Ontwerpbesluit houdende tijdelijke regels voor experimenten in het kader van de Ziektewet (Tijdelijk besluit experimenten Ziektewet), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W12.14.0267/III
- Datum advies
- 14 augustus 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 26303
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende tijdelijke regels voor experimenten in het kader van de Ziektewet (Tijdelijk besluit experimenten Ziektewet), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2014, no.2014001394, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende tijdelijke regels voor experimenten in het kader van de Ziektewet (Tijdelijk besluit experimenten Ziektewet), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit regelt bij wijze van experiment dat de re-integratie van zieke werknemers die geen werkgever (meer) hebben (hierna: vangnetters) plaatsvindt door de ex-werkgever in plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen . Verder wordt het re-integratie-instrument no-riskpolis (zie noot 1) na reeds 52 weken ziekte mogelijk gemaakt.(zie noot 2) De experimenteerbepalingen zijn slechts van toepassing op een ‘door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) goedgekeurd project’ (hierna ook: experimenten). Blijkens de toelichting is het doel van het experiment het terugdringen van ziekteverzuim van vangnetters en het beperken van hun instroom in de Wet werken naar arbeidsvermogen (Wet WIA). (zie noot 3)
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de omschrijving van de experimenten, de evaluatiecriteria en de tijdelijkheid van het ontwerpbesluit. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Omschrijving experimenten
De in het ontwerpbesluit opgenomen experimenteerbepalingen zijn slechts van toepassing in het kader van de uitvoering van een ‘door de Minister van SZW goedgekeurd project’. (zie noot 4) Het ontwerpbesluit bepaalt echter niet wanneer de Minister van SZW een project goedkeurt.
De toelichting stelt dat sprake is van een ‘door de Minister van SZW goedgekeurd project’ indien is voldaan aan de voorwaarden van de Regeling cofinanciering sectorplannen. (zie noot 5)
De Afdeling merkt op dat de Regeling cofinanciering sectorplannen niet bepaalt dat een sectorplan wordt goedgekeurd. Bedoelde regeling bepaalt dat subsidie kan worden verleend voor de cofinanciering van maatregelen in een sectorplan, als dat plan aan bepaalde eisen voldoet.
De Afdeling adviseert in artikel 1 ‘een door Onze Minister goedgekeurd sectorplan’ te definiëren als: een sectorplan waarvoor ten behoeve van de cofinanciering van de daarin opgenomen maatregelen subsidie op grond van de Regeling cofinanciering sectorplannen is verleend.
2. Evaluatie
De toelichting bij een experimenteerbesluit dient te vermelden hoe de evaluatie van het besluit plaatsvindt. (zie noot 6) De toelichting bij het ontwerpbesluit stelt dat de evaluatie van de experimenten zal plaatsvinden in het kader van de Regeling cofinanciering sectorplannen. Daarbij wordt echter niet vermeld aan de hand van welke criteria die evaluatie zal geschieden.
Voor de vraag of na afloop van een experiment kan worden beoordeeld of het voldoet aan het geformuleerde doel ervan (zie noot 7) is het naar het oordeel van de Afdeling noodzakelijk dat de toelichting bij het ontwerpbesluit zelf de criteria daartoe noemt en dat niet naar de evaluatie van een ministeriële regeling wordt verwezen. De Afdeling adviseert de toelichting aan te vullen met de criteria voor de evaluatie van ontwerpbesluit.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 augustus 2014
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit maar maakt opmerkingen over de omschrijving van de experimenten, de evaluatie en de tijdelijkheid, waarop hierna wordt ingegaan.
1. Omschrijving experimenten
De door de Afdeling voorgestelde definitie van “een door Onze Minister goedgekeurd sectorplan” is overgenomen.
2. Evaluatie
De evaluatiecriteria zijn in de nota van toelichting nader aangeduid. Omdat dit een experimenteerbesluit betreft is het inderdaad noodzakelijk dat wordt aangegeven of na verloop van de vijf jaar, die geldt voor dit besluit op grond van artikel 82a van de Wet SUWI, aan het doel van het experiment is voldaan. Dit doel is, zoals de Afdeling in noot 7 van het advies aangeeft, het terugdringen van ziekteverzuim van vangnetters en het beperken van hun instroom in de Wet WIA.
3. Tijdelijkheid
De tijdelijkheid van dit besluit vloeit voort uit artikel 82a, derde lid, van de Wet SUWI. Dat het besluit vijf jaar na inwerkingtreding (september 2014) vervalt is in de nota van toelichting opgenomen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(1) De no-riskpolis is geregeld in artikel 29b Ziektewet (ZW) en voorkomt dat de werkgever het loon bij ziekte van de desbetreffende werknemer moet doorbetalen. Het UWV neemt dan, door ziektegeld te betalen, de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever over.
(2) De no-riskpolis is doorgaans pas na 104 weken ziekte van toepassing.
(3) Nota van toelichting, onder ‘Inleiding’.
(4) Zie artikel 1, onder b en c.
(5) Stcrt. 2013, 22962. Op grond van deze regeling kan de minister subsidie verlenen voor de cofinanciering van een sectorplan. Een sectorplan is een namens een samenwerkingsverband (van één of meer werkgevers- en werknemersorganisaties) ingediend plan met maatregelen voor knelpunten (op de arbeidsmarkt) die blijkens een sectoranalyse aanwezig zijn.
(6) Zie ook aanwijzing 10b, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(7) Het terugdringen van ziekteverzuim van vangnetters en het beperken van hun instroom in de Wet WIA.