Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W12.14.0368/III

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met transparantie over uitvoeringskosten en enige andere wijzigingen, met nota van toelichting.

Kenmerk
W12.14.0368/III
Datum advies
6 november 2014
Vindplaats
-
  • Sociale zaken en Werkgelegenheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met transparantie over uitvoeringskosten en enige andere wijzigingen, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 14 oktober 2014, no.2014001970, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met transparantie over uitvoeringskosten en enige andere wijzigingen, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit geeft een nadere invulling van de verplichting voor pensioenfondsen om hun beheerskosten te publiceren in het jaarverslag. (zie noot 1) Voorts wordt de maximale boete bij overtreding van bepaalde verplichtingen verhoogd.

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de verhoging van de maximumboete en de wijze van rapporteren over kosten. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Verhoging maximumboete
Het ontwerpbesluit verhoogt de boetecategorie voor overtreding van bepaalde voorschriften van 1 naar 2. (zie noot 2) Volgens de toelichting gaat het daarbij om voorschriften die betrekking hebben op de wijze waarop de pensioenpremie wordt vastgesteld. Dit houdt in dat de maximumboete bij overtreding van die artikelen wordt verhoogd van € 10.000 naar € 1 miljoen.

In de toelichting wordt ter motivering van deze forse verhoging van de maximumboete verwezen naar een toezegging die in het kader van de behandeling van de Wet tot wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014 (hierna: Witteveen-novelle) is gedaan. (zie noot 3)

De Afdeling merkt op dat de artikelen 179 Pensioenwet (Pw) en 174 Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvp), die mede de grondslag bieden voor het ontwerpbesluit, bepalen dat de rangschikking in boetecategorieën geschiedt naar de zwaarte van de overtreding. Uit de toelichting bij het ontwerpbesluit wordt niet duidelijk waarom overtreding van het desbetreffende voorschrift zo zwaar wordt geacht dat indeling in een hogere boetecategorie is gerechtvaardigd.
Hierbij merkt de Afdeling op dat de artikelen waarvoor een hogere maximumboete wordt voorgesteld niet zien op de wijze waarop de pensioenpremie wordt vastgesteld, zoals de toelichting veronderstelt. Het gaat om de verplichting tot het afleggen van verantwoording aan het verantwoordingsorgaan, (zie noot 4) het voorzien in een belanghebbendenorgaan dat bepaalde taken heeft, (zie noot 5) het vermelden van de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten in het jaarverslag en de jaarrekening (zie noot 6) en het hebben van een actuariële en bedrijfstechnische nota die aan bepaalde eisen voldoet. (zie noot 7)

Voorts wijst de Afdeling erop dat ook de maximumboete voor overtreding van de artikelen 105 Pw en 110b Wvp wordt verhoogd. Die artikelen schrijven voor dat ten minste twee natuurlijke personen het dagelijkse beleid van het pensioenfonds bepalen. Niet duidelijk is hoe deze verplichting kan worden gezien als een "bepaling die ziet op de wijze waarop de pensioenpremie wordt vastgesteld".

Ten slotte merkt de Afdeling op dat uit de toelichting niet blijkt hoe de verhoging van de maximumboete zich verhoudt tot de rangschikking van overtredingen van voorschriften naar boetecategorieën in andere wetten. Zij wijst bij wijze van voorbeeld op de maximumboete van € 10.000 voor overtreding van de artikelen 115m en 115o Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, die voorschriften met betrekking tot de inhoud van het jaarverslag bevatten. (zie noot 8)

De Afdeling adviseert dragend te motiveren waarom overtreding van de genoemde voorschriften zo ernstig wordt geacht dat daarop een boete van maximaal € 1 miljoen moet staan en welk verband deze voorschriften hebben met de wijze waarop de pensioenpremie wordt vastgesteld. Daarbij dient voorts rekening gehouden te worden met indelingen in boetecategorieën van vergelijkbare overtredingen in andere wetten. Indien in een dergelijke motivering niet kan worden voorzien adviseert zij artikel I, onderdeel D, te laten vervallen.

2. Uniform rapporteren over kosten
Het ontwerpbesluit bepaalt welke kosten worden beschouwd als administratieve uitvoeringskosten en derhalve in het jaarverslag moeten worden vermeld. In de toelichting wordt met betrekking tot de wijze van rapporteren opgemerkt dat het onwenselijk is dat op uiteenlopende wijze over de kosten wordt gerapporteerd en dat de pensioensector in overleg met de Raad voor de jaarverslaggeving streeft naar een uniforme rapportageverplichting.

De Afdeling onderschrijft genoemd streven, maar merkt op dat dit geen garantie biedt dat de pensioensector per 1 januari 2015, zijnde de datum waarop de verplichting om de kosten in het jaarverslag te vermelden gaat gelden, die uniforme wijze van rapporteren zal toepassen. Mede gelet op het belang van vergelijkbaarheid van de rapportage over de beheerskosten in de verschillende jaarverslagen acht de Afdeling het van belang dat hierover in de toelichting meer duidelijkheid wordt gegeven. De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 12 december 2014

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft opmerkingen gemaakt over de verhoging van de maximumboete en de wijze van rapporteren over kosten. Naar aanleiding van het advies is in de nota van toelichting verduidelijkt op welke voorschriften de verhoging van de maximale boete betrekking heeft en is nader gemotiveerd waarom een overtreding van deze voorschriften zo ernstig wordt geacht dat daarvoor een hogere boetecategorie is aangewezen, met een maximumboete van € 1 miljoen. Voorts is in de nota van toelichting aangekondigd dat de indeling van de overtredingen van voorschriften naar boetecategorieën op een later tijdstip integraal zal worden bezien.

Naar aanleiding van het advies met betrekking tot het uniform rapporteren over kosten is in de nota van toelichting verduidelijkt dat het besluit strekt tot een uniforme rapportage van de uitvoeringskosten in het bestuurlijk jaarverslag.

Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid


(1) Die verplichting volgt uit de Wet tot wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014 (Stb. 2014, 197).
(2) Zie de in artikel I, onderdeel D, voorgestelde wijziging van artikel 51a Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.
(3) Kamerstukken II 2013/14, 33 847, nr. 3, blz. 4 en Kamerstukken II 2013/14, 32 043, nr. 188, blz. 2.
(4) Artikelen 115 Pw en 110e Wvp.
(5) Artikel 115c Pw.
(6) Artikelen 130a Pw en 125a Wvp.
(7) Artikelen 145 Pw en 140 Wvp.
(8) In vergelijking met de voorgestelde indeling van artikel 130a Pw in boetecategorie 2.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 196 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon