Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.14.0107/II

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken en het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden in verband met de Wet herziening ten nadele, met nota van toelichting.

Kenmerk
W03.14.0107/II
Datum advies
26 juni 2014
Vindplaats
Staatscourant 2014, nr. 27264
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken en het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden in verband met de Wet herziening ten nadele, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 30 april 2014, no.2014000857, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken en het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden in verband met de Wet herziening ten nadele, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit maakt het mogelijk het DNA-profiel van een verdachte te bewaren ook nadat hij is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging. Deze mogelijkheid wordt opengesteld met het oog op de zogeheten herziening ten nadele, die inhoudt dat een strafzaak die is geëindigd in een onherroepelijke vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, kan worden heropend onder andere als nieuwe feiten bekend worden. Daarbij wordt vooral gedacht aan de mogelijkheid dat nieuw DNA-bewijsmateriaal beschikbaar komt of dat er nieuwe, betere technieken beschikbaar komen om DNA-profielen met elkaar te vergelijken.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de bewaartermijnen van DNA-pro-fielen en de kennisgeving aan de directeur van het NFI.

1. Bewaartermijnen en verjaringstermijnen
Bij de behandeling van het voorstel van Wet herziening ten nadele is in de Eerste Kamer aangekondigd dat in het onderhavige ontwerpbesluit bij het bepalen van de bewaartermijnen zou worden aangesloten bij de termijnen voor verjaring. (zie noot 1) Dit uitgangspunt wordt in de toelichting genuanceerd. De daadwerkelijke lengte van de verjaringstermijn staat namelijk niet op voorhand vast - die is afhankelijk van het (alternatieve) startpunt, stuiting en schorsing van de verjaring - en het is ondoenlijk als het openbaar ministerie nauwgezet in de gaten moet houden hoe het ervoor staat met de verjaringstermijn. Daarom is in het ontwerpbesluit gekozen voor vaste bewaartermijnen en is bovendien bepaald dat de bewaartermijn niet aanvangt op het moment van de laatste daad van vervolging, maar op het (latere) moment van de einduitspraak tegen de gewezen verdachte. (zie noot 2)

De Afdeling onderschrijft de in de toelichting geschetste benadering. Tegelijkertijd merkt zij op dat in het ontwerpbesluit gekozen is voor zodanige termijnen dat het DNA-profiel in bepaalde gevallen aanmerkelijk langer bewaard zal blijven dan de in die gevallen toepasselijke verjaringstermijn. (zie noot 3) Zo geldt voor misdrijven waarvoor een maximum gevangenisstraf kan worden opgelegd tussen zes en acht jaar, een bewaartermijn die veel langer is dan de toepasselijke verjaringstermijn (20 resp. 12 jaar). (zie noot 4) Deze afwijking van de systematiek van de verjaringstermijnen wordt niet toegelicht.

De Afdeling adviseert in de toelichting hierop in te gaan en het ontwerp zo nodig aan te passen.

2. Kennisgeving aan de directeur van het NFI
De directeur van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) beheert de DNA-databank namens de Minister van Veiligheid en Justitie, die verantwoordelijk voor de databank is. (zie noot 5) Zodra iemand van wie het DNA-profiel in de DNA-databank is opgeslagen niet langer kan worden aangemerkt als verdachte, stelt de Justitiële Informatiedienst de directeur van het NFI daarvan op de hoogte. Die dient dan het DNA-profiel en de bijbehorende gegevens te vernietigen, tenzij die van belang zijn voor een andere zaak. (zie noot 6)

Het ontwerpbesluit bepaalt dat de kennisgeving aan de directeur van het NFI ach-terwege blijft als sprake is van een "gewezen verdachte". (zie noot 7) Een gewezen verdachte is iemand die is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging zonder oplegging van een maatregel voor een opzettelijk begaan misdrijf waarbij opzettelijk de dood van een ander is veroorzaakt. (zie noot 8) Door het achterwege blijven van de kennisgeving zal het profiel niet worden vernietigd.

Dat het profiel van de gewezen verdachte niet wordt vernietigd is in overeen-stemming met de doelstelling van het ontwerpbesluit: het profiel moet beschikbaar blijven voor een eventuele procedure tot "herziening ten nadele". Het schrappen van de kennisgeving zou echter een onbedoeld effect kunnen hebben. Het DNA-profiel van een gewezen verdachte moet weliswaar in de DNA-databank aanwezig blijven, maar de directeur van het NFI kan het profiel op grond van het ontwerp-besluit alleen nog vergelijken met de profielen van onbekende verdachten en in die zin zal hij het profiel op een veel beperktere wijze dan voorheen kunnen inzetten. (zie noot 9) Die verandering van status zal dus bij de directeur bekend moeten zijn. Nu het ontwerp-besluit dit niet regelt is het de Afdeling niet duidelijk of en zo ja, op welke wijze de directeur van die verandering in kennis zal worden gesteld.

De Afdeling adviseert in de toelichting hier op in te gaan en zo nodig het ontwerp-besluit aan te vullen.

3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.14.0107/II

Besluit DNA-onderzoek in strafzaken
- In artikel 14, negende lid (nieuw), de verwijzing naar artikel 4:2, eerste lid, onder k, onderdeel 4°, van het Besluit politiegegevens, wijzigen in een verwijzing naar onderdeel 3.
- Doordat in artikel 18, eerste en tweede lid, wordt verwezen naar artikel 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, heeft artikel 18 mede betrekking op personen die ontslagen zijn van rechtsvervolging zonder oplegging van een maatregel. De overlapping met artikel 18a die daardoor ontstaat opheffen.
- Artikel 18, eerste tot en met vierde lid, vormgeven als opsomming, zoals wordt voorzien in de artikelen 18a en 18b. Het vijfde lid overbrengen naar artikel 18b, zodat artikel 18 alleen betrekking heeft op verdachten en ver-oordeelden en artikel 18b de bijzondere gevallen regelt.
- In artikel 18b, eerste lid, onderdeel a, na "misdrijf" invoegen: "als omschre-ven in artikel 67, eerste lid, van de wet", nu het niet de bedoeling is inhou-delijk af te wijken van de bestaande tekst (artikel 18, zesde lid).
- In artikel 18c uit oogpunt van leesbaarheid het tweede lid vervangen door: "Het instituut houdt aantekening van iedere vernietiging ingevolge het eerste lid." Artikel 17, vierde lid, dienovereenkomstig aanpassen.

Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden
- In artikel 5 bezien of het nieuwe vijfde lid moet worden ingevoegd als derde lid, zodat het "vijfde lid (nieuw)" daarnaar kan verwijzen in verband met afscherming van gegevens. Voorts in het nieuw ingevoegde vijfde lid de eerste volzin als volgt redigeren: "In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens van een gewezen verdachte die niet eerder voor hetzelfde feit in een herzieningsprocedure als bedoeld in Titel VIII van het Derde Boek van de wet is vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervol-ging, niet vernietigd."
- In artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, na "misdrijf" invoegen: "als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet".
- De opsomming in artikel 9, eerste lid, afstemmen op de volgorde waarin de verschillende categorieën worden genoemd in artikel 9a, eerste tot en met vijfde lid.
- In artikel 9a, vierde lid, na "van een misdrijf" invoegen: en een onbekende verdachte. Het vijfde lid schrappen.
- Het zevende lid van artikel 9a uit oogpunt van leesbaarheid vervangen door: "De Justitiële Informatiedienst houdt aantekening van iedere vernietiging ingevolge dit artikel."


Nader rapport (reactie op het advies) van 11 september 2014

1. Bewaartermijnen en verjaringstermijnen
Naar aanleiding van de opmerkingen over de aansluiting van de bewaartermijnen bij de verjaringstermijnen, is, in overeenstemming met het advies, de nota van toelichting aangevuld.

2. Kennisgeving aan de directeur van het NFI
De Afdeling advisering merkt in het advies op dat het ontwerp-besluit de kennisgeving aan de directeur van het NFI niet regelt, waardoor niet duidelijk is of en zo ja, op welke wijze de directeur in kennis zal worden gesteld van het feit dat een verdachte een gewezen verdachte is geworden.
In reactie daarop verwijs ik naar artikel 18c, derde lid, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken (hierna: DNA-Besluit) (zie artikel I, onder H). Daarin is bepaald dat de Justitiële Informatiedienst de informatie aan het NFI verstrekt die noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan onder andere de verplichtingen uit artikel 18a van het DNA-Besluit. Dit betekent onder meer dat er een kennisgeving volgt wanneer een verdachte onherroepelijk is vrijgesproken van een misdrijf waarvoor een herziening ten nadele op grond van een novum mogelijk is. Het NFI raakt daardoor op de hoogte van het feit dat de betrokkene een gewezen verdachte in de zin van het besluit is geworden, en kan de gegevens daarop - in overeenstemming met artikel 14, zevende lid, van het DNA-Besluit - "afschermen".

De redactionele kanttekeningen van de Afdeling advisering zijn, waar aangewezen, in het ontwerp-besluit en de daarbij behorende nota van toelichting verwerkt.

Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om de inwerkingtreding van het ontwerp-besluit per 1 november 2014 te regelen.

Ik moge U hierbij het dienovereenkomstig gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Veiligheid en Justitie


(1) Toelichting, § 1.3 (De contouren van de regeling), vierde gedachtestreepje.
(2) Toelichting op artikel I, onderdeel G en H, onder artikel 18a DNA-Besluit.
(3) Voorgesteld artikel 18a, eerste lid, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken. Daarin is gekozen voor een systematiek waarin voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld, een bewaartermijn geldt van twaalf jaar en voor misdrijven met een maximum gevangenisstraf van meer dan zes jaar, een bewaartermijn van twintig jaar.
(4) Artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht.
(5) Artikel 6 van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken.
(6) Artikelen 16, eerste lid, en 17 van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken.
(7) Voorgesteld artikel 16, derde lid, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken. Op grond van dit artikel wordt de directeur wel ingelicht in het specifieke geval dat de gewezen verdachte in een herzieningsprocedure als bedoeld in Titel VIII van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.
(8) Voorgesteld artikel 1, onderdeel g, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken.
(9) Voorgesteld artikel 14, zevende lid, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 279 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon