Ontwerpbesluit tot wijziging van enige besluiten op het terrein van onderwijs in verband met het vervangen van de verplichte maatschappelijke stage door een facultatief programmaonderdeel, het schrappen van het verplichte vak algemene natuurwetenschappen uit het gemeenschappelijk deel van de vwo-profielen en het invoeren van de vakbenaming Latijnse en Griekse taal en cultuur, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W05.14.0065/I
- Datum advies
- 17 april 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 22944
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van enige besluiten op het terrein van onderwijs in verband met het vervangen van de verplichte maatschappelijke stage door een facultatief programmaonderdeel, het schrappen van het verplichte vak algemene natuurwetenschappen uit het gemeenschappelijk deel van de vwo-profielen en het invoeren van de vakbenaming Latijnse en Griekse taal en cultuur, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 20 maart 2014, no.2014000585, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van enige besluiten op het terrein van onderwijs in verband met het vervangen van de verplichte maatschappelijke stage door een facultatief programmaonderdeel, het schrappen van het verplichte vak algemene natuurwetenschappen uit het gemeenschappelijk deel van de vwo-profielen en het invoeren van de vakbenaming Latijnse en Griekse taal en cultuur, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit bevat een aantal aanpassingen van verschillende besluiten in verband met onder meer het afschaffen van de verplichte maatschappelijke stage. Die aanpassingen zijn grotendeels technisch van aard.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking over maatschappelijke stage en het schoolexamen. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Maatschappelijke stage en schoolexamen
Het ontwerpbesluit is niet duidelijk over de vraag welke consequentie het vervangen van de verplichte maatschappelijke stage door een facultatieve heeft voor het schoolexamen. Thans is in het Eindexamenbesluit VO geregeld dat de maatschappelijke stage deel uitmaakt van het schoolexamen. (zie noot 1) In dit ontwerpbesluit wordt voorgesteld dat artikellid te laten vervallen. (zie noot 2) In het verlengde hiervan bepaalt artikel 52, eerste lid (nieuw), van het Eindexamenbesluit VO dat de maatschappelijke stage enkel wordt vermeld op de cijferlijst, indien aan de daargenoemde voorwaarden is voldaan. (zie noot 3)
De Afdeling wijst er in dit verband op dat het facultatieve karakter van de maatschappelijke stage niet zonder meer hoeft te betekenen dat deze geen onderdeel meer uitmaakt van het schoolexamen. Het ligt immers in de rede dat extra inspanningen van leerlingen, binnen de daarvoor geldende voorwaarden, ook daadwerkelijk worden beloond. Deze notie wordt onderkend in het algemeen deel van de toelichting, waar wordt opgemerkt dat de maatschappelijke stage deel blijft uitmaken van het schoolexamen indien voldaan is aan de hiervoor bedoelde voorwaarden. (zie noot 4)
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling de tekst en de toelichting van het ontwerpbesluit met elkaar in overeenstemming te brengen in die zin dat in het ontwerpbesluit wordt opgenomen dat de maatschappelijke stage deel blijft uitmaken van het schoolexamen indien voldaan is aan de hiervoor bedoelde voorwaarden.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W05.14.0065/I
- In de aanhef de verwijzing naar artikel 85, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs schrappen, omdat dit artikellid vervalt (Artikel I, onderdeel E, Kamerstukken I 2013/14, 33 740, nr. A).
- In artikel II, onderdeel N, onder 1 "facultatieve" schrappen, omdat het niet verplichtende karakter reeds blijkt uit artikel 6f van de Wet op het voortgezet onderwijs.
- In artikel II, onderdeel N, onder 1 (artikel 52, eerste lid, onderdeel f, onder 1) als volgt formuleren: de maatschappelijke stage is beoordeeld met "voldoende" of "goed";.
- Artikel II, onderdeel N, onder 1 (artikel 52, eerste lid, onderdeel f, onder 2) schrappen, aangezien de urennorm reeds in artikel 6f, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs is opgenomen.
- In artikel II, onderdeel N, onder 2 (artikel 52, eerste lid, onderdeel h) "artikel 9, vierde lid" vervangen door: artikel 49, derde lid.
- Aan artikel II, onderdeel N, toevoegen dat in artikel 52, vijfde lid, onderdeel b onder 1 de woorden "en de maatschappelijke stage" vervallen.
- Artikel III, onderdeel F als volgt formuleren: Artikel 29 vervalt.
- Artikel III, onderdeel H als volgt formuleren: Artikel 30a, eerste lid, vervalt onder vernummering van het tweede tot en met het vierde lid tot eerste tot en met derde lid.
- Aan artikel III een nieuw onderdeel toevoegen, met de volgende inhoud: "Artikel 30a, eerste lid (nieuw), aanhef komt als volgt te luiden: De stage-overeenkomst voor de maatschappelijke stage bevat in elk geval:"
- Aan artikel V een nieuw onderdeel toevoegen, dat als volgt luidt: "In artikel 11, vierde lid en artikel 12, vierde lid, wordt "vrijgesteld van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel: algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer" vervangen door: vrijgesteld van het vak maatschappijleer van het gemeenschappelijk deel."
Nader rapport (reactie op het advies) van 2 juli 2014
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State aanleiding tot het maken van de inhoudelijke opmerking om de tekst van het ontwerpbesluit en de nota van toelichting met elkaar in overeenstemming te brengen in die zin dat in het ontwerpbesluit wordt opgenomen dat de maatschappelijke stage deel blijft uitmaken van het schoolexamen indien voldaan is aan de volgende voorwaarden. De maatschappelijke stage is afgerond met “voldoende” of “goed” en deze stage heeft tenminste 30 uur geduurd. Het ontwerpbesluit is in vorenbedoelde zin aangepast.
De meeste redactionele opmerkingen zijn overgenomen, met uitzondering van de opmerking over het schrappen van artikel II, onderdeel N, onder 1 (artikel 52, eerste lid, onderdeel f, onder 2), aangezien de urennorm reeds in de Wet op het voortgezet onderwijs is opgenomen. Deze bepaling in de wet houdt echter geen verband met de onderwijstijd. Het gaat in het besluit om de eis dat een maatschappelijke stage o.a. tenminste 30 uur moet omvatten om vermelding op de cijferlijst mogelijk te maken.
Ten slotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in artikel IX de mogelijkheid voor terugwerkende kracht op te nemen. Dit om het mogelijk te maken met terugwerkende kracht inwerkingtreding met ingang van 1 augustus 2014 te regelen, omdat in verband met de wettelijke nahangprocedure de procedure voor dit besluit pas na 1 augustus 2014 kan zijn afgerond. Zo zijn de van toepassing zijnde wijzigingen aan het begin van het schooljaar van kracht voor scholen. DUO is voldoende voorbereid en geeft aan dat de aanpassingen in de systemen en processen realiseerbaar zijn. Verder is het besluit eerder gepubliceerd in het Staatsblad, zodat tijdig kenbaar is wat er gaat veranderen. Dit proces is na het zomerreces afgerond. De verwachting is dat de terugwerkende kracht een korte periode zal bestrijken.
Ik moge U hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(1) Artikel 4, tweede lid.
(2) Artikel II, onderdeel A, onder 2. Dat de maatschappelijke stage niet langer deel uitmaakt van het schoolexamen, wordt bevestigd in de toelichting op artikel II, onderdelen B, C, D, E, F, G, H en K.
(3) Artikel II, onderdeel N.
(4) Paragraaf 2.1 van de toelichting.