Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de kwijtschelding van de sociale lening aan asielstatushouders en enkele andere wijzigingen, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W12.14.0006/III
- Datum advies
- 14 februari 2014
- Vindplaats
- Staatscourant
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de kwijtschelding van de sociale lening aan asielstatushouders en enkele andere wijzigingen, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 20 januari 2014, no.2014000103, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de kwijtschelding van de sociale lening aan asielstatushouders en enkele andere wijzigingen, met nota van toelichting.
Met het ontwerpbesluit wordt invulling gegeven aan de toezegging dat asielgerechtigden een aanbod voor de voorbereiding van het inburgeringsexamen krijgen; verder wordt een beoordeling van het onderdeel spreekvaardigheid van het inburgeringsexamen door een menselijk beoordelaar mogelijk gemaakt voor kandidaten die vier keer of vaker zijn gezakt; voorts worden vreemdelingen aan wie een verblijfsvergunning is verleend onder de beperking in verband met verblijf als vermogende vreemdeling vrijgesteld van de inburgeringsplicht.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
Voorgesteld wordt onder andere dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) gegevens aanlevert ten behoeve van het Informatiesysteem inburgering (ISI). (zie noot 1) Het gaat om persoonsgegevens betreffende de deelname aan het voorbereidingsprogramma in de asielopvang en aan de maatschappelijke begeleiding door gemeenten. Het doel van deze gegevensverwerking is onder meer ‘uitvoering van de wet’. Het voorstel betekent een uitbreiding van de verwerking van persoonsgegevens en houdt daarmee een inbreuk in op de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 10 van de Grondwet, artikel 8 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (EU-Handvest). Een dergelijke inbreuk kan gerechtvaardigd zijn indien is voldaan aan een aantal vereisten: de inbreuk moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving en er moet voldaan zijn aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Daarnaast moet zijn voldaan aan de eisen die voortvloeien uit de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
In de toelichting wordt op deze aspecten niet ingegaan. Gesteld wordt slechts dat gegevensverstrekking door het COA aan het ISI van belang is voor de uitvoering van de Wet inburgering.
De Afdeling adviseert in verband met het voorgaande de toelichting aan te vullen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 maart 2014
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State aanleiding tot het maken van het advies om de toelichting op de onderdelen inzake de gegevensverstrekking door het Centraal Orgaan opvang van Asielzoekers aan te vullen en in te gaan op de aspecten verband houdende met (internationale) regelgeving inzake het inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer.
Naar aanleiding van deze opmerking is de toelichting bij artikel I, onderdelen E en F, van het ontwerpbesluit aangevuld met een nadere toelichting inzake de rechtvaardiging van de aanvullende gegevensverstrekking en een afweging omtrent de subsidiariteit en inzake de waarborgen met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer. Kortheidshalve zij verder verwezen naar de toelichting bij de eerdergenoemde onderdelen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(1) Zie de in artikel I, onderdelen E en F, van het ontwerpbesluit voorgestelde wijziging van artikel 6.2 Besluit inburgering.