Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W03.13.0163/II
- Datum advies
- 17 juli 2013
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 2996
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 10 juni 2013, no.13.001134, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt ertoe uitvoering te geven aan de Wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 door uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling. In dit wetsvoorstel wordt voorzien in de bevoegdheid om een gezichtsopname te maken en tien vingerafdrukken te nemen, welke biometrische gegevens worden opgeslagen in de vreemdelingenadministratie.
De afname van tien vingerafdrukken betreft vreemdelingen van buiten de Europese Unie (de zogenoemde derdelanders) met een regulier verblijfdoel.(zie noot 1) Voor hen bestaat reeds de verplichting tot de afgifte van vingerafdrukken als zodanig.(zie noot 2) Unieburgers, onderdanen van de landen van de EER en Zwitserland, alsmede hun familieleden (ongeacht hun nationaliteit) zijn uitgezonderd. De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking over de minimumleeftijd. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
Het ontwerpbesluit bepaalt in het voorgestelde artikel 8.27, onder a, dat biometrische kenmerken worden op- en afgenomen van vreemdelingen vanaf de leeftijd van zes jaar. De toelichting vermeldt slechts dat voor de keuze voor de leeftijd van zes jaar is aangesloten bij Verordening (EG)380/2008.(zie noot 3) De Afdeling acht de rechtvaardiging van de keuze voor deze leeftijd vooralsnog niet overtuigend. Andere EU-verordeningen hanteren immers een daarvan afwijkende minimumleeftijd. Zo wordt in de Eurodac-verordening(zie noot 4) de minimumleeftijd van 14 jaar voorgeschreven. Voorts bepaalt artikel 13, zevende lid, onder a, van Verordening (EG)810/2009 (Visumcode) zie noot 5) dat kinderen jonger dan 12 jaar zijn uitgezonderd van het afnemen van vingerafdrukken. Mede gelet op de minimumleeftijden die worden gehanteerd in de Eurodac-verordening en in de Visumcode behoeft de keuze voor een minimumleeftijd van zes jaar nadere motivering.
De Afdeling adviseert de keuze voor een minimumleeftijd van zes jaar voor de op- en afname van biometrische kenmerken nader toe te lichten, mede gelet op de inmenging in de persoonlijke levenssfeer die met het afnemen van vingerafdrukken gepaard gaat en de jeugdige minimumleeftijd die in het ontwerpbesluit wordt voorgesteld, en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 januari 2014
De Afdeling acht de rechtvaardiging van de in het ontwerpbesluit neergelegde keuze voor de leeftijd van zes jaren voor de op- en afname van biometrische kenmerken, waarmee is aangesloten bij de Verordening inzake de opname van biometrische kenmerken op verblijfsdocumenten vooralsnog niet overtuigend, mede gelet op het feit dat in de Visumcode en de Eurodac-verordening minimumleeftijden van 12 respectievelijk 14 jaren worden gehanteerd.
De Afdeling adviseert de keuze voor een minimumleeftijd van zes jaar voor de op- en afname van biometrische kenmerken nader toe te lichten, mede gelet op de inmenging in de persoonlijke levenssfeer die met het afnemen van vingerafdrukken gepaard gaat en de jeugdige minimumleeftijd die in het ontwerpbesluit wordt voorgesteld, en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen.
Het advies van de Afdeling is gevolgd. De keuze voor de minimumleeftijd van zes jaren is nader toegelicht.
Los van het advies van de Afdeling is, ter uitvoering van een op 10 december 2013 door de Eerste Kamer der Staten-Generaal aanvaarde, daartoe strekkende motie, om de bewaartermijn voor biometrische gegevens te beperken tot vijf jaar (Kamerstukken I 2013/14, 33 192, H), nog een artikel in het Vreemdelingenbesluit 2000 ingevoegd (art. 8.35). Door middel van dat artikel is de bewaartermijn voor de centrale opslag van biometrische gegevens, binnen het daartoe gestelde wettelijk kader van artikel 107, negende lid, onderdeel b, van de Vreemdelingenwet 2000, gesteld op vijf jaar.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
(1) De verplichting tot het afnemen van tien vingerafdrukken bestaat reeds voor asielzoekers (diegenen die een verzoek doen tot internationale bescherming) op grond van de Eurodac-verordening.
(2) Op het verblijfsdocument van derdelanders zijn twee vingerafdrukken opgenomen.
(3) Toelichting, Artikelsgewijs, onderdeel H. Verordening (EG)380/2008 (Verordening van 18 april 2008, Pb. EU (2008) L 115 betreffende de invoering van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen) voegt aan artikel 4 van Verordening (EG)1030/2002 (Verordening van 13 juni 2002) een artikel 4ter toe, dat bepaalt dat twee digitaal vastgelegde ‘platte’ vingerafdrukken worden vastgelegd (en een foto) op het verblijfsdocument. Het nemen van vingerafdrukken is verplicht vanaf de leeftijd van zes jaar ingevolge artikel 1, punt 5.
(4) Verordening (EG)2725/2000, recentelijk vervangen door Verordening (EU)603/2013 (Verordening van 26 juni 2013, Pb. EU (2013), L 180).
(5) Verordening (EG)810/2009 (Verordening van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode, Pb. EU (2009) L 243).