Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W15.14.0370/IV

Ontwerpbesluit houdende het bij wege van experiment afwijken van de Elektriciteitswet 1998 voor decentrale opwekking van duurzame elektriciteit (Besluit experimenten decentrale duurzame elektriciteitsopwekking), met nota van toelichting.

Kenmerk
W15.14.0370/IV
Datum advies
28 november 2014
Vindplaats
Staatscourant 2015, nr. 6471
  • Economische Zaken en Klimaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende het bij wege van experiment afwijken van de Elektriciteitswet 1998 voor decentrale opwekking van duurzame elektriciteit (Besluit experimenten decentrale duurzame elektriciteitsopwekking), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 15 oktober 2014, no.2014001983, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende het bij wege van experiment afwijken van de Elektriciteitswet 1998 voor decentrale opwekking van duurzame elektriciteit (Besluit experimenten decentrale duurzame elektriciteitsopwekking), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit beoogt burgers en bedrijven ruimte te bieden om bij wijze van experiment af te wijken van bij of krachtens de Elektriciteitswet 1998 gestelde regels. Het ontwerpbesluit voorziet in twee soorten experimenten: experimenten met ‘projectnetten’ en ‘grote experimenten’. Projectnetten bestaan uit een gezamenlijk net van ten hoogste 500 kleinverbruikers, met slechts één aansluiting op het net van een regionale netbeheerder. De grote experimenten zijn gelegen binnen het verzorgingsgebied van een regionale netbeheerder en omvatten ten hoogste 10.000 kleinverbruikers.

Doel van het ontwerpbesluit is om aan de hand van de experimenten te toetsen of en in hoeverre het nodig is dat de regels van de Elektriciteitswet 1998 onverkort gelden voor lokale opwekking van duurzame energie. Daarbij zal worden bezien in welke mate het ontwerpbesluit leidt tot:
- meer toepassing van duurzame energie of warmtekrachtkoppeling op lokaal niveau;
- efficiënter gebruik van de beschikbare energie-infrastructuur; of
- meer betrokkenheid van energiegebruikers bij hun energievoorziening.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft het doel van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.

1. Deelname
Om de experimenten te kunnen laten slagen is voldoende deelname van belang. De Afdeling maakt hierover twee opmerkingen.

a. Het ontwerpbesluit (zie noot 1) voorziet in een experimentduur van in beginsel tien jaar. Die termijn is blijkens de toelichting (zie noot 2) gerelateerd aan de economische levensduur van investeringen voor de experimenten.
Artikel 9 van het ontwerpbesluit regelt dat de experimenten door de Minister van Economische Zaken (hierna: de minister) tussentijds kunnen worden beëindigd. In het bijzonder de onderdelen h, i en j, van artikel 9 geven de minister daartoe ruime mogelijkheden. (zie noot 3) Dit roept de vraag op of de initiatiefnemers bereid zullen zijn te investeren, nu zij er onder meer rekening mee moeten houden dat de ontheffing kan worden ingetrokken bij gewijzigde inzichten van de overheid.

De Afdeling adviseert hier in de toelichting op in te gaan en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.

b. Voor de uitvoering van de experimenten zijn voorts de nodige organisatorische en technische capaciteiten vereist. Ook dit kan, naast het risico om investeringen niet terug te verdienen, deelname aan de experimenten minder aantrekkelijk maken. Voor een optimale benutting van de geboden experimenteerruimte is daarom goede voorlichting van belang.

De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de goede voorlichting die vereist is

2. Overige opmerkingen

a. Bevoegdheden van de minister bij geschillen met projectnetten
De toelichting (zie noot 4) vermeldt dat de bevoegdheid van minister op het punt van geschillenbeslechting in het geval van experimenten met projectnetten vergelijkbaar is met de bevoegdheid van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: de ACM) bij een gesloten distributiesysteem.

De Afdeling merkt op dat aan de ACM op grond van de Elektriciteitswet 1998 in het geval van gesloten distributiesystemen verschillende bevoegdheden zijn toegekend. (zie noot 5) Deze bevoegdheden betreffen onder meer de mogelijkheid om de aan een eigenaar van een gesloten distributiesysteem verleende ontheffing in te trekken, maar bijvoorbeeld ook de bevoegdheid om geschillen te beoordelen en te beslechten tussen partijen en de ontheffinghouder van een gesloten distributiesysteem. (zie noot 6) De Afdeling merkt op dat de minister op grond van het ontwerpbesluit wel, gelijk de ACM bij gesloten distributiesystemen, de bevoegdheid heeft om ontheffingen in te trekken, maar niet om geschillen te beslechten.

De Afdeling adviseert in de toelichting te verduidelijken welke bevoegdheden de minister in het geval van geschillen bij experimenten met projectnetten toekomt.

b. Inschakelen externe bedrijven
Artikel 7, eerste lid, onder i, bepaalt dat de minister weigert voor experimenten een ontheffing te verlenen indien een ander dan de vereniging, met uitzondering van een rechtspersoon waarover de vereniging volledige zeggenschap heeft, de duurzame elektriciteit opwekt.

De Afdeling merkt op dat deze bepaling zo kan worden gelezen dat verenigingen voor het opwekken van elektriciteit in beginsel geen externe bedrijven mogen inschakelen, omdat ze over die bedrijven geen zeggenschap hebben. Voor het opwekken van elektriciteit is echter de nodige kennis en expertise vereist. Daarom kan behoefte bestaan om hiervoor externe bedrijven te betrekken. Dat zou ook mogelijk moeten zijn. In de toelichting wordt echter niet op de strekking van artikel 7, eerste lid, onder i, ingegaan.

De Afdeling adviseert artikel 7, eerste lid, onder i, alsnog van een toelichting te voorzien.

c. Voorhangprocedure
Het ontwerpbesluit is op 30 juni 2014 voorgehangen bij de beide Kamers der Staten-Generaal. (zie noot 7) De toelichting maakt hiervan geen melding. Ook is niet toegelicht wat de uitkomsten van de voorhang zijn.

De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de uitkomsten van de voorhangprocedure.

3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.14.0370/IV

- Op 13 juni 2014 is de Implementatiewet richtlijn consumentenrechten in werking getreden (Stb. 2014, 140). Gelet hierop artikel 17 van het ontwerpbesluit schrappen en in artikel 1 van het ontwerpbesluit de begripsbepaling van "consument" vervangen door: persoon als bedoeld in artikel 230g, eerste lid, onderdeel a, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
- In artikel 5, gelet op de toelichting op dit artikel en in overeenstemming met artikel 6, eerste lid, na "Onze minister stelt" invoegen: bij besluit.
- In artikel 7, eerste lid, onderdeel i, vanwege de zinstructuur en ter voorkoming van betekenisverschil, na "rechtspersoon", de komma schrappen.
- In artikel 10, eerste lid, onder a, de verwijzing naar artikel 24b van de Elektriciteitswet 1998 corrigeren, nu die wet dat artikel niet kent.
In artikel 18 de datum van inwerkingtreding actualiseren.


Nader rapport (reactie op het advies) van 24 februari 2015

1. Deelname

a. De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de vraag of de initiatiefnemers bereid zullen zijn te investeren, nu de ontheffing kan worden ingetrokken bij gewijzigde inzichten van de overheid, volgens artikel 9, onderdeel j, van het besluit.
Conform het advies van de Afdeling is het begrip gewijzigde inzichten in artikel 9, onderdeel j, nader toegelicht. Een gewijzigd inzicht kan ontstaan wanneer een experiment door de gevolgen daarvan niet langer als wenselijk wordt beschouwd. Een experiment brengt deze onzekerheid met zich mee. Thans is door het experimentele karakter van de activiteiten niet te voorzien welke ontwikkelingen tot intrekking aanleiding kunnen geven. Niettemin blijft gelden, zo is toegelicht, dat een intrekking alleen aan de orde is met kennis omtrent de relevante feiten en na een redelijke afweging van belangen, met name de belangen van de aanvrager en de belangen waarvoor de wet bescherming beoogt te bieden.

b. Zoals de Afdeling opmerkt, zijn voor het slagen van een experiment de nodige organisatorische en technische capaciteiten vereist. Conform het advies is de toelichting aangevuld met een paragraaf 7 over voorlichting. Op bijeenkomsten voor potentiële aanvragers zal voorlichting worden gegeven en bij de behandeling van de aanvraag zal hulp worden geboden bij het vergaren van informatie. Daarbij zal de houder van de ontheffing gewezen worden op de mogelijkheid afspraken te maken met netbeheerders, producenten of leveranciers.

2. Overige opmerkingen

a. Bevoegdheden van de minister bij geschillen met projectnetten
Conform het advies van de Afdeling is in paragraaf 4 van de toelichting de bevoegdheid tot intrekking van de ontheffing door de minister verduidelijkt. De minister heeft deze bevoegdheid bij projectnetten, overeenkomstig de bevoegdheid van de ACM om een ontheffing voor een gesloten distributiesysteem in te trekken. Daarnaast heeft ACM voor projectnetten de bevoegdheid om geschillen te beslechten op het gebied van netbeheer als bedoeld in artikel 51 van de wet, zo is toegelicht.

b. Inschakelen externe bedrijven
De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de strekking van artikel 7, eerste lid, onderdeel i. De Afdeling merkt op, dat er behoefte kan bestaan aan het betrekken van externe bedrijven vanwege de nodige kennis en expertise. De strekking van de toelichting bij artikel 7, eerste lid, onderdeel i, is als volgt verduidelijkt. De zinsnede “met uitzondering van een rechtspersoon waarover de vereniging volledige zeggenschap heeft” in artikel 7, eerste lid, onderdelen f en i maakt het mogelijk dat een vereniging activiteiten met betrekking tot de productie van elektriciteit gescheiden houdt van andere activiteiten, zoals het beheer van onroerende zaken. Dit staat er niet aan in de weg dat de vereniging diensten laat verrichten door een extern bedrijf, zoals een producent, bij de opwekking van duurzame elektriciteit te betrekken, bijvoorbeeld omdat de nodige kennis en expertise ontbreekt (zie artikel 7, eerst lid, onderdelen x en y). Het gaat er om dat de volledige zeggenschap over de productiemiddelen middellijk of onmiddellijk bij de vereniging blijft.

c. Voorhangprocedure
Conform het advies van de Afdeling is in paragraaf 8 van de toelichting een passage opgenomen over de uitkomsten van de voorhangprocedure.

3. De redactionele opmerkingen zijn overgenomen met dien verstande dat:
- in overeenstemming met recente jurisprudentie in de artikelen 5 en 6, eerste en tweede lid de term “ministeriële regeling” is gehanteerd,
- artikel 24b in verband met een wetswijziging is gewijzigd in artikel 24a.

4. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele verwijzingen te corrigeren, in paragraaf 9 het verandermoment toe te lichten overeenkomstig aanwijzing 174, vierde lid, onderdeel a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving en tekstuele verbeteringen aan te brengen in:
- artikelen 1, aanhef en 5, tweede lid in samenhang met artikel 1, eerste aandachtstreepje voor het indienen van een aanvraag met gebruik van de elektronische weg of een aanvraagformulier;
- artikel 1, vijfde aandachtstreepje, onder 1°, door de begripsbepaling van een projectnet in overeenstemming te brengen met artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
- artikel 4, tweede lid met betrekking tot de uitvoering van het project overeenkomstig de aanvraag;
- paragraaf 4, derde alinea, van de nota van toelichting.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Economische Zaken


(1) Artikel 15.
(2) Paragraaf 2.5.
(3) Zo kan op grond van onderdeel j een experiment worden beëindigd indien in verband met verandering van de Elektriciteitswet 1998, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop bij de ontheffing rekening wordt gehouden, zwaarder moeten wegen dan het belang van betrokkenen bij een ongewijzigd besluit.
(4) Paragraaf 4.
(5) Zie artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998.
(6) Zie artikel 15, zesde lid, van de Elektriciteitswet, waarin artikel 51, dat ziet op geschillenbeslechting door de ACM, van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.
(7) Kamerstukken II 2013/14, 31 239, nr. 177.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 263 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon