Voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van Wonen en Rijksdienst (XVIII) voor het jaar 2014, met memorie van toelichting.
- Kenmerk
- W04.13.0280/I
- Datum advies
- 9 september 2013
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2013/2014, 33 750-XVIII, nr. 3
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Wet
Toon inhoud
Volledige tekst
Voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van Wonen en Rijksdienst (XVIII) voor het jaar 2014, met memorie van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 3 september 2013, no.13.001753, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van Wonen en Rijksdienst (XVIII) voor het jaar 2014, met memorie van toelichting.Het voorstel strekt er toe de begroting voor de programmaminister voor Wonen en Rijksdienst vast te stellen. Voor het begrotingsjaar 2013 heeft de begrotingsstaat voor Wonen en Rijksdienst onderdeel uitgemaakt van de begroting Binnenlandse Zaken. Voor 2014 wordt zij voor de eerste maal bij afzonderlijke wet vastgesteld. De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.Artikel 1 van de Comptabiliteitswet 2001 (hierna Cw 2001) bepaalt welke begrotingen behoren tot de Rijksbegroting. In het verleden zijn de begrotingen van de programmaministers afzonderlijk in artikel 1 van de Comptabiliteitswet 2001 opgenomen. Bij de vijfde wijziging van de Cw 2001 is de figuur van een afzonderlijke programmabegroting echter weer geschrapt. (zie noot 1) Tevens is, met het oog op de toekomst en om reden van wetgevingsdoelmatigheid, een meer structurele voorziening in de Cw 2001 opgenomen voor het toevoegen van andere begrotingen aan de Rijksbegroting. Sinds de inwerkingtreding van die wijziging bepaalt de Cw 2001 dat tot de Rijksbegroting onder meer ook behoort een andere begroting indien deze begroting aan de Rijksbegroting wordt toegevoegd bij de wet waarmee die begroting voor de eerste keer wordt vastgesteld. (zie noot 2)De Afdeling merkt op dat nu de begroting voor Wonen en Rijksdienst thans voor de eerste maal (zelfstandig) wordt vastgesteld, ingevolge artikel 1, eerste lid, onderdeel j, Cw 2001 dient te worden bepaald dat deze begroting wordt toegevoegd aan de Rijksbegroting. De Afdeling adviseert een dergelijke bepaling op te nemen.De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 september 2013Vaststelling van de begrotingsstaten van Wonen en Rijksdienst (XVIII) voor het jaar 2014Blijkens bijgaand advies heeft de Afdeling advisering van de Raad van State over bovenvermelde begroting een aantal opmerking gemaakt. Dit geeft mij aanleiding tot de volgende reactie.Blijkens bijgaand advies heeft de Afdeling advisering van de Raad van State naar aanleiding van bovenvermelde begroting een opmerking gemaakt over de wijze waarop de begroting voor Wonen en Rijksdienst aan de Rijksbegroting moet worden toegevoegd.Het wetsvoorstel is conform dit advies aangepast door toevoeging van een aanvullend wetsartikel.II. Nadere wijzigingenInmiddels is het noodzakelijk gebleken in bovenvermelde begroting een aantal wijzigingen/aanpassingen aan te brengen. De wijzigingen/aanpassingen betreffen de begrotingstaat op artikel 1 Woningmarkt en artikel 2 Woonomgeving en bouw. De memorie van toelichting is met deze wijzigingen in overeenstemming gebracht. Het totaal van de uitgaven komt daarmee op EURO 3.370.782 (was EURO 3.337.282).De Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesDe Minister voor Wonen en Rijksdienst
(1)Stb.2011, 544(2)Artikel 1, eerste lid, onderdeel j.
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 1.9 MB)
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 september 2013Vaststelling van de begrotingsstaten van Wonen en Rijksdienst (XVIII) voor het jaar 2014Blijkens bijgaand advies heeft de Afdeling advisering van de Raad van State over bovenvermelde begroting een aantal opmerking gemaakt. Dit geeft mij aanleiding tot de volgende reactie.Blijkens bijgaand advies heeft de Afdeling advisering van de Raad van State naar aanleiding van bovenvermelde begroting een opmerking gemaakt over de wijze waarop de begroting voor Wonen en Rijksdienst aan de Rijksbegroting moet worden toegevoegd.Het wetsvoorstel is conform dit advies aangepast door toevoeging van een aanvullend wetsartikel.II. Nadere wijzigingenInmiddels is het noodzakelijk gebleken in bovenvermelde begroting een aantal wijzigingen/aanpassingen aan te brengen. De wijzigingen/aanpassingen betreffen de begrotingstaat op artikel 1 Woningmarkt en artikel 2 Woonomgeving en bouw. De memorie van toelichting is met deze wijzigingen in overeenstemming gebracht. Het totaal van de uitgaven komt daarmee op EURO 3.370.782 (was EURO 3.337.282).De Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesDe Minister voor Wonen en Rijksdienst
(1)Stb.2011, 544(2)Artikel 1, eerste lid, onderdeel j.
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 1.9 MB)