Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.13.0384/II

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren onder meer in verband met het aanpassen van de duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering, met nota van toelichting.

Kenmerk
W03.13.0384/II
Datum advies
6 december 2013
Vindplaats
Staatscourant 2014, nr. 5214
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren onder meer in verband met het aanpassen van de duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 28 oktober 2013, no.13.002232, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren onder meer in verband met het aanpassen van de duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit beoogt de systematiek van de bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren beter te laten aansluiten bij de regeling zoals die voor rijksambtenaren al is vastgelegd in het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. De nota van toelichting vermeldt dat in de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke macht (1/8/2007 tot 31/12/2010) is geconstateerd dat het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren nog moet worden aangepast aan de wijziging van de Werkloosheidswet (WW) per 1 oktober 2006. Afgesproken is dat daarbij de bovenwettelijke WW-regeling van sector Rijk zou worden gevolgd, waarin de uitkeringsduur van de bovenwettelijke WW drie maal de duur van de WW-uitkering bedraagt. (zie noot 1) Het voorliggende ontwerpbesluit sluit daarbij aan. (zie noot 2) Hierdoor is de duur van bovenwettelijke WW-uitkeringen in de meeste gevallen bekort, maar wordt nog wel voor een substantiële periode inkomensbescherming geboden. (zie noot 3) Over de inhoud van het ontwerpbesluit is overeenstemming bereikt met de Sectorcommissie rechterlijke macht (SORM).
De Afdeling advisering maakt kanttekeningen bij de vertraagde besluitvorming en de verhouding tussen de voorgestelde duur van de bovenwettelijke WW en het regeringsbeleid inzake de (bekorting) van de WW-duur.

1. Vertraagde besluitvorming
De Afdeling merkt op dat de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke macht die door middel van het voorliggende ontwerpbesluit wordt uitgewerkt in het Besluit bovenwettelijke uitkeringen een looptijd heeft van 1 augustus 2007 tot 31 december 2010. De uitwerking van deze overeenkomst in het onderhavige ontwerpbesluit heeft dus aanmerkelijke tijd in beslag genomen. Als gevolg hiervan is het hierin vastgelegde beleid pas geruime tijd later dan beoogd gerealiseerd. Voorts is het in de tijd ingehaald door nieuw beleid met betrekking tot de arbeidsmarkt en daarmee voorgenomen aanpassingen van de WW. Dit roept de vraag op of de termijn waarop het besluit wordt aangepast niet te lang is geweest.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan.

2. Discrepantie met huidige arbeidsmarktbeleid
De Afdeling constateert dat het voorliggende ontwerpbesluit een weerslag vormt van de afspraken die zijn gemaakt in de SORM. Zij heeft geen opmerkingen over de wijze waarop die afspraken in het voorgestelde besluit zijn verwerkt. Wel vraagt zij aandacht voor de discrepantie tussen enerzijds de voorliggende regeling die een bovenwettelijke WW-uitkering van drie maal de wettelijke WW-duur bevat en anderzijds het huidige regeringsbeleid inzake de bekorting van de duur van werkloosheidsuitkeringen. (zie noot 4)
In het wetsvoorstel Werk en zekerheid is voorgesteld dat de duur van de WW-uitkering wordt beperkt tot maximaal twee jaar. In het Sociaal akkoord 2013 is in verband daarmee overeengekomen dat sociale partners daar desgewenst in het cao-overleg uit eigen middelen maximaal één jaar uitkering aan kunnen toevoegen. Deze maatregelen zullen worden ingevoerd tussen 2016 en 2019.
Met dit beleid wordt beoogd om bij werkloosheid snellere doorstroming in andere functies te bevorderen. Bovenwettelijke afspraken, zoals die in het voorliggende voorstel zijn opgenomen, hebben een aanzienlijke invloed op het functioneren van de arbeidsmarkt. Het onderhavige besluit voorziet echter in verstrekking van bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid gedurende aanzienlijk langere termijnen dan zullen gelden voor de particuliere sector. Het ligt voor de hand dat de overheid ook in haar hoedanigheid van werkgever het doel dat de regering nastreeft met het door haar gevoerde arbeidsmarktbeleid laat meewegen bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden en de daaraan voorafgaande onderhandelingen met de vakorganisaties.
De afdeling realiseert zich dat in het onderhavige ontwerpbesluit de duur van de bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid reeds wordt bekort en dat de formulering zodanig is dat bij de invoering van de met het wetsvoorstel Werk en zekerheid beoogde wijziging van de WW deze duur nogmaals zal worden bekort. Niettemin roept het voorstel de vraag op of de regering voornemens is te voorzien in een nieuwe aanpassing van de duur van de bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid in samenhang met de invoering van de Wet werk en zekerheid.

De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 5 februari 2014

Het ontwerpbesluit geeft de Afdeling advisering van de Raad van State (Afdeling) aanleiding tot het maken van twee opmerkingen. De Afdeling adviseert in de toelichting op beide opmerkingen in te gaan.

1. Vertraagde besluitvorming
De Afdeling werpt de vraag op of de termijn waarop het besluit wordt aangepast, niet te lang is geweest. Naar aanleiding van deze opmerking is de eerste alinea van onderdeel 2 van de nota van toelichting aangevuld.

2. Discrepantie met huidige arbeidsmarktbeleid
De Afdeling vraagt aandacht voor de discrepantie tussen enerzijds het ontwerpbesluit dat een bovenwettelijke WW-uitkering van drie maal de wettelijke WW-duur bevat, en anderzijds het huidige regeringsbeleid inzake de bekorting van de duur van werkloosheidsuitkeringen. Naar aanleiding daarvan wordt opgemerkt dat overige wensen en plannen van de regering met betrekking tot de WW en bovenwettelijke WW zullen worden meegenomen bij de onderhandelingen over een nieuwe Arbeidsvoorwaardenovereenkomst. De uitkomst van die onderhandelingen zal vervolgens op de noodzakelijke plaatsen in regelgeving worden verwerkt.

Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de datum van inwerkingtreding niet bij afzonderlijk koninklijk besluit maar in dit besluit zelf te bepalen.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te
besluiten.

De Minister van Veiligheid en Justitie


(1) Zie het Besluit van 27 oktober 2011 (Stb. 2011, 525)
(2) Het voorgestelde artikel 2 Beluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren.
(3) Nota van toelichting, artikelsgewijze toelichting bij artikel I. Vermeld wordt dat de maximale uitkeringsduur 9 jaar en 6 maanden bedraagt.
(4) Zie bijvoorbeeld het voorstel voor de Wet werk en zekerheid waarover de Afdeling advisering op 5 november 2013 advies heeft uitgebracht (W12.13.0315/III, Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 4).


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 178 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon