Ontwerpbesluit houdende tijdelijke regels voor experimenten met stembiljetten en een centrale stemopneming (Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W04.13.0214/I
- Datum advies
- 31 juli 2013
- Vindplaats
- Staatscourant 2013, nr. 26211
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende tijdelijke regels voor experimenten met stembiljetten en een centrale stemopneming (Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming. Het gaat hier om experimenten met het elektronisch toezenden van stembiljetten aan kiezers in het buitenland en om experimenten met een centrale opzet van de stemopneming op gemeentelijk niveau.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de evaluatie van experimenten voor kiezers in het buitenland en de publicatie van de processen-verbaal. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Experiment kiezers buiten Nederland
In het ontwerpbesluit wordt in artikel 17 bepaald dat de Minister het experiment voor kiezers in het buitenland evalueert. Hierbij wordt onder meer gekeken naar het aantal ongeldige stemmen en de redenen daarvan. In de toelichting bij de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming (hierna: de expe-rimentenwet)(zie noot 1) staat dat uiteindelijk mede aan de hand van de evaluatie een besluit wordt genomen of het wenselijk is de maatregelen definitief in wetgeving neer te leggen.(zie noot 2) Het is de bedoeling dat het experiment voor het eerst plaatsvindt tijdens de verkiezing voor de leden van het Europees Parlement in 2014.
De Afdeling wijst erop dat ook in het wetsvoorstel tot wijziging van de Kieswet houdende maatregelen om het eenvoudiger te maken voor Nederlanders in het buitenland om hun stem uit te brengen, wijziging van de wijze van inlevering van de kandidatenlijsten, aanpassing van de datum van kandidaatstelling en stemming, alsmede regeling van andere onderwerpen (hierna: wijzigingswet Kieswet)(zie noot 3) maatregelen zijn opgenomen die het stemmen vanuit het buitenland eenvoudiger maken. Hierbij is met name van belang dat één van de belangrijke oorzaken van het relatief grote aantal ongeldige stemmen van kiezers buiten Nederland, te weten het niet gebruiken van rood schrijfmateriaal, wordt aangepakt door ook het gebruik van blauw, zwart of groen schrijfmateriaal toe te staan.(zie noot 4) Deze bepaling zal naar verwachting ook voor het eerst van toepassing zijn tijdens de verkiezing voor de leden van het Europees Parlement in 2014.
Dit betekent dat bij deze verkiezingen meerdere nieuwe maatregelen worden toegepast om het stemmen vanuit het buitenland eenvoudiger te maken, waarvan enkele gebaseerd zijn op de experimentenwet en andere voortvloeien uit de wijzigingswet Kieswet. Voorkomen moet worden dat effecten op het aantal ongeldige stemmen die voortvloeien uit de wijzigingswet Kieswet(zie noot 5) in de evaluatie worden toegeschreven aan de experimentenwet omdat dit de besluitvorming over het definitief neerleggen van de experimenten in wetgeving kan vertroebelen.
De Afdeling adviseert tegen deze achtergrond in de toelichting aan te geven op welke wijze bij de evaluatie wordt geborgd dat de effecten van de verschillende maatregelen niet zullen worden vermengd.
2. Experiment centrale stemopneming
In artikel 42 van het ontwerpbesluit wordt geregeld dat het gemeentelijk stembureau het proces-verbaal op elektronische wijze openbaar maakt. Volgens de toelichting is de Kiesraad gevraagd naar de meerwaarde van deze publicatie voor de transparantie van het proces, afgewogen tegen de extra inspanning die het publiceren op internet vraagt van het gemeentelijk stembureau. De regering was in dat verband van mening dat de transparantie en controleerbaarheid hierbij zwaarder moeten wegen dan de, beperkte, belasting die het publiceren van het proces-verbaal meebrengt.
De Afdeling wijst erop dat ook bij de wijzigingswet Kieswet aandacht is besteed aan de wijze waarop processen-verbaal openbaar gemaakt moeten worden. Bij dat wetsvoorstel overwoog de regering dat ter inzage legging van het proces-verbaal zich goed verhoudt met de regeling in de Kieswet voor de vernietiging van stembescheiden. In de toelichting wordt gesteld dat:
"Met vernietiging wordt voorkomen dat er achteraf nog discussie komt over de juistheid van de uitslagvaststelling, dus nadat de leden tot het vertegenwoordigend orgaan zijn toegelaten en de uitslag dus onherroepelijk is vast komen te staan. Publicatie op internet zou hiermee in strijd zijn omdat dan immers deze gegevens per definitie beschikbaar blijven."(zie noot 6)
In de toelichting bij het ontwerpbesluit wordt niet ingegaan op dit motief voor ver-nietiging van de processen-verbaal en de argumenten waarom dit bij het experiment met centraal tellen niet zou moeten gelden. De experimentenwet kent als uitgangspunt dat een experiment met centrale stemopneming in beginsel plaatsvindt overeenkomstig hetgeen bij en krachtens de Kieswet is bepaald. Voor zover dat noodzakelijk kan zijn, biedt de wet de mogelijkheid om op onderdelen van de Kieswet af te wijken. Het doel van afwijkingen dient daarbij wel nauwkeurig omschreven te zijn.(zie noot 7)
De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W04.13.0214/I
- In de aanhef de voordragende minister slechts één keer vermelden.
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 september 2013
1. Op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van het ontwerpbesluit wordt bij de evaluatie van het aantal ongeldige stemmen rekening gehouden met de redenen waarom een stem ongeldig is. Op basis daarvan wordt bepaald welke effecten worden toegeschreven aan de wet van 3 juli 2013 tot wijziging van de Kieswet houdende maatregelen om het eenvoudiger te maken voor Nederlanders in het buitenland om hun stem uit te brengen, wijziging van de wijze van inlevering van de kandidatenlijsten, aanpassing van de datum van kandidaatstelling en stemming, alsmede regeling van andere onderwerpen (Stb. 2013, nr. 289) (hierna: wijzigingswet Kieswet), danwel aan de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming (Stb. 2013, nr. 240) (hierna: de experimentenwet).
Bijvoorbeeld indien de ongeldigheid van een stem het gevolg is van het gebruik van een verkeerde kleur, houdt dat verband met de maatregelen in de wijzigingswet Kieswet. Maar indien de ongeldigheid van een stem het gevolg van het aankruisen van een kandidaat die niet op de lijst voorkomt, houdt dat verband met de maatregelen in de experimentenwet. De nota van toelichting is op dit punt verduidelijkt.
2. In de experimentenwet is in artikel 2 vastgelegd dat een experiment ten doel heeft de transparantie en controleerbaarheid van de stemopneming te bevorderen. Voor dat doel acht het kabinet het noodzakelijk dat de processen-verbaal van de gemeentelijke stembureaus op internet worden gepubliceerd. In het kader van de experimenten kan worden geëvalueerd in hoeverre dit leidt tot onwenselijke discussies over de juistheid van de uitslagvaststelling, dus nadat de leden tot het vertegenwoordigend orgaan zijn toegelaten.
Overigens wijst het kabinet erop dat in dit verband niet van de Kieswet wordt afgeweken, nu de Kieswet geen regels kent over de processen-verbaal van gemeentelijke stembureaus. Van de regels over de openbaarheid van de processen-verbaal van gewone stembureaus wordt niet afgeweken.
3. De opmerking in de redactionele bijlage is overgenomen.
4. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt het ontwerpbesluit te actualiseren of te verduidelijken. In artikel 5 is opgenomen dat uitsluitend Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de kiezer per e-mail het stembiljet toezendt. In artikel 18 is opgenomen dat burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de gegevens van kiezers buiten Nederland beschikbaar stelt, voor het elektronisch verzenden van het stembiljet, en ten behoeve van de voorlichting en de evaluatie van het experiment. In artikel 43 is opgenomen dat na de stemopneming burgemeester en wethouders verantwoordelijk zijn voor de opslag en vernietiging van de stembescheiden, in plaats van het gemeentelijk stembureau. Aan artikel 48 is toegevoegd dat het besluit vervalt op het moment dat de experimentenwet vervalt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1) Stb. 2013, 240.
(2) Kamerstukken II 2011/12, 33 268, nr. 3, blz. 13.
(3) Stb. 2013, 289.
(4) Onderdeel CI van de wijzigingswet Kieswet dat ziet op artikel N 16, derde lid.
(5) Het verruimen van het toegestane schrijfmateriaal.
(6) Kamerstukken II 2011/12, 33 268, nr. 3, blz. 4.
(7) Artikel 3 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming.
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 231 kB)