Ontwerpbesluit tot wijziging van het Kiesbesluit, in verband met de wijziging van de Kieswet, houdende maatregelen om het eenvoudiger te maken voor Nederlanders in het buitenland om hun stem uit te brengen, wijziging van de wijze van inlevering van de kandidatenlijsten, aanpassing van de datum van kandidaatstelling en stemming, alsmede regeling van andere onderwerpen, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W04.13.0202/I
- Datum advies
- 24 juli 2013
- Vindplaats
- -
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Kiesbesluit, in verband met de wijziging van de Kieswet, houdende maatregelen om het eenvoudiger te maken voor Nederlanders in het buitenland om hun stem uit te brengen, wijziging van de wijze van inlevering van de kandidatenlijsten, aanpassing van de datum van kandidaatstelling en stemming, alsmede regeling van andere onderwerpen, met nota van toelichting.
De belangrijkste wijzigingen uit het ontwerpbesluit betreffen het openbaar maken van de eisen aan de programmatuur voor het berekenen van de uitslag van de verkiezingen en van de uitkomst van de toetsing van deze eisen door een onafhankelijke instantie, de registratie van kiezers op Aruba, Curaçao en Sint Maarten bij de vertegenwoordigingen, de centrale inlevering van kandidatenlijsten en de kandidaatstelling.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de toetsing van de programmatuur ten behoeve van de berekening van de uitslag van de verkiezingen. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Toetsing van de programmatuur door een onafhankelijke instantie
Artikel P 1 van het ontwerpbesluit regelt dat, indien het centraal stembureau programmatuur ten behoeve van de berekening van de uitslag van de verkiezing gebruikt, deze getoetst moet worden door een onafhankelijke instantie. De toetsing vindt plaats in twee fasen. Op grond van het derde lid van artikel P 1 toetst een instantie de specificatie die het centraal stembureau heeft opgesteld. Op grond van het zesde lid van artikel P 1 toetst een instantie vervolgens of de op grond van deze specificatie ontwikkelde programmatuur voldoet aan de specificatie en aan de eisen die bij ministeriële regeling aan de programmatuur zijn gesteld. De Afdeling maakt hierover de volgende opmerkingen.
a. Onafhankelijkheid
In het derde en het vijfde lid wordt bepaald dat het een onafhankelijke instantie moet zijn. Uit het artikel, noch uit de toelichting blijkt of het in beide bepalingen dezelfde instantie betreft, dan wel of er sprake is van twee instanties. Wat betreft de onafhankelijkheid van deze instantie, wordt hiervan geen nadere aanduiding gegeven. In de toelichting wordt hierover gesteld dat deze instantie haar werk onafhankelijk moet kunnen verrichten. Dit betekent dat zij in de eerste plaats onafhankelijk is van het centraal stembureau. Daarnaast is zij ook onafhankelijk van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, zodat is gewaarborgd dat deze geen (in)directe invloed uitoefent op de vaststelling van de verkiezingsuitslag.(zie noot 1) Uit de toelichting blijkt niet welke criteria gehanteerd worden bij het bepalen van de onafhankelijkheid van een instantie, en evenmin wie bepaalt dat er sprake is van een onafhankelijke instantie. Voorts zou in de toelichting niet uitsluitend moeten worden gesproken van onafhankelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, omdat het artikel ook ziet op de centrale stembureaus op gemeentelijk en provinciaal niveau.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan.
b. Deskundigheid
De Afdeling merkt op dat het voor het vertrouwen in de programmatuur die gebruikt wordt van belang is dat de toetsende instantie niet alleen onafhankelijk is, maar ook over voldoende deskundigheid beschikt. Deze deskundigheid kan niet alleen bestaan uit kennis over programmatuur in den brede, maar zal ook moeten zien op kennis over de Kieswet. Dit geldt in het bijzonder voor de instantie die moet toetsen of de opgestelde specificatie op de juiste wijze voldoet aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot de te berekenen uitslag en zetelverdeling.(zie noot 2) In het zevende lid van het artikel wordt de mogelijkheid geopend om bij ministeriële regeling nadere eisen te stellen aan de toetsing door de instantie. Hieruit blijkt echter niet expliciet of ook nadere regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de deskundigheid van de instantie die kan toetsen.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
c. Openbaarmaking van de uitkomsten van de toets
In de toelichting staat dat de toets van de programmatuur door de onafhankelijke instantie openbaar wordt gemaakt, tezamen met de broncode en de documentatie.(zie noot 3) In het zesde lid, waarin de toets van de programmatuur wordt voorgeschreven, noch in het vierde lid, dat ziet op de openbaarmaking van de broncode en de documentatie, wordt de openbaarmaking van deze toets van de programmatuur geregeld.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit met betrekking tot de openbaarmaking van de toets van de programmatuur in overeenstemming te brengen met de toelichting.
d. Frequentie van de toetsing
In het vierde lid van artikel P 1 wordt bepaald dat de documentatie en de broncode met betrekking tot de programmatuur die bij de daaropvolgende verkiezingen wordt gebruikt uiterlijk op de dag van kandidaatstelling openbaar wordt gemaakt. Zoals onder c. is opgemerkt, dient ook de toets van de programmatuur openbaar te worden gemaakt. Dit heeft tot gevolg dat de toets daarvan bij elke verkiezing moet plaatsvinden. Uit artikel P1, zesde lid, blijkt dit echter niet.
De Afdeling adviseert om in de toelichting hierop in te gaan en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W04.13.0202/I
- In het zesde lid van artikel P 1 ‘vierde lid’, vervangen door: vijfde lid.
- In het eerste en tweede lid (nieuw) van artikel Ya 4 de zinsnede ‘van de in de artikelen I 1 en I 4 van de Kieswet bedoelde zittingen,’ schrappen, nu uit artikel I 1 (van het Kiesbesluit) waarnaar verwezen wordt al volgt om welke zittingen het gaat.
Nader rapport (reactie op het advies) van 5 september 2013
1. Toetsing van de programmatuur door een onafhankelijke instantie
a. Onafhankelijkheid
In artikel P 1 van het ontwerpbesluit is bepaald dat de specificatie voor de programmatuur en de programmatuur zelf door een onafhankelijke instantie worden getoetst. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is in de nota van toelichting verduidelijkt dat de opdracht om na te gaan of de programmatuur werkt conform de specificatie niet uitgevoerd dient te worden door dezelfde instantie die de juistheid van de specificatie heeft onderzocht. Het centraal stembureau bepaalt wie de juistheid van de specificatie en de daarop gebaseerde programmatuur beoordeelt. Het ligt in de rede de toetsen niet te laten uitvoeren door personen die ondergeschikt zijn aan het centraal stembureau, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de decentrale overheden. De instanties die de specificaties en de programmatuur toetsen dienen vrij te zijn in de wijze waarop zij de toets uitvoeren en in de wijze waarop zij de uitkomsten van de toets vastleggen.
b. Deskundigheid
Het centraal stembureau dient zich er van te vergewissen dat het om deskundige instanties gaat. Dit zal het centraal stembureau uiteraard voorafgaand aan de opdrachtverlening moeten doen. Door de rapporten van de instanties openbaar te maken, kan een ieder zich een oordeel vormen over zowel de deskundigheid van de toetsende instanties als over de inhoud van de rapporten. Indien op grond van de openbaar gemaakte informatie vragen rijzen over de juistheid van de specificatie en/of de programmatuur, kan het centraal stembureau hierop worden aangesproken en is het aan het centraal stembureau om te beoordelen welke consequenties het hieraan verbindt. In artikel P 1, zevende lid, van het ontwerpbesluit is verduidelijkt dat ook met betrekking tot de deskundigheid van de instantie nadere regels gesteld kunnen worden.
c. Openbaarmaking van de uitkomsten van de toets
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering is in artikel P 1, vierde lid, van het ontwerpbesluit bepaald dat het centraal stembureau de uitkomst van de toets van de programmatuur uiterlijk op de dag van de kandidaatstelling openbaar maakt.
d. Frequentie van de toetsing
Aangezien de documentatie en de broncode met betrekking tot de programmatuur die bij de daaropvolgende verkiezingen worden gebruikt bij elke verkiezing openbaar moeten worden gemaakt, is dit ook het geval bij de openbaarmaking van de toets van de programmatuur. In de toelichting is hierop ingegaan en het ontwerpbesluit is aangepast.
2. De opmerkingen in de redactionele bijlage zijn overgenomen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1)Toelichting, artikelsgewijs, Onderdeel V.
(2)Zoals bedoeld in artikel P 1, derde lid.
(3)Toelichting, artikelsgewijs, Onderdeel V.
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 174 kB)