Ontwerpbesluit tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de Invoeringswet Participatiewet, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W12.14.0260/III
- Datum advies
- 14 augustus 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 29416
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de Invoeringswet Participatiewet, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2014, no.2014001307, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de Invoeringswet Participatiewet, met nota van toelichting.
Met de inwerkingtreding van de Invoeringswet Participatiewet op 1 januari 2015 wordt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) slechts toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Het ontwerpbesluit geeft door middel van een wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (hierna: Schattingsbesluit) nadere invulling aan de term ‘mogelijkheden tot arbeidsparticipatie’. Verder bepaalt het ontwerpbesluit op welke wijze de in de Invoeringswet Participatiewet (zie noot 1) geregelde herbeoordeling van personen die voor 2010 recht hebben gekregen op een Wajong-uitkering zal plaatsvinden.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de criteria voor het bepalen van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie, over het raadplegen van gemeenten en over de voorhangprocedure die met betrekking tot het ontwerpbesluit heeft plaatsgevonden. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Criteria mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
a. Basale werknemersvaardigheden
Het voorgestelde artikel 1a, eerste lid, Schattingsbesluit bepaalt wanneer betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Die mogelijkheden heeft betrokkene op grond van onderdeel b van dat artikellid niet als hij niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. Blijkens de toelichting wordt met basale werknemersvaardigheden bedoeld dat betrokkene bepaalde taken kan uitoefenen binnen de context van een arbeidsorganisatie. (zie noot 2) Verder stelt de toelichting dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV) "op dit punt beleid zal ontwikkelen en zal vastleggen".
Uit het verslag van een schriftelijk overleg naar aanleiding van de voorhangprocedure met betrekking tot het ontwerpbesluit blijkt dat door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: Staatssecretaris) is opgemerkt dat de exacte invulling van het begrip basale werknemersvaardigheden door het UWV voor 2015 gereed zal zijn. (zie noot 3) Omdat de beoordeling of betrokkene over basale werknemersvaardigheden beschikt direct van invloed is op de vraag of betrokkene een Wajong- of een bijstandsuitkering zal ontvangen, is het van belang dat het ontwerpbesluit reeds enige indicatie van de invulling van dit begrip geeft.
De Afdeling adviseert in de toelichting enkele voorbeelden op te nemen van wat onder het beschikken over basale werknemersvaardigheden moet worden verstaan.
b. Evaluatie criteria mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
De in artikel 1a, eerste lid, opgenomen criteria voor de beoordeling van het al dan niet hebben van mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zijn nieuw. Daarvoor bestaan geen voorbeelden in het Schattingsbesluit of in de praktijk van uitvoering van arbeidsongeschiktheidswetten. Het is alleszins aannemelijk dat deze criteria na inwerkingtreding van het ontwerpbesluit verder zullen worden ontwikkeld in de praktijk van de uitvoering. In dat verband komt de vraag op om na enige tijd de werking van deze criteria te bezien alsmede of en in hoeverre de criteria aanpassing behoeven. Uit de toelichting blijkt niet dat de Staatssecretaris voornemens is een dergelijke evaluatie uit te voeren.
De Afdeling adviseert hierop in de toelichting in te gaan en zo nodig een evaluatiebepaling in het Schattingsbesluit op te nemen.
2. Voorhangprocedure
De Staatssecretaris heeft het ontwerpbesluit bij brief van 4 juni 2014 in het kader van een wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure voorgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal. (zie noot 4) Zoals hiervoor reeds vermeld heeft in de Tweede Kamer met betrekking tot het ontwerpbesluit een schriftelijk overleg plaatsgevonden. (zie noot 5) In de weergave van het schriftelijk overleg heeft de Staatssecretaris enkele antwoorden gegeven op gestelde vragen die van belang zijn voor een goed begrip en interpretatie van het ontwerpbesluit. Bij wijze van voorbeeld wijst de Afdeling op de stelling dat het verrichten van activiteiten in het kader van dagbesteding in de zin van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten niet valt onder het begrip arbeidsvermogen.
De Afdeling adviseert in de toelichting op de uitkomsten van de voorhangprocedure in te gaan.
3. Consultatie Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Uit de toelichting blijkt dat in het kader van de uitvoerbaarheid van het ontwerpbesluit het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) een uitvoeringstoets heeft uitgevoerd en de Inspectie SZW een toezichtbaarheidstoets heeft verricht. Daaruit is onder meer naar voren gekomen dat het tijdens de implementatie en de daadwerkelijke uitvoering van belang is te communiceren over de verschillende regimes die de Wajong vanaf dat moment kent.
De Afdeling wijst erop dat in samenhang daarmee het ontwerpbesluit ook gevolgen heeft voor de opgaven waarvoor gemeenten komen te staan in het kader van de invoering van de Participatiewet. Op grond van de herkeuring die het gevolg is van het ontwerpbesluit zullen personen die nu nog een uitkering op grond van de Wajong krijgen straks onder het regime van de Participatiewet vallen. In dat licht adviseert de Afdeling ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten te consulteren over dit ontwerpbesluit.
4. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W12.14.0260/III
- Gelet op het feit dat reeds is bepaald dat artikel III, onderdeel B, Invoeringswet Participatiewet op 1 januari 2015 in werking treedt, artikel II van het ontwerpbesluit hieraan aanpassen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 2 oktober 2014
1. Criteria mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
a. Basale werknemersvaardigheden
De Afdeling advisering van de Raad van State acht het van belang enige indicatie te geven voor de invulling van het begrip ‘beschikken over basale werknemersvaardigheden’, omdat dit direct van invloed is op de vraag of betrokkene een Wajong- of bijstandsuitkering zal ontvangen.
Het kabinet deelt de opvatting van de Afdeling dat een verdere verduidelijking van dit begrip wenselijk is. Om deze reden is in de toelichting een voorbeeld toegevoegd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zal beleid ontwikkelen om dit begrip uit te werken.
b. Evaluatie criteria mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
Terecht stelt de Afdeling vast dat de opgenomen criteria voor het begrip arbeidsvermogen nieuwe criteria zijn en dat het aannemelijk is dat deze zullen worden doorontwikkeld en aangepast door de ervaringen in de uitvoering. De Afdeling adviseert daarom in de toelichting nader in te gaan op de evaluatie van de criteria en, zo nodig, een evaluatiebepaling op te nemen.
Tijdens de voorhangprocedure in de Eerste en Tweede Kamer is stilgestaan bij de evaluatie. Tevens is tijdens de parlementaire behandeling van de Invoeringswet Participatiewet in de Eerste Kamer toegezegd het begrip arbeidsvermogen en bijhorende criteria te evalueren (Handelingen I 2013/14, nr. 35, item 9, blz. 32). Voorts heeft de Tweede Kamer op 3 juli jongstleden de motie Kerstens c.s. (Kamerstukken II 2013/14, 30 545, nr. 542) aangenomen, waarin de regering wordt verzocht artikel 1a, eerste lid, onderdeel d, uiterlijk 1 januari 2017 te evalueren. Het kabinet is voornemens hier invulling aan te geven. Dit is vermeld in de toelichting. Het kabinet houdt ook de mogelijkheid open om, mocht de uitvoering hier aanleiding toe geven, het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit) voor die tijd aan te passen.
Een specifieke evaluatiebepaling is daarom, in de ogen van het kabinet, niet noodzakelijk.
2. Voorhangprocedure
De Afdeling geeft aan dat tijdens de voorhangprocedure in een schriftelijk overleg enkele antwoorden zijn gegeven die van belang zijn voor een goed begrip en interpretatie van het ontwerpbesluit. Daarom adviseert de Afdeling in de toelichting in te gaan op de uitkomsten van de voorhangprocedure.
De toelichting is aangevuld op enkele onderdelen die in de voorhangprocedure aan de orde zijn gekomen.
3. Consultatie Vereniging van Nederlandse Gemeenten
De Afdeling stelt dat het noodzakelijk zou zijn de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) te consulteren over dit ontwerpbesluit. Dit zou nodig zijn, omdat gemeenten te maken zouden krijgen met personen die na de herbeoordeling in de Wajong tot de doelgroep van de Participatiewet zouden gaan behoren.
Het kabinet wijst er in dit verband op dat van een overgang van Wajongers met arbeidsvermogen naar gemeenten, onder het regime van de Participatiewet, zoals opgenomen in de vierde nota van wijziging op het wetsvoorstel Invoeringswet Participatiewet geen sprake meer is. Met de zesde nota van wijziging is invulling gegeven aan afspraken tussen het kabinet, coalitiepartijen, D66, ChristenUnie en SGP. Daarin is onder andere geregeld dat Wajongers met arbeidsvermogen onder het regime van de Wajong blijven vallen. Wel krijgen zij te maken met een uitkeringsverlaging vanaf 1 januari 2018. Deze wijziging heeft dus tot gevolg dat gemeenten niet verantwoordelijk worden voor deze personen en dus geen directe gevolgen ondervinden van de bepalingen omtrent de herindeling. Het kabinet zag daarom geen reden om de VNG formeel te consulteren. Wel hecht het kabinet eraan te melden dat over dit ontwerpbesluit op ambtelijk niveau contact heeft plaatsgevonden met diverse betrokkenen bij de Participatiewet, waaronder de VNG.
De redactionele kanttekeningen van de Afdeling zijn verwerkt.
Ik moge U hierbij, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(1) Artikel III, onderdeel P, Invoeringswet Participatiewet.
(2) Algemene toelichting, onder ‘Begrip arbeidsvermogen’, ad 2.
(3) Kamerstukken II 2013/14, 29 544, nr. 539.
(4) Kamerstukken II 2013/14, 29 544, nr. 527.
(5) Zie voetnoot 3.