Voorstel van wet houdende wijziging van de Tabakswet ter invoeging van een verhoogd strafmaximum op overtreding van het rookverbod (Verhoging strafmaximum overtreding rookverbod Tabakswet), met memorie van toelichting.
- Kenmerk
- W13.13.0114/III
- Datum advies
- 17 mei 2013
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2013/2014, 33 738, nr. 4
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Wet
Toon inhoud
Voorstel van wet houdende wijziging van de Tabakswet ter invoeging van een verhoogd strafmaximum op overtreding van het rookverbod (Verhoging strafmaximum overtreding rookverbod Tabakswet), met memorie van toelichting.
Het voorstel voorziet in een nieuw strafmaximum van € 19.500,- voor overtreding van het rookverbod. Daardoor wordt het bestaande strafmaximum verhoogd van € 4.500,- naar € 19.500,-. De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
Uit artikel 11b, tweede lid, van de Tabakswet blijkt dat de hoogte van de bestuurlijke boete bepaald wordt in een bijlage bij de Tabakswet. De wet zelf bepaalt voorts het maximum van de op te leggen boete. De bijlage kan bij algemene maatregel van bestuur (amvb) worden gewijzigd.(zie noot 1)
Het voorgestelde maximum van de bestuurlijke boete voor overtreding van het rookverbod(zie noot 2) van € 19.500,- betekent een aanmerkelijke verhoging. Deze verhoging is blijkens de toelichting nodig omdat een kleine groep uitbaters van cafébedrijven zich weinig gelegen laat liggen aan de verplichting om een rookverbod in te stellen en te handhaven. Voor deze ondernemers vormt de (relatief) lage boete een in te calculeren onkostenpost in plaats van een sanctie om normconform gedrag te bevorderen.(zie noot 3)
Uit de toelichting(zie noot 4) blijkt het voornemen om de feitelijk op te leggen boete bij het vier maal overtreden van het rookverbod binnen een periode van vijf jaren te verhogen naar € 4.800,-.(zie noot 5) Hiertoe zal bij amvb de bijlage bij de Tabakswet worden gewijzigd. Uit de toelichting blijkt niet van het voornemen om de hoogte van de boetes bij de eerste drie maal overtredingen van het rookverbod aan te passen.
Het is de Afdeling opgevallen dat er groot verschil ontstaat tussen de voorgestelde maximumhoogte van de boete van € 19.500,- en de feitelijk op te leggen boete van € 600,- die bij recidive kan oplopen tot € 4.800,-. Indien de regering meent dat de genoemde groep overtreders van het rookverbod werkelijk door een hogere boete zal worden afgeschrikt en daarom het rookverbod zal gaan naleven, ligt het in de rede dat de feitelijk op te leggen boete ook naar verhouding wordt verhoogd.
Met het oog op de overtuigingskracht van de motivering van de verhoging van de maximumboete naar € 19.500,- adviseert de Afdeling in de toelichting in te gaan op de reden van het voornemen om de feitelijk op te leggen boete te houden op
€ 600,- voor de eerste overtreding, oplopend tot € 4.800,- bij recidive.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 september 2013
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft het wetsvoorstel, maar adviseert in de toelichting in te gaan op het voornemen om de feitelijk op te leggen boete te houden op € 600,- voor de eerste overtreding, oplopend tot € 4800,- bij recidive, terwijl het bestaande strafmaximum aanmerkelijk zal worden verhoogd van € 4500,- naar € 19.500,-
Strikt genomen hoort een toelichting van die strekking thuis in de wijziging van de algemene maatregel van bestuur, waarin de boetetarieven worden vastgesteld. Desalniettemin is overeenkomstig het advies van de Afdeling de memorie van toelichting aangevuld met enkele passages over mogelijke varianten tot nadere uitwerking van de boetetarieven. Daarin wordt uiteengezet dat overwogen zou kunnen worden om – behoudens de verhoging van € 4500,- naar € 4800, - te volstaan met de huidige systematiek als zou blijken dat de naleving sterk verbeterd onder invloed van de mogelijkheden tot aanmerkelijke verhoging van de boetetarieven. Ook wordt gewezen op de mogelijkheid om het boetetarief voor ‘first offenders’ op € 600,- te laten staan, maar de tarieven voor recidivisten fors op te voeren door een systematiek van € 600,- , via € 1800,- en € 5400,- naar € 16.200,- in te voeren, kortom telkens een verdrievoudiging van de boete bij (herhaalde) recidive. Het valt te verwachten dat het bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel tot een vruchtbare gedachtewisseling met de Kamer zal komen.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Zie artikel 11c, tweede lid, van de Tabakswet.
(2) Artikelen 10, 11 en 11a van de Tabakswet.
(3) Paragraaf 2 van de memorie van toelichting.
(4) Zie paragraaf 3 van de memorie van toelichting.
(5) De eerste boete bedraagt € 600,-. Bij recidive binnen een bepaalde periode wordt de boete telkens verdubbeld, dus tweede maal € 1.200,-, derde maal € 2.400,-, vierde maal € 4.800,-.
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 86 kB)