplaats
Staatscourant 2015, nr. 12725
  • Sociale zaken en Werkgelegenheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder kosten in mindering gebracht mogen worden op de transitievergoeding (Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 4 februari 2015, no.2015000182, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder kosten in mindering gebracht mogen worden op de transitievergoeding (Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit bevat voorschriften ten aanzien van de kosten die op grond van artikel 673, lid 6, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in mindering kunnen worden gebracht op de transitievergoeding.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het ontwerpbesluit vast te stellen, maar acht aanpassing van de voorwaarde dat de werknemer voorafgaand aan het maken van de transitie- en inzetbaarheidskosten daarmee moet hebben ingestemd voordat die kosten in mindering mogen worden gebracht op de transitievergoeding, wenselijk.

1. Vooraf overeenkomen in mindering brengen transitie- en inzetbaarheidskosten
Het ontwerpbesluit stelt voorwaarden voor het in mindering brengen van transitie- en inzetbaarheidskosten op de transitievergoeding. Zo dienen de kosten bijvoorbeeld te zijn gemaakt nadat deze kosten zijn gespecificeerd en schriftelijk zijn meegedeeld aan de werknemer. (zie noot 1) Deze eis is overeenkomstig het advies van de Stichting van de Arbeid dat deze kosten helder, vooraf overeengekomen en individueel herleidbaar moeten zijn. (zie noot 2) Ook is vereist dat de kosten zijn gemaakt nadat de werknemer schriftelijk heeft ingestemd met het in mindering brengen van de gespecificeerde kosten. (zie noot 3)

De Afdeling onderschrijft de voorwaarde dat de werknemer schriftelijk moet instemmen met het in mindering brengen van gespecificeerde kosten. Uit de toelichting wordt echter niet duidelijk waarom deze instemming altijd dient plaats te vinden voorafgaand aan het maken van de kosten. Het is ook denkbaar dat deze schriftelijke instemming iets later plaatsvindt, mits de opleiding nog niet is voltooid. Door enige ruimte te bieden wordt aan de werkgever en werknemer meer flexibiliteit geboden. Daarbij is van belang dat aan het bieden van deze flexibiliteit voor de werknemer geen bezwaar lijkt te kleven, omdat hij altijd zijn instemming kan weigeren en de kosten in dat geval niet in mindering op de transitievergoeding mogen worden gebracht.

De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op bovenstaande en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen.

2. Studiekostenbeding
Het studiekostenbeding betreft een regeling waarbij de werknemer bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen een bepaalde tijd na de scholing (een deel van) de kosten moet terugbetalen. In de toelichting wordt gesteld dat in een dergelijke situatie geen transitievergoeding verschuldigd is en er derhalve geen samenloop bestaat tussen studiekostenbedingen en het in mindering brengen van transitie- en inzetbaarheidskosten op grond van het ontwerpbesluit. Deze bedingen zouden uitsluitend betrekking hebben op vrijwillig vertrek of ontslag door de werkgever om een dringende reden. (zie noot 4) In de praktijk worden deze studiekostenbedingen echter overeengekomen voor elke vorm van beëindiging en kan dus ook een transitievergoeding verschuldigd zijn. (zie noot 5)

De Afdeling adviseert naar aanleiding van het voorgaande in het ontwerpbesluit te bepalen dat de werkgever alleen die studiekosten mag aftrekken van de transitievergoeding die hij niet terugvordert van de werknemer.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 21 april 2015

Het ontwerp geeft de Afdeling aanleiding tot het maken van een tweetal inhoudelijke opmerkingen. De eerste opmerking betreft het vereiste dat kosten slechts in mindering mogen worden gebracht op de transitievergoeding indien deze kosten zijn gemaakt nadat de werknemer schriftelijk heeft ingestemd met het in mindering brengen van de gespecificeerde kosten. De Afdeling onderschrijft de voorwaarde dat de werknemer schriftelijk moet instemmen, maar vraagt waarom deze instemming altijd dient plaats te vinden voorafgaand aan het maken van de kosten. Het zou, aldus de Afdeling, de werkgever en de werknemer meer flexibiliteit bieden als hierin enige ruimte wordt geboden. Denkbaar is, aldus de Afdeling, dat de schriftelijke instemming iets later plaatsvindt, mits de opleiding nog niet is voltooid. Deze suggestie is niet overgenomen aangezien dit de rechtszekerheid van beide partijen niet dient en tot discussies kan leiden wat de onderlinge verhoudingen kan schaden en mogelijk tot procedures kan leiden. De vraag is ook of een dergelijke bepaling in de praktijk daadwerkelijk tot meer flexibiliteit zou leiden. Naar verwachting zal een werkgever verzekerd willen zijn van de instemming van de werknemer voordat hij de kosten maakt. In het voorstel van de Afdeling zou de werknemer zijn instemming later kunnen onthouden waardoor de kosten – die inmiddels door de werkgever gemaakt zijn – niet in mindering kunnen worden gebracht. Ook de werknemer lijkt er niet mee gebaat, omdat hij mogelijk zijn opleiding niet kan afronden.

Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is als voorwaarde toegevoegd dat de werkgever alleen die kosten in mindering mag brengen op de transitievergoeding die hij niet op de werknemer kan verhalen. Dit is relevant voor de mogelijke samenloop met studiekostenbedingen, en is toegelicht in paragraaf 2.7 van het Besluit.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in de nota van toelichting bij het Besluit te verduidelijken wat kan worden verstaan onder opleidingskosten van duale opleidingen, die onder voorwaarden in mindering mogen worden gebracht op de transitievergoeding.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid


(1) Artikel 2, eerste lid, onder a, ontwerpbesluit.
(2) Notitie "Input verrekening transitievergoeding" d.d. 12 februari 2014 van de Stichting van de Arbeid, blz.2 (www.stvda.nl).
(3) Artikel 2, eerste lid, onder b, ontwerpbesluit.
(4) Toelichting, paragraaf 1.4. Hierbij merkt de Afdeling op dat de toelichting spreekt over scholingsbeding in plaats van de meer gebruikelijke term studiekostenbeding.
(5) In de rechtspraak is wel uitgemaakt dat een beroep op een dergelijk beding bij vertrek op initiatief van de werkgever onder omstandigheden in strijd kan komen met de redelijkheid en billijkheid, maar dit is dus niet zonder meer aan de orde (HR 10 juni 1983, NJ 1983/796 en 5 juni 1987, NJ 1987/795 (Muller/Van Opzeeland)).


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 269 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon