Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.13.0135/III

​Nota van wijziging bij het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2014), met toelichting.

Kenmerk
W06.13.0135/III
Datum advies
20 juni 2013
Vindplaats
Staatscourant 2013, nr. 30720
  • Financiën
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

​Nota van wijziging bij het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2014), met toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 15 mei 2013, no.13.000964, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de Nota van wijziging bij het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2014), met toelichting.

De nota van wijziging wijzigt op verschillende onderdelen het voorstel voor de Wijzigingswet financiële markten 2014.(zie noot 1) De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van de nota van wijziging, maar maakt opmerkingen over afwikkelondernemingen, de centrale databank voor examenvragen en de meldingsplicht bij short posities. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van de nota van wijziging wenselijk is.

1. Afwikkelondernemingen

In de nota van wijziging worden nieuwe eisen ten aanzien van afwikkelondernemingen voorgesteld. De Afdeling merkt op dat een aantal van deze nieuwe voorschriften niet wordt toegelicht. Zij meent dat daarvoor wel aanleiding is. De Afdeling wijst daarbij op het volgende.

a. Met de nota van wijziging worden afwikkelondernemingen met zetel in Nederland die werkzaamheden verrichten, gericht op salderen, toegevoegd aan de opsomming van artikel 3:57 van de Wet op het financieel toezicht (Wft).(zie noot 2) Daarmee komt op deze afwikkelondernemingen een solvabiliteitseis te rusten. De invoering van een solvabiliteitseis wordt niet toegelicht. De Afdeling onderschrijft de noodzaak van borging van de soliditeit van afwikkelondernemingen, maar is van oordeel dat een dergelijk vergaand voorstel een afzonderlijke motivering behoeft.

De Afdeling adviseert de voorgestelde solvabiliteitseis voor afwikkelondernemingen dragend te motiveren.

b. Op afwikkelondernemingen komt een zorgplicht voor het effectief verlenen van haar diensten te rusten.(zie noot 3) De voorgestelde bepaling wordt niet toegelicht. Het is de Afdeling dan ook niet duidelijk wat onder ‘het effectief verlenen van haar diensten’ moet worden verstaan. De Afdeling wijst er voorts op dat in het voorstel voor de Wijzigingswet financiële markten 2014 zoals dat thans luidt, in het voorgestelde artikel 4:76a, eerste lid,(zie noot 4) reeds is opgenomen dat een afwikkelonderneming zorg draagt voor het tijdig en efficiënt verlenen van haar diensten.

De Afdeling adviseert het voorgestelde artikel 3:73b dragend te motiveren en zo nodig te schrappen.

2. Centrale databank voor examenvragen

Het voorgestelde artikel 4:9a Wft bevat een grondslag voor een informatiesysteem betreffende beroepskwalificaties voor financiëledienstverleners.(zie noot 5) Artikel 4:9a, tweede lid, bevat de door de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vereiste doelbinding voor de verwerking van persoonsgegevens in het informatiesysteem. Uit de toelichting blijkt dat de gegevens uit het informatiesysteem zullen worden gebruikt ten behoeve van een centrale databank voor examenvragen. Binnen de geautomatiseerde omgeving van die centrale databank zullen de examens, die financiëledienstverleners in het kader van de permanente educatie dienen af te leggen, worden afgelegd. De examenbank importeert daartoe de voor het af te leggen examen relevante gegevens uit het informatiesysteem. Na afloop van het examen worden de gegevens met betrekking tot het zojuist afgelegde examen weer doorgeleid naar het informatiesysteem, aldus de toelichting.(zie noot 6)

De Afdeling heeft kennis genomen van het advies van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) over het informatiesysteem, waarin aan deze passage in de toelichting aandacht wordt geschonken. Het CBP wijst er op dat indien sprake is van verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de centrale databank, ook met betrekking tot de centrale databank de in de Wbp neergelegde regels in acht dienen te worden genomen. In de toelichting wordt hierop niet ingegaan.

De Afdeling adviseert de toelichting in het licht van het bovenstaande aan te vullen.

3. Meldingsplichten bij short posities

De wijziging van artikel 5:46 Wft strekt er toe de bestaande uitzondering voor de meldingsplicht voor zeggenschapswijzigingen uit te breiden tot de meldingsplicht voor shortposities in financiële instrumenten.(zie noot 7) De uitzondering is volgens de toelichting beperkt tot partijen die de shortpositie innemen in de regelmatige uitoefening van hun bedrijf en dit gedurende korte periode doen. De aanleiding voor het voorstel is dat de meldingsplicht onbedoelde disproportionele effecten kan hebben voor een beperkte groep marktpartijen. Het gaat hier volgens de toelichting om de groepen die thans in artikel 5:46, eerste en tweede lid, Wft al zijn uitgezonderd van de meldplicht voor zeggenschapswijzigingen.

Blijkens de toelichting wordt in het bijzonder beoogd zogenoemde marketmakers van de meldingsplicht uit te zonderen. Daartoe wordt artikel 5:46, tweede lid, aanhef en onderdeel b, aangepast. Activiteiten van marketmakers spelen een rol bij het verzekeren van de liquiditeit van de markten. De marketmakers dienen een shortpositie in te kunnen nemen om deze rol te kunnen vervullen. Het opleggen van meldingsvereisten aan dergelijke activiteiten kan het vermogen van marketmakers om de liquiditeit te verzekeren ernstig beperken en kan een aanmerkelijk ongunstig effect hebben op de efficiëntie van de markten, aldus de toelichting.(zie noot 8)

De Afdeling merkt op dat de kring van partijen, op grond van artikel 5:46, tweede lid, onderdeel b, Wft, ruimer is dan alleen marketmakers. Voorts geldt de in de toelichting genoemde beperking tot partijen die de shortpositie slechts gedurende een korte periode innemen, slechts voor de partijen genoemd onder artikel 5:46, eerste lid, Wft. Ten slotte wijst de Afdeling er op dat de voorwaarde genoemd in artikel 5:46, tweede lid, onderdeel b, dat partijen geen invloed uitoefenen in het bestuur van de desbetreffende uitgevende instelling, relevant is waar het gaat om de meldingsplicht voor zeggenschapswijzigingen maar dat dat ten aanzien van de meldingsplicht voor shortposities maar de vraag is. Een shortpositie levert immers in beginsel geen zeggenschap op. Daarbij kunnen omvangrijke open posities tot risico’s leiden, waarbij het overigens een verschil maakt of de posities worden ingenomen via gereglementeerde markten en centraal worden afgewikkeld of op andere wijze zijn ingenomen. De Afdeling sluit niet uit dat de voorgestelde uitzondering voor de meldingsplicht van shortposities daarmee te ruim is geformuleerd.

De Afdeling adviseert de toelichting in het licht van het bovenstaande aan te vullen en zo nodig het voorstel aan te passen.

4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat de nota van wijziging wordt gezonden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W06.13.0135/III met redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft.

- In het in onderdeel E voorgestelde onderdeel RRa "Een bank met zetel in Nederland" vervangen door: "bank of verzekeraar met zetel in Nederland".
- In het in onderdeel F, onder 2, voorgestelde artikel 3:73b "het het" vervangen door: het.



Nader rapport (reactie op het advies) van 8 juli 2013

Het voorstel geeft de Afdeling aanleiding tot het maken van een aantal opmerkingen met betrekking tot afwikkelondernemingen, de centrale databank voor examenvragen en de meldingsplicht bij short posities. Op deze opmerkingen zal onderstaand worden ingegaan, waarbij de volgorde van opmerkingen zoals de Afdeling in haar advies hanteert wordt aangehouden.

1. Afwikkelondernemingen

a. De Afdeling adviseert de voorgestelde solvabiliteitseis voor afwikkelondernemingen dragend te motiveren. De toelichting, in het bijzonder het algemene gedeelte, is op dit punt aangevuld. Ingegaan wordt op onder andere Principle for Financial Market Infrastructures (“PFMI”) 15, die onder meer bepaalt dat een financiële-marktinfrastructuur zijn algemene risico's in kaart dient te brengen, te bewaken en te beheersen en dient te beschikken over een voldoende, met vermogen gefinancierd liquiditeitssaldo ter dekking van mogelijke algemene bedrijfsverliezen opdat zij haar activiteiten en diensten zonder onderbreking van de continuïteit kan voortzetten indien deze verliezen zich voordoen.

Het advies van de Afdeling heeft voorts aanleiding gegeven tot een heroverweging van de reikwijdte van artikel 3:57 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Deze heroverweging heeft ertoe geleid de categorie afwikkelondernemingen waarop artikel 3:57 betrekking heeft niet langer te beperken tot afwikkelondernemingen die werkzaamheden verrichten gericht op salderen. Uit PFMI 15 volgt namelijk niet dat de uit die PFMI voortvloeiende eisen alleen voor deze beperkte groep afwikkelondernemingen zouden moeten gelden.

b. De Afdeling adviseert het voorgestelde artikel 3:73b dragend te motiveren en zo nodig te schrappen. De toelichting, in het bijzonder het algemene gedeelte, is aangevuld. Ingegaan wordt op PFMI 21, die betrekking heeft op zowel effectiviteit als efficiëntie. Ook wordt aandacht besteed aan het onderscheid tussen effectiviteit en efficiëntie en op de verdeling van de bevoegdheden van de toezichthouders op dit punt.

2. Centrale databank voor examenvragen

Ten aanzien van de centrale databank voor examenvragen is de toelichting aangevuld met een passage over de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de centrale examenbank. Met deze aanvulling wordt tevens gevolg gegeven aan het advies van het College Bescherming Persoonsgegevens.

3. Meldingsplicht bij short posities

Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is besloten om bij de formulering van de uitzondering voor market makers niet, zoals aanvankelijk opgenomen, aan te sluiten bij uitzonderingen op het melden van zeggenschap, maar rechtstreeks aan te sluiten bij de uitzondering die al geldt op de verplichting van partijen om een netto short positie te melden. Het betreft daarbij transacties in verband met de activiteiten van marketmakers zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, onderdeel k, van Verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 betreffende short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps (PbEU 2012, L 86). Door aan te sluiten bij deze verordening is het door de Afdeling gesignaleerde punt dat de meldingsplicht wellicht te ruim was geformuleerd, ondervangen. Opgemerkt zij nog dat er bij nader inzien voor is gekozen om de uitzondering voor het melden van een bruto short positie niet in artikel 5:46, maar in een nieuw artikel 5:46a op te nemen.

Daarnaast is de toelichting naar aanleiding van het advies aangepast, waarbij wordt verduidelijkt dat de kring van uit te zonderen partijen naast market makers ook enkele andere partijen betreft voor wie het vanwege hun specifieke rol gewenst is deze uit te zonderen van de meldingsplicht voor bruto short posities. Het gaat daarbij om clearinginstellingen, afwikkelinstanties, nationale centrale banken, en personen die transacties aangaan ter stabilisatie van een financieel instrument.

Aan de redactionele kanttekeningen van de Afdeling is aandacht besteed. Van de gelegenheid is voorts gebruik gemaakt om een omissie in de artikelen 2:3.0d, 2:3.0i en 2:3.0m Wft te herstellen. Verzuimd was om in die artikelen ook naar artikel 3:57 Wft te verwijzen; die verwijzing is alsnog toegevoegd. Voorts is de toelichting bij de artikelen 4:76a en 4:76c Wft aangevuld. Genoemde artikelen hebben betrekking op de deelnemingscriteria en de communicatieprocedures en – standaarden.

Ik moge U verzoeken in te stemmen met toezending van de gewijzigde nota van wijziging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Financiën



(1) Kamerstukken II 2012/13, 33 632, nr. 2.
(2) Zie onderdeel E van de nota van wijziging.
(3) Zie het in onderdeel F van de nota van wijziging voorgestelde artikel 3:73b.
(4) Na hernummering, op grond van onderdeel M, onder 1, van de nota van wijziging, artikel 4:76b, eerste lid.
(5) Zie onderdeel L van de nota van wijziging.
(6) Artikelsgewijze toelichting bij onderdeel L.
(7) Zie onderdeel O van de nota van wijziging.
(8) Algemeen deel van de toelichting, paragraaf 2, onderdeel e.



Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 165 kB)

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon