Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.13.0259/III

​Voorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2014), met memorie van toelichting.

Kenmerk
W06.13.0259/III
Datum advies
9 september 2013
Vindplaats
Kamerstukken II 2013/2014, 33 753, nr. 4
  • Financiën
  • Wet

Toon inhoud

  • Samenvatting
  • Volledige tekst
Samenvatting

​De Afdeling advisering van de Raad van State heeft adviezen uitgebracht over vier wetsvoorstellen die tezamen het pakket Belastingplan 2014 vormen.

In het pakket Belastingplan 2014 wordt voor een groot deel uitvoering gegeven aan diverse fiscale maatregelen uit het regeerakkoord met een voorziene inwerkingtreding op 1 januari 2014 (met inbegrip van de maatregelen die voortvloeien uit de motie Zijlstra/Samsom). Tevens zijn in dit pakket diverse fiscale maatregelen opgenomen die volgen uit het zogenoemde aanvullend pakket van € 6 miljard, eveneens met een voorziene inwerkingtreding op 1 januari 2014. Daarnaast zijn in het pakket de fiscale maatregelen verwerkt die volgen uit de reguliere koopkrachtbesluitvorming, worden maatregelen getroffen ter bestrijding van fraude en constructies (waaronder de aanpak van fraude met toeslagen), en worden maatregelen getroffen die passen bij het streven om het fiscale stelsel te vereenvoudigen.

Het pakket bestaat uit de volgende vier voorstellen:
1. Wetsvoorstel Belastingplan 2014;
2. Wetsvoorstel aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit;
3. Wetsvoorstel wijziging percentage belasting- en invorderingsrente;
4. Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2014.

De regering heeft de wetsvoorstellen op 17 september 2013 (Prinsjesdag) aan de Tweede Kamer aangeboden. Hiermee zijn ook de adviezen openbaar geworden.

1. Wetsvoorstel Belastingplan 2014

Het wetsvoorstel bevat, zoals gebruikelijk, maatregelen die betrekking hebben op het budgettaire en koopkrachtbeeld van het komende jaar.

De Afdeling advisering merkt op dat de voorstellen uit het belastingplanpakket een veelvoud aan uiteenlopende en los van elkaar staande fiscale maatregelen bevatten die echter nauwelijks bijdragen aan de noodzakelijke structurele herziening van onder andere de inkomstenbelasting (zoals bepleit door de Studiecommissie belastingstelsel en de Commissie inkomstenbelasting en toeslagen). Bovendien omvat het gehele belastingplanpakket 2014 een structurele lastenverzwaring van per saldo ongeveer € 2 miljard, die niet meer kan worden ingezet voor een budgettair neutrale verbreding van de heffingsgrondslag en verlaging van de tarieven van de inkomstenbelasting.

De Afdeling advisering wijst erop dat herstructurering van de inkomstenbelasting urgenter wordt met het oog op de soliditeit van het systeem. Die urgentie neemt nog toe nu bij een groot aantal collectieve voorzieningen een beleid in gang is gezet waarin het publieke domein gerichter en beperkter wordt ingevuld. In het bijzonder modale (en hogere) inkomens zullen meer in eigen verantwoordelijkheid moeten gaan voorzien in wat eerder collectief werd geregeld. Om die eigen verantwoordelijkheid te kunnen dragen, zal door middel van grondslagverbreding en lagere tarieven de fiscale ruimte moeten worden geboden om partijen in staat te stellen hun eigen afwegingen te maken.

In aanvulling hierop merkt de Afdeling advisering op dat de wetgever maar in zeer beperkte mate slaagt in het streven naar vereenvoudiging van de fiscale wetgeving. Hierdoor komt de uitvoerbaarheid van de fiscale wetgeving in het gedrang. Zij wijst daarbij onder meer op de uitvoeringstechnisch gecompliceerde regeling van de voorgestelde begunstiging van lokaal opgewekte duurzame energie. Ook de voorgestelde overgangsregeling voor oldtimers (vrijstelling van motorrijtuigenbelasting) is gecompliceerd in de uitvoering. Mede om die reden adviseert de Afdeling advisering deze beide regelingen te heroverwegen.

De Afdeling advisering constateert verder dat in fiscale wetgeving in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van delegatiebepalingen. Wat betreft het belastingplanpakket 2014 wijst zij op de wetsvoorstellen Belastingplan 2014 (buitenlandse belastingplicht, lokaal opgewekte energie), Overige fiscale maatregelen 2014 (waardering serviceflats) en Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit (aanpak malafide uitzendondernemingen). Het gevolg van een toenemend gebruik van delegatiebevoegdheden is dat het in de Grondwet neergelegde primaat van de fiscale wetgever onder druk komt te staan en dat steeds meer fiscale rechten en verplichtingen niet uit de wet voortvloeien, maar uit lagere regelgeving.

Eén van de voorstellen in het Belastingplan 2014 betreft het voor de toekomst afschaffen van de belastingvrijstelling voor aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon (stamrechtvrijstelling) en het fiscaal stimuleren dat de al bestaande aanspraken ineens (in 2014) worden uitgekeerd.
De Afdeling advisering is van oordeel dat op korte termijn weliswaar sprake kan zijn van een bijdrage aan het terugdringen van het begrotingstekort, maar dat dit ten koste gaat van belastinginkomsten op langere termijn. Daarnaast komt de vraag op of een bank of een verzekeringsmaatschappij wel zal willen meewerken aan een uitkering ineens. Ook indien het stamrecht is ondergebracht in een eigen BV (stamrecht-BV) is het ineens uitkeren van een stamrecht niet zonder meer mogelijk. Zo is veel vermogen in stamrecht-BV's niet liquide te maken, omdat het is aangewend in een onderneming of voor langere tijd is uitgeleend. Ook kunnen tegenvallende beleggings- en ondernemingsresultaten het ineens uitkeren verhinderen. Afschaffing van de stamrechtvrijstelling roept ook de vraag op wat dit betekent voor de arbeidsmarkt. Er zal sprake zijn van een aanzienlijke lastenverzwaring bij ontslaguitkeringen, hetgeen ontslag duurder maakt indien die verzwaring wordt afgewenteld op de werkgever.

Het wetsvoorstel bevat ook het voorstel om de werkgeversheffing met één jaar te verlengen (eenmalige heffing bij de werkgever van 16% over het loon van een werknemer voor zover dat loon een bedrag van €150.000 overtreft).
De Afdeling advisering merkt hierover dat op dat het bij invoering van deze maatregel uitdrukkelijk de bedoeling is geweest de regeling voor één jaar, te weten 2013, te laten gelden. Gelet op deze aankondiging van tijdelijkheid staat de nu voorgenomen verlenging op gespannen voet met bestendig beleid waar burgers rekening mee houden. De verlenging roept dan ook de vraag op waar de burger het vertrouwen aan kan ontlenen dat de maatregel de komende jaren niet opnieuw wordt verlengd.

De Afdeling advisering adviseert om dit wetsvoorstel aan de Tweede Kamer te zenden nadat met de gemaakte opmerkingen rekening is gehouden.

Lees hierde volledige tekst van het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel Belastingplan 2014.

2. Wetsvoorstel aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit

Het wetsvoorstel biedt handvatten ten behoeve van een adequate bestrijding van fraude bij zowel de toeslagen als in de fiscaliteit.

Voorgesteld wordt onder meer om het begrip overtreder, dat ingevolge de definitie in de Algemene wet bestuursrecht voor het gehele bestuursrecht geldt, specifiek voor de uitvoering van de toeslagen uit te breiden. Bij die uitbreiding wordt aangesloten bij het strafrechtelijke begrippenkader. De bestuurlijke boete kan dan in de toekomst ook aan doen plegers, uitlokkers en medeplichtigen (in geval van vergrijpboetes) worden opgelegd.

De Afdeling advisering wijst erop dat de uitbreiding van het overtredersbegrip in het bestuursrecht een ingrijpende keuze betreft, die onvoldoende wordt gemotiveerd. De situaties die met deze uitbreiding onder het regime van bestuurlijke handhaving worden gebracht, lenen zich daar gelet op hun aard niet voor. Uitgangspunt bij bestuurlijke handhaving is dat de overtreding eenvoudig kenbaar is, de dader identificeerbaar is, en verwijtbaarheid of schuld geen rol spelen. In geval van het doen plegen, uitlokken en medeplichtigheid is daar niet aan voldaan. Toepassing van het strafrecht en het strafprocesrecht ligt in die situaties in de rede. Teneinde de voordelen van bestuurlijke handhaving ook in de context van het strafrecht beschikbaar te hebben, is de strafbeschikking geïntroduceerd. De Afdeling advisering adviseert dan ook de voorgestelde uitbreiding te heroverwegen en daarbij de mogelijkheid van invoering van de (bestuurlijke) strafbeschikking in de sfeer van de toeslagen te betrekken.

De Afdeling advisering wijst er bovendien op dat de snelheid die de behandeling van het belastingplanpakket 2014 door Tweede en Eerste Kamer vergt, aan de zorgvuldige behandeling van dit ingrijpende wetsvoorstel in de weg kan staan. Zij adviseert het voorstel los te koppelen van het belastingplanpakket 2014 en de ingangsdatum ervan vast te stellen bij koninklijk besluit.

De Afdeling advisering adviseert dit wetsvoorstel niet aan de Tweede Kamer te zenden dan nadat met de gemaakte opmerkingen rekening is gehouden.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit.

3. Wetsvoorstel wijziging percentage belasting- en invorderingsrente

Het wetsvoorstel brengt wijzigingen aan in de systematiek die geldt voor het vaststellen van de hoogte van het rentepercentage voor door de Belastingdienst te vergoeden of in rekening te brengen belasting- en invorderingsrente. Er wordt onder meer een minimumpercentage geïntroduceerd.

De Afdeling advisering plaatst kanttekeningen bij de motivering van het wetsvoorstel. Zo merkt zij op dat louter een verwijzing naar het regeerakkoord geen steekhoudende motivering biedt, maar hooguit de aanleiding voor een wetsvoorstel aangeeft. Voor zover budgettaire overwegingen een rol spelen bij de vaststelling van de hoogte van de belasting- en invorderingsrente wordt het karakter van de regeling (rente) aangetast, aldus de Afdeling advisering. Dit kan dit tot gevolg hebben dat de oorspronkelijke bedoeling van de regeling steeds meer op de achtergrond raakt en de regeling zich ontwikkelt tot een vorm van boeterente. Dat speelt vooral wanneer de werkelijke rentepercentages aanmerkelijk lager zijn dan het voorgestelde minimumpercentage. Verder geeft de toelichting geen motivering voor de uitsluitend voor de fiscaliteit geldende afwijking die gaat ontstaan ten opzichte van de renteberekening ingevolge het Burgerlijk Wetboek.

De Afdeling advisering adviseert om dit wetsvoorstel aan de Tweede Kamer te zenden nadat aandacht is geschonken aan de gemaakte opmerkingen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel wijziging percentage belasting- en invorderingsrente.

4. Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2014

Het wetsvoorstel bevat wijzigingen waarvoor inwerkingtreding of wettelijke vastlegging met ingang van 1 januari 2014 gewenst is.

De Afdeling advisering onderschrijft de strekking van de wijzigingen maar maakt onder meer een opmerking over de WOZ-waarde (voor de erfbelasting) van serviceflats. Gebruikmaking van deze waarde kan er in bepaalde gevallen toe leiden dat de erfgenaam wordt aangeslagen voor een substantieel hoger bedrag dan in werkelijkheid wordt geërfd. Daarom bevat het wetsvoorstel de mogelijkheid om af te wijken van de WOZ‑waarde, mits de waarde van de serviceflat in het economische verkeer in belangrijke mate afwijkt van de WOZ-waarde.
De Afdeling advisering merkt op dat uit de toelichting op het wetsvoorstel onvoldoende blijkt welke argumenten er zijn om in dit geval van de WOZ-waarde af te wijken. Ook roept die afwijking de vraag op in hoeverre daarmee sprake is van een precedentwerking die verdere inbreuken op het objectieve systeem in de hand zal werken.

De Afdeling advisering adviseert om dit wetsvoorstel aan de Tweede Kamer te zenden nadat met de gemaakte opmerkingen rekening is gehouden.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel 'Overige fiscale maatregelen 2014'.

Volledige tekst

​Voorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2014), met memorie van toelichting.

Van dit advies is een samenvatting gemaakt.

Bij Kabinetsmissive van 3 september 2013, no.13.001794, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2014), met memorie van toelichting.Het voorstel vormt een onderdeel van het fiscale pakket voor het jaar 2014, samen met de wetsvoorstellen Belastingplan 2014, Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit en Wet wijziging percentage belasting- en invorderingsrente vennootschapsbelasting. Het voorstel bevat wijzigingen van enkele belastingwetten en enige andere wetten waarvoor inwerkingtreding of wettelijke vastlegging met ingang van 1 januari 2014 wenselijk is. Het gaat daarbij onder andere om het mogelijk maken van een onderhandse akte bij periodieke giften, het aanpakken van constructies met afgezonderde particuliere vermogens, het toestaan van het gebruik van de waarde in het economische verkeer voor de waardering van serviceflats voor de erfbelasting en het uitbreiden van de weigerings- of intrekkingsgronden voor de status van een algemeen nut beogende instelling (ANBI-status) naar bepaalde misdrijven. De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt opmerkingen over de WOZ-waarde van serviceflats en de status van algemeen nut beogende instellingen (ANBI-status). Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk is.1. WOZ-waarde serviceflatsDe volgens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde (WOZ-waarde) van serviceflats blijkt in bepaalde gevallen substantieel hoger dan de waarde in het economische verkeer (WEV). (zie noot 1) In die gevallen leidt gebruikmaking van de WOZ-waarde voor serviceflats voor de erfbelasting ertoe dat de erfgenaam wordt aangeslagen voor een substantieel hoger bedrag dan in werkelijkheid wordt geërfd, aldus de toelichting (zie noot 2). Voor overlijdens in de jaren 2010 tot en met 2013 is via twee beleidsbesluiten goedgekeurd dat voor serviceflats mag worden uitgegaan van de WEV op het moment van overlijden van de erflater, mits de WEV van de serviceflat in belangrijke mate afwijkt van de WOZ-waarde daarvan. (zie noot 3) Thans wordt voorgesteld dat bij algemene maatregel van bestuur afwijkende waarderingsregels kunnen worden gesteld voor de vaststelling van de waarde van bij die amvb aan te wijzen serviceflats. (zie noot 4) De Afdeling plaatst hier enkele kanttekeningen bij.a. Inbreuk op het objectieve systeem; precedentwerkingIn de Successiewet 1956 (hierna: SW 1956) is voor de waardering van woningen met het oog op de uitvoering bewust aangesloten bij de volgens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde WOZ-waarde en is er bewust voor gekozen geen tegenbewijsregeling op te nemen. De Afdeling constateert dat thans wordt voorgesteld voor serviceflats af te wijken van de WOZ-waarde. De Afdeling merkt op dat uit de toelichting niet blijkt in hoeveel gevallen de waardering van serviceflats daadwerkelijk substantieel afwijkt van de vastgestelde WOZ-waarde. Hierdoor is het niet goed mogelijk te beoordelen of de onderhavige inbreuk op het objectieve wettelijke systeem goede grond heeft. De Waarderingskamer daarentegen concludeert dat wetswijziging niet noodzakelijk is en de WOZ-waarde uitgangspunt kan blijven. (zie noot 5) In de toelichting wordt niet ingegaan op deze conclusie van de Waarderingskamer. Daarmee blijkt onvoldoende welke de argumenten zijn om in dit geval van de WOZ-waarde af te wijken. Tevens dient aandacht besteed te worden aan de vraag in hoeverre daarmee sprake is van een precedentwerking die verdere inbreuken op het objectieve systeem in de hand zal werken.De Afdeling adviseert in de memorie van toelichting op het vorenstaande in te gaan en zo nodig het wetsvoorstel aan te passen.b. DelegatieWat betreft het gebruik van delegatiebepalingen verwijst de Afdeling naar haar algemene opmerking onder punt 5 van het advies over het Belastingplan 2014. Meer in het bijzonder merkt de Afdeling over de onderhavige delegatiebepaling op dat van delegatie van de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften - in verband met het uitgangspunt dat deze op zo hoog mogelijk regelniveau worden vastgesteld - terughoudend gebruik moet worden gemaakt. De Afdeling is van oordeel dat niet aan deze vereisten wordt voldaan met betrekking tot het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van een definitie van serviceflat en van waarderingsvoorschriften voor serviceflats. Volgens de toelichting zullen de te treffen waarderingsregels overeenstemmen met de regels zoals die zijn goedgekeurd in de hiervoor bedoelde beleidsbesluiten. (zie noot 6) In die beleidsbesluiten gaat het steeds om de WEV, welk begrip de SW 1956 thans al kent. (zie noot 7) Delegatie naar lagere regelgeving lijkt daarmee niet noodzakelijk. Verder is het niet duidelijk waarom de al in de hiervoor bedoelde beleidsbesluiten gegeven definitie van serviceflat bij amvb moet worden vastgesteld en waarom deze definitie niet in de SW 1956 kan worden opgenomen.De Afdeling adviseert de noodzaak voor het vaststellen bij amvb van waarderingsregels voor serviceflats en van een definitie van serviceflats dragend te motiveren of het voorstel aan te passen.c. Begrenzing delegatieOnverminderd hetgeen hiervoor is opgemerkt met betrekking tot de noodzaak voor delegatie, merkt de Afdeling nog het volgende op.Delegatie van regelgevende bevoegdheid dient in de delegerende regeling zo concreet en nauwkeurig mogelijk te worden begrensd. (zie noot 8) De Afdeling is van oordeel dat het voorstel niet aan dit vereiste voldoet. De delegatiebepaling beoogt de al bestaande praktijk wettelijk vast te leggen. De bestaande praktijk is dat voor serviceflats mag worden uitgegaan van de WEV indien die waarde "in belangrijke mate afwijkt (30%) van de WOZ-waarde daarvan". (zie noot 9) De delegatiebepaling kent deze voorwaarde echter niet en is daarmee te ruim geformuleerd.De Afdeling adviseert de delegatiebepaling te beperken tot situaties waarbij de waarde in het economische verkeer in belangrijke mate afwijkt van de WOZ-waarde.2. Status algemeen nut beogende instelling (ANBI-status)In de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) is een zogenoemde integriteitsbepaling voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) opgenomen. (zie noot 10) Deze bepaling schrijft voor dat een instelling door de inspecteur niet, of niet langer, als ANBI wordt aangemerkt "indien de instelling, een bestuurder van die instelling of een persoon die feitelijk leiding geeft aan die instelling, dan wel een voor die instelling gezichtsbepalend persoon, onherroepelijk is veroordeeld wegens aanzetten tot haat, aanzetten tot geweld of gebruik van geweld en nog geen vier kalenderjaren zijn verstreken sinds deze veroordeling". Voorgesteld wordt om deze bepaling uit te breiden met de situatie waarin sprake is van een onherroepelijke veroordeling voor het opzettelijk plegen van een misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht. (zie noot 11) In de toelichting wordt opgemerkt dat het (voor de toepassing van de sanctie van het verlies van de ANBI-status) de instelling wel zelf moet zijn aan te rekenen dat mensen of goederen in gevaar zijn gebracht: de ANBI-status wordt volgens de toelichting namelijk niet geweigerd en niet ontnomen indien de ANBI zelf niet op enigerlei wijze betrokken is bij het begaan van de misdrijven. (zie noot 12) Daarmee wordt de intrekking een vorm van sanctie op de betrokkenheid bij het begaan van de misdrijven. De Afdeling merkt op dat deze laatste voorwaarde en de implicaties die dit heeft, niet in de voorgestelde bepaling tot uitdrukking zijn gebracht.De Afdeling adviseert het voorstel aan te passen.3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De vice-president van de Raad van State

Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W06.13.0259/III- Ingevolge artikel VIII, onderdeel A, wordt het derde lid van artikel 3 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten vernummerd tot vierde lid. Tevens voorzien in een aanpassing van de verwijzing in het huidige vierde lid van genoemd artikel 3 naar het tot vierde lid te vernummeren derde lid.

Nader rapport (reactie op het advies) van 13 september 2013

Het kabinet is de Afdeling erkentelijk voor de voortvarendheid waarmee het advies inzake het bovenvermelde voorstel is uitgebracht.

Naar aanleiding van het advies merk ik het volgende op.

1. WOZ-waarde serviceflats

a. Inbreuk op het objectieve systeem; precedentwerking
De volgens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde (WOZ-waarde) is een objectief vastgestelde waarde die, zoals de Afdeling terecht opmerkt, vanwege die objectiviteit en betrouwbaarheid breed kan worden toegepast. Ook in de Successiewet 1956 is voor de waardering van woningen aangesloten bij de WOZ-waarde. De zogenoemde serviceflats zijn echter een bijzonder en specifiek type woning. Volgens het advies van de Waarderingskamer over de toepassing van de WOZ-waarde voor serviceflats bij de erfbelasting in Nederland gaat het om circa honderd complexen met daarin enkele duizenden serviceflats. Het bijzondere en specifieke element van een serviceflat is dat er een persoonlijke verplichting bestaat tot het betalen van servicekosten. De diensten die hiertegenover staan hebben geen betrekking op de woning zelf, waardoor kan er voor de WOZ-waardering geen rekening mee kan worden gehouden. Echter, in de praktijk blijkt deze persoonlijke verplichting vaak fors te drukken op de waarde van de woning, waardoor de WOZ-waarde van serviceflats in belangrijke mate kan afwijken van de waarde in het economische verkeer. Hoewel het aantal serviceflats relatief beperkt is, acht ik een uitzondering in de erfbelasting voor deze specifieke en bijzondere soort woning niettemin gewenst nu gebleken is dat het gebruik van de WOZ-waarde voor serviceflats in bepaalde gevallen onbillijk kan uitwerken. Gelet op het specifieke karakter van de serviceflats acht ik het niet denkbaar dat deze uitzondering precedentwerking zal krijgen. Ik onderschrijf de opvatting van de Afdeling en de Waarderingskamer dat in de Successiewet 1956 het gebruik van de WOZ-waarde voor woningen het uitgangspunt is en moet blijven. Enkel in de gevallen waarin vanwege het bijzondere karakter van serviceflats de WOZ-waarde in belangrijke mate afwijkt van de waarde in het economische verkeer stel ik voor aan te sluiten bij de waarde in het economische verkeer.

b/c. Delegatie en begrenzing delegatie
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is de delegatiegrondslag in artikel 21 van de Successiewet 1956 geschrapt en worden de definitie van serviceflats alsmede de waarderingsregels voor serviceflats opgenomen in dat artikel.

2. Status algemeen nut beogende instelling (ANBI-status)
De Afdeling merkt terecht op dat de opmerking in de toelichting, dat het de algemeen nut beogende instelling (ANBI) wel zelf moet zijn aan te rekenen dat mensen of goederen in gevaar zijn gebracht voor de toepassing van de sanctie van het verlies van de ANBI-status, niet in de voorgestelde bepaling (artikel 5b, achtste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) tot uitdrukking is gebracht. De onderhavige bepaling is daarom aangepast door de toevoeging dat de bestuurder, feitelijk leidinggevende of gezichtsbepalend persoon van de instelling het strafbare feit moet hebben gepleegd in die hoedanigheid. Als een strafbaar feit niet in die hoedanigheid is gepleegd, maar bijvoorbeeld in de privésfeer, kan dit de ANBI immers niet worden aangerekend. Voorts brengt een redelijke wetstoepassing mee dat de ANBI-status ook niet zal worden ontnomen als de ANBI zelf niet betrokken is bij het strafbare feit en zich distantieert van de persoon in kwestie die is veroordeeld. De wettekst en de memorie van toelichting zijn op dit punt verduidelijkt.

3. Redactionele kanttekeningen
Aan de redactionele kanttekening die de Afdeling in overweging geeft in de bijlage bij haar advies is gevolg gegeven.

Ten slotte is van de gelegenheid gebruikgemaakt om een aantal redactionele en technische wijzigingen in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting aan te brengen.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Financiën


(1) Omdat bij de vaststelling van de WOZ-waarde geen rekening wordt gehouden met de invloed van de verplichting tot betaling van servicekosten (bijvoorbeeld voor maaltijden, kapper of alarmservice).
(2) Paragraaf 4, eerste tekstblok.
(3) Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 25 november 2011, nr. BLKB2011/1541M (Stcrt. 2011, 22414) en besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 2 juli 2013, nr. BLKB2013/791M (Stcrt. 2013, 19517).
(4) Het voorgestelde artikel 21, tiende lid, (nieuw), van de Successiewet 1956 (artikel IV, onderdeel D).
(5) Blijkens het rapport van de Waarderingskamer gaat het in zijn totaliteit om "slechts circa honderd complexen met daarin enkele duizenden serviceflats", waarvan het aantal serviceflats dat jaarlijks in de erfbelasting betrokken zal zijn "dus beperkt [is] en vermoedelijk verder [zal] dalen" (Advies toepassing WOZ-waarde voor serviceflats bij de erfbelasting, 15 juli 2011, www.waarderingskamer.nl).
(6) Paragraaf 4, slotzin, van de toelichting.
(7) Artikel 21, eerste lid, van de SW 1956.
(8) Zie ook aanwijzing 25 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(9) Zie de definitie van serviceflat in de twee eerdergenoemde beleidsbesluiten.
(10) Artikel 5b, achtste lid, van de AWR.
(11) Artikel XII, onderdeel A. Het gaat daarbij om misdrijven als bedoeld in Titel VII van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht. De misdrijven die zijn opgesomd in deze titel betreffen onder meer brandstichting, het teweegbrengen van ontploffingen, het veroorzaken van overstromingen, het versperren van openbare land- of waterwegen of het verijdelen van ten aanzien daarvan genomen veiligheidsmaatregelen, het veroorzaken van gevaar voor het spoorwegverkeer en het vernielen, onbruikbaar maken of beschadigen van een gas- of waterleiding, riolering, elektriciteitswerk, geautomatiseerd werk of werk voor het openbaar verkeer of het luchtverkeer.
(12) Laatste en voorlaatste volzin van paragraaf 12.2 van de toelichting en van de toelichting op artikel XII, onderdeel A.
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 130 kB)

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon