Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W14.14.0177/IV

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet personenvervoer 2000 in verband met de invoering van delegatiebepalingen voor de regulering van het systeem van vervoersbewijzen, betaalwijzen en betaaldienstverlening in het openbaar vervoer, met memorie van toelichting.

Kenmerk
W14.14.0177/IV
Datum advies
6 augustus 2014
Vindplaats
Kamerstukken II 2013/2014, 34 042, nr. 4
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet personenvervoer 2000 in verband met de invoering van delegatiebepalingen voor de regulering van het systeem van vervoersbewijzen, betaalwijzen en betaaldienstverlening in het openbaar vervoer, met memorie van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 5 juni 2014, no.2014001085, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet personenvervoer 2000 in verband met de invoering van delegatiebepalingen voor de regulering van het systeem van vervoersbewijzen, betaalwijzen en betaaldienstverlening in het openbaar vervoer, met memorie van toelichting.

Het wetsvoorstel introduceert in de Wet personenvervoer 2000 (hierna: Wp 2000) enkele bevoegdheden om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels te stellen over concessie-overstijgende onderdelen van het systeem van vervoersbewijzen, betaalwijzen en betaaldienstverlening in het openbaar vervoer. Met het wetsvoorstel wordt beoogd het belang van de reiziger bij een toegankelijk en gebruiksvriendelijk openbaar vervoer, het belang van interoperabiliteit tussen de verschillende concessiegebieden en vervoerssystemen, en het belang van een goed functionerende betaalmarkt in het openbaar vervoer te behartigen.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt opmerkingen over de voorgestelde voorziening voor situaties waarin er een niet alle vervoersconcessies omvattend minimaal aanbod van betaaldiensten is. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk is.

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk dat de concessie-houdende vervoerders bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden verplicht gezamenlijk een systeem van betaaldienstverlening in het openbaar vervoer in stand te houden. (zie noot 1) Deze regeling kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Milieu, in werking worden gesteld. (zie noot 2)

De Afdeling maakt over de voorgestelde voorziening de volgende opmerkingen.

a. Voorwaarde voor opleggen van instandhoudingsverplichting
Artikel 30b, eerste lid, lijkt, gelet op de formulering en de constructie van de voorgestelde bevoegdheid, geïnspireerd te zijn door de Nederlandse noodwetgeving, met dien verstande dat niet is voorzien in een verlengingswetprocedure. De noodwetgeving voorziet in bestuurlijke bevoegdheden voor noodsituaties. De bepalingen die deze bevoegdheden verschaffen, zijn niet in werking getreden, maar kunnen bij koninklijk besluit worden geactiveerd "ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken". (zie noot 3) Onder buitengewone omstandigheden worden in dit verband verstaan situaties waarin een vitaal belang wordt bedreigd én waarin de normale bevoegdheden ontoereikend zijn om het probleem op te lossen. (zie noot 4) Wanneer aan die voorwaarden is voldaan, ontstaat er een noodsituatie waarin de uitoefening van noodbevoegdheden aangewezen is. Parlementaire betrokkenheid wordt gewaarborgd door de uitoefening van bijzondere noodbevoegdheden te onderwerpen aan een verlengingswetprocedure. (zie noot 5)

Uit de toelichting kan worden afgeleid dat de bevoegdheid in artikel 30b, eerste lid, niet is bedoeld voor buitengewone omstandigheden in de zin van de noodwetgeving, maar betrekking heeft op situaties waarin er een niet alle vervoersconcessies omvattend minimaal aanbod van betaaldiensten is. De Afdeling adviseert de voorwaarde voor de uitoefening van de bevoegdheid in het voorgestelde artikel 30b, eerste lid, op die situaties toe te spitsen en daarmee de associatie met het noodrecht te vermijden.

b. Functionele eisen aan betaalsysteem
Volgens de toelichting kunnen naast de instandhoudingsverplichting voor een minimaal universeel aanbod van betaaldiensten ook regels worden gesteld die functionele eisen aan het betaalsysteem bevatten. Het voorgestelde artikel 30b, tweede lid, biedt voor dergelijke eisen geen grondslag. De Afdeling adviseert daarin te voorzien in artikel 30b, tweede lid.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 22 september 2014

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt twee opmerkingen (a en b) over de in het voorgestelde artikel 30b opgenomen voorziening voor situaties waarin er een niet alle vervoersconcessies omvattend minimaal aanbod van betaaldiensten is.

Ad a en b. Met de opmerkingen van de Afdeling is aldus rekening gehouden dat artikel 30b nu is teruggebracht tot één lid dat de grondslag bevat om concessiehouders te kunnen opdragen gezamenlijk een systeem van betaaldienstverlening in het openbaar vervoer in stand te houden, waarbij functionele eisen met betrekking tot het betaalsysteem kunnen worden gesteld, indien de situatie ontstaat of dreigt te ontstaan dat er een niet alle vervoersconcessies omvattend minimaal aanbod van betaaldiensten is. De toelichting op dat artikel is dienovereenkomstig aangepast.

c. Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een beperkte wijziging en een aantal redactionele verbeteringen aan te brengen. In artikel I, onderdeel B, met betrekking tot de wijziging van artikel 30, tweede lid, zijn in de zinsnede “Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op” de woorden “in elk geval” geschrapt omdat bij nader inzien de in dit lid geformuleerde grondslag al voldoende ruimte bood. Omwille van de leesbaarheid is de toelichting op verschillende plaatsen anders ingedeeld en is een enkele vernummering hersteld.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu


(1) Artikel I, onderdeel C, voorgesteld artikel 30b, tweede lid.
(2) Artikel I, onderdeel C, voorgesteld artikel 30b, eerste lid.
(3) Zie bijvoorbeeld de artikelen 70 in samenhang met 68 van de Postwet 2009, de artikelen 14.4 in samenhang met 14.2 van de Telecommunicatiewet en de artikelen 9.3, 9.4 en 9.5 in samenhang met 9.2 van de Wet luchtvaart.
(4) Zie bijvoorbeeld de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Modernisering noodwetgeving Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken, Kamerstukken II 2003/04, 29 514, nr. 3, blz. 5.
(5) Zie artikel 68 van de Postwet 2009, artikel 14.2 van de Telecommunicatiewet en artikel 9.2 van de Wet luchtvaart. Zie voorts de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, Kamerstukken II 1993/94, 23 790, nr. 3, blz. 5.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 436 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon