Ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W15.11.0025/IV
- Datum advies
- 28 april 2011
- Vindplaats
- Staatscourant 2013, nr. 26941
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot uitvoering van de Warmtewet. Het bevat nadere regels met betrekking tot de elementen en wijze van berekenen van een maximumprijs voor de levering van warmte. Daarnaast stelt het ontwerpbesluit nadere regels over de bijdrage voor een aansluiting op een warmtenet, de boekhouding van vergunninghouders en het aanvragen en intrekken van een vergunning voor de levering van warmte.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen met betrekking tot de gebruikskosten en de internetconsultatie. Zij is van oordeel dat in verband daarmee (enige) aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
Het wetsvoorstel van de leden Ten Hoopen en Samsom tot het stellen van regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)(zie noot 1) is door de Eerste en Tweede Kamer aanvaard. Tegelijk met het ontwerpbesluit is aan de Afdeling ter advisering voorgelegd het wetsvoorstel houdende wijziging van de Warmtewet in verband met enkele aanpassingen (no. W15.11.0024/IV), dat het wetsvoorstel Warmtewet wijzigt (novelle). Nu die wijzigingen niet de grondslag van het ontwerpbesluit betreffen(zie noot 2) en ook geen betrekking hebben op de inhoud van de bepalingen ter uitvoering waarvan het ontwerpbesluit strekt, ziet de Afdeling geen belemmering om advies uit te brengen.(zie noot 3) Zij gaat er evenwel vanuit dat het ontwerpbesluit opnieuw ter advisering aan de Afdeling wordt voorgelegd, indien de novelle wordt gewijzigd en die wijziging gevolgen heeft voor het ontwerpbesluit.
1. Gebruikskosten bij warmte
De maximumprijs voor de levering van warmte is opgebouwd uit een leveringsafhankelijk deel (variabele kosten) en een leveringsonafhankelijk deel (vaste kosten). Artikel 3 van het ontwerpbesluit ziet op de vaststelling van de vaste kosten. Daarbij wordt rekening gehouden met de gebruikskosten bij warmte. Die gebruikskosten worden bepaald op basis van de gemiddelde jaarlijkse huurkosten van de afleverset(zie noot 4) van de vier grootste warmteleveranciers, van het jaar t(zie noot 5). De toelichting vermeldt hierover dat de NMa deze gemiddelde huurkosten pas na afronding van een heel boekjaar zal kunnen bepalen en dat daarom tot die tijd een bedrag van € 270,00 zal worden gehanteerd, dat kan worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft. Deze overgangsregeling is niet in het ontwerpbesluit opgenomen. Weliswaar bevat het voorgestelde artikel 11 een overgangsregeling, maar deze ziet niet op de huurkosten van de afleverset. Nu het een afwijking van artikel 3, eerste lid, betreft, is regeling bij de in het tweede lid bedoelde ministeriële regeling niet mogelijk.
De Afdeling adviseert de in de toelichting vermelde overgangsregeling in het ontwerpbesluit op te nemen.
2. Gebruikskosten bij gas
Ingevolge het voorgestelde artikel 3 zijn bij de vaststelling van de vaste kosten mede bepalend de gebruikskosten bij gas. De Afdeling maakt te dien aanzien de volgende opmerkingen.
a. Volgens de toelichting wordt bij de bepaling van de gebruikskosten van een cv-ketel uitgegaan van de meest gebruikte ketel. Niet duidelijk is of daarmee wordt gedoeld op de in de huishoudens reeds aanwezige ketels in een bepaald jaar of op de in dat jaar meest verkochte ketel. De Afdeling adviseert de toelichting in zoverre aan te vullen.
b. De toelichting vermeldt dat de NMa bij het vaststellen van de jaarlijkse kapitaalslasten van een cv-ketel voor de reële vermogenskostenvoet aansluiting kan zoeken bij de heffingsrente die door het ministerie van Financiën wordt vastgesteld. De Afdeling heeft met het oog op de uitvoeringslasten van de NMa begrip voor deze pragmatische oplossing. Zij wijst er echter op dat de heffingsrente een kortere looptijd heeft dan de investeringen. In het licht hiervan adviseert de Afdeling nader toe te lichten dat aansluiting bij de heffingsrente tot een juiste indicatie van de kapitaalslasten leidt.
c. Onderdeel van de gebruikskosten bij gas is voorts het meettarief voor een gasaansluiting. De toelichting is niet duidelijk waar deze gaat over het vaststellen van dit meettarief. Daaruit zou kunnen volgen dat de overeengekomen gastarieven bepalend zijn, dat het door de NMa vast te stellen maximumtarief voor de meetkosten van gas bepalend is of dat slechts de keuze voor een bepaald soort tarief wordt vastgelegd. De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt te verduidelijken.
3. Internetconsultatie
Bij de voorbereiding van het ontwerpbesluit is een internetconsultatie gehouden. De toelichting vermeldt dit niet.
De Afdeling heeft in haar advies over het wetsvoorstel houdende wijziging van de Warmtewet in verband met enkele aanpassingen (no. W15.11.0024/IV), opmerkingen gemaakt over het niet vermelden van de internetconsultatie in de toelichting. Zij verwijst in zoverre naar dat advies, dat eveneens heden wordt uitgebracht.
4. Redactionele kanttekeningen
Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.11.0025/IV met redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft.
- In de aanhef van het ontwerpbesluit "20 en 26, tweede lid," vervangen door: en 20.
- Aan het voorgestelde artikel 1 toevoegen definities van "het jaar t", "G1 tarief" en "G6 aansluiting". Deze begrippen worden in het ontwerpbesluit gebruikt zonder nadere omschrijving.
- Artikel 2 aanpassen. De NMa stelt ingevolge artikel 5 van de Warmtewet de maximumprijs vast. Zij stelt niet - vooraf - het jaarverbruik van elke warmteverbruiker (*Ww) vast.
- In artikel 9, derde lid, het woord "hen" vervangen door: hem.
- Artikel 11 aanpassen. De daarin vermelde wetsvoorstellen zijn inmiddels tot wet verheven. Zij voorzien in (de mogelijkheid van) een gefaseerde inwerkingtreding. Bij verwijzing naar de inwerkingtreding dient daarom het desbetreffende artikel of onderdeel concreet te worden aangeduid.
Nader rapport (reactie op het advies) van 5 september 2013
Naar aanleiding van het advies van de Raad van State is het ontwerpbesluit aangepast. Het gewijzigde artikel 2 bepaalt naast elementen die bepalend zijn voor de vaststelling van gebruikskosten in de gassituatie nu eveneens de elementen die van belang zijn bij de bepaling van de gebruikskosten van warmte. Hierdoor ontstaat meer zekerheid voor afnemers over de maximale hoogte van de gebruikskosten die leveranciers in rekening kunnen brengen. De nota van toelichting op dit punt is eveneens aangevuld.
Naar aanleiding van het advies van Raad is ten aanzien van de gebruikskosten van gas de artikelsgewijze toelichting op artikel 3 aangevuld met de door de Raad gevraagde drie elementen. Ten slotte is conform het advies van de Raad in het algemeen deel van de toelichting dieper ingegaan op de internetconsultatie.
De redactionele opmerkingen van de Raad zijn grotendeels overgenomen. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om nog enkele technische aanpassingen aan te brengen, die nodig waren om het voorstel, na het verstrijken van de tijd, aan te passen op de inmiddels inwerking getreden Wet opslag duurzame energie en de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Economische Zaken
(1) Kamerstukken I 2007/08, 29 048, A.
(2) Wel zijn delegatiebepalingen vernummerd.
(3) Vgl. aanwijzing 280 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, waarin is vermeld dat een ontwerp voor een algemene maatregel van bestuur in beginsel niet eerder ter advisering wordt voorgelegd, dan nadat het wetsvoorstel dat aan de algemene maatregel ten grondslag ligt, door de Tweede Kamer is aanvaard.
(4) Deze bestaat uit een warmtewisselaar en een warmtemeter.
(5) Het jaar waarin de warmte wordt geleverd.
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 60 kB)