Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake technische samenwerking op het gebied van civiele luchtvaartveiligheid; Washington, 23 mei 2013 (Trb. 2013, 86), met toelichtende nota.
- Kenmerk
- W02.13.0189/II/K
- Datum advies
- 17 juli 2013
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2013/2014, 33 668-(R2013), nr. 3
- Buitenlandse zaken
- Verdrag
Toon inhoud
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake technische samenwerking op het gebied van civiele luchtvaartveiligheid; Washington, 23 mei 2013 (Trb. 2013, 86), met toelichtende nota.
Het Verdrag beoogt het mogelijk maken van technische samenwerking op het gebied van het waarborgen en bevorderen van de veiligheid in de internationale burgerluchtvaart tussen enerzijds Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
het Caribische deel van Nederland en anderzijds de Verenigde Staten van Amerika. De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de goedkeuring van het verdrag, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Toelichting
Het algemeen deel van de toelichtende nota is beperkt en bevat nauwelijks informatie over de inhoud van de samenwerking waarvoor het voorliggende verdrag de basis biedt. Voor een goede beoordeling van onder meer het bereik van het verdrag is een dergelijke toelichting wel wenselijk.
Tegen deze achtergrond adviseert de Afdeling de toelichtende nota aan te vullen.
2. Mogelijke uitbreiding naar Europese deel van Nederland
Het verdrag is van toepassing op Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland. In het verdrag is bepaald dat de toepassing ervan kan worden uitgebreid naar het Europese deel van Nederland door notificatie door de Nederlandse regering en schriftelijke acceptatie daarvan door de Verenigde Staten.(zie noot 1) De toelichtende nota gaat niet in op deze bepaling.
De Afdeling merkt op dat een dergelijke uitbreiding van de toepassing van het verdrag opnieuw ter goedkeuring aan de Staten-Generaal zal moeten worden voorgelegd, nu het verdrag alleen wordt goedgekeurd voor het Caribisch deel van het Koninkrijk. In dat geval zal ook de verhouding met geldende EU-regelgeving op dit gebied beoordeeld moeten worden.
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling de toelichtende nota op dit punt aan te vullen.
3. Betrokken autoriteiten
Artikel I van het verdrag benoemt welke luchtvaartautoriteiten verantwoordelijk zijn voor de implementatie van het verdrag. De toelichtende nota vermeldt dat naast de luchtvaartveiligheid, waarvoor de respectievelijke luchtvaartautoriteiten verantwoordelijk zijn, het verdrag ook de mogelijke samenwerking met de luchtverkeersdienstverleners regelt. "Voor de Benedenwindse eilanden is dat de Dutch Caribbean Air Navigation Service Provider (de DC-ANSP)", aldus de toelichtende nota. De tekst van het verdrag beperkt de taak van de DC-ANSP echter tot Curaçao en Bonaire. Voor het eveneens "benedenwindse" Aruba is DC-ANSP niet bevoegd.
De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van Aruba, aan die van Curaçao en aan die van Sint Maarten, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 17 september 2013
1. Toelichting
De inleidende paragraaf van de toelichting is aangevuld, in aanmerking genomen het advies van de Raad.
2. Mogelijke uitbreiding naar Europese deel van Nederland
De toelichting op artikel I is aangevuld, in aanmerking genomen het advies van de Raad.
3. Betrokken autoriteiten
De toelichting op artikel I is aangepast, in aanmerking genomen het advies van de Raad.
Ik moge U verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van Aruba, aan de Staten van Curaçao en aan de Staten van Sint Maarten.
De Minister van Buitenlandse Zaken
(1) Artikel I, tweede lid, van het verdrag.
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 65 kB)