Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W14.13.0200/IV

​Oontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Waddinxveen en Zuidplas krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Moordrechtboog en aansluiting Extra Gouwekruising).

Kenmerk
W14.13.0200/IV
Datum advies
6 september 2013
Vindplaats
Staatscourant 2013, nr. 29273
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Onteigening

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

​Oontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Waddinxveen en Zuidplas krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Moordrechtboog en aansluiting Extra Gouwekruising).

Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu met een schrijven van 2 juli 2013, no.RWS-2013/31165, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Waddinxveen en Zuidplas krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Moordrechtboog en aansluiting Extra Gouwekruising).

1. Naar aanleiding van het onderdeel van de zienswijze van reclamant 6 dat betrekking heeft op het met hem gevoerde minnelijke overleg wordt er in het ontwerpbesluit onder meer op gewezen dat het minnelijk overleg met deze eigenaar na het verzoekbesluit (van 5 september 2012) is voortgezet. Daarbij is volgens het ontwerpbesluit ook aankoop van de gehele onroerende zaak besproken. Daarop bevindt zich de niet in het onteigeningsplan begrepen woning van reclamant. Vervolgens wordt vermeld dat de verzoeker op 11 maart 2013 aan reclamant heeft bericht dat deze mogelijkheid uitgebreid intern is besproken en de conclusie uit diverse milieuonderzoeken is dat wonen in de nieuwe situatie nog steeds is toegestaan en de hiervoor vastgestelde normen niet worden overschreden. In die brief deelt de verzoeker mee dat daarom is besloten aan de gedeeltelijke verwerving van de onroerende zaak vast te houden.
Uit het onderhandelingsdossier dat betrekking heeft op de verwerving van de benodigde gronden van reclamanten 7 (buren van reclamant 6) kan worden opgemaakt dat in het overleg met deze eigenaren nog steeds, in ieder geval tot en met 1 mei 2013, is getracht de mogelijkheid van een ruil met de resterende gronden van reclamant 6 te onderzoeken. Evenwel wordt in het ontwerpbesluit bij de behandeling van de zienswijze van reclamanten 7 opgemerkt dat uit de overgelegde stukken is gebleken dat ook het na het verzoekbesluit gevoerde overleg niet tot een voor partijen aanvaardbare oplossing heeft geleid.
De posities van de genoemde reclamanten in het minnelijk overleg in samenhang beziend, merkt de Afdeling het volgende op.

Gelet op de uit het onderhandelingsdossier op te maken stand van het met reclamanten 7 gevoerde minnelijke overleg, komt het voor dat de conclusie dat uit de overgelegde stukken is gebleken dat ook het na het verzoekbesluit gevoerde overleg met deze eigenaren niet tot een voor partijen aanvaarde oplossing heeft geleid voorbarig is. In ieder geval is nog niet onderzocht of het thans mogelijk is tot een ruil met de naburige resterende gronden van reclamant 6 te komen. In verband hiermee zal ook moeten worden onderzocht of langs deze weg alsnog minnelijke overeenstemming met reclamanten 6 kan worden bereikt, omdat deze volledige aankoop van hun perceel wensen.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit op dit punt nader te motiveren en de lijst van de te onteigenen percelen zo nodig aan te passen.

2. Uit het dossier kan worden opgemaakt dat de ontsluiting van de resterende gronden van reclamant 10 als gevolg van de aanleg van de in het inpassingsplan opgenomen Moordrechtboog zal dienen plaats te vinden over een fietspad. In de aanleg daarvan wordt voorzien in een eerder vastgesteld en in uitvoering genomen bestemmingsplan. Tijdens de op 25 april 2013 gehouden hoorzitting heeft reclamant 10 de wijze van uitvoering van die ontsluiting aan de orde gesteld, omdat voor hem onduidelijk is, wat bij de aansluiting van het fietspad op de 5e Tochtweg met het bestaande hekwerk onder het aanwezige viaduct zal gebeuren. Van de daarbij te maken keuze zal afhangen, of en hoe zijn gronden straks via het fietspad bereikbaar zullen zijn.
Omdat dit onderdeel van de zienswijze van reclamant eerst naar voren is gebracht op de hierboven vermelde hoorzitting, wordt in het ontwerpbesluit opgemerkt dat dat te laat is. In zoverre wordt reclamant niet-ontvankelijk geacht en wordt dit onderdeel van zijn zienswijze niet behandeld. Hierover merkt de Afdeling het volgende op.
In zijn schriftelijke zienswijze heeft reclamant 10 naar voren gebracht dat in het kader van het minnelijk overleg nimmer een passende oplossing voor de ontsluiting van zijn resterende percelen is geboden. Hij heeft aldus de voorziene ontsluiting van zijn gronden over eerder vermeld fietspad aan de orde gesteld. De door hem op de zitting gemaakte opmerkingen over de uitvoering van de aansluiting van dit fietspad op de 5e Tochtweg en daarbij voor hem optredende complicaties van het onder het viaduct aanwezige hekwerk moeten als nadere toelichting op die zienswijze worden gezien. Uit het verhandelde op de hoorzitting en de andere stukken kan althans niet worden opgemaakt dat de door reclamant uiteengezette specifieke uitvoeringsproblemen hem in de periode, waarin hij een zienswijze kon indienen, bekend waren of konden zijn. De Afdeling adviseert in het ontwerpbesluit bij de beoordeling van het met reclamant gevoerde minnelijke overleg alsnog aandacht aan het opgeworpen punt te besteden.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit op dit punt aan te vullen en zo nodig aan te passen.

3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W14.13.0200/IV

- Nu naar aanleiding van de zienswijze van reclamant 1 betreffende het gevoerde minnelijke overleg wordt opgemerkt dat "er nog geen sprake is van een getekende overeenkomst en van eigendomsoverdracht" (blz. 6, negende en achtste regel van onderen) het ontwerpbesluit op dit punt op actualiteit onderzoeken.
- Op blz. 7 in de zevende regel van onderen tussen "provinciale staten" en "in redelijkheid hebben kunnen besluiten" voegen: gelet op de ter plaatse aanwezige leidingen met veiligheidszones.
- Op blz. 8 in de derde regel van onderen "kunnen besluiten" vervangen door: mogen besluiten. Hetzelfde doen op blz. 10, zesde regel van het tweede tekstblok, blz. 11, zesde regel van het laatste tekstblok, blz. 12, zeventiende regel van onderen, blz. 14, zesde regel van het tweede tekstblok, en blz. 16, tiende regel van onderen.
- Telkens "onherroepelijk van kracht" wijzigen in: onherroepelijk (bijvoorbeeld op blz. 11, tiende regel van het tekstblok onder Ad 1.)
- Telkens wanneer wordt verwezen naar de eerder bij reclamant 2 gebruikte algemene standaardoverwegingen betreffende het te voeren minnelijk overleg schrijven: in het algemeen hebben overwogen (bijvoorbeeld op blz. 12, elfde regel van boven).
- Op blz. 11 in de eerste regel onder Ad1 "Dit onderdeel is van planologische aard" vervangen door: Dit onderdeel is in hoofdzaak van planologische aard. Verder in deze regel "uitsluitend" schrappen.
- Op blz. 12 in de zeventiende en achttiende regel van boven "19 oktober 2012" vervangen door: 19 oktober 2011 (het logboek bevat een kennelijke schrijffout).
- Op blz. 14 de zin in de tiende, elfde en twaalfde regel van het tweede tekstblok ("Dat onderzoeker … oplossing heeft geleid.") schrappen. De zin daarop beginnen met: Verzoeker heeft reclamant bij brief van 11 maart 2013 bericht.
- Op blz. 14 in de laatste regel tussen "waarin" en "bevestigd is" voegen: volgens hen. (Dit ter voorkoming van misverstand over de onjuistheid van het betoog). In samenhang hiermee op blz. 16 de tussen streepjes geplaatste zinsnede in de vierde en derde regel van onderen schrappen.
- Op blz. 20 in het derde tekstblok de zinsnede "Voor zover reclamanten … zou moeten onteigenen," vervangen door: Voor zover reclamanten zich op het standpunt stellen dat bij uitblijven van minnelijke overeenstemming over een vervangende bedrijfslocatie eventueel de gehele onroerende zaak waarop het dierenhotel is gevestigd zou moeten worden onteigend, .
- Op blz. 21 in de laatste regel tussen "is" en "planologisch van aard" voegen: in hoofdzaak van. Verder in die regel "uitsluitend" schrappen.
- Op blz. 22 aan het slot van het eerste tekstblok op de mededeling dat daar bedoelde andere plan al in uitvoering is de zin laten volgen: Hierdoor zijn de mogelijkheden om door middel van minnelijk overleg tot een oplossing te komen, beperkt. Voorts verwijzen naar de vaststelling van schadeloosstelling in de gerechtelijke procedure en de mogelijkheid om een verzoek om vergoeding van planschade te doen.
- Op blz. 23 in de voorlaatste zin van de eerste tekstblok van de "Overige overwegingen" "niet meer" vervangen door: niet. Vervolgens de laatste zin van dit tekstblok en van het tweede tekstblok schrappen. In het derde tekstblok van deze overwegingen in de eerste regel voor "in het onteigeningsplan" tussenvoegen: overige. In de eerste regel van het vierde tekstblok tussen "aan de" en "toewijzing van" voegen: gedeeltelijke. Tot slot in het laatste tekstblok "Wij kunnen" vervangen door: Wij zullen en "met inachtneming van" vervangen door: gelet op.


Nader rapport (reactie op het advies) van 25 september 2013

Het deelproject Extra Gouwekruising omvat de aanleg van een provinciale weg, evenwijdig aan de noordzijde van de A12. Deze weg zal de Goudse Poort (de aansluiting van de provinciale weg N452 op de A12 bij Gouda) op het grondgebied van de gemeente Waddinxveen verbinden met de nieuw aan te leggen Moordrechtboog. Het project Moordrechtboog omvat de aanleg van een provinciale weg die de A12 zal verbinden met de A20.

Beide deelprojecten maken deel uit van het provinciale project Parallelstructuur A12. Naast de Extra Gouwekruising en de Moordrechtboog, voorziet dit project ook nog in de in een latere fase aan te leggen Rottelaan, evenwijdig aan de noordzijde van de A12 tussen Zevenhuizen en Bleiswijk. In combinatie met de al in uitvoering zijnde verlegging van de provinciale weg N456 en de aansluiting daarvan op de A20 bij Moordrecht, wordt met deze projecten beoogd de wegenstructuur van de zogenaamde Gouweknoop en omgeving te verbeteren met als doel de problemen op het hoofdwegennet op te lossen, de regionale bereikbaarheid te vergroten en gebiedsontwikkelingen te faciliteren.
De in het onteigeningsplan begrepen onroerende zaken zijn nodig om de provinciale deelprojecten Moordrechtboog en Extra Gouwekruising te kunnen realiseren.

De Afdeling geeft U in overweging een besluit te nemen nadat rekening is gehouden met een tweetal inhoudelijke opmerkingen over het aan de Afdeling voorgelegde ontwerpbesluit.

Ten eerste adviseert de Afdeling om nader te onderzoeken of het thans mogelijk is om tot een ruil met de naburige resterende gronden van de in het besluit onder 6 genoemde reclamant te komen en te onderzoeken of langs deze weg alsnog met deze reclamant tot overeenstemming kan worden gekomen, omdat deze volledige aankoop van zijn onroerende zaak wenst. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de verzoeker om onteigening met reclamant 6 en met de reclamanten 7 (de eigenaren van bedoelde naburige resterende gronden) geen overeenstemming heeft kunnen bereiken over een grondruil. Het ontwerpbesluit heb ik hierop aangepast en aangevuld. Ten tweede adviseert de Afdeling om in het besluit alsnog aandacht te schenken aan het door de reclamant genoemd onder 10 in het kader van het minnelijk overleg opgeworpen punt over een hekwerk. Het ontwerpbesluit heb ik naar aanleiding hiervan eveneens aangepast en aangevuld.

Met de door de Afdeling gemaakte redactionele opmerkingen is in het ontwerpbesluit rekening gehouden.

Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Infrastructuur en Milieu


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 90 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon