Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W14.13.0347/IV

Ontwerpbesluit houdende wijziging van algemene maatregelen van bestuur op het terrein van de scheepvaart in verband met de implementatie van de wijziging van de bijlage bij het STCW-Verdrag en de STCW-Code en van richtlijn 2012/35/EU en enige andere onderwerpen op het terrein van de zeevaartbemanning, met nota van toelichting.

Kenmerk
W14.13.0347/IV
Datum advies
28 november 2013
Vindplaats
Staatscourant 2014, nr. 10610
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende wijziging van algemene maatregelen van bestuur op het terrein van de scheepvaart in verband met de implementatie van de wijziging van de bijlage bij het STCW-Verdrag en de STCW-Code en van richtlijn 2012/35/EU en enige andere onderwerpen op het terrein van de zeevaartbemanning, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 7 oktober 2013, no.13.002078, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van algemene maatregelen van bestuur op het terrein van de scheepvaart in verband met de implementatie van de wijziging van de bijlage bij het STCW-Verdrag en de STCW-Code en van richtlijn 2012/35/EU en enige andere onderwerpen op het terrein van de zeevaartbemanning, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit wijzigt een aantal algemene maatregelen van bestuur op het terrein van de scheepvaart in verband met de zogenoemde Manilla-wijzingen, de wijziging van de bemanningsrichtlijn.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking over de termijn waarbinnen het vaarbevoegdheidsbewijs moet worden aangevraagd. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Termijn aanvraag vaarbevoegdheidsbewijs

Het voorgestelde artikel 8, eerste lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart (zie noot 1) bepaalt dat een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven, indien het voor deze aanvraag noodzakelijke kennisbewijs of bekwaamheidsbewijs is afgegeven binnen een termijn van ten hoogste 4 jaar en 9 maanden voor de aanvraag. Thans bedraagt deze termijn nog vier jaar. Uit de toelichting blijkt dat het voorstel is gebaseerd op de in de STCW-code genoemde procedures voor vernieuwing van een bestaand vaarbevoegdheidsbewijs. Artikel 8, eerste lid, betreft echter niet de vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs, maar de eerste uitgifte.
De Afdeling adviseert het voorgestelde artikel 8, eerste lid, te laten vervallen.

2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W14.13.0347/IV

- Bij de verwijzing naar kamerstukken aanwijzing 89a van de Aanwijzingen voor de regelgeving in acht nemen.
- In artikel II, onderdeel F "26, onderdeel e," vervangen door: 26, onderdeel d.
- In artikel 41 en 42 van het Besluit zeevisvaartbemanning "twee jaar" steeds vervangen door: 24 maanden.
- De toelichting aanvullen met een becijfering van de totale kosten, gemoeid met het volgen van initiële trainingen.


Nader rapport (reactie op het advies) van 25 maart 2014

1. Aan het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State het voorgestelde artikel 8, eerste lid, te laten vervallen, is gevolg gegeven. De artikelsgewijze toelichting is daarmee in overeenstemming gebracht.

2. De door de Afdeling gemaakte redactionele opmerkingen zijn overgenomen, met uitzondering van de hieronder genoemde punten:
- In de artikelen 41 en 42 van het Besluit zeevisvaartbemanning “twee jaar” steeds vervangen door: 24 maanden. In artikel II, onderdeel G, van het ontwerpbesluit is met betrekking tot artikel 41 reeds voorzien in deze vervanging. In artikel 42 komt de vermelding “twee jaar” niet voor.
- De toelichting aanvullen met een becijfering van de totale kosten, gemoeid met het volgen van initiële trainingen. De reden voor het niet overnemen is dat het ontwerpbesluit slechts voorziet in 2 nieuwe initiële trainingen, de training uitvoering beveiligingstaken en de training bewustwording scheepsbeveiliging. Uit de eerstgenoemde training komt een jaarlijks totaalbedrag van € 148.280 aan inhoudelijke nalevingslasten voort. De tweede training betreft een eenmalig bedrag van € 7.569.020 aan inhoudelijke nalevingslasten. Een becijfering van deze kosten is reeds opgenomen in § 2.1. van de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit. De overige initiële trainingen zijn reeds bestaande trainingen en de daarmee samenhangende kosten vloeien derhalve niet uit het ontwerpbesluit voort.

3. Na advisering door de Afdeling zijn behalve redactionele wijzigingen van ondergeschikte betekenis nog enkele nadere wijzigingen in het ontwerpbesluit en de nota van toelichting wenselijk gebleken. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om deze wijzigingen, die niet ingrijpend van aard zijn, aan te brengen.
- Aan artikel 8 is een lid toegevoegd dat de grondslag vormt om met betrekking tot de afgifte van vaarbevoegdheidsbewijzen bij ministeriële regeling op het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT toegesneden eisen te stellen. Aangezien deze zeilschepen niet gedurende het gehele jaar varen maar zij seizoensgebonden zijn, kunnen de in artikel 8 opgenomen termijnen niet onverkort van toepassing zijn.
- In artikel 20 is de verplichting tot het in het bezit zijn van een specifiek certificaat voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs op managementniveau voor het reizen nabij de kust van andere landen (certificaten aanvulling-N en –W) opgenomen bij de functies kapitein en hoofdwerktuigkundige in plaats van bij de initiële functies waarvoor na afronding van de opleiding een vaarbevoegdheidsbewijs kan worden verkregen. Artikel 125e is hierop aangepast. De trainingen voor de verkrijging van de certificaten zijn nieuw. Gebleken is dat in verband daarmee uitstel van de genoemde verplichting tot een nader te bepalen tijdstip noodzakelijk is. In de artikelen 125e en 125aa is daarom voorzien in het bij ministeriële regeling vaststellen van het tijdstip van het ingaan van deze verplichting.
- Artikel 41 is aangevuld met een zesde lid dat bepaalt dat het certificaat bewustwording scheepsbeveiliging en de familiarisatietraining in scheepsbeveiliging alleen verplicht zijn voor zeevarenden aan boord van schepen waarvoor een internationaal scheepsbeveiligingscertificaat benodigd is.
- In de toelichting bij artikel 125a is opgenomen dat met het “vernieuwen” van een vaarbevoegdheidsbewijs niet alleen het verlengen van de geldigheid van de bestaande vaarbevoegdheid wordt bedoeld, maar eveneens het afgeven van een vaarbevoegdheidsbewijs voor een hogere functie dan de initiële vaarbevoegdheid.

4. Tot slot zijn in het ontwerpbesluit en de nota van toelichting enkele redactionele en technische wijzigingen van ondergeschikte aard aangebracht.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Infrastructuur en Milieu


(1)Artikel I, onderdeel F.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 747 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon