Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit van 23 oktober 2012 tot aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet.
- Kenmerk
- W03.14.0380/II
- Datum advies
- 22 oktober 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 31276
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit van 23 oktober 2012 tot aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet.
Bij Kabinetsmissive van 20 oktober 2014, no.2014002010, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit van 23 oktober 2012 tot aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Afdeling geeft U in overweging dienovereenkomstig te besluiten.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 27 oktober 2014
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
De nota van toelichting is op een punt gewijzigd. In de artikelsgewijze toelichting stond: “De huidige thuiskopieheffingen, zoals vervat in de bijlage bij het Besluit van 23 oktober 2012 (Stb. 2012, 505), vervallen op 1 januari 2015.” Dat moest zijn: 1 januari 2016. De toelichting is dienovereenkomstig aangepast.
Ik moge U hierbij het ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Veiligheid en Justitie