Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W15.13.0461/IV

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit houders van dieren in verband met het stellen van regels met betrekking tot fokken en bedrijfsmatige activiteiten met gezelschapsdieren, met nota van toelichting.

Kenmerk
W15.13.0461/IV
Datum advies
7 februari 2014
Vindplaats
Staatscourant 2014, nr. 20390
  • Economische Zaken en Klimaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit houders van dieren in verband met het stellen van regels met betrekking tot fokken en bedrijfsmatige activiteiten met gezelschapsdieren, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 18 december 2013, no.2013002611, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit, houdende wijziging van het Besluit houders van dieren in verband met het stellen van regels met betrekking tot fokken en bedrijfsmatige activiteiten met gezelschapsdieren, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit vervangt het Honden- en kattenbesluit 1999 door een regeling die zal gelden voor alle gezelschapsdieren. Daarbij worden op een aantal plaatsen bepalingen die concreet gedrag voorschrijven vervangen door meer globale doelvoorschriften. De regeling wordt opgenomen in het Besluit houders van dieren, dat echter nog niet tot stand is gekomen. (zie noot 1) De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar adviseert nader te bezien of er geen dubbele registratieplicht voor houders van honden ontstaat. Voorts maakt zij een opmerking over de toepassing van overgangsrecht op nieuwe gevallen. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Registratie van honden
Volgens de toelichting regelt het ontwerpbesluit geen verplichtingen met betrekking tot identificatie en registratie van honden, zodat er ook geen overlapping is met het Besluit identificatie en registratie van dieren. (zie noot 2) Het is de vraag of dit juist is. Bedrijfsmatige houders van gezelschapsdieren dienen immers op grond van het ontwerpbesluit een administratie bij te houden van de gezelschapsdieren die in hun inrichting verblijven. (zie noot 3) De eigenaren van honden zijn op grond van het Besluit identificatie en registratie van dieren verplicht de honden te identificeren en te registreren in een centrale databank. (zie noot 4) Dit roept de vraag op of bedrijfsmatige houders van honden niet aan hun administratieverplichting, zoals voorzien in het ontwerpbesluit, kunnen voldoen door de al bestaande verplichting, op grond van het Besluit identificatie en registratie van dieren, om honden te registreren in een databank, in acht te nemen. Als dat het geval is (wellicht met enkele noodzakelijke aanpassingen van de bestaande registratieplicht voor honden), zou de nu voorgestelde administratieverplichting kunnen vervallen voor zover deze op honden betrekking heeft. Daarmee zouden onnodige administratieve lasten (dubbele registratie) worden voorkomen. (zie noot 5) De Afdeling adviseert op het voorgaande in de toelichting in te gaan en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen.

2. Overgangsrecht
In inrichtingen die bedrijfsmatig gezelschapsdieren houden moet een beheerder werkzaam zijn die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid. (zie noot 6) In het overgangsrecht wordt een uitzondering gemaakt voor een periode van vijf jaar voor bestaande inrichtingen. (zie noot 7)

De uitzondering geldt evenwel ook voor inrichtingen die binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de nieuwe verplichting in gebruik worden genomen.
Een nieuwe regeling is in beginsel van toepassing op bestaande rechtsposities en verhoudingen (onmiddellijke werking). Wel kan er aanleiding zijn de oude regeling tijdelijk of blijvend van toepassing te laten zijn op bestaande rechtsposities en verhoudingen (eerbiedigende of uitgestelde werking). (zie noot 8) Zulk overgangsrecht is echter niet aangewezen voor nieuwe rechtsposities, zoals inrichtingen die na invoering van het nieuwe regime in gebruik worden genomen. Ook uit de toelichting blijkt dat alleen bedoeld is een overgangsregeling te treffen voor bestaande gevallen. (zie noot 9) De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit in overeenstemming te brengen met de toelichting door het overgangsrecht te beperken tot inrichtingen die bestonden op het tijdstip waarop de nieuwe verplichting ingaat.

3. Transponeringstabel
Het ontwerpbesluit is gebaseerd op een aantal bepalingen in de Wet dieren. De meeste van die grondslagbepalingen in de Wet dieren houden in dat bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden vastgesteld voor de uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen. (zie noot 10) Uit de transponeringstabel bij het voorstel van Wet dieren zoals ingediend bij de Tweede Kamer (maart 2008) blijkt dat de implementatie van een aantal EU-rechtshandelingen gedeeltelijk plaatsvindt in de Wet dieren; voor een ander deel gebeurt dat in dit ontwerpbesluit. (zie noot 11) De Afdeling adviseert in de toelichting een actuele transponeringstabel op te nemen. (zie noot 12)

4. Europese Overeenkomst ter bescherming van kleine huisdieren
De Europese Overeenkomst ter bescherming van kleine huisdieren (zie noot 13), een verdrag van de Raad van Europa, wordt in dit ontwerpbesluit gedeeltelijk geïmplementeerd. Volgens de toelichting zijn de overige regels uit de Overeenkomst reeds geïmplementeerd in bestaande regelgeving. De Overeenkomst zal worden geratificeerd wanneer dit wijzigingsbesluit in werking is getreden. (zie noot 14) De Afdeling adviseert in de toelichting een overzicht op te nemen waarin zichtbaar wordt gemaakt in welke bepalingen van het ontwerpbesluit de Europese Overeenkomst wordt geïmplementeerd en in welke regelingen de overige bepalingen van het verdrag zijn geïmplementeerd.

5. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.13.0461/IV

- Nu hoofdstuk 3 een § 2 krijgt, de artikelen 3.1 tot en met 3.4 onderbrengen in een § 1 (Het bedrijfsmatig en niet bedrijfsmatig houden van gezelschapsdieren).
- In artikel 3.4, tweede lid, onderdeel e, na "het aantal nesten" invoegen: of jongen, nu ezels geen nesten hebben. Voorts in het vijfde lid de zinsnedes "het bepaalde in" en "overeenkomstige" schrappen (aanwijzingen 52 en 83 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar)).
- In artikel 3.4, vijfde lid, "paarden, pony’s en ezels" vervangen door "paarden (inclusief pony’s) en ezels", nu het Besluit houders van dieren gebruik maakt van de wetenschappelijke namen van diersoorten (zoals blijkt uit de bijlage bij dat besluit) en pony’s behoren tot de diersoort paard (equus caballus).
- Artikel 3.6, tweede lid, schrappen, nu dit de reikwijdte van artikel 3.4 niet verruimt.
- In artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, aan het slot invoegen: ", tenzij deze onbekend is". Het vierde lid schrappen.
- Artikel 3.10, derde lid, schrappen, nu het tweede lid dit al regelt.
- Artikel 3.12, eerste lid en tweede lid, aanhef, samenvoegen en vervangen door: "Onverminderd de artikelen 1.6 tot en met 1.8 wordt een gezelschapsdier gehouden in een daarvoor geschikte ruimte. Dit houdt in dat ten minste: ".
- De overgangsrechtelijke bepalingen (artikelen 6.5a tot en met 6.5d) overbrengen naar hoofdstuk 7, § 2 (Overgangsrecht), van het (ontwerp)Besluit houders van dieren, tenzij de nummering van hoofdstukken en paragrafen inmiddels is gewijzigd.
- In de artikelen 6.5b, eerste lid, en 6.5c, tweede lid, onderdeel a, "meldingsplicht … op basis van het Honden- en Kattenbesluit 1999" wijzigen in: aanmeldingsplicht … op basis van artikel 3, eerste lid, van het Honden- en Kattenbesluit 1999.
- In artikel 6.5c, eerste lid, voor "het Honden- en Kattenbesluit 1999" invoegen: artikel 3, eerste lid, van.
- De nota van toelichting inkorten en toegankelijker maken door het combineren van de paragrafen 4 en 5 met het artikelsgewijze deel (zodat dubbelstellingen kunnen worden voorkomen) en door het schrappen van passages waarin artikelen worden herhaald.
- In § 6.2 (Administratieve lasten) en 6.3 (Nalevingskosten) van de toelichting grotere geldbedragen afronden op duizenden euro’s om schijnexactheid te vermijden.


Nader rapport (reactie op het advies) van 11 juni 2014

Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. In reactie op het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State merk ik het volgende op, waarbij de volgorde van de punten wordt aangehouden zoals die door de Afdeling is gehanteerd.

1. Registratie van honden
Het voorstel van de Afdeling advisering de administratieverplichting te koppelen aan de registratieplicht voor honden op grond van het Besluit identificatie en registratie van dieren is overgenomen. Zowel het onderhavige besluit als het Besluit identificatie en registratie van dieren is hierop aangepast.

De koppeling van deze twee plichten levert een voordeel op voor bedrijfsmatige houders van honden. Uit de tot nu toe geregistreerde gegevens, wordt een kwart van de honden gehouden door bedrijfsmatige houders. In paragraaf 6 van de nota van toelichting is gekwantificeerd tot welke lasten de administratieplicht nu leidt, waarin deze verlichting is meegenomen.

2. Overgangsrecht
Het overgangsrecht (artikel I, onderdeel C, nieuw artikel 6.6) is aangepast ten aanzien van de plicht dat in een inrichting een beheerder werkzaam moet zijn die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid. De overgangstermijn van vijf jaar zal alleen gelden voor bestaande inrichtingen.

De plicht tot het hebben van een bewijs van vakbekwaamheid zal overigens pas een jaar na inwerkingtreding van dit besluit in werking treden. Dit geeft de onderwijsinstellingen de gelegenheid om opleidingen te ontwikkelen. Voor andere dieren dan honden en katten is er namelijk nog onvoldoende capaciteit om een bewijs van vakbekwaamheid te kunnen behalen. Dit zal worden geregeld in het besluit waarmee de inwerkingtreding van het onderhavige besluit zal worden geregeld.

3. Transponeringstabel
De Afdeling geeft aan dat het ontwerpbesluit gebaseerd is op een aantal bepalingen in de Wet dieren, waarvan de meeste inhouden dat er bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld voor de uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen. Daarom wordt geadviseerd een actuele transponeringstabel op te nemen. Dit advies is niet overgenomen. Met het onderhavige besluit worden namelijk geen EU-rechtshandelingen geïmplementeerd.

4. Europese Overeenkomst ter bescherming van kleine huisdieren
Er is een overzicht opgenomen aan het einde van de nota van toelichting, waarin zichtbaar is gemaakt in welke bepalingen van het besluit de Europese Overeenkomst wordt geïmplementeerd en in welke regelingen de overige bepalingen van de Overeenkomst zijn geïmplementeerd.

5. Redactionele opmerkingen
De redactionele opmerkingen van de Afdeling zijn verwerkt, met uitzondering van de wijzigingen in artikel 3.10.

In artikel 3.10 is de verplichting opgenomen dat in een inrichting een deugdelijke administratie wordt bijgehouden van de gezelschapsdieren die in de inrichting verblijven en de gegevens van wie de dieren afkomstig zijn. Er is een uitzondering opgenomen voor inrichtingen waar dieren worden gehouden ten behoeve van opvang. Deze inrichtingen hoeven de gegevens niet bij te houden van wie de dieren afkomstig zijn, indien deze gegeven onbekend zijn. De Afdeling stelt voor om deze uitzondering op te nemen in artikel 3.10, eerste lid. Deze wijziging is niet overgenomen. Indien deze voorgestelde wijziging zou worden overgenomen zou elke inrichting kunnen betogen dat de herkomst van het dier onbekend is. Bij de activiteiten verkopen, fokken en verhandelen moet de herkomst van de dieren bekend zijn. Alleen voor de activiteit “houden ten behoeve van opvang” kan onbekend zijn van wie de dieren afkomstig zijn.

Ook het tweede voorstel tot wijziging ten aanzien van artikel 3.10 is niet overgenomen. In artikel 3.10, derde lid, gaat het om de verplichting om een kopie van het bewijs van inenting gedurende twee jaar te bewaren. Het gaat dan om de situatie dat de dieren nog in de inrichting aanwezig. Bij het tweede lid speelt een andere situatie, het gaat dan om de bewaartermijn nadat de dieren niet meer in de inrichting aanwezig zijn. De maximale bewaartermijn kan dus vier jaar zijn: twee jaar gedurende de tijd in een inrichting, plus nog twee jaar daarna. Als een dier binnen twee jaar de inrichting verlaat wordt de tijd waarin men gegevens moet bewaren korter dan vier jaar.

6. Toelichting andere wijzigingen
In het ontwerpbesluit zoals dat aan de Afdeling was voorgelegd, was voorgeschreven dat de aanmelding van een inrichting moest plaatsvinden in een door de Minister beschikbaar gesteld elektronisch portaal of via een formulier dat door de Minister op verzoek wordt verstrekt. In het besluit is nu opgenomen dat de aanmelding geschiedt door middel van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld. Hierdoor wordt de regelgeving meer toekomstbestendig, omdat geen aanpassing meer nodig is om nieuwe vormen van aanmelding toe te staan.

Voorts is het niet verplicht om als organisator van een beurs, markt of tentoonstelling door te geven wat de openingstijden zijn van het door hem georganiseerde evenement. Deze informatie wordt thans niet noodzakelijk geacht om in te winnen.

Tevens is een wijziging van het Bouwbesluit opgenomen. Het Bouwbesluit verwijst in een definitie naar de bijlage bij het Besluit houders van dieren. Het Besluit houders van dieren heeft echter thans twee bijlagen in plaats van één. Met de wijziging van het Bouwbesluit wordt naar de juiste bijlage verwezen.

In de nota van toelichting is duidelijker aangegeven wanneer dit besluit van toepassing is op buitenlandse ondernemers, namelijk op buitenlandse ondernemers die zich in Nederland willen vestigen. Een uitzondering daarop vormen degenen die deelnemen aan tentoonstellingen, beurzen of markten of deze organiseren, zonder in Nederland gevestigd te zijn. Zij moeten zich wel aan de bepalingen van het besluit houden, indien zij hun activiteiten in Nederland uitvoeren.

Tenslotte is van de gelegenheid is gebruik gemaakt om nog enkele technische aanpassingen en verduidelijkingen door te voeren in het besluit.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Economische Zaken


(1) Het ontwerp-Besluit houders van dieren is op 25 oktober 2012 bij de Afdeling advisering aanhangig gemaakt; de Afdeling heeft op 3 januari 2013 advies uitgebracht (no. W15.12.0441). Verder is een wijziging van het Besluit houders van dieren in verband met het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming in procedure; daarover heeft de Afdeling op 12 september 2013 geadviseerd (no. W15.13.0243).
(2) Toelichting, § 8.5 (Verhouding met het Besluit identificatie en registratie van dieren).
(3) Voorgesteld artikel 3.10.
(4) Artikel 6 van het Besluit identificatie en registratie van dieren.
(5) Zie ook aanwijzing 13 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar).
(6) Voorgesteld artikel 3.11.
(7) Voorgesteld artikel 6.5b, eerste lid, aanhef en onderdeel a.
(8) Aanwijzingen 166 en 169 Ar.
(9) Toelichting op de artikelen 3.11 en 6.5b.
(10) Dit betreft de artikelen 2.2, tiende lid, 2.6, tweede lid, 2.7, tweede lid en 2.8, vierde lid, van de Wet dieren.
(11) Kamerstukken II 2007/08, 31 389, nr. 3, blz. 145-146.
(12) Zie ook aanwijzing 338 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(13) Straatsburg, 13 november 1987, Trb. 1988, 1.
(14) Toelichting, § 8.6 (Internationale aspecten), onderdeel e (Overeenkomst ter bescherming van kleine huisdieren).


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 329 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon