Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft en enige andere besluiten ter uitvoering van richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat (PbEU 2011, L 326), met memorie van toelichting.
- Kenmerk
- W06.13.0370/III
- Datum advies
- 15 november 2013
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 1711
- Financiën
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft en enige andere besluiten ter uitvoering van richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat (PbEU 2011, L 326), met memorie van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 11 oktober 2013, no.13.002119, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft en enige andere besluiten ter uitvoering van richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat (PbEU 2011, L 326), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot implementatie van richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat (zie noot 1) (hierna: richtlijn fico I). De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking over de implementatie van de onderdelen van de richtlijn fico I die strekken tot wijziging van richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (zie noot 2)(hierna: de herziene richtlijn banken). Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
De richtlijn fico I beoogt de verschillende vormen van groepstoezicht op financiële ondernemingen beter op elkaar af te stemmen. De richtlijn fico I wijzigt daartoe vier andere richtlijnen, waaronder de herziene richtlijn banken. Het ontwerpbesluit implementeert in het voorgestelde artikel II een viertal wijzigingen van de herziene richtlijn banken.
De Afdeling merkt op dat de herziene richtlijn banken per 1 januari 2014 zal worden vervangen door een nieuwe richtlijn (zie noot 3) (CRD IV) en een verordening (zie noot 4) (CRR).
De in het voorgestelde artikel II geïmplementeerde bepalingen uit de herziene richtlijn banken zullen met ingang van 1 januari 2014 zijn opgenomen in de rechtstreekse werkende verordening. Blijkens de toelichting is de beoogde inwerkingtredingsdatum van het ontwerpbesluit eveneens 1 januari 2014. Implementatie van deze bepalingen is in dat licht, gelet op het karakter van de verordening, noodzakelijk noch wenselijk.
De Afdeling adviseert het voorgestelde artikel II te schrappen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 29 november 2013
De afdeling adviseert artikel II van het ontwerpbesluit te schrappen. Zij constateert terecht dat de daarin geïmplementeerde bepalingen uit de herziene richtlijn banken met ingang van 1 januari 2014 zullen zijn opgenomen in de rechtstreeks werkende verordening kapitaalvereisten (zie noot 5). De ingevolge artikel II te wijzigen artikelen van het Besluit prudentiële regels Wft komen om die reden te vervallen bij de algemene maatregel van bestuur die dient ter uitvoering van de richtlijn kapitaalvereisten (zie noot 6).
Aan het advies van de afdeling om artikel II te schrappen is dan ook gehoor gegeven.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Financiën
(1) PbEU 2011, L 326.
(2) PbEU 2006, L 177.
(3) Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG. (PbEU 2013, L 176).
(4) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176).
(5) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176).
(6) Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PbEU 2013, L 176).