Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie en integratie-uitkeringen (2012), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W04.13.0462/I
- Datum advies
- 6 februari 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 15207
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie en integratie-uitkeringen (2012), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 19 december 2013, no.2013002626, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie en integratie-uitkeringen (2012), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot vaststelling van de verdeling van een groot aantal decentralisatie- en integratie-uitkeringen uit het provinciefonds en het gemeentefonds voor het jaar 2012. De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
In de toelichting wordt uiteengezet dat met de introductie van decentralisatie-uitkeringen in 2008 een belangrijke wijziging is opgetreden inzake het verstrekken van uitkeringen uit het gemeentefond en het provinciefonds. (zie noot 1) De decentralisatie-uitkering heeft daarbij, volgens de toelichting, een belangrijke rol bij het terugdringen van het aantal specifieke uitkeringen. Tegelijkertijd constateert de toelichting dat er een veelomvattend stelsel van uitkeringen aan medeoverheden is ontstaan. (zie noot 2) "[N]aast de algemene uitkering en specifieke uitkeringen, zijn er de afgelopen jaren vele tussenvormen en varianten ontstaan, zoals decentralisatie-uitkeringen, integratie-uitkeringen, verzameluitkeringen en brede doeluitkeringen." In dat licht wordt aangekondigd dat het voornemen bestaat om te komen tot een vereenvoudiging van het huidige stelsel, mede gelet op vermindering van bureaucratie en van verantwoordingslasten.
De Afdeling merkt op dat sinds 1987 opeenvolgende kabinetten aan het begin van hun termijn een bestuursakkoord hebben afgesloten met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Tot de hoofdlijnen van de bestuursakkoorden behoorde telkens, zij het soms verschillend geformuleerd, het saneren van het aantal specifieke uitkeringen door afschaffing, bundeling of overheveling naar het gemeente- of provinciefonds. Ruim 25 jaar na het eerste bestuursakkoord is het beoogde doel, de omzetting van specifieke uitkeringen in een generieke bijdrage aan gemeenten, nog niet bereikt. Bij de introductie van de decentralisatie-uitkeringen wees de Raad er op dat dit slechts een stap kan zijn in de richting van het uiteindelijke doel. (zie noot 3) "Vervolgstappen zijn (…) geboden. Dit laatste temeer omdat in de praktijk blijkt dat deze 'quasi-specifieke uitkeringen' de verhoudingen tussen het Rijk enerzijds en de provincies en gemeenten anderzijds onnodig ingewikkeld maken en niet blijken bij te dragen aan de beoogde vergroting van de beleidsvrijheid van provincies en gemeenten." (zie noot 4)
Tegen die achtergrond adviseert de Afdeling in de toelichting op te nemen welke vorderingen zijn gemaakt bij de vereenvoudiging van het huidige uitkeringenstelsel, aangezien de regering al eerder heeft aangekondigd hiertoe te willen overgaan. Tevens verdient het aanbeveling in de toelichting concreter aan te geven hoeveel tijd nog gemoeid zal zijn om tot een afronding van dit proces te komen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 4 juli 2014
De belangrijkste vorderingen die zijn gemaakt met betrekking tot het vereenvoudigen van het huidige uitkeringsstelsel houden verband met de ingrijpende sanering van het aantal specifieke uitkeringen. Uit het Onderhoudsrapport Specifieke Uitkeringen 2013 (OSU) blijkt dat het aantal uitkeringen is verminderd: van 101 in 2008 naar 45 in 2013. (zie noot 5) Uit het OSU 2014, dat op 13 mei aan de tweede Kamer is aangeboden (zie noot 6), blijkt dat ook in het afgelopen jaar het aantal specifieke uitkering wederom is afgenomen tot 35. Gelet op het aantal uitkeringen waarvan nu reeds een einddatum bekend is, zal de komende jaren het aantal specifieke uitkeringen verder afnemen .
Naast de sanering van specifieke uitkeringen vindt op dit moment een interdepartementaal onderzoek plaats naar nut en noodzaak van enkele andere uitkeringstypen, te weten de decentralisatie-uitkering en de verzameluitkering. De zogeheten ‘Onderhoudsagenda specifieke- en decentralisatie-uitkeringen’ vormt daarvoor de basis. Kort na de zomer van 2014 zullen de resultaten daarvan bekend zijn. De nota van toelichting bij het besluit is in lijn met bovenstaande aangevuld.
De definitieve vaststelling van de decentralisatie-uitkering ‘Ontwikkel / OEM variabel’ over 2012 heeft inmiddels plaatsgevonden. Het totaal bedrag is met € 28.239 gedaald. Van de gelegenheid is gebruikt gemaakt om deze wijziging in Bijlage 2r door te voeren.
Ik moge U hierbij, mede namens de staatssecretaris van Financiën, het hierbij gevoegde ontwerp-besluit en de nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1) Nota van toelichting, onderdeel A. Algemeen, onder Systematiek decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
(2) Nota van toelichting, onderdeel A. Algemeen, onder Uitkeringsstelsel.
(3) Kamerstukken II 2007/08, 31 327, nr. 4, blz. 4 (punt 2b)
(4) Tweede beschouwing over Interbestuurlijke Verhoudingen, "Decentraal moet, tenzij het alleen centraal kan", Kamerstukken II 2008/09, 31 700 VII, nr. 99 (bijlage), blz. 10.
(5) Tweede Kamer, vergaderjaar 2012-2013, nr. 33400 B, nr. 18
(6) Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014,nr. 33750 B, nr. 13